Categorieën
Alzheimer Nederland

Onderzoek naar effecten van coronamaatregelen bij alzheimer

Voor onderzoek naar de effecten van coronamaatregelen op mensen met de ziekte van Alzheimer en hun mantelzorgers krijgen het Alzheimercentrum Amsterdam, Pharos en Alzheimer Nederland ruim drie ton subsidie van onderzoeksfinancier ZonMw. Het onderzoek heeft als doel om mensen met dementie weerbaarder te maken tegen de gevolgen van de coronamaatregelen. Alzheimer Nederland zal de resultaten van het onderzoek verspreiden, onder andere via alzheimer-nederland.nl, webinars en Alzheimer Cafés. 

Mensen met dementie en hun mantelzorgers hebben het zwaar tijdens corona. Niet alleen zijn deze patiënten extra vatbaar voor het virus, ook worden de mantelzorgers hard geraakt door de maatregelen. Voor de verpleeghuizen komt langzaamaan steeds meer aandacht. Maar de meeste mensen met dementie wonen thuis, terwijl de zorg en ondersteuning van professionals, vrijwilligers en familie nagenoeg stil viel. De druk op de mantelzorger is hierdoor flink toegenomen. 

Dementievriendelijke maatschappij

Samen met Alzheimer Nederland en Pharos brengen projectleiders Van der Flier en Van Maurik van het Alzheimercentrum Amsterdam in kaart wat de effecten van corona zijn op gedrag en stemming en functioneren van de patiënt, belasting van de naaste en zorgconsumptie. Daarnaast ontwikkelt het team online informatie over het omgaan met de gevolgen van de corona-maatregelen. 

Alzheimer Nederland

Binnen het onderzoek zal Alzheimer Nederland met de onderzoekers van het Alzheimercentrum Amsterdam en expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos via vragenlijsten informatie ophalen bij mantelzorgers. Daarnaast werken we met de onderzoekers aan informatie over het omgaan met dementie in tijden van corona. Zo worden wetenschappelijke bevindingen vertaald naar praktische informatie op dementie.nl en krijgen onze vrijwilligers informatie over de gevolgen van corona en het aanbieden van praktische hulp.

Dit bericht is afkomstig van de website van Alzheimer Nederland:

https://www.alzheimer-nederland.nl/nieuws/onderzoek-naar-effecten-van-coronamaatregelen-bij-alzheimer

Categorieën
Longfonds

Wetenschappelijk tijdschrift publiceert over Longfonds onderzoek

Het onderzoek is gedaan onder mensen die langdurige klachten ervaren na corona. Opvallend is dat de deelnemers veelal jonge mensen (gemiddeld 47 jaar) betreft die voorheen gezond waren en vaak alleen zogenoemd ‘mild COVID-19’ hadden. Bovendien is het merendeel (95 procent) niet in het ziekenhuis opgenomen geweest.

Voor het onderzoek werd een vragenlijst verspreid via de Facebook-groep ‘Coronapatiënten met langdurige klachten’ en een Vlaamse Facebookgroep. Daarnaast werden mensen benaderd via coronalongplein.nl. Meer dan de helft van de 2113 respondenten heeft 80 dagen na de eerste symptomen van het virus nog 6 ernstige klachten. Met name vermoeidheid en benauwdheid worden het meest genoemd. Slechts 0.7 procent van de deelnemers is klachtenvrij.

Resultaten opmerkelijk

“De resultaten uit het onderzoek zijn opmerkelijk, zeker omdat het om een vrij jonge groep mensen gaat die eerder aangaven in goede gezondheid te verkeren”, aldus Ciro-onderzoeker drs. Yvonne Goërtz. “Dit vraagt om meer onderzoek naar hoe vaak dit probleem voorkomt en of de genoemde klachten aanhouden. Ook is het belangrijk dat zorgprofessionals zich bewust zijn dat mensen nog lang een grote verscheidenheid aan klachten kunnen ervaren.”

Mensen serieus genomen

Longfonds is blij met deze aandacht vanuit wetenschappelijke hoek. Longfonds-directeur Michael Rutgers: “Het is belangrijk dat mensen met langdurige klachten na corona gezien, gehoord en geholpen worden. Deze publicatie helpt om ervoor te zorgen dat deze groep serieus genomen wordt. Longfonds blijft deze groep onder andere via coronalongplein volgen. Om ervoor te zorgen dat de (na)zorg na corona voortdurend in ontwikkeling blijft en we meer wetenschappelijk onderzoek kunnen starten.”

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van Artsen zonder Grenzen:

https://www.longfonds.nl/nieuws/wetenschappelijk-tijdschrift-publiceert-over-longfonds-onderzoek

Categorieën
Longfonds

Onderzoek: morfine helpt mensen met ernstig COPD die heel kortademig zijn

Reemers (74) heeft sinds 2002 COPD. Twee jaar geleden werd ze gevraagd om mee te doen aan het onderzoek van kennis- en behandelcentrum Ciro en de Universiteit Maastricht. Aan het onderzoek deden 124 mensen met COPD mee. Van deze groep kreeg de helft van de mensen een placebo, een tablet zonder werkzame stof. De andere helft kreeg morfinetabletten. Ze kregen een lage dosis, dus een kleine hoeveelheid van dit medicijn: maximaal dertig milligram per dag. ‘Nadat ik allerlei testen had gedaan, kreeg ik blindelings een pot tabletten mee. Op vrijdag begon ik er mee. Zaterdag kwam er een zuster langs die mij helpt met aankleden. Die wist niet dat ik aan het onderzoek mee deed. Ze zei: “Ik weet niet wat het is, maar ik merk verbetering bij je.”’

Kwaliteit van leven omhoog

Agnes durfde het zelf eerst niet te geloven. ‘Misschien heb je toch de placebo. Je twijfelt aan je lichaam. Maar het gekke was dat ik in korte tijd zoveel vooruit ging. Echt grote winst.’ Ze neemt nu twee keer per dag een tablet morfine van tien milligram. Hierdoor kan ze onder meer verder lopen en makkelijker praten. ‘Voor de morfine moest ik lang zitten voor ik mijn buikadem weer onder controle had, nu heb ik vlotter mijn adem terug.’

Deze resultaten komen vaker voor in het onderzoek. Want wat blijkt? De kwaliteit van leven van veel mensen met COPD wordt beter van het slikken van deze medicijnen. Het gaat dan om mensen met COPD die al de optimale behandeling krijgen en toch nog erg kortademig zijn. Onderzoeker Cindy van den Berg-Verberkt zegt dat de morfine het gevoel van kortademigheid minder maakt. En juist die kortademigheid zorgt ervoor dat mensen met COPD veel dagelijkse dingen niet meer (goed) kunnen doen. ‘Wij hebben gezien dat als je deze kortademigheid behandelt met morfine, de kwaliteit van leven verbetert.’

Zijn er ook nadelen?

De reden dat morfine niet veel wordt gebruikt, is omdat niet duidelijk was wat de negatieve gevolgen van het medicijn zijn. ‘Artsen zijn, zeker bij mensen met blijvende longziekten, vaak bang voor een negatief effect van morfine op de ademhaling’, zegt specialist ouderengeneeskunde en arts palliatieve zorg dr. Daisy Janssen. Hier hoeven ze niet bang voor te zijn. Uit het onderzoek blijkt dat een lage dosis morfinetabletten niet slecht is voor de ademhaling. ‘Morfine is dan ook een goede extra behandeloptie voor mensen met COPD die ondanks de gebruikelijke behandeling van hun ziekte nog steeds last hebben van ernstige kortademigheid.’

Bijwerkingen kunnen wel voorkomen. De onderzoekers noemen misselijkheid (vooral in het begin) en obstipatie (verstopping van de darmen). Dat is ook het enige minpunt voor Agnes: dat ze wat moeilijker naar het toilet gaat. ‘Maar daar heb ik inmiddels iets voor en het is het mij meer dan waard. Al met al is de morfine voor mij echt een pluspunt.’

Gevolgen op lange termijn nog niet duidelijk

De onderzoekers hebben onderzocht wat maximaal dertig milligram morfine voor effect heeft op mensen met COPD. Ze hebben nu alleen gekeken naar deze gevolgen op korte termijn, en dat pakt dus goed uit. Maar wat de gevolgen zijn van een hogere dosis, of van deze medicijnen over langere tijd, dat is nog niet duidelijk. Onderzoeker Cindy van den Berg-Verberkt: ‘Uit de praktijk blijkt dat de resultaten bij sommige mensen met COPD blijvend zijn. Bij anderen helaas niet. Bij sommige mensen werkt het ook helemaal niet. Waarom die verschillen er zijn, dat is niet duidelijk. Daarvoor is verder onderzoek nodig naar de effecten op de lange termijn.’

Vraag je huis- of longarts

Denk je dat morfine jou misschien kan helpen? Vraag er dan naar bij je huisarts of longarts.

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van Artsen zonder Grenzen:

https://www.longfonds.nl/nieuws/onderzoek-morfine-helpt-mensen-met-ernstig-copd-die-heel-kortademig-zijn

Categorieën
Alzheimer Nederland

Alzheimer Nederland reikt talentprijs ‘Young Outstanding Researcher’ uit aan twee jonge dementie onderzoekers

Alzheimer Nederland kijkt ieder jaar uit naar jonge onderzoekers, die zich door hun bijzondere wetenschappelijke prestaties en de maatschappelijke relevantie van hun onderzoek onderscheiden. De talentprijs ‘Young Outstanding Researcher’ en een bedrag van 100.000 euro is dit jaar door twee jonge onderzoekers gewonnen: dr. Janne Papma, winnaar in de categorie ‘onderzoek ten behoeve van de huidige generatie’ en dr. Susanne van Veluw, winnaar in de categorie ‘onderzoek ten behoeve van toekomstige generaties’.

Papma wil de prijs inzetten voor onderzoek naar het beter herkennen en behandelen van gedragsproblemen bij dementie zoals agressie, onrust en lusteloosheid. Van Veluw wil met haar onderzoek schadelijke eiwitophoping in het brein verminderen om zo dementie te voorkomen of af te remmen.

Stimulans voor veelbelovende onderzoekers

De prijs – die jaarlijks wordt uitgereikt door Alzheimer Nederland – geeft jonge getalenteerde wetenschappers een stimulans in de toekomst onderzoek naar dementie te kunnen blijven doen. Gerjoke Wilmink, directeur van Alzheimer Nederland: ‘In praktijk is het vaak moeilijk een vaste aanstelling te krijgen en eigen onderzoek te financieren. Vele jonge getalenteerde jonge onderzoekers verlaten om die reden het dementie-onderzoek. En dat is heel zonde. Eén op de vijf mensen krijgt dementie, bij vrouwen is dit zelfs één op de drie. Dat maakt onderzoek naar het voorkomen, behandelen en genezen van dementie, maar ook naar het omgaan met dementie, heel hard nodig!’

Selectieproces

De kandidaten voor de talentprijs hebben een uitgebreid selectietraject doorlopen. Ze zijn eerst beoordeeld op hun wetenschappelijke kwaliteit door vooraanstaande collega’s buiten het dementieonderzoek. Uit de vier beste inzenders zijn op basis van een publieksstemming en een jury-presentatie de twee winnaars bepaald.

Twee winnaars

Dr. Janne Papma, gepromoveerd psycholoog en neurowetenschapper en winnaar in de categorie ‘onderzoek ten behoeve van de huidige generatie’ is werkzaam als onderzoeker bij het Alzheimercentrum Erasmus MC. Zij doet onderzoek naar het beter herkennen en het persoonsgericht behandelen van gedragsproblemen bij dementie. ‘Gedragsproblemen die voorkomen bij mensen met dementie, zoals lusteloosheid, onrust of agressie hebben vaak veel impact op de thuissituatie. Ik onderzoek of het bieden van persoonsgerichte behandeling leidt tot een betere kwaliteit van leven voor mensen met dementie en hun familieleden’, geeft Papma aan. ‘Juist in een vroeg stadium van dementie worden deze symptomen niet goed herkend en daardoor niet behandeld. Mijn onderzoek brengt daar hopelijk verandering in’.

Dr. Susanne van Veluw, gepromoveerd neurowetenschapper en winnaar in de categorie ‘onderzoek ten behoeve van toekomstige generaties’ is werkzaam als onderzoeker bij het Leids Universitair Medisch Centrum en Harvard Medical School. Zij doet onderzoek naar de ophoping van schadelijke eiwitten in de hersenen van patiënten met de Katwijkse ziekte en de sporadische variant CAA. Dezelfde eiwitten spelen ook een grote rol in de ziekte van Alzheimer. ‘Met de prijs wil ik onderzoek naar de afvoer van schadelijke eiwitten uit de hersenen stimuleren om zo bloedingen in de hersenen, die vaak gepaard gaan met dementie, te voorkomen. Met name voor vaak jonge mensen, die met de ernstige gevolgen van deze ziekte te maken hebben, wil ik graag iets betekenen’, zegt Van Veluw.

Alzheimer Nederland is trots op de winnaars en verheugd de prijs ‘Young Outstanding Researcher’ uit te kunnen reiken. Wilmink: ‘Deze onderzoekers zetten zich met hart en ziel in voor het onderzoek naar dementie nu en in de toekomst. We zijn ervan overtuigd dat zij een verschil kunnen maken.’

De ‘Young Outstanding Researcher Award’ is door omstandigheden eerder dan op de geplande datum van 21 september (Wereld Alzheimer Dag)  uitgereikt.

Dit bericht is afkomstig van de website van Alzheimer Nederland:

https://www.alzheimer-nederland.nl/nieuws/alzheimer-nederland-reikt-talentprijs-young-outstanding-researcher-uit-aan-twee-jonge

Categorieën
Hartstichting

Landelijk onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen van start

Ongeveer 1 op de 100 baby’s wordt geboren met een aangeboren hartafwijking. Veel van deze kinderen krijgen later in hun leven te maken met hart- of vaatproblemen. Daarom start een groot landelijk onderzoek. Het doel is dat meer mensen met zo’n ‘bouwfoutje’ in het hart gezond oud worden. De Hartstichting en Stichting Hartekind financieren samen het onderzoek. Het gaat in totaal om drie miljoen euro.

Dankzij de betere zorg en operaties op jonge leeftijd, zijn de overlevingskansen van kinderen met een aangeboren hartafwijking sterk verbeterd. Maar later in het leven kunnen hart- of vaatproblemen ontstaan. “De pompkracht van het hart gaat bijvoorbeeld achteruit, of er ontstaan ritmestoornissen”, vertelt kindercardioloog en onderzoeksleider prof. dr. Wim Helbing (Erasmus MC). “We begrijpen nog niet goed genoeg hoe dat kan. Dit kunnen we nu verder onderzoeken, zodat we beter weten wat we ertegen kunnen doen”.

Samenwerking vele experts

Omdat onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen zeer complex is, zijn veel experts nodig bij dit onderzoek. Onder meer wetenschappers, kindercardiologen en hartchirurgen uit Nederland zijn voor dit nieuwe onderzoek bij elkaar gebracht.

Informatie over persoonlijk risico

Het doel is dat patiënten betere informatie krijgen over hun persoonlijk risico op hartproblemen. Dat risico varieert sterk per persoon, want er zijn veel verschillende bouwfouten van het hart die in ernst sterk variëren. Ook het soort operatie dat iemand heeft ondergaan kan dit risico beïnvloeden.

Steeds meer patiënten

Het team wil bereiken dat de gevolgen van aangeboren hartafwijkingen eerder worden herkend, en beter worden behandeld. Dit is belangrijk voor de groeiende groep volwassenen met een geopereerd hart. Naar schatting zijn dit meer dan 40.000 mensen in ons land.

Gegevens samenvoegen

De onderzoekers gaan de huidige database met gegevens over jonge hartpatiënten samenvoegen met de database voor volwassen patiënten. Zo ontstaat veel beter zicht op de langetermijngevolgen van de behandelingen bij jonge kinderen, en kunnen artsen de behandeling beter afstemmen op de specifieke situatie van elke patiënt.

Speciale MRI-beelden

De wetenschappers maken onder andere gebruik van speciale bewegende driedimensionale MRI-beelden (4D-flow-MRI). Zo kunnen ze heel precies onderzoeken hoe de werking van het hart op de lange termijn achteruit gaat.

Video en interviews

Meer informatie over dit onderzoek is te vinden op www.hartstichting.nl/kinderen. De 11-jarige Zinzy vertelt in een filmpje welke impact haar hartaandoening heeft op haar dagelijks leven. Ook staan er interviews met de onderzoeksleiders: prof. dr. Wim Helbing (Erasmus MC, Rotterdam), prof. dr. Jeroen Bakkers (Hubrecht Instituut, Utrecht) en prof. dr. Mark Hazekamp (LUMC, Leiden).

Over de Hartstichting

De Hartstichting werkt samen met wetenschappers, artsen, samenwerkingspartners en vele vrijwilligers aan oplossingen om hart- en vaatziekten eerder op te sporen en beter en sneller te behandelen.

Over Stichting Hartekind

Stichting Hartekind zet zich in voor wetenschappelijk onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen bij kinderen. Het doel is om betere overlevingskansen voor hartekinderen te bereiken, en de dagelijkse kwaliteit van leven te verbeteren.                                                              

Zie: https://www.hartekind.nl/nieuws/consortium

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van de Hartstichting:

https://actueel.hartstichting.nl/groot-onderzoek-naar-aangeboren-hartafwijkingen-van-start/

Categorieën
Hersenstichting

Computerchip in de hersenen van een varken

Vorige week kwam het nieuws naar buiten dat Neuralink, een bedrijf van Elon Musk, een computerchip heeft geïmplanteerd in de hersenen van een varken. Dit experiment met het varken vormt de eerste stap richting genezing van hersenziekten bij mensen, aldus Musk. Neuralink wil draadloze hersencomputerinterfaces bij mensen implanteren. Wat vindt hoogleraar neurowetenschappen Pieter Roelfsema, verbonden aan het Nederlands Herseninstituut, hiervan? En lopen we binnenkort allemaal met chips in onze hersenen?

Hoe kijkt u naar dit nieuwsbericht?

“Het is voornamelijk een interessante ontwikkeling. Het zou in de toekomst vooral wat kunnen betekenen voor patiënten met verlammingsverschijnselen. De claim dat het neurologische aandoeningen als Alzheimer en dementie zou kunnen genezen is onwaarschijnlijk. Daarbij zijn vitale hersencellen afgestorven, die kun je helaas niet meer stimuleren met een computerchip.”

Is het plaatsen van een chip in een dier nieuw?

“Nee, dit soort experimenten worden al vaker gedaan, maar dan voornamelijk bij muizen en apen. We weten dat dit mogelijk is. Het interessante aan dit verhaal is, is dat het is toegepast bij een varken. Dit dier heeft ongeveer dezelfde schedeldikte als een mens, waardoor je een beter beeld krijgt van hoe dit precies in zijn werk gaat.”

Wordt er in Nederland ook onderzoek gedaan naar dit soort experimenten?

“Ja, we doen veel onderzoek op dit gebied. Zo is het NeuroTech-NL consortium opgericht waarin technologen, hersenonderzoekers, artsen en bedrijven samenwerken om nieuwe neurotechnologische oplossingen voor hersenaandoeningen te creëren. NeuroTech-NL kreeg recent een grote cross-over subsidie van NWO van ongeveer 15 miljoen euro om de volgende stappen te kunnen zetten. Met die subsidie zullen we nieuwe neurtechologische oplossingen maken voor mensen die blind of doof zijn, ernstige verlamd zijn of epilepsie hebben“

Wat zijn de vervolgstappen?

“Allereerst moet er gekeken worden of de chips voor langere tijd in het dier kunnen blijven. Bij een patiënt zou er een gat in de schedel geboord worden, waarna een robot de elektroden heel precies in de hersenen plaatst.”

Neuralink gebruikt draden die dunner zijn dan haren om hersenactiviteit op te vangen. Omdat deze buigzaam zijn, moeten ze minder risicovol zijn dan huidige hersenimplantaten. Neuralink diende een verzoek in voor menselijke proeven en lijkt nu goedkeuring te hebben gekregen van de Food and Drug Administration om soortgelijke chips ook in mensen te mogen plaatsen.

Lopen we binnenkort allemaal met chips in onze hersenen?

“Nee, dat denk ik niet. Mocht het experiment bij de varkens goed blijven gaan, dan zouden er nog verschillende experimenten gedaan moeten worden om het voor langere tijd in een persoon te mogen plaatsen. Mocht dat kunnen, dan moeten er daarna nog veel onderzoek worden gedaan hoe de chip gebruikt kan worden bij bepaalde hersenaandoeningen, waarbij mijn indruk is dat de chip van Neuralink eerst getest zal worden in patiënten met verlammingsverschijnselen.”

Neuralink werd mede door Elon Musk opgericht in 2016, en wil draadloze hersencomputerinterfaces bij mensen implanteren. Dit experiment met het varken vormt de eerste stap richting genezing van hersenziekten bij mensen, aldus Musk.

Musk zei dat Neuralink drie varkens had met elk twee implantaten. Bij een van de varkens was het implantaat verbonden met de snuit. De neurale activiteit van het dier was te volgen in een grafiek. De varkens waren ‘gezond, gelukkig en niet te onderscheiden van een normaal varken’, zei Musk.

Foto: Neuralink

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van de Hersenstichting:

https://www.hersenstichting.nl/nieuws/computerchip-in-de-hersenen-van-een-varken/

Categorieën
Hartstichting

Eeuwenoud medicijn verlaagt kans op nieuwe hart- of vaatziekte bij hartpatiënten met 30%

Een ontstekingsremmend medicijn dat al eeuwen wordt gebruikt voor jicht, blijkt hart- en vaatziekten te voorkomen bij patiënten die ooit een hartinfarct hebben gehad of last hebben van vernauwde kransslagaders. Een lage dosis van het medicijn Colchicine verlaagt de kans hierop met 30%. Deze veelbelovende ontdekking presenteren de LoDoCo2 onderzoekers vandaag op het (virtuele) Congres van de European Society of Cardiology (ESC) in Amsterdam en in het toptijdschrift The New England Journal of Medicine. De Hartstichting en ZonMw steunden het onderzoek.

Cardiologen uit Nederland en Australië onderzochten het effect van Colchicine bij 5.500 patiënten die eerder een hartinfarct hadden doorgemaakt of last hadden van vernauwde kransslagaders. De patiënten deden gemiddeld 3 jaar mee aan het onderzoek. De helft van de patiënten kreeg elke dag 0,5 mg Colchicine, de rest een nepmedicijn (placebo). Er traden minder (dodelijke) hartinfarcten op in de met Colchicine behandelde groep. Deze mensen hadden ook veel minder vaak een dotteroperatie nodig. De mensen die Colchicine ontvingen hadden niet meer bijwerkingen dan de mensen die placebo kregen.

Deze onderzoeksresultaten betekenen veel voor het voorkomen van complicaties bij de grote groep mensen die al iets aan hun hart hebben. Dit is een belangrijke prioriteit voor de Hartstichting. In Nederland leven zo’n 1,55 miljoen mensen met een chronische hart- of vaatziekte. Velen van hen hebben ooit een hartinfarct doorgemaakt. Elk jaar komen ongeveer 34.000 mensen in ons land in het ziekenhuis terecht met een hartinfarct.

Medicijn goedkoop en direct beschikbaar

De LoDoCo2 onderzoekers verwachten dat het medicijn snel toegevoegd zal worden aan de standaard behandeling van patiënten met een doorgemaakt hartinfarct of vernauwde kransslagaders. Colchicine is een goedkoop medicijn en is direct beschikbaar, maar nog niet geregistreerd voor de behandeling van chronische hartklachten. Bestaande medicijnen tegen hart- en vaatziekten vormen een belangrijke aanvulling op de inzet van nieuwe geneesmiddelen. Door bestaande medicijnen te gebruiken naast nieuwe geneesmiddelen zijn de zorgkosten beter beheersbaar te houden.

Waarom Colchicine?

Colchicine is een natuurlijke ontstekingsremmer die al eeuwenlang in gebruik is voor de behandeling van aandoeningen zoals jicht. Het wordt gewonnen uit herfsttijloos, een krokusachtig plantje. Hartinfarcten ontstaan door slagaderverkalking, een langdurig proces dat verergert door chronische ontstekingen. Het idee om Colchicine als mogelijk middel tegen hart- en vaatziekten te onderzoeken, ontstond toen artsen zagen dat reumapatiënten die het middel kregen minder vaak hart- en vaatziekten hadden. Vorig jaar toonde onderzoek aan dat een lage dosis Colchicine direct na een hartinfarct hartschade voorkomt. Dit onderzoek toont als eerste aan dat het middel ook bij chronische hartpatiënten een volgende hart- of vaatziekte kan voorkomen.

Over het onderzoek

De resultaten komen voort uit het LoDoCo2 onderzoek (Low-dose colchicine for secondary prevention of cardiovascular disease). Aan het onderzoek werkten cardiologen uit 30 Nederlandse en 9 Australische ziekenhuizen mee. De coördinatie van het onderzoek in Nederland was in handen van de Vereniging Werkgroep Cardiologische centra Nederland (WCN) en in Australië van Genesiscare, WA. ZonMw ondersteunde het onderzoek vanuit het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen. Ook de Australische overheid en vier farmaceutische partners steunden het onderzoek.

Over de samenwerking

Dit initiatief maakt deel uit van een groot samenwerkingsverband tussen de Hartstichting en veertien andere organisaties in het hart- en vaatonderzoek: de Dutch CardioVascular Alliance (DCVA). De partners werken samen en brengen middelen bij elkaar om sneller oplossingen voor hart- en vaatziekten mogelijk te maken.

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van de Hartstichting:

https://actueel.hartstichting.nl/eeuwenoud-medicijn-verlaagt-kans-op-nieuwe-hart--of-vaatziekte-bij-hartpatienten-met-30/

Categorieën
Alzheimer Nederland

Alcohol ‘nieuwe’ belangrijke risicofactor dementie

Eind juli 2020 bracht ‘The Lancet Commission’ een rapport uit over risico’s op dementie. De commissie brengt ongeveer iedere twee jaar een rapport uit over wat er in de wetenschap bekend is over het risico op dementie. Het laatste rapport, waar we eerder aandacht aan schonken, schaart overmatig alcohol gebruik voor het eerst onder de belangrijke risicofactoren. Dit terwijl de negatieve rol van alcohol al veel langer bekend is. Waarom is er nu pas voldoende bewijs?

De commissie zegt dat er voldoende bewijs is dat zwaar drinken (meer dan 3 glazen per dag), een zeer negatief effect heeft op het brein. Ze halen hierbij onder andere een grote Franse studie aan uit 2018, die keek naar ziekenhuisopnames. Daarbij zagen de onderzoekers dat bij mensen met dementie alcoholmisbruik vaak een rol speelde. Dit was vooral erg duidelijk op jonge leeftijd, waarbij de dementie begon voor het 65e levensjaar. Van de ruim 50.000 gevallen van dementie op jonge leeftijd, was meer dan de helft een zware drinker. Ongeveer één derde van de zware drinkers had zelfs last van alcoholmisbruik. Bij deze cijfers is het overigens goed om te beseffen dat het gemiddeld alcoholgebruik in Frankrijk bijna 60% boven het gebruik in Nederland ligt. Maar het geeft goed aan hoe gevoelig het brein is voor overmatig alcoholgebruik. 

Waarom nu?

De Lancet onderzoekers geven aan dat het vaak lastig is om puur naar het effect van alcohol te kijken. Vaak zijn er zaken die er mee samenhangen, zeggen ze. Zo is alcoholgebruik vaak onderdeel van een (sub)cultuur. Het ‘hoort’ in sommige landen bijvoorbeeld bij een maaltijd. Of het is de gewoonte om na het werk wat te drinken. Hierdoor valt het alcoholgebruik vaak samen met andere risicofactoren of juist gezond gedrag. Door dit samenspel was het effect van alcohol altijd moeilijk te berekenen. Maar met de nieuwe studies kon men bepalen dat  zo’n 1% van alle gevallen van dementie  toe te schrijven is aan zwaar alcoholgebruik, van meer dan 3 glazen per dag.

Meer gezondheidseffecten

De Lancet onderzoekers keken alleen naar dementie. Minder alcoholgebruik (gemiddeld 2 of meer glazen per dag), zorgt al voor afname van het geheugencentrum in het brein. Maar ook in lagere hoeveelheden veroorzaakt alcohol gezondheidsproblemen. Zo heeft het onder andere een negatieve invloed op onder meer het risico op beroerte, borstkanker, darmkanker en longkanker. Het advies van de gezondheidsraad is daarom om geen alcohol te drinken of in ieder geval niet meer dan 1 glas alcohol per dag.

Dit bericht is afkomstig van de website van Alzheimer Nederland:

https://www.alzheimer-nederland.nl/nieuws/alcohol-nieuwe-belangrijke-risicofactor-dementie

Categorieën
Longfonds

Veelbelovend onderzoek naar longziekte PAH

Bij PAH groeien de kleine longslagaders langzaam dicht waardoor de bloeddruk in de longen toeneemt. Het hart moet steeds harder gaan werken om het bloed nog naar de longvaten te pompen. Daardoor raakt het hart overbelast. Patiënten worden moe en benauwd en uiteindelijk overlijden ze aan hartfalen. Op dit moment zijn er geen medicijnen die de ziekte echt kunnen bestrijden.

Vroege diagnose

Soms is PAH aangeboren, zoals bij kinderen met een aangeboren hartafwijking. Bij heel jonge kinderen kan een operatie van de hartafwijking de verergering van PAH voorkomen of zelfs omkeren. Als de diagnose te laat wordt gesteld of de operatie vindt te laat plaats, dan is PAH helaas onomkeerbaar.

Snel verouderde cellen

In dit onderzoek ontdekten de wetenschappers dat het genetisch profiel van ratten met onomkeerbare PAH, verhoogde aantallen cellen bevatten die versneld verouderd zijn en die hun normale functie verloren hebben. Doordat deze cellen bovendien continu ontstekingsfactoren uitscheiden, leidt ophoping van deze verouderde cellen tot het verstijven en versneld dichtgroeien van de bloedvaten in de long. De aanwezigheid van verouderde cellen wordt voor het eerst verbonden aan de onomkeerbaarheid van PAH. “Deze resultaten bij ratten met PAH, geven belangrijke nieuwe inzichten in de onomkeerbaarheid van de ziekte bij mensen. Ook kunnen ze worden gebruikt als basis voor een nieuwe behandeling” zegt UMCG-onderzoeker Diederik van der Feen.

Anti-verouderingsmiddel

De onderzoekers vroegen zich af of ze deze cellen ook konden verwijderen om PAH te behandelen. Hiervoor gebruikten ze een experimenteel anti-verouderingsmiddel. In het onderzoek werden, na toediening van dit middel, de longvaten weer doorgankelijk en de bloeddruk in de longen daalde. Bovendien leken er ook nieuwe, gezonde vaten te ontstaan na de behandeling.

Een aantal door Longfonds gesubsidieerde onderzoekers werkten mee aan dit onderzoek. De bevindingen zijn gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Science. 

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van Artsen zonder Grenzen:

https://www.longfonds.nl/nieuws/veelbelovend-onderzoek-naar-longziekte-pah

Categorieën
Epilepsie Fonds

Omgaan met gedragsproblemen door Dravetsyndroom

In Nederland hebben ongeveer 200 kinderen en volwassenen het Dravetsyndroom. Een zeldzame genetische aandoening, waarbij meestal moeilijk behandelbare epilepsie en gedragsproblemen voorkomen. De behandeling is gericht op het verminderen van de epileptische aanvallen. “Maar soms hebben juist de gedragsproblemen meer impact op de kwaliteit van leven”, vertelt klinisch geneticus Eva Brilstra. Het Epilepsiefonds steunt samen met o.a. Stichting Dravetsyndroom een onderzoek van UMC Utrecht naar de factoren die deze gedragsproblemen kunnen versterken of verminderen. Zodat ouders en gezinnen betere ondersteuning krijgen.

Joost Wijnhoud (directeur Epilepsiefonds) en Myra de Groot-Schokker (voorzitter Stichting Dravetsyndroom) feliciteren onderzoeker Eva Brilstra (r)

Epileptische aanvallen en gedragsproblemen

Bij de geboorte zijn kinderen met het Dravetsyndroom meestal gezond. Bijna altijd krijgen ze in hun eerste levensjaar epileptische aanvallen. “Deze zijn lastig met medicatie te onderdrukken”, vertelt Brilstra. “Daarnaast krijgen de meeste kinderen te maken met gedragsproblemen die het sociaal functioneren belemmeren, zoals problemen met aandacht, agressie en teruggetrokken gedrag.”

Onderzoek in drie delen

In het eerste deel van het onderzoek brengen de onderzoekers de aard, ernst en het beloop van de gedragsproblemen in kaart. Brilstra: “In het tweede deel volgen we hoe de kinderen zich in de loop der jaren ontwikkelen, ook als ze volwassen zijn. We brengen in kaart welke factoren de gedragsproblemen bij het kind versterken of juist verminderen.” Daarnaast kijken de onderzoekers naar interne factoren, zoals de frequentie en ernst van de epileptische aanvallen, medicatiegebruik en varianten in het DNA. “Met die informatie zoeken we een geschikte behandeling. En in het derde deel onderzoeken we het effect van de behandeling. Zo willen we de gedragsproblemen laten afnemen en de kwaliteit van leven verbeteren.”

Dit artikel is afkomstig van de website van het Epilepsiefonds:

https://www.epilepsie.nl/nieuws/detail/omgaan-met-gedragsproblemen-door-dravetsyndroom/157