Categorieën
Natuurmonumenten

Zeegrasherstel Griend komt van de grond

Al jaren proberen wetenschappers zeegras terug te krijgen in de Waddenzee. Dit jaar was er een echte doorbraak. Afgelopen voorjaar is het zeegrasgebied bij Griend toegenomen tot 100 hectare en nu is het 170 hectare groot. Daarmee is het met zo’n 100.000 planten het grootste zeegrasveld in het Nederlandse Waddengebied. Verdere metingen moeten uitwijzen of het veld zichzelf in stand kan houden.

Sinds 2017 doen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van Natuurmonumenten onderzoek naar de mogelijkheden voor zeegrasherstel in de Waddenzee. Na het overwinnen van vele uitdagingen gloort er hoop. Op het wad bij Griend zijn diepgroene proefvlakken te zien. Dichte zeegrasbladeren glinsteren onder een laagje water. Buiten deze gezaaide vlakken steken losse groot zeegrasplanten af tegen het kale wad. Daar waar vóór 2018 geen enkele groot zeegrasplant te bekennen was, strekken ze zich nu uit over bijna 170 hectare. Meer dan honderdduizend planten in totaal, de grootste groot zeegraspopulatie van Nederland. Deze waardevolle natuurbeschermingsdoelsoort lijkt zich hier inmiddels zelfstandig uit te bereiden. In 2018 stonden er meer dan 10.000 planten, In 2019 waren het er 30.000 en inmiddels staan er nu naar schatting 100.000 planten. En niet alleen het aantal planten neemt toe, maar ook de plantdichtheden en het oppervlakte van het veld. Het lijkt er dus op dat de populatie groeit. Niet alleen als gevolg van nieuwe zaaiproeven, maar ook omdat gevestigde planten zich voortplanten en lokaal nieuwe zaden produceren. Het onderzoek richt zich nu dan ook op deze ontwikkelingen. De onderzoekers hopen in 2021 de vraag te kunnen beantwoorden of dit veld zichzelf, zonder nieuwe zaaipogingen, in stand kunnen houden.

Methodologische ontwikkeling

Deze successen zijn het resultaat van een lange adem en het structureel verbeteren van uitzaaitechnieken. Door elk jaar te leren van de behaalde tegenvallers en successen is er in 2017 een werkende methode ontwikkeld; de ‘kitspuitmethode’. Voor deze methode is inmiddels zelfs vanuit het buitenland interesse. Met kitspuiten worden hierbij zeegraszaadjes in het voorjaar in de bodem geïnjecteerd op de gewenste diepte, met spectaculaire resultaten als gevolg. Al in 2018 werd hiermee de doeldichtheid van 10 planten per vierkante meter bereikt. Inmiddels is de methode zo verbeterd dat de op voorhand gewenste plantdichtheid ingezaaid kan worden op een geschikte locatie. In 2019 waren dat zelfs 50 planten per vierkante meter. Het veld bij Griend stond centraal in deze ontwikkeling. De nieuwste uitzaaiproeven vormen nu extra dichte zeegraskernen om het veld verder te versterken. Een veelbelovende ontwikkeling voor de Waddenzee dus.

Versterking biodiversiteit

Groot zeegras is een bijzondere plant. Het wortelt in de zeebodem en kan het dichte grasvelden vormen op het wad en onderwater. In deze dichtheden kan zeegras zelfs zijn omgeving beïnvloeden. Het dichte bladerdak remt golven en de compacte wortelmat houdt zand en modder vast. Zo helpt zeegras bijvoorbeeld (kust)erosie tegen te gaan. Door deze eigenschappen biedt zeegras, net als bossen op het land, een geschikt onderkomen voor vele soorten. Juist door het bieden van beschutting verhogen zeegrasvelden lokaal de biodiversiteit. Niet alleen voor permanente bewoners, maar ook door als kraamkamer te fungeren voor commercieel belangrijke vissoorten en schaaldieren. Niet voor niets wordt de uitbereiding van zeegras gezien als één van de manieren om de voedselketen van de Waddenzee robuuster te maken. Dit is een van de doelen die Natuurmonumenten als trekker van dit project wil bereiken met het herstel van zeegras in de Nederlandse Waddenzee.

Het zeegrasherstelproject dat wordt geleid door Natuurmonumenten, in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en the Fieldwork Company. Het project wordt gefinancierd door het Waddenfonds, met bijdragen van Rijkswaterstaat en het EU H2020-project MERCES.

Dit bericht is afkomstig van de website van Natuurmonumenten:

https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/griend/nieuws/zeegrasherstel-griend-komt-van-de-grond

Categorieën
Natuurmonumenten

​​​​​​​Opruimactie proef biologisch afbreekbare kunstriffen bij Griend

Eind augustus zijn bij Griend de kunstriffen opgeruimd die drie en een half jaar geleden door onderzoekers op het wad zijn geplaatst. Deze kunstriffen van biologisch afbreekbaar plastic waren onderdeel van een experiment waarbij de samenhang tussen mosselbanken, zeegrasvelden en het eiland in kaart zijn gebracht.

Daarvoor is 400meter kunstrif aangelegd en meer dan 600 m2 zeegras gezaaid. Na meer dan 10 winterstormen, pakken kruiend ijs, duizenden opgemeten mosseltjes en honderden geanalyseerde bodemmonsters is het experiment afgelopen. De kunstriffen bleken meerdere ecologische functies te kunnen vervullen: ze vingen mosselzaad in, dempten lokaal golven en verrijkten plaatselijk het voedselweb. Het gezaaide zeegras spoelde er helaas weg.

Kunstrif

Mosselbanken zijn hotspots van biodiversiteit. Ze trekken niet alleen veel vogels die zich tegoed doen aan mossels, maar bieden ook een schuilplaats aan tal van soorten en verhogen de lokale biodiversiteit met ongeveer 40%. In het voorjaar van 2017 bouwde een multidisciplinair team van onderzoekers aan een grootschalig experiment op het wad ten zuiden van het Waddeneiland Griend. Midden in de Waddenzee, tussen Harlingen en Terschelling, werd een kunstrif aangelegd dat zich uitstrekte over bijna 700 m wad. Biologisch afbreekbare ‘mosselkratjes’ op basis van aardappelzetmeel vormden de basis. De kunstriffen bij Griend bleken echter niet helemaal op dezelfde manier te functioneren als natuurlijke mosselbanken. Er werden niet meer verschillende soorten aangetroffen dan in de rifloze controlevlakken. Onderzoeker Janne Nauta: “De kratjes zorgden dus niet voor verhoging van de biodiversiteit. Opmerkelijk genoeg nam de biomassa van een aantal soorten wél toe in de structuren. Niet alleen mossels, maar ook kleine strandkrabben troffen we in groten getale aan”. Dit is mogelijk ook een van de redenen waarom een aantal vogelsoorten zoals steenlopers en grote meeuwen werden aangetrokken door de structuren.

Dynamiek

De biologisch afbreekbare structuren, ook wel BESE genoemd (Biodegradable Elements for Starting Ecosystems), hadden al eerder op Ameland hun nut bewezen voor de vestiging en overleving van mossellarven. Gelukkig vestigden zich ook op Griend mossels op de structuren. Onderzoeker Ralph Temmink van de Radboud Universiteit vertelt: “Gemiddeld vestigde zich ongeveer 1 kg droog mosselzaad per vierkante meter kratje. Over de hele riflengte betekende dat een potentiële impuls van bijna 20 miljoen jonge mosseltjes. In de praktijk zal het gerealiseerde aantal iets lager zijn geweest. De structuur van de kratjes bleek niet helemaal bestand tegen weer en wind. Gemiddeld ging 25% van de lagen waaruit de kratjes bestaan verloren en zandde tot 40% van de kratjes in. Als gevolg daarvan bleef er in sommige kratjes weinig ruimte meer over voor mossels. De locatie bleek te dynamisch voor mosselbankherstel. Omdat alle benodigde metingen zijn verricht en de huidige riffen zich niet verder zullen ontwikkelen tot mosselbanken, worden ze opgeruimd, afgevoerd en gerecycled.

Zeegras

Voor zeegras bleek de locatie dus ook te dynamisch, ondanks dat modellen deze locatie als kansrijk hadden aangemerkt. Een onverwachte voorjaarsstorm nam het zeegraszaad dat in 2017 achter de riffen was geplant mee. Kustbeschermingsonderzoeker Beatriz Marin-Diaz: “Golfmetingen lieten zien dat de golfdempende werking van de kratjes minimaal is. Alleen bij lage waterstanden bieden ze bescherming binnen beperkte afstand van de kratjes”. Gelukkig leidde dit verlies tot vernieuwde inzichten en werd in 2018 succesvol zeegras geplant ‘achter’ Griend. Nu boden niet kratjes, maar het massieve eiland luwte, en kon het groot zeegras groeien en bloeien. Inmiddels lijkt zich een groot zeegrasveld van behoorlijke afmetingen in de luwte van het eiland te vestigen. Zo blijkt de schaal een relatief begrip dat in herstelexperimenten niet altijd volledig tot zijn recht kan komen.

Erosie en aangroei

De proef is onderdeel van het onderzoeksproject Griend dat wordt getrokken door beheerder Natuurmonumenten. In 2016 werd Griend grootschalig verstevigd met onder andere 200.000 kuub zand. Met het plaatsen van de kunstriffen wilde Natuurmonumenten onderzoeken of het effect van de riffen: golfdemping en verhogen van de productie van de wadplaat, belangrijk zou zijn voor het functioneren van Griend. Griend wandelde van nature met ongeveer 7 meter per jaar. Het effect van de riffen bleek zich echter niet tot het eiland, 1.5 km verderop, te strekken en het gehoopte effect van een zeegrasvloedmerk bleef uit. Het eiland erodeerde in de eerste 3 jaar (2016-2019) ongeveer 60 meter aan de Noordkant van de zandsuppletie, maar groeide juist met 20 meter aan de luwe zuidkant. Hoofdonderzoeker Govers: “Deze erosie vond verrassend genoeg niet plaats in de winter tijdens stormen, maar vooral in de zomer. Door het gebrek aan begroeiing waaide een deel van het gesuppleerde zand weg. Inmiddels houdt de weelderige vegetatie het zand vast en is de erosie van de gesuppleerde westkant gestabiliseerd. Al moet nog blijken wat de meest recente, ongewone zuiderstormen het eiland hebben gebracht.”

Opschaling vraagt om teamwork

Niet alleen de praktijkschaal waarop deze proef is uitgevoerd, maar ook de verbinding tussen de betrokken partijen maakt deze proef tot een succes. Naast onderzoekers van Rijksuniversiteit Groningen (RUG), NIOZ en Radboud Universiteit (RU), samen met The Fieldwork Company en Bureau Waardenburg hielpen namelijk talloze vrijwilligers én studenten van de RUG, RU, WUR en Van Hall mee aan de proef. In totaal zijn bijna 50 mensen betrokken geweest bij deze proef en werden er 10 expedities naar Griend georganiseerd met het bruine vlootschip de Ambulant. Hierdoor konden er tal van metingen worden uitgevoerd op en aan de kratjes en hun directe invloedssfeer.

Meer over het onderzoek op Griend

Dit Griendonderzoek is gefinancierd door: Waddenfonds, OBN, NWO TTW Bridging Thresholds en NWO TTW Allrisk.

Dit bericht is afkomstig van de website van Natuurmonumenten:

https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/griend/nieuws/opruimactie-proef-biologisch-afbreekbare-kunstriffen-bij-griend