Categorieën
SOMO

Nederland laat bedrijven die in Palestina het internationale recht schenden ongemoeid

In februari van dit jaar publiceerde de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten een langverwachte lijst van bedrijven die betrokken zijn bij economische activiteiten in illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Op de lijst staan vier Nederlandse bedrijven. Maar tot nu toe ziet de Nederlandse overheid hierin geen aanleiding tot actie

Eindelijk openbaar

De nederzettingeneconomie, het geheel van Israëlische en internationale economische activiteiten in de nederzettingen in bezet Palestijns gebied, is strijdig met internationaal recht en houdt de grove mensenrechtenschendingen die onderdeel zijn van de bezetting alsook de uitbreiding van de illegale nederzettingen in stand. Het beeld is somber. Er wordt niet alleen handelgedreven met illegale nederzettingen, er wordt ook gebouwd op bezet Palestijns land. Tevens zijn Israëlische en buitenlandse bedrijven betrokken bij schendingen van oorlogsrecht, waaronder landonteigeningen en exploitatie van Palestijnse grondstoffen. De militaire bezetting wordt gekenmerkt door wrede handhaving van draconische beperkingen, die ieder aspect van het leven van Palestijnen beheersen. De VN-lijst verschaft inzicht in de vraag, welke bedrijven precies betrokken zijn bij de nederzettingeneconomie. Sinds 2016, toen VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten de opdracht kreeg de lijst op te stellen, tot het moment van verschijnen in februari dit jaar, is er door staten en bedrijven gelobbyd om publicatie tégen te houden. Amnesty International heeft dat proces in détail beschreven.

Nederlandse bedrijven betrokken bij nederzettingen

Er staan vier Nederlandse bedrijven op de lijst van 122 bedrijven: Tahal Group International B.V., Kardan N.V., Altice Europe N.V. en Booking.com. Behalve Booking.com zijn het in feite Israëlische bedrijven, die gevestigd zijn in Nederland, waar ze kunnen profiteren van Nederlandse (belasting)voordelen.  Zij hebben hier dus verantwoording af te leggen voor de gevolgen van hun bedrijfsactiviteiten in Nederland en elders. Het zijn geen kleine jongens. Kardan N.V. is een investeringsmaatschappij die in 2019 65 miljoen euro omzet maakte. Ontwikkelaar van infrastructuur Tahal Group International B.V., draaide in datzelfde jaar 153 miljoen euro omzet. Altice Group N.V. is een telecom- en kabelbedrijf dat in 2019 440 miljoen euro winst boekte.

De vermoorde onschuld

Ondergetekende organisaties schreven de vier Nederlandse bedrijven aan en wezen hen onder andere op hun vermelding op de VN-lijst. Alleen Kardan N.V. reageerde: “We are not familiar with the specific information included in the database. […]  All the projects relate to providing clean water, such as waste water treatment plants, and water supply to residents. As such, the projects of Tahal are sustainable and humanitarian in essence as they aim to provide a basic necessity which is clean water.”

De realiteit? Tahal, gecontracteerd door Israëlisch staatsbedrijf Mekorot, is betrokken bij het onttrekken van water aan bezet Palestijns gebied ten behoeve van Israël en Israëlische kolonisten in de illegale nederzettingen. Booking.com gaat onverdroten door met het verhuren van accommodaties in nederzettingen op bezet Palestijns land.

Lippendienst

Treedt de Nederlandse overheid op? In reactie op Kamervragen over de VN-lijst geven ministers Kaag en Blok keurig het regeringsstandpunt weer: Israëlische nederzettingen in bezet gebied zijn strijdig met internationaal recht. Bedrijfsactiviteiten die bijdragen aan het ontwikkelen of bestendigen van de nederzettingen zijn ‘onwenselijk’ en economische relaties met bedrijven in nederzettingen worden ‘ontmoedigd’. De eigen verantwoordelijkheid van bedrijven wordt benadrukt en actie van regeringswege blijft uit.

Wat kan Nederland wèl doen?

De Nederlandse overheid heeft mogelijkheden te over om bedrijven op het juiste pad te dwingen: eisen dat de bedrijven waarbij het inkoopt mensenrechten respecteren en transparant zijn over de invulling van hun verantwoordelijkheden; elke vorm van steunmaatregelen, belastingvoordelen en dienstverlening afhankelijk maken van naleving van mensenrechtenverplichtingen. Daarnaast zou het Openbaar Ministerie onderzoek kunnen instellen naar de betrokkenheid van de Nederlandse bedrijven bij schendingen van internationaal strafrecht in de nederzettingen.

Palestina als voorbeeld

De VN-lijst is bovendien een blauwdruk voor andere conflictgebieden waar bedrijven de fout in gaan. Wat voor Israël geldt, geldt bijvoorbeeld ook voor Rusland, inzake de Krim, en in andere situaties van bezetting en oorlog. In een context van voortdurende straffeloosheid kan een lijst van medeplichtige bedrijven namen en shamen een effectief middel blijken in de strijd om een einde te maken aan de bezettingseconomie en de mensenrechtenschendingen die daarmee onlosmakelijk verbonden zijn.

In het licht van de Israëlische plannen om meer delen van de bezette Westelijke Jordaanoever te annexeren en de voortdurende mensenrechtencrisis in de bezette gebieden, zijn woorden niet genoeg. De Nederlandse overheid heeft de verantwoordelijkheid om naleving van internationaal recht te bevorderen. Regering, zet nu eens de middelen in om de mooie principes met betrekking tot mensenrechten en bedrijfsleven echt af te dwingen, papieren werkelijkheden zijn er al genoeg.

(Een verkorte versie van dit opiniestuk werd gepubliceerd in De Volkskrant)

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van SOMO:

https://www.somo.nl/nl/nederland-laat-bedrijven-die-in-palestina-het-internationale-recht-schenden-ongemoeid/