Categorieën
Artsen zonder grenzen

Syrië: de schrikbarende gevolgen van het coronavirus

Vier maanden na de officiële uitbraak van de coronapandemie werd in het noordwesten van Syrië op 21 juli de eerste coronapatiënt geregistreerd. Sindsdien testten 18 mensen positief. Meer dan de helft van deze patiënten bestaat uit medisch personeel, werkzaam in verschillende ziekenhuizen in het gebied. Dit is uiterst zorgwekkend in een gebied waar er al een chronisch tekort is aan medisch personeel en meer dan 2,7 miljoen ontheemden in ongezonde, overbevolkte kampen verblijven die dringend medische en psychologische zorg nodig hebben.

Tekort aan personeel

‘Dat de eerste bevestigde corona besmettingen zich voordoen in lokale ziekenhuizen en onder het personeel baart ons zorgen,’ vertelt Cristian Reynders, projectcoördinator. ‘Voor de epidemie was er al een groot tekort aan medisch personeel. Heel wat artsen zijn de oorlog in het land ontvlucht. En vaak moeten medewerkers in verschillende ziekenhuizen aan de slag, om ervoor te zorgen dat deze open blijven. Zodat mensen de medische zorg krijgen die zij nodig hebben.’

Deuren gesloten

Twee van de ziekenhuizen die we onlangs hebben bezocht, hebben tijdelijk de deuren moeten sluiten als gevolg van besmettingen. Aan het medisch personeel van die instellingen is gevraagd om thuis in quarantaine te gaan. In andere ziekenhuizen in het noordwesten van Syrië is de medische zorg op een lager pitje gezet. De lokale gezondheidsautoriteiten hebben de ziekenhuizen gevraagd om tijdelijk externe consulten en niet-essentiële chirurgische ingrepen op te schorten.

Syrie_covid-19
Wachtrij voor een onze medische post in een kamp in het noordwesten van Syrië.
Een arts controleert de temperatuur van een patiënt bij een ziekenhuis in het noorden van Syrië dat door ons ondersteund wordt.
Een arts controleert de temperatuur van een patiënt bij een ziekenhuis in het noorden van Syrië dat door ons ondersteund wordt.

Angst voor het virus

‘Sinds de uitbraak van de pandemie zijn verschillende externe consultatiediensten dicht gegaan uit vrees voor het coronavirus,’ zegt Reynders. ‘De COVID-19 maatregelen zijn uiteraard noodzakelijk, maar de regio beschikt over te weinig medische middelen om de zware impact van deze maatregelen op de zorgverlening te dragen. We maken ons zorgen over de mogelijke gevolgen van het coronavirus in Idlib. De tijdelijke sluiting of vermindering van medische zorg en het toenemend tekort aan zorgverleners maken de situatie daar uiterst zorgwekkend.’

Verspreiding groter dan verwacht

De besmette zorgverleners waren aan de slag in verschillende vestigingen, verspreid over de gouvernementen Aleppo en Idlib (districten Azaz, Sarmada en Ad-Dana). Het is mogelijk dat de besmetting zich heeft verspreid over een grotere zone dan we denken. De artsen die de coronapatiënten verzorgen, laten weten dat er tests plaatsvinden. De mensen die contact hebben gehad met de patiënten, worden opgespoord om de verdere verspreiding van het virus te voorkomen.

Social distancing onmogelijk

In het noordwesten van Syrië leven zo’n 2,7 miljoen ontheemden. Ze zijn op de vlucht in eigen land en verblijven in overbevolkte kampen met een schrijnend gebrek aan water en hygiëne. Afstand houden en handen wassen is onmogelijk. Onder de ontheemden bevinden zich veel mensen die vatbaar zijn voor het coronavirus. Denk aan ouderen en/of mensen met chronische aandoeningen, zoals diabetes. Onze teams bieden deze mensen medische zorg met behulp van mobiele klinieken en bieden ondersteuning aan de ziekenhuizen in de regio.

Te weinig testkits

‘We beschikken over erg weinig testkits. Er zijn er al heel wat gebruikt en we zien onze voorraad alleen maar slinken. Als we door onze kits heen zijn, vrezen we voor een snelle verspreiding van het virus in de kampen. De situatie dan nog verder opvolgen en onder controle houden, wordt een onmogelijke opdracht. Dit vooruitzicht heeft schrikbarende gevolgen voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen. Zij kunnen terugvallen op alle bestaande maatregelen om hen tegen het virus te beschermen, maar moeten ook voorrang krijgen bij de verdeling van hygiënepakketten.,’ waarschuwt Cristian Reynders.

Dit artikel is afkomstig van de website van Artsen zonder Grenzen:

https://www.artsenzondergrenzen.nl/nieuws/syri%C3%AB-de-schrikbarende-gevolgen-van-het-coronavirus/

Categorieën
Amnesty International

VN: verachtelijk veto van Rusland en China stopt levensreddende hulp aan miljoenen Syriërs

Tijdens een vergadering van de VN-Veiligheidsraad spraken Rusland en China hun veto uit tegen verlenging van humanitaire hulp aan Syrische burgers. Vanaf 10 juli komt er daardoor een einde aan de humanitaire hulp die voor miljoenen burgers in het noordwesten van Syrië van levensbelang is. ‘Verachtelijke en gevaarlijke veto’s’, vindt Amnesty International.

‘Het belang dat de grensovergangen die essentiële hulp mogelijk maken, open blijven, valt niet genoeg te benadrukken. Voor miljoenen Syriërs maakt dat het verschil tussen eten hebben en sterven van de honger. Voor ziekenhuizen zorgt het ervoor dat ze genoeg voorraden hebben om mensenlevens te redden. Daarom is de het veto van Rusland en China verachtelijk en gevaarlijk’, zegt Sherine Tadros, hoofd van Amnesty’s kantoor bij de VN.

VN laat burgers in de steek

De leden van de Veiligheidsraad onderhandelden maanden met elkaar over welke grensovergangen met Syrië open zouden moeten blijven om humanitaire hulp en andere essentiële diensten als gezondheidszorg en onderwijs te kunnen leveren. De afspraak om humanitaire hulp aan Syrië te leveren is in 2014 gemaakt en sindsdien ieder jaar verlengd. Over twee dagen, op 10 juli, loopt deze afspraak af. Als dat gebeurt, heeft dat grote gevolgen voor de hulpverlening aan miljoenen Syriërs.

‘Het is betreurenswaardig dat de grensovergang bij Al-Yarubiya, in het noordwesten van Syrië, opgeofferd is in de zoektocht naar een compromis met Rusland en China. De leden van de Veiligheidsraad moeten op dit punt standvastig zijn. Meer dan een miljoen Syriërs zijn voor hulp afhankelijk van deze grensovergang. Met een toenemend aantal coronapatiënten in Syrië is deze hulp belangrijker dan ooit. Gaat de Veiligheidsraad hen helpen of worden zij in de steek gelaten?’

Achtergrond

De VN-afspraak om humanitaire hulp te leveren aan Syrië werd in 2014 gemaakt via resolutie 2165. Op 10 januari werd de afspraak voor een half jaar verlengd tot 10 juli, maar slecht voor twee grensovergangen, Bab Al Salam en Bab Al-Hawa aan de Turks-Syrische grens. De grensovergangen al-Ramtha, aan de Jordaans-Syrische grens, en Al-Jurubiya, aan de Iraaks-Syrische grens, vallen buiten de  VN-resolutie. De resolutie werd in januari aangenomen met elf stemmen voor en vier onthoudingen(Rusland, China, De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk).

Op 11 mei publiceerde Amnesty een rapport met voorbeelden van achttien aanvallen van het Syrische en Russische leger begin dit jaar op scholen en ziekenhuizen in het noordwesten van Syrië: in de stad Idlib en de provincies West-Aleppo en Noordwest-Hama. Daardoor zijn ongeveer 1 miljoen mensen uit Idlib op de vlucht geslagen. Zij leven al maanden in erbarmelijke omstandigheden. Amnesty drong er bij de Verenigde Naties op aan de humanitaire hulp aan deze mensen voort te zetten.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/vn-verachtelijk-veto-van-rusland-en-china-stopt-levensreddende-hulp-aan-miljoenen-syriers

Categorieën
PAX

Rivier van de dood bedreigt Syriërs

Een rivier van modderolie stroomt door het noordoosten van Syrië, zonder dat er een oplossing in zicht is voor de duizenden gezinnen die door deze vervuiling worden getroffen.

“A River of Death” (Een rivier van de dood), een nieuw rapport van PAX, laat zien hoe hardnekkige lekkages hebben geleid tot een vervuiling die vergelijkbaar is met tienduizenden vaten ruwe olie die in kanalen en kreken stroomden en in een 160 km lange rivier terechtkwamen. Lokale bewoners vrezen voor de gezondheid van hun gemeenschappen en de gevaarlijke effecten van de vervuilde grond en het grondwater. Ondertussen hebben boeren hele akkers verloren omdat heftige regen de vervuilde kanalen, kreken en rivieren hebben overstroomd, waardoor de olie over duizenden hectares land is verspreid.

De olie-industrie in dit deel van Syrië is een essentiële bron van inkomsten voor de door Koerden geleide autonome regering en de daarmee verbonden Syrian Democratic Forces. Negen jaar oorlog hebben olie-installaties beschadigd en de productie en het onderhoud van olievelden belemmerd. De huidige spanningen met Turkije en het Syrische regime blijven de invoer van materialen voor wederopbouw en capaciteitsbeheer blokkeren, terwijl een gebrek aan prioriteit van de lokale autoriteiten deze milieuramp verder heeft vergroot. De afbrokkelende olie-infrastructuur in dit gebied veroorzaakt frequente olielekkages door gebroken pijpleidingen en lekkende olietanks. Lokale burgers die stroomafwaarts wonen, maken zich zorgen over hun gezondheid en toekomst. ‘Ik ben constant bang voor wat deze vervuiling met ons zal doen. Iedereen hier is bang. Als ik ergens anders zou kunnen wonen, zou ik niet aarzelen om deze plek onmiddellijk te verlaten’, vertelde een lokale dorpsbewoner aan PAX.

Door middel van open-sourceonderzoek, satellietanalyse en interviews met mensen in het gebied, toont het rapport het belang aan van permanent monitoringvan de gevolgen van het conflict voor het milieu, waaronder de waterkwaliteit en landbouw in de regio. Het rapport stelt vast dat de gezondheid en het levensonderhoud van duizenden gezinnen die in de buurt van de rivier wonen, worden getroffen door de olievervuiling, maar er is weinig gedaan om dit aan te pakken.

“De door de VS geleide coalitie verklaarde dat ze er zijn om de oliewinning te beschermen, maar niemand beschermt burgers tegen de olieverontreiniging in de regio . De lokale bevolking lijdt en we hebben moedige actie van alle verantwoordelijken nodig om tot een duurzame oplossing te komen,“ volgens Wim Zwijnenburg, projectleider humanitaire ontwapening bij PAX en auteur van het rapport.

De giftige erfenis van het conflict zal nog jaren van invloed zijn en zal een groot risico blijven vormen voor  het leven en het levensonderhoud van omwonenden. Er blijven moeilijke vragen over wie verantwoordelijk is voor de vervuiling en de gezondheidsrisico’s en hoe deze olievervuiling kan worden opgeruimd in de  getroffen gebieden. Het rapport bevat belangrijke aanbevelingen aan lokale en landelijke autoriteiten en internationale organisaties, en dringt er bij hen op aan snel actie te ondernemen om deze problemen aan te pakken en levens te redden.

Lees het rapport A River of Death
Lees meer over PAX werk aan conflict en milieu

Dit bericht is afkomstig van de website van Pax Nederland:

https://www.paxvoorvrede.nl/actueel/nieuwsberichten/rivier-van-de-dood-bedreigt-syriers

Categorieën
Save the Children

Groot gebrek aan psychosociale steun voor Syrische kinderen

De bijna tien jaar durende oorlog in Syrië heeft grote impact op de mentale gezondheid van Syrische kinderen, zo blijkt uit nieuw onderzoek van Save the Children.

Aan de vooravond van de vierde Internationale Donor Conferentie voor Syrië, georganiseerd door de Europese Unie en de Verenigde Naties, roept  de hulporganisatie de Nederlandse regering daarom op prioriteit te geven aan psychosociale steun voor Syrische kinderen en hun families.
 
Syrische kinderen voelen zich bang, uitgeput en durven niet terug te keren naar huis, zo blijkt uit interviews met bijna 170 kinderen. Door traumatische ervaringen in hun oorspronkelijke woonomgeving zijn kinderen erg angstig over een eventuele terugkeer naar huis. Zoals  Kinan* die momenteel in Jordanië woont: “Ik weet zeker dat ik thuis ongelukkig zal zijn. Ik ben zo bang voor de oorlog. Ik ben bang dat er op een dag een raket op het dak van mijn huis zal vallen terwijl ik lig te slapen.”

Eén psychiater voor 250.000 mensen

Zelfs kinderen die wanhopig naar huis verlangen, ervaren volgens hun ouders extreme stress bij het idee van terugkeer. Hun kinderen zouden lijden aan ‘paniekaanvallen, gevoelens van angst, zelfisolatie en bedplassen’.
Ondanks de enorme behoefte aan ondersteuning heeft het aanhoudende conflict het gezondheidssysteem in Syrië, inclusief de geestelijke gezondheidszorg, lamgelegd. Save the Children schat dat er slechts één psychiater is voor elke 250.000 mensen. Ook is er een groot gebrek aan essentiële psychosociale steun en ontbreken vaak de juiste middelen en systemen om kinderen te beschermen.

Internationale Donor Conferentie voor Syrië in Brussel

Op 30 juni vindt voor de vierde keer een Donor Conferentie voor Syrië in Brussel plaats. Save the Children roept regeringen op deze conferentie te gebruiken om van mentale gezondheid voor ontheemde kinderen een prioriteit te maken. Het moet een vast onderdeel zijn van elke poging een duurzame oplossing te vinden voor de oorlog in Syrië.
Nederland heeft vorig jaar op de donorconferentie in Brussel 382 miljoen euro toegezegd voor humanitaire steun aan Syrië. De hulporganisatie roept de Nederlandse regering op om ook dit jaa­­r ruimhartig steun te verlenen en prioriteit te geven aan psychosociale steun aan Syrische kinderen. Om die oproep kracht bij te zetten, overhandigt Save the Children Nederland aanstaande maandag virtueel een petitie aan de Tweede Kamer. De petitie is door zo’n 10.000 mensen ondertekend en roept op het geweld tegen kinderen in Syrië te stoppen.

Recht op hoopvolle toekomst

Sonia Khush, directeur van Save the Children in Syrië: “Ontheemde kinderen hebben afgelopen jaren zoveel verloren: hun huizen, vrienden, families en hun jeugd. Het is onaanvaardbaar dat ze de toekomst nu eerder met angst dan met hoop tegemoetzien. Nu wereldleiders de komende dagen in Brussel bijeenkomen, ligt er een kans om de mentale gezondheid van kinderen prioriteit te geven en voldoende te financieren. Samen kunnen we ervoor zorgen dat kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben om zich veilig te voelen zodat ze weer met vertrouwen naar de toekomst durven te kijken.”

*Naam gewijzigd om identiteit te beschermen.

Dit bericht is afkomstig van de website van Save the Children:

https://www.savethechildren.nl/over-ons/vacatures-bij-save-the-children/pathways-to-psychosocial-safety-for-syrias-dis-2.aspx

Categorieën
Ontwikkelingshulp ZOA

Corona in ZOA-landen – Hoe is het in Syrië?

Syrië, een land wat de laatste negen jaar een strijd tussen legers met wapens huisvest, moet nu de strijd aangaan tegen een onzichtbare vijand: COVID-19. Als hulpverlener houd ik mijn hart vast, ik durf niet te denken aan mogelijke gevolgen. Negen jaren oorlog hebben dit land op alle fronten verzwakt…

Officieel is de eerste corona-patient op 22 maart jongstleden in quarantaine geplaatst. Maar wat zijn statistieken waard? Evenveel als de vele geruchten die door Syrië gonzen op dit moment.

Kwetsbare groepen

Je zou kunnen zeggen dat, op een aantal kleine elites na, het overgrote deel van Syrië in de kwetsbare groep  voor corona valt. De groepen die zijn gevlucht voor de strijd rondom Idlib zijn in het bijzonder kwetsbaar. Ze leven onder erbarmelijke omstandigheden, soms niet eens beschermd tegen kou en regen, en zijn in een slechte conditie. Vooral de vrouwen en kinderen zijn zeer kwetsbaar, net als gezinnen met ouderen of een gehandicapt kind.

Ziekenhuizen en medisch personeel

Het overgrote deel van de ziekenhuizen en klinieken is verwoest. Veel medisch personeel is gevlucht naar het buitenland. Een Intensive Care afdeling in Nederland is lichtjaren verwijderd van de staat van het gemiddelde ziekenhuis in Syrië.

Hierbovenop hebben de sancties van afgelopen jaren ervoor gezorgd dat er grote tekorten zijn aan bijvoorbeeld medische apparatuur, desinfecterende middelen, mondkapjes en materiaal om testen mee te doen. Degenen die er zijn zijn onbetaalbaar voor de gewone man, de prijzen zijn sinds de sancties gestegen met soms wel 700 tot 1000%. Veel mensen in Syrië redden het financieel niet en zijn vooral bezig met overleven.

Categorieën
Bootvluchteling

Het verhaal van een dokter: in de ‘dagelijkse hel’ van vluchtelingenkamp Moria

Na een week waarin anti-rellenbrigade botsten met groepen migranten, vertelt een medicus haar aangrijpende verhaal over het leven als vrijwilliger in dit beruchte Griekse opvangkamp. 

Door: Annie Chapman

Op het Griekse eiland Lesbos is er vluchtelingenkamp Moria, opgezet voor 3.100 mensen maar nu met een populatie van meer dan 20.000 mannen, vrouwen en kinderen. Het is een plaats geworden vol geweld, ontbering, lijden en wanhoop. Ik ben een dokter uit Londen en heb net drie weken gewerkt voor Stichting Bootvluchteling (Boat Refugee Foundation, BRF). Dit was mijn derde keer daar – en mijn schokkendste. 

BRF is de enige partij die voorziet in medische noodhulp voor het hele kamp in de avonduren van 4 tot 11 uur. Deze duizenden kwetsbare mensen wonen verspreid over de omringende olijfboomgaarden in provisorische tenten, die verhoogd zijn met behulp van houten pallets om te voorkomen dat de kou van de bevroren grond in hun vermoeide, pijnlijke lijven sijpelt. De meesten hebben een hachelijke reis ondernomen om naar deze onveilige plek te komen; 40% van hen zijn kinderen. Zonder BRF, weet ik dat elke dag van de drie weken dat ik er was, velen van hen zouden zijn overleden: volwassenen – zowel mannen als vrouwen – aan de gevolgen van de gewelddadige steekpartijen, gestabiliseerd door medici die kort worden getraind in ‘stop het bloeden’; kinderen aan een nieuwe uitbraak van meningokokken, waarbij de koorts ‘s nachts in hun tent gevaarlijk stijgt; kwetsbare vrouwen tijdens hun bevalling; vier dagen oude baby’s die in de vrieskou slapen in tenten. 

Dagboek
Ik heb een dagboek bijgehouden van de gevallen die ik zag omdat ik dacht dat het me zou opluchten om, na de chaos, terug te lezen over een of twee heftige incidenten, zodat ik het zelf makkelijker zou kunnen verwerken. Ik besefte toen nog niet hoeveel de gebeurtenissen van slechts één dag zouden zorgen voor een brok in mijn keel als ik ze zou herlezen. En de dag erna, en de dag daarna. Ik wil je vertellen over een dag in het leven van de kleine mobiele kliniek waar ik werkte. Ik ben de verteller van de verhalen van de mensen die daar nog zijn; dit gaat niet over mij.

Mensen wachten uren lang buiten de met hekken van kippengaas afgezette kliniek, voordat we om vier uur opengaan, hopend met een dokter te kunnen spreken over de uitslag die hun kind heeft, de buikpijnen in hun zwangere buik, hun hallucinaties en flashbacks terug naar het geweld dat ze hebben gezien, hun slaapproblemen, hun jeuk door het ’s nachts dragen van luiers uit angst om naar het toilet te moeten in het pikdonkere kamp. Er is de afgelopen tweeënhalve maand geen betrouwbare elektriciteitsvoorziening geweest in het kamp (met 20.000 mensen die een voorziening gebruiken die bedoeld is voor 3.000, zijn er voortdurend kortsluitingen en kun je er niet van op aan dat het langere tijd werkt), en de dreiging van geweld en seksueel geweld is ontzettend hoog. Vrouwen en minderjarigen dragen vrijwel allemaal luiers om te voorkomen dat ze hun tent moeten verlaten nadat de zon is ondergegaan.

Dokter Annie Chapman aan het werk in het ‘gele’ gedeelte van de kliniek.

Ze komen met wonden die zijn geïnfecteerd en die moeten worden schoongemaakt en verbonden; ze hebben amper toegang tot schoon water in de olijfboomgaarden. Ze komen met de beruchte ‘Moria griep’ en een hele reeks van chronische problemen die je normaal gesproken zou verwachten in een populatie van deze omvang. Iedereen met chronische problemen wordt geadviseerd om overdag terug te komen: deze kliniek is er alleen voor acute klachten, voor spoedeisende hulp. En we werken op volle capaciteit.

Patiënten kunnen alleen binnenkomen met hun papierwerk, ook wel Ausweis genoemd, waarin hun foto, naam en nummer zijn opgenomen. Triage gebeurt bij de deur door een medicus met daarbij een vertaler in Farsi en Arabisch. ‘Groene’ patiënten hebben spoedeisende hulp nodig; ‘gele’ patiënten zijn ernstig ziek met abnormale vitale functies en hebben een volledig onderzoek nodig op een bed; ‘rode’ patiënten lijden over het algemeen aan ernstige paniekaanvallen, extreme pijn, aanvallen en – steeds vaker – levensbedreigende steekwonden of de resultaten van andere vormen van geweld. 

We zijn een team van over de hele wereld – toen ik op Lesbos was, was er een mix van Nederlandse, Franse, Engelse, Amerikaanse en Spaanse dokters, verpleegkundigen en ondersteunende medewerkers. We werkten samen met onze vertalers (vluchtelingen die zelf in het kamp wonen, die dagelijks vrijwilligerswerk doen in ruil voor buskaartjes, beltegoed, opleiding en avondeten aangezien ze niet in de rij voor eten kunnen staan wanneer ze voor ons werken) uit Afghanistan, Syrië, Iran, Somalië en Congo. Samen zijn we het team van de kliniek en samen reageren we op de menigtes die binnenkomen. 

‘Rode’ patiënten
De namen van de patiënten die we gaan zien worden geschreven op een whiteboard, in volgorde van prioriteit en we roepen ze een voor een binnen. De kliniek heeft twee kamers, verdeeld over vier onderzoeksgedeeltes. Het is eenvoudig maar functioneel. We hebben dozen met de belangrijkste dingen voor consulten – zuurstofsaturatiemeters, bloeddrukmeters, thermometers en oftalmoscopen. Wanneer de nacht valt en de temperatuur daalt, stoppen de thermometers en zuurstof- en hartslagmeters vaak met werken wanneer de triagedokter ze buiten de kliniek gebruikt, dus gedurende de dienst verwisselen ze met degene die we binnen hebben. Tegen de muur staan vier bedden die we kunnen uitklappen in geval van nood, zodat we aan elke kant er goed bij kunnen bij de patiënt. Elke dag brengen we een BLS & AED tas en noodmedicatie mee naar de kliniek, die we in A1 – de spoedeisende hulp – bewaren, waar die dag de ‘rode’ patiënten worden binnengebracht met spoedgevallen. Op een willekeurige dag zien we tussen de 180 en 250 patiënten gedurende onze openingstijden. Dit zijn hun verhalen. 

Een moeder komt binnen met haar vierjarige kind met hele hoge koorts, dat al urenlang niet eet, drinkt of reageert op prikkels. Om naar de kliniek te komen moest ze door het kamp lopen over de helling van een steile heuvel, tussen UNHCR en provisorische tenten, langs de falafel winkel, de Wave of Hope for the Future school met zijn nieuwe bibliotheek, langs de kappers en de mensen die hun was doen, lang het vuilnis dat al een maand lang niet is opgehaald, langs een bende wilde honden die blaffen en achter haar aan rennen. Ze heeft geduldig staan wachten in de rij, in de kou. Zodra het hek wordt geopend komt er een golf van mensen naar voren, allemaal roepend dat ze een spoedgeval zijn, zwaaiend met hun Ausweis. 

Beelden van vluchtelingenkamp Moria genomen in juli 2017 en januari 2020 illustreren de explosieve bevolkingsgroei.

Ik roep het koortsige kind naar binnen. De moeder huilt en de vader heeft een grauw gezicht als hij met hulp van de Farsi vertaler uitlegt dat ze bezorgd zijn omdat het kind niet wil drinken en er moe uit ziet. Hij heeft gehoord dat een ander kind van een nabije tent nu in het ziekenhuis in Athene ligt met een infectie in de hersenen. Hij kijkt naar de vloer, verontschuldigt zich voor zijn komst, maar vraagt om hulp. 

Net als ik begin het kind te onderzoeken, hoor ik luide stemmen en het geluid van iemand die buiten over het grind wordt gesleept. De support medewerker bij de achterdeur roept ‘rode patiënt’ en ik verplaats het koortsige kind naar de achterzijde van de kliniek, terwijl ik het bed uittrek en ruimte maak voor het spoedgeval. Het is een bewusteloze jongeman, een tiener, die op een grijze deken hier naartoe is meegesleept door vier mensen uit de hem omringende tenten. Ze hadden hem horen roepen en schreeuwen waarna hij was ingestort, zwaar ademend en buiten bewustzijn. De mannen hebben tien minuten met hem gerend, bewusteloos in de deken, om bij het medische gedeelte te komen.

Wat heb je gezien? Wat zie je nog steeds? Ik kan het niet bevatten. En als we ze terugsturen naar hun tenten, schaam ik me. 

Ik onderzoek hem. Als ik de bloeddrukmeter oppomp, opent hij zijn ogen en krijst – een lange, continue schreeuw, gevolgd door extreme hyperventilatie en stijfheid in zijn armen. Dit is een klassieke vorm van een paniekaanval die hoort bij PTSD (posttraumatische stressstoornis), en dagelijkse kost voor de kliniek. We boffen dat we een psychiatrisch verpleegkundige in ons team hebben, en zodra een onheilspellendere pathologie kan worden uitgesloten verplaatsen we de man naar een achterkamer om te rusten en door haar te worden gezien, zodat ze verdere verwijzing en zorg te gaan plannen.

Als het gaat om geestelijke gezondheidszorg voor vluchtelingen zijn er momenteel twee manieren om de heftigste gevallen door te verwijzen, maar beide kosten tijd en hangen af van hun blootstelling aan geweld, seksueel geweld en hun voorgeschiedenis. In deze acute fase bieden we spoedeisende hulp voor deze patiënten en hun vrienden, familieleden en mede-tentbewoners, die hen ’s nachts horen gillen, en naar de kliniek slepen in dekens als ze aanvallen hebben.

Ondanks het feit dat ik dagelijks patiënten met paniekaanvallen zie, schokt het geluid van hun geschreeuw me nog steeds terwijl ik me afvraag: wat heb je gezien? Wat zie je nog steeds? Ik kan het niet bevatten. En als we ze terugsturen naar hun tenten, schaam ik me.

Ik roep het kind terug naar mijn gedeelte van de kliniek voor een volledig onderzoek. Nu ik halverwege mijn tweede week in het kamp ben, hebben we drie gevallen vastgesteld van meningokokken/hersenvliesontsteking en overwegen we een kampbreed vaccinatieprogramma. Dit kind blijft voortdurend heet en lethargisch, en heeft een uitslag die me zorgen baart. We geven hem intramusculaire ceftriaxone antibiotica en vragen een taxi hem naar het ziekenhuis te brengen. Met alleen twee ambulances op het eiland, ondanks een snelle stijging in de populatie van maar liefst 25%, is de dienst niet in staat hulp te bieden, en maken we steeds vaker gebruik van taxi’s om patiënten naar het ziekenhuis te brengen.

Een vertaler kijkt door de deur van de kliniek naar de lange rij van mensen, voorafgaand aan de triage.

Overweldigende duisternis
Ik ga verder, met de hulp van mijn vertaler, met het zien van patiënten uit de ‘gele’ rij. De meesten zijn kinderen met koorts, volwassenen met buikpijn, zwangere vrouwen, minderjarigen met schurft. Het is een drukke dag, zoals elke dag; er zijn veel mensen te zien. Zodra de zon ondergaat voel ik altijd de sfeer bij triage en binnen de kliniek veranderen. Ik voel de wanhoop en vijandigheid, die niet altijd zichtbaar is maar wel aanwezig is in mijn achterhoofd. Omdat er geen elektriciteit is in het kamp, is de duisternis buiten overweldigend. Onze kliniek is afhankelijk van het elektriciteitsnet, dat regelmatig uitvalt, en we vervolgen onze consultaties bij het licht van hoofdlampen en lampen op batterijen. 

Een heel gezin wordt naar binnen gesleept, twee van de vier kinderen bewusteloos en een verwarde vader, roepend over ‘brand’. Blijkbaar gingen ze naar een naburige tent waar een vuur was aangestoken voor warmte na zonsondergang, en zijn ze langere tijd blootgesteld aan koolstofmonoxide. We beginnen de kinderen die niet reageren zuurstof te geven uit onze draagbare cylinders, wikkelen de kinderen in nooddekens en bellen de ambulance terwijl we de anderen onderzoeken. We hebben maar twee zuurstoftanks dus rouleren we ze op basis van behoefte. Om veiligheidsredenen rijdt de ambulance na zonsondergang niet het kamp in naar de kliniek (slechts een korte afstand van de hoofdingang van het kamp) tenzij het extreme spoedgevallen zijn, dus we rennen met de kinderen naar de ambulance als die arriveert, verbinden hun maskers met de zuurstof in de ambulance en sturen hen op weg. Op het moment dat ze in de ambulance liggen komen ze weer bij, zodat we weten dat ze het zullen redden. 

Hun veerkracht en zorg voor hun medevluchtelingen ontneemt me bijna de adem

Herrie die wordt veroorzaakt door een andere ‘rode’ patiënt komt onze kant op van om de hoek van de kliniek. Dit keer worden twee jongemannen, happend naar adem en onder het bloed, binnengedragen door hun vrienden. De jongemannen komen uit de gedeeltes van de niet-begeleide minderjarigen; beiden zijn in de borst gestoken. Eén slachtoffer zoals dit in Londen zou spoedeisende traumazorg krijgen van een gespecialiseerd team, waarschijnlijk in een centrum voor ernstige trauma’s. In Moria is dit niet het geval.

Ik roep vijf doktoren en de spoedverpleegkundige naar de kliniek en we verdelen onszelf in twee teams, met twee vertalers aan elke bedrand. De meeste dokters zijn niet gewend aan steekwonden: BRF heeft nog niet specifiek geworven voor spoedeisende hulpartsen, aangezien we vooral zorg vanuit de kliniek bieden. We hebben eerder deze week als team al wat traumazorg geboden voorafgaand aan een ziekenhuisopname en krijgen bijna dagelijks met steekpartijen te maken, dus gaan we aan het werk om lijnen in te brengen en elke patiënt te evalueren. We hebben nu nog maar één zuurstoftank aangezien we de andere hebben gebruikt op de kinderen met koolstofmonoxidevergiftiging.

BRF dokters uit Nederland en België – Mirjam Wubs, Lisanne Schreuder Goedheijt met vertaler Nourullah Ishaqzi, Lucie Blondé, and Mariëtte de Reeper – werken in het ‘groene’ gedeelte.

We geven voorrang aan de jongen met de steekwond middenin zijn borst, aangezien hij herhaalde aanvallen van ademstilstand lijkt te hebben. Terwijl we wachten tot de ambulance arriveert, begint de andere jongen te gorgelen en stikken. Een van zijn longen waarin hij is gestoken vult zich met lucht en bloed. We verplaatsen de zuurstoftank naar hem, terwijl we het bloeden van de andere jongen stabiliseren, en plannen hoe we beiden op stretchers kunnen weghalen uit de kleine onderzoeksruimte. We gebruiken een naald om de druk op de beschadigde long te verminderen. Het werkt een paar minuten, en dan vult de long zich weer met bloed. We besluiten om de druk op die zijde van zijn torso terug te brengen door een incisie te maken in zijn borstkas. De spanning is weg, voor even. De vertalers – geen medici maar inmiddels gewend aan dit soort spoedgevallen – grijpen zuurstofmaskers, gazen en verband, en knijpen vloeistof naar binnen alsof ze deel uitmaken van een getraind traumateam. Hun veerkracht en zorg voor hun medevluchtelingen ontneemt me bijna de adem. 

Zo gauw de ambulance komt, smeken we hen om naar de ingang van de kliniek te komen om, zodat we de tijd dat de jongens buiten in de vrieskou zijn zo kort mogelijk kunnen houden. Ze gaan akkoord en zelf ook met het meenemen van beide jongens tegelijk – een zeldzaamheid, maar vorige week stierf een jonge man aan een steekwond en we werken samen in de donkere schaduw van die herinnering. We nemen de jongens mee naar buiten in hun nooddekens, voorzien van vloeistoffen en lijnen, op stretchers, in het volle zicht van de patiënten die wachten om gezien te worden in de koude kooi met grindvloer die onze wachtkamer is. Ik ga terug voor een debrief van het team; de vertalers zijn al bezig om het bloed van de vloer, bedden en muren te verwijderen.

We zien de volgende patiënten. We gaan door. Mensen blijven arriveren en we blijven proberen hen zo veilig mogelijk te houden, op welke manier we dat maar kunnen. 

Niet abnormaal
Als onze kliniektijden ten einde zijn wordt de verantwoordelijkheid voor de medische zorg van de patiënten in ons kamp belegd bij een eenzame ‘oorlogsdokter’, die niet door patiënten kan worden gezien tenzij de politie bepaalt dat hun medisch probleem ernstig genoeg is. Afgezien van de levensbedreigende spoedgevallen, wachten ze tot de kliniek om negen uur open gaat. Mensen verzamelen zich in de rij vanaf half zeven ’s morgens om hulp te krijgen. 

Dit is niet abnormaal. Dit is de dagelijkse gang van zaken. De dag erna viel er een 16-jarige jongen, weer vanuit de zogenaamd beveiligde gedeeltes, met het mes nog in zijn rug door de achterdeur van de kliniek. Op de laatste avond dat ik werkte zagen we vier levensbedreigende steekpartijen, inclusief een steekwond in de nek en een open borstkas. We hebben ze allemaal onderzocht en gestabiliseerd en naar het ziekenhuis gekregen. Voor zover mij bekend zijn al deze patiënten nog in leven. 

Er is nu al tweeënhalve maand geen elektriciteit in het kamp. We weten dat er een directe relatie is tussen licht en misdaad – mensen hebben gevraagd om een einde aan deze duisternis. Het heeft niet zo mogen zijn. 

Een jongen loopt over een provisorische loopbrug boven een greppel met vuilnis in een gedeelte buiten kamp Moria.

De gebieden voor niet-begeleide minderjarigen en kwetsbare vrouwen bestaan uit afgeschermde gedeeltes met daarbinnen slaapcabines, afgesloten in een veilig deel vlakbij de politie en bij de gedeeltes voor net aangekomen vluchtelingen. Ze zijn onderbezet qua personeel. Beveiligers doen hun best om de kwetsbaarsten veilig te houden, maar omdat verveling en geweld zoveel voorkomen, met medewerkers die vaak niet dezelfde taal spreken als de vluchtelingen, worden toezicht en zorg opgerekt, en blijven problemen uit de hand lopen. Met beperkte ruimte en een oneindig aantal steeds kwetsbaardere groep mensen die aankomen, waaronder veel minderjarigen en vrouwen die alleen wonen buiten de secties, lopen ze risico op misbruik, geweld en stelselmatige tekortkomingen. 

Moedeloosheid en wanhoop
De verveling in het kamp is gekmakend en het asielproces is ondoorzichtig. Zelfs zij onder ons met contacten in andere NGO’s en met advocaten komen er niet uit. Gedurende mijn tijd daar werd een van onze kalmste, loyaalste en indrukwekkendste vertalers gearresteerd na een tweede afwijzing; hij werd zonder papieren en zonder advocaat gedeporteerd. Het is ons nog steeds niet gelukt om met hem in contact te komen. We weten niet waar hij is en we kennen de details van zijn afwijzing niet. We weten dat hij niet veilig zal zijn als hij terug is in Afghanistan. Dit soort dingen zingt rond in het kamp, en draagt bij aan het gevoel van moedeloosheid en wanhoop. En de gekte duurt voort. 

Het lijden is tastbaar, de hopeloosheid verraderlijk, het gevoel van verlatenheid allesverterend. Ik heb hier niets speciaals gedaan. Ik ben gekomen om vrijwilligerswerk te doen, zoals velen voor mij hebben gedaan en velen zullen blijven doen terwijl ik terugkeer naar mijn huis, waar ik centrale verwarming heb, normaal eten dat ik zelf kan kiezen, en mijn vrijheid – en dit is me allemaal gegund door het geluk dat ik bij mijn geboorte had.

Vluchtelingenkamp Moria is op een breekpunt; de situatie staat op het punt om te imploderen. Dat zal naar binnen toe gebeuren, schade toebrengend aan de kwetsbaarste mensen in de wereld. De implosie zal waarschijnlijk een kleine rimpel veroorzaken in een explosie naar buiten, en dan vergeten worden. De wereld blijft haar rug toekeren. We moeten het gesprek wederom aangaan, we moeten zorgen dat we verantwoordelijkheid nemen voor onze medemensen. Ik heb geen oplossing, maar ik wil een stem geven aan deze zwijgende mensen, en hoop dat er een willend oor is, bereid om te beginnen met luisteren.

Dit artikel schreef onze vrijwilliger Annie Chapman voor de Britse krant The Guardian. Het originele artikel vind je hierVertaling: Karen Visser.

Categorieën
Artsen zonder grenzen Nieuwsbericht Ontwikkelingshulp

Wij gaan meer mensen helpen in Syrië

De kampen waar deze mensen leven zijn overvol en de noden zijn enorm groot. Ook verhoogt deze situatie het risico op via water overdraagbare ziekten. Mensen die de afgelopen weken zijn aangekomen, hebben moeite om überhaupt onderdak te vinden. Mensen hebben dringend behoefte aan basismiddelen zoals matrassen, dekens, winterkleding en spullen om zichzelf, hun kleding en potten en pannen te wassen.

Categorieën
Artsen zonder grenzen Nieuwsbericht Ontwikkelingshulp

Groot aantal spoedeisende patiënten na afschuwelijke bombardementen Idlib, Syrië

‘Deze afschuwelijke en willekeurige campagne van bombardementen en luchtaanvallen kan alleen maar uitgevoerd zijn door het Syrische leger en haar bondgenoten’, zegt Meinie Nicolai van Artsen zonder Grenzen. ‘We weten niet wat we moeten doen om ze te laten ophouden met dit soort aanvallen en hoe we ze ertoe aan kunnen zetten zich te houden aan het internationaal humanitair recht en het oorlogsrecht. We hebben de strijdende partijen in het Syrische conflict, hun bondgenoten en de VN-Veiligheidsraad al een aantal keren opgeroepen alles te doen om deze schendingen te stoppen. We herhalen deze oproep, met de hoogste graad van urgentie. Burgers en voorzieningen voor burgers moeten worden beschermd. Onze oproep om het oorlogsrecht te respecteren geldt ook voor de oppositiegroepen, het Turkse leger en haar bondgenoten, waaronder Rusland, de belangrijkste bondgenoot van de Syrische regering.’

Categorieën
Mensen in nood Nieuwsbericht Stichting Vluchteling

Meer dan 900.000 Syriërs op de vlucht voor oplaaiend geweld

Stichting Vluchteling maakt zich ernstig zorgen over het oplaaiende geweld in het noordwesten van Syrië. Inwoners slaan massaal op de vlucht of zitten vast tussen de gevechten. Meer dan 900.000 inwoners van de provincies Idlib en Aleppo zijn sinds begin december op de vlucht geslagen. Stichting Vluchteling komt nu in actie in de regio Idlib.

Sinds het begin van het conflict in 2011 zijn al meer dan 6,1 miljoen mensen op de vlucht geslagen in eigen land. Daarnaast zijn ruim 5 miljoen mensen naar het buitenland gevlucht, de meesten naar een land in de regio. Op dit moment zijn 13 miljoen Syriërs (65% van de bevolking) afhankelijk van hulp.

Oplaaiend geweld in Idlib en Aleppo

In het noordwesten van Syrië probeert het Syrische regeringsleger met steun van Rusland de provincie Idlib te heroveren op de rebellen. In het gebied zitten naast rebellengroepen ook tal van mensen die de jarenlange strijd in de rest van het land zijn ontvlucht. Bij elkaar zitten volgens de VN zo’n 3 miljoen mensen vast in Idlib, waar steden en dorpen zwaar worden bestookt. Turkije vreest dat opnieuw veel vluchtelingen naar Turkije komen, terwijl het land al meer dan 3,5 miljoen Syriërs opvangt.

Stichting Vluchteling helpt

Met een bijdrage van ruim 550.000 euro vanuit de Dutch relief Alliance zal Stichting Vluchteling 30.896 ontheemden in de regio Idlib van hulp voorzien. Het gaat hier om medische zorg, ziekenhuisopnames en noodkraamzorg en het uitdelen van cashtransfers, waarmee ontheemden zelf hulp kunnen inkopen. Stichting Vluchteling is al sinds 2012 actief in Syrië.

Meer dan 900.000 inwoners zijn op de vlucht. Zij hebben dringend hulp nodig. Stichting Vluchteling helpt, maar we kunnen dit niet alleen. We hebben jouw hulp nodig.

 

Categorieën
Rode Kruis

Syriërs lijden onder escalerend geweld

Het Rode Kruis maakt zich zorgen over het toenemende geweld in het noordwesten van Syrië. De bevolking slaat massaal op de vlucht of zit vast tussen de gevechten. 

Afgelopen week laaide het geweld op aan de westelijke rand van de stad Aleppo, op het omringende platteland en in de regio Idlib. De impact van het geweld op burgers is verwoestend: er vallen dodelijke slachtoffers, mensen raken gewond, en in de eerste vijf weken van het jaar sloegen al 250.000 mensen op de vlucht.

Humanitair oorlogsrecht

Veel Syriërs zitten klem tussen de gewelddadigheden en kunnen geen veilige plek vinden. In Idlib zitten de opvangcentra vol. Hulpverleners kunnen de vraag naar hulp steeds minder goed aan. Als hoeder van het humanitair oorlogsrecht roept het Rode Kruis de strijdende partijen op om burgers te sparen en te voorkomen dat medische faciliteiten worden geraakt.

Wat doet het Rode Kruis?

Het Rode Kruis helpt in Idlib en Aleppo met eerste hulp en ondersteunt ziekenhuizen in de regio. Ook zijn er in de westelijke regio van Aleppo drie mobiele klinieken ingezet om mensen die gevlucht zijn uit Idlib medische hulp te verlenen. In de stad Idlib verzorgde het Rode Kruis de afgelopen maanden 10.000 maaltijden per dag voor ontheemden.

Overvolle opvangplekken

Het Rode Kruis ziet dat mensen moeten slapen in overvolle opvangplekken. Voor sommigen is geen plaats, zij moeten dagen slapen in de buitenlucht. In de nacht daalt de temperatuur regelmatig onder het vriespunt. “Er zijn mensen die al voor de vierde of vijfde keer moeten vluchten”, aldus Lorenzo Redalie, hoofd van het Rode Kruis in Aleppo. “Ze kunnen geen veilige plek meer vinden en slapen in de buitenlucht in de kou, ze hebben geen voedsel voor hun kinderen en hebben medische hulp nodig.”

Kinderen niet naar school

In sommige delen van Idlib is elektriciteit een probleem, ook is er een tekort aan brandstof. Door deze situatie is het nauwelijks mogelijk om plekken te verwarmen. Het publieke leven ligt stil, sinds april kunnen ziekenhuizen niet meer alle zorg bieden en zijn scholen aan beide zijden van de frontlinie niet meer open. De 250.000 scholieren in de regio kunnen niet meer naar school.