Categorieën
Amnesty International

Honderden Rohingya komen in Indonesië aan land na zeven maanden op zee

Op 7 september werden bijna 300 Rohingya-vluchtelingen gevonden op het Ujong Blang-strand op Atjeh. Lokale vissers hadden hen na zeven maanden rondvaren van zee gered. Het toont wederom de noodzaak voor reddingsoperaties vanuit de Indonesische autoriteiten.

Amnesty sprak met een lokale medewerker van een ngo die vertelde dat de 102 mannen, 181 vrouwen en 14 kinderen zeven maanden op zee waren geweest. Zo’n dertig mensen zijn tijdens de reis omgekomen en in zee gegooid. De vissers hebben na overleg met de autoriteiten de mensen van zee gered. Bij eerdere gevallen weigerden de autoriteiten mensen aan land te laten komen, en stonden ze dit slechts toe na protesten vanuit de lokale gemeenschappen.

‘Rohingya-vluchtelingen zetten nog steeds alles op het spel in hun zoektocht naar veiligheid’, zegt Usman Hamid, de directeur van Amnesty International Indonesië. ‘Uit hun getuigenissen blijkt maar weer eens hoe gevaarlijk deze boottochten zijn. Overlevenden vertelden hoe tientallen mensen van de groep die vandaag is gered, omkwamen.’

Autoriteiten moeten deze mensen redden

‘Het is schokkend dat de Indonesische autoriteiten deze mensen laten redden door lokale vissers. De overheid, en niet individuen, hadden deze levens moeten redden. De Indonesische overheid moet er nu voor zorgen dat de geredde mensen de bescherming krijgen die ze verdienen. Daaronder vallen voedsel, onderdak en gezondheidszorg – ook bescherming tegen corona. Ze moeten de lokale autoriteiten helpen met de opvang van deze vluchtelingen.’

Het is van belang dat deze reddingsacties op regionaal niveau worden georganiseerd. We roepen de Indonesische autoriteiten op om een regionale dialoog op te zetten om dit te regelen. ‘Door hun gebrek aan actie, hebben regionale leiders onze wateren in een begraafplaats veranderd’, zegt Usman Hamid.

Opvang voor de Rohingya

Twee van de mensen die werden gered waren ziek en zijn naar een lokaal ziekenhuis gebracht. De rest van de groep is overgebracht naar een opvangplek waar Rohingya leven die eerder van zee werden gered. De Indonesische overheid heeft beloofd honderden opvangplekken te verzorgen voor Rohingya-vluchtelingen in Lhokseumawe, de gemeente waar de vluchtelingen aan land kwamen. Ook werkt de regering samen met de VN Hoge Commissaris voor Vluchtelingen en de IOM (International Organization for Migration).

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/honderden-rohingya-komen-in-indonesie-aan-land-na-zeven-maanden-op-zee

Categorieën
Amnesty International

Rechtbank Maleisië trekt straf stokslagen Rohingya in

Een Maleisische hoge rechtbank heeft de straf van stokslagen voor 27 Rohingya-mannen ingetrokken. De mannen waren elk veroordeeld tot een gevangenisstraf en drie stokslagen, omdat zij immigratiewetten overtraden.

‘Het besluit draait een wrede en inhumane straf terug, die nooit opgelegd had mogen worden’, zegt Rachel Chhoa-Howard van Amnesty International. ‘Dit nieuws is zeer welkom, maar de 27 mannen in kwestie zitten nog steeds gevangen. Net als tientallen andere Rohingya-vluchtelingen, onder wie vrouwen en kinderen. Dat terwijl ze niets anders deden dan vluchten voor vreselijke vervolging in Myanmar.’

Laat Rohingya-vluchtelingen vrij

De regering van Maleisië moet alle gevangen Rohingya-vluchtelingen vrijlaten. Zij zijn onwettig eruit gepikt en veroordeeld voor zogenaamde ‘immigratie-overtredingen’, wat ingaat tegen internationale wetgeving. Honderden andere Rohingya die vastzitten in detentiecentra in Maleisië moeten ook worden vrijgelaten. Zelfs voor de coronapandemie was detentie voor immigratiezaken slechts bij uitzondering toegestaan. In de huidige pandemie, waarbij de kans op besmetting in gevangenissen groot is, is zo’n detentie nooit te rechtvaardigen.

Achtergrond

In april 2020 kwam een groep van honderden Rohingya in Maleisië aan land, na lange tijd op zee te zijn geweest na hun vlucht uit Myanmar. Van deze groep werden veel mensen veroordeeld tot gevangenisstraffen voor ‘immigratie-overtredingen’. Zo ook 27 mannen. Naast een celstraf kregen zij ook stokslagen opgelegd. Op 22 juli 2020 trok de rechtbank van Alor Setar deze stokslagen weer in. Volgens de rechtbank zijn de Rohingya vluchtelingen, die Myanmar zijn ontvlucht vanwege de situatie in Rakhine Staat. De rechtbank haalde ook het non-refoulement-principe aan, en stelde dat de Rohingya vanwege vervolging in Myanmar niet kunnen worden teruggestuurd.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/rechtbank-maleisie-trekt-straf-stokslagen-rohingya-in

Categorieën
Amnesty International

Maleisië: Rohingya-vluchtelingen kunnen stokslagen krijgen

In april kwamen honderden Rohingya-vluchtelingen uit Myanmar aan land in Maleisië. Van deze groep worden 31 mannen gestraft vanwege ‘immigratie-overtredingen’. Twintig van hen kunnen hiervoor stokslagen krijgen.

De autoriteiten van Maleisië moeten afzien van hun plannen om stokslagen te geven aan ten minste twintig Rohingya-mannen. Deze mannen worden slechts gestraft voor hun zoektocht naar veiligheid. De Maleisische overheid moet alle andere Rohingya-vluchtelingen – onder wie vrouwen en kinderen – die gevangenzitten voor ‘overtreding van de immigratieregels’, vrijlaten. Dit druist in tegen internationale wetgeving.

De autoriteiten van Maleisië stonden in april 2020 een boot met honderden Rohingya toe aan land te komen. De 31 mannen werden in juni veroordeeld vanwege overtredingen van de Immigratiewet 1959/63 en kregen gevangenisstraffen van zeven maanden opgelegd. Ten minste twintig van hen kregen ook drie stokslagen elk opgelegd.

‘Het plan om de Rohingya-vluchtelingen te slaan is niet alleen wreed en onmenselijk, het is ook niet toegestaan volgens internationale standaarden’, zegt Rachel Chhoa-Howard van Amnesty International. ‘Het toebrengen van zo’n gewelddadige straf als stokslagen is een vorm van marteling.’

De Rohingya die gevangenisstraffen kregen en nu mogelijk stokslagen, waren allen op de vlucht voor vervolging en misdaden tegen de menselijkheid in Myanmar. Daarnaast overleefden ze een gevaarlijke zeereis naar Maleisië op zoek naar veiligheid. Deze aanpak van Maleisië is gruwelijk en inhumaan.

Ook kinderen vast

Naast de 31 mannen zijn ook negen vrouwen veroordeeld tot zeven maanden celstraf op basis van soortgelijke aanklachten: het binnenkomen en verblijven in Maleisië zonder een geldige werkvergunning. Veertien kinderen zijn ook aangeklaagd, en gaan mogelijk ook naar de gevangenis. Mensen die illegaal in Maleisië verblijven, kunnen boetes, zes stokslagen krijgen en een gevangenisstraf van vijf jaar. De honderden andere Rohingya die met dezelfde boot kwamen, zitten volgens berichten vast in detentiecentra.

Ieder mens, ongeacht zijn migratiestatus – heeft het recht op vrijheid, en niemand zal worden onderworpen aan willekeurige arrestatie of detentie. En kinderen mogen nooit worden vastgezet vanwege immigratieredenen.

Een voorbeeld stellen

De autoriteiten van Maleisië lijken deze vluchtelingen tot voorbeeld te willen maken om anderen af te schrikken. De regering moet de rechten waarborgen van alle vluchtelingen die veiligheid zoeken, dat is de verplichting van iedere staat onder internationale wetgeving. Als Maleisië dit niet doet, moet de internationale gemeenschap, waaronder de Verenigde Naties, de overheid ter verantwoording roepen.

Maleisië schept al langer op over de wijze waarop het leger vluchtelingenboten terug de zee op stuurt. In juni zou de regering van plan zijn geweest een boot vol Rohingya-vluchtelingen naar zee terug te sturen. Op 14 juli 2020 gaf premier Muhyiddin Yassin aan dit toch niet van plan te zijn.

De Maleisische autoriteiten moeten er alles aan doen om Rohingya te beschermen en hen waardig behandelen. Ook andere ASEAN-landen moeten ingrijpen en deze verantwoording delen. Dit is urgent, want honderden Rohingya zouden nog op zee zijn en lopen – na een reis van maanden – het gevaar om te komen van de honger.

Achtergrond Rohingya

Sinds het begin van 2020 kwamen zo’n 1.400 Rohingya vast te zitten op boten in de Zee van Andaman en de Baai van Bengalen, nadat ze uiterst gevaarlijke reizen ondernamen om vervolging in Myanmar en zware levens in vluchtelingenkampen in Bangladesh te ontvluchten.

In april stonden de autoriteiten van Maleisië 220 Rohingya toe aan land te komen in Langkawi. Andere boten werden door de kustwacht en het leger terug de zee opgestuurd en zijn naar Bangladesh teruggegaan. De autoriteiten van Bangladesh hebben de mensen aan land genomen en sommigen van hen op het eiland Bhashan Char gezet. Daar hebben de mensen beperkte toegang tot hun familie, humanitaire hulp en bescherming.

In juni stond Maleisië een boot met 269 Rohingya toe aan land te komen nadat de motor was uitgevallen. Op deze boot waren veel mensen om het leven gekomen. Onder hen een vrouw, wier lichaam op de boot gevonden werd.

Stokslagen zijn marteling

Amnesty International publiceerde eerder al over hoe lijfstraffen in Maleisië een vorm van marteling zijn. Tijdens de uitvoering van stokslagen die het lich met een snelheid van wel 160 kilometer kan raken, lopen de slachtoffers wonden op, omdat de rotan stokken in hun vlees snijden. De slachtoffers vallen hierbij vaak flauw van de pijn. Weken of zelfs jaren na dato lijden de mensen nog steeds, zowel door lichamelijke problemen als door psychisch trauma. Volgens internationale mensenrechtenwetgeving zijn alle vormen van lijfstraffen verboden. Zij maken inbreuk op het absolute verbod op marteling en andere wrede, onmenselijke en vernederende straffen.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/maleisie-rohingya-vluchtelingen-kunnen-stokslagen-krijgen

Categorieën
Dokters van de Wereld

Twee jonge Rohingya’s over leven in een vluchtelingenkamp: “Soms is het moeilijk de dromen te herinneren die ik als kind had”

Ruim een miljoen ontheemde Rohingya verblijven al jaren in vluchtelingenkampen in Bangladesh. Zij ontvluchtten hun thuisland Myanmar waar ze hun leven niet meer zeker waren. In de kampen zijn onder andere teams van Médicins du Monde Japan (MdMJ) actief. Zij proberen de vluchtelingen te helpen met voorlichting, educatie en projecten voor kinderen. Dat het leven erg zwaar en eentonig is voor de bewoners blijkt uit de verhalen van Jisma en Jonnat, twee Rohingya jongeren.

Jisma en haar familie ontvluchtten Myanmar in augustus 2017: “Ik ben een vluchteling en ik woon in een vluchtelingenkamp. Soms is het moeilijk om de dromen te herinneren die ik als kind had. Ik kwam met zes familieleden naar Bangladesh, we komen uit een dorp in Buthidaung Township in Myanmar. We leven met zeven mensen in een kleine hut die niet eens een apart slaapgedeelte heeft. Mijn dag begint met opstaan om 5 uur en 20 minuten sporten. Daarna doen we het eerste gebed van de dag en help ik mijn moeder met het ontbijt. Om 9.20 uur ga ik aan het werk tot 16.00 uur. ’s Avonds studeer ik.”

Vrijwilligerswerk

Jisma doet vrijwilligerswerk bij MdMJ in het kamp. Haar taak als ‘volunteer youth educator’ is om bewoners van het kamp informatie te verschaffen over onder meer gezondheidszorg en hygiëne. “Sinds mei 2019 werk ik als vrijwilliger voor Médecins du Monde Japan. Ik reis rond in het kamp en voer outreach-activiteiten uit. Het is niet altijd even makkelijk om de mensen te bereiken, maar het werk geeft me een doel, een missie. Toch blijft het zwaar om aan het eind van de dag uitgeput terug te moeten keren naar een overvolle schuilplaats, waar zelfs rusten moeilijk is. Als het warm is, wordt het te heet om in de hut te blijven. En als het regent, zijn er regelmatig overstromingen en harde wind en kunnen aardverschuivingen optreden.”

Toen Jisma en haar familie Myranmar onvluchtten, zat ze op de middelbare school. Ze moest haar opleiding noodgedwongen onderbreken. “Ik ben nog jong en vrijgezel. Ik kan geen onderwijs krijgen, vooral geen hoger onderwijs, zelfs niet in het kamp”, vertelt ze. “Ook hier staan we voor vele uitdagingen en moeten we strijden voor onze rechten. De kampen hebben speeltuinen en leercentra voor kinderen die worden gerund door steungroepen, maar die voorzieningen zijn niet geschikt voor mensen van onze leeftijd. Net als ik brengen veel jonge Rohingya nu al bijna drie jaar in het kamp door zonder dat ze naar school kunnen.”

Scholing

Jonnat (19) is ook volunteer youth trainer bij MdM Japan. Zijn verhaal vertoont veel overeenkomsten met dat van Jisma. Hij zat in het laatste jaar van de middelbare school toen het noodlot toesloeg. Samen met zijn moeder en broer en twee zusjes vluchtten ze naar Bangladesh. Ze komen uit Boddazza, een dorp in het noordelijke deel van Maungdaw in Myanmar. Jonnat vertelt: “Als moslims mochten wij van de regering van Myanmar geen hoger onderwijs volgen. Er was geen plaats voor de Rohingya om te worden opgeleid, we hadden geen bewegingsvrijheid, geen toegang tot gezondheidszorg. Daarom droomde ik als kind al van studeren in het buitenland. In het vluchtelingenkamp had ik geen werk en maakte ik emotioneel en financieel moeilijke tijden door. Op een dag ontmoette ik mevrouw Akiko en mevrouw Ku van Médecins du Monde Japan (MdMJ) en besloot ik deel te nemen aan hun activiteiten als vrijwilliger.”

Zowel Jisma als Jonnat volgen trainingen van MdM over gezondheids- en gemeenschapsthema’s. Yonnit: ”Dankzij mijn werk voor MdMJ heb ik nieuwe kennis en vaardigheden kunnen opdoen op het gebied van onder meer gezinsplanning, eerste hulp, hygiëne, zorg voor pasgeborenen, voeding, gender gerelateerd geweld, geestelijke gezondheid en gezondheidszorg in het algemeen. Daarnaast kreeg ik ook computerles, ik leerde werken met Microsoft Office, Photoshop en Excel.” Ook Jisma heeft veel geleerd: “Ik ben erg dankbaar dat ik deze kans krijg om te leren. Mijn werk voor MdM Japan en PULSE Bangladesh is nuttig voor de gemeenschap. Als jonge vrouw ben ik erg blij en dankbaar dat ik een rol kan spelen. Ik hoop dat ze hun activiteiten in de toekomst voortzetten en dat ik erbij betrokken kan blijven. In de toekomst wil ik dokter worden.”

Onzekerheid en angst

Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties voorziet de kampen met rijst, bonen en olie, maar het is niet genoeg, volgens Jonnat. “Er is een tekort aan voedsel in het kamp. Om vis of rundvlees te kopen, moet je de rijst en olie die uitgedeeld is verkopen. Vluchtelingen kunnen niet werken omdat ze het kamp niet kunnen verlaten. Rondom het vluchtelingenkamp is een hek geplaatst. Ik ben bang dat de moeilijkheden waarmee ik in Myanmar werd geconfronteerd eindeloos zullen blijven bestaan. We leven nu zonder toegang tot onderwijs en worden omringd door hekken. Het leven in het kamp wordt alleen maar erger. Er zijn zelfs ontvoeringen geweest.” Ook Jisma maakt zich zorgen en voelt zich onveilig in het kamp: “Ik ben altijd bang. De toiletten zijn ver van onze hut verwijderd en in het kamp is het niet veilig. Tot nu toe zijn verschillende vrouwen ontvoerd en nog niet gevonden.”

Beide jongeren snakken naar een normaal, rustig leven, zonder geweld, angst en ontberingen. Een veilige plek voor henzelf en hun geliefden. Jonnat: “We hebben steun van de internationale gemeenschap nodig, zodat we gehoord worden, toegang kunnen krijgen tot onderwijs, het internet, bewegingsvrijheid en medische voorzieningen. Ik wil hier niet meer wonen. Ik wil zo snel mogelijk met waardigheid terugkeren naar Myanmar. Ik zou zo graag willen studeren en later arts willen worden. Heel veel Rohingya hebben hulp nodig, ik wou dat ik hen kon steunen.”

The post Twee jonge Rohingya’s over leven in een vluchtelingenkamp: “Soms is het moeilijk de dromen te herinneren die ik als kind had” appeared first on Dokters van de Wereld.

Dit artikel is afkomstig van de website van Dokters van de Wereld:

Twee jonge Rohingya’s over leven in een vluchtelingenkamp: “Soms is het moeilijk de dromen te herinneren die ik als kind had”

Categorieën
Dokters van de Wereld

Coronavirus bereikt vluchtelingenkamp Rohingya’s in Bangladesh

Meer dan een miljoen gevluchte Rohingya’s leven in het zuiden van Bangladesh in een vluchtelingenkamp. De leefomstandigheden zijn er erg zwaar. De mensen wonen opeenpakt in het overvolle kamp waar het aan alles ontbreekt. Tot overmaat van ramp werd half mei ook de eerste besmetting met het coronavirus in het kamp geconstateerd.

De Rohingya’s worden zwaar getroffen. Ze hebben hun land Myanmar moeten ontvluchten omdat ze er werden vervolgd en hun leven niet zeker waren. Naast dat trauma worden ze in Bangladesh nu geconfronteerd met natuurrampen en infectieziekten, terwijl ze in zeer kwetsbare omstandigheden leven.

Meer dan 20.000 mensen zijn inmiddels in Bangladesh besmet met het virus. In het hele land is een tekort aan medische beschermingsmiddelen en zorgpersoneel. Zo ook in het vluchtelingenkamp. Grote gezinnen wonen er in onderkomens voor een persoon, medische voorzieningen en voorraden zijn ontoereikend en de hygiëne is slecht. Er is geen stromend water en de gedeelde sanitaire voorzieningen verkeren in zeer slechte staat. De verspreiding van infectieziekten in het kamp was sowieso al een grote zorg. Bangladesh gaat het moessonseizoen in en door zware regenval overstroomt de riolering regelmatig, met infectieziekten zoals diarree als gevolg.

De aanwezigheid van het coronavirus in het vluchtelingenkamp heeft een enorme impact op bewoners, lokale gemeenschappen en steungroepen. Sinds april zijn medewerkers van Médecins du Monde Japan (MdM) actief om de vluchtelingen voor te lichten over het voorkomen van infectieziekten. Tot nu toe hebben de teams ongeveer duizend mensen bereikt, voornamelijk ouderen en mensen met een handicap. Maatregelen om verspreiding van infecties te voorkomen worden ingevoerd volgens de WHO-richtlijnen. Alles is gericht op preventie. We zijn ons er terdege van bewust dat als het coronavirus zich verder verspreid in het kamp, het alleen maar moeilijker zal worden voor medisch personeel en supporters van buitenaf om toegang tot het kamp te krijgen.

Akiko Kida, medisch coördinator: “Het gebrek aan medisch personeel en beschermingsmiddelen, de discriminatie en vooroordelen, geruchten en zorgen over het coronavirus in Rohingya-vluchtelingenkampen, dit alles was al een uitdaging. Dat COVID-19 het kamp nu heeft bereikt is weer een extra bedreiging voor de Rohingya. Het brengt deze kwetsbare mensen in een nog moeilijkere situatie. Hoe kunnen we in het kamp vermijden dat ze dicht op elkaar zitten? Zij zijn ontheemd, er is gebrek aan informatie, ze hebben geen bewegingsvrijheid en staan daardoor nog meer bloot aan het risico op infectieziekten.”

The post Coronavirus bereikt vluchtelingenkamp Rohingya’s in Bangladesh appeared first on Dokters van de Wereld.

Dit artikel is afkomstig van de website van Dokters van de Wereld:

Coronavirus bereikt vluchtelingenkamp Rohingya’s in Bangladesh