Categorieën
Kansfonds

Alle jongeren een thuis

Thuisloosheid bij jongeren in Nederland

In Nederland leven 12.000 geregistreerde dak- en thuisloze jongeren. Zij zijn een bij uitstek kwetsbare groep. Jong en nog volop in ontwikkeling. Dak- en/of thuisloos zijn wordt vaak geassocieerd met het niet hebben van een dak boven je hoofd en overnachten op straat of in een opvang. Het ligt echter ingewikkelder. Hoewel sommige jongeren inderdaad op straat of in een opvang overnachten, slapen veel jongeren bij vrienden op de bank. Ze noemen zichzelf bankhoppers. Wat beiden gemeen hebben, is dat ze geen eigen huis hebben en worstelen met meerdere complexe problemen tegelijk: schulden, geen opleiding of werk, gebrek aan levensvaardigheden en middelengebruik. De meervoudige problemen van deze jongeren vragen om een integrale aanpak.

Wat heeft Kansfonds al gedaan voor thuisloze jongeren?

In 2014 is Kansfonds een programma gestart voor thuisloze jongeren. In zes jaar tijd zijn 23 projecten gefinancierd die bouwen aan het geloof in eigen kunnen van jongeren en zijn in samenwerking met Instituut voor Publieke Waarden (IPW) innovatieve projecten gestart, die bijdragen aan structurele oplossingen voor jongeren. In dit programma zijn mooie resultaten bereikt. We hebben veel jongeren kunnen helpen, geleerd wat succesfactoren zijn voor projecten, we zijn ondertussen nauw betrokken bij het Actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren van het ministerie van VWS, hebben de problematiek van thuisloze jongeren hoger op de politieke agenda gekregen en hebben veel expertise en netwerk opgebouwd.

Tegelijkertijd verdriedubbelde de afgelopen tien jaar het aantal thuisloze jongeren in Nederland. Het is onmogelijk ons programma een succes te noemen als het probleem alleen maar groter is geworden. Reden genoeg om het vervolg van ons programma over een andere boeg te gooien: met meer ambitie en lef, waarbij we gaan doen wat nodig is om de systemen te veranderen die oplossingen tegenwerken.

Ons ideaal: een thuis voor alle jongeren

Kansfonds heeft de diepgewortelde visie dat elk mens telt. Daaruit vloeit voort dat elk mens het recht heeft op een menswaardig bestaan. Dit is een recht dat altijd blijft bestaan en niet verdiend hoeft te worden. Een recht zonder tenzij of maar. Deze visie wordt ook juridisch gestut door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Vanuit deze visie is ons ideaal: een samenleving waar voor alle jongeren een thuis is.

Wat is een thuis?

Dak- en thuisloze jongeren geven zelf aan dat een thuis meer is dan alleen een dak boven het hoofd. Het is een stabiele plek waar de kwaliteiten en het toekomstperspectief van de jongeren voorop staan. Een thuis betekent voor hen:

  1. Een dak boven het hoofd
  2. Toekomstperspectief (scholing, werk of dagbesteding)
  3. Bestaanszekerheid (inkomen, geen schulden)
  4. Ondersteuning en zorg (één vast contactpersoon, informeel netwerk)
  5. Talentontwikkeling (zelfvertrouwen, ervaringsdeskundigheid)

Ondanks alle goede bedoelingen van overheid en instanties lijkt ons ideaal soms ver weg. De hulp is vaak versnipperd, er wordt nauwelijks samengewerkt en wet- en regelgeving werkt oplossingen tegen. Daarbij wordt de cultuur van onze verzorgingsstaat gevoed door wantrouwen, terwijl deze jongeren juist een plek nodig hebben waar ze zich veilig voelen, waar zij zich mogen laten horen, waar geluisterd wordt en waar vertrouwen is.

Er is heel veel onderzoek gedaan naar waarom het systeem in Nederland er niet in slaagt alle jongeren een veilig thuis te bieden. Maar alleen wijzen op wat niet werkt, leidt uiteindelijk onvoldoende tot verbetering. Wij zijn ondertussen tot de conclusie gekomen dat het bijsturen van het huidige systeem dak- en thuisloze jongeren niet genoeg vooruit gaat helpen. Er is een structurele verandering nodig: een andere manier van denken en doen. Anders blijft het dweilen met de kraan open. Gelukkig zien we steeds meer mensen en projecten die van de gebaande paden afwijken. Wat als we die innovatieve en alternatieve aanpakken niet meer als losse projecten zien, maar als een gezamenlijke poging het systeem te verbeteren?

Wat gaan we doen?

Verandering komt tot stand door een goed functionerend en breed gedragen perspectief te bieden. Dat gaan we doen door op een gestructureerde wijze te laten zien hoe het wél kan. We gaan voorleven wat er nodig is om een thuis voor alle jongeren te realiseren en vertalen dit in toepasbare kennis voor gemeenten, instanties en maatschappelijke organisaties. Zodat ze niet alleen anders gaan denken, maar met een concreet handelingsperspectief ook anders gaan doen. Wij nemen hierin een stimulerende en verbindende rol en doen wat nodig is.

Verandering vindt plaats als er voldoende mensen achter het nieuwe perspectief staan en als dit perspectief betrouwbaar en stevig genoeg is. Daarom nodigen we iedereen uit, die met anders denken en doen een substantieel aandeel kan leveren in het terugbrengen en voorkomen van dak- en thuisloosheid onder jongeren, om zich aan te sluiten bij dit programma: een community of change.

Hoe gaan we dat doen?

We gaan maximaal 15 projecten financieren die werken aan een thuis voor jongeren. We doen deze selectie in samenwerking met voormalig dak- en thuisloze jongeren. Alle projectpartners in dit programma worden opgeleid tot actieonderzoeker. Daarnaast nodigen we ook andere relevante partners op dit thema uit om actieonderzoeker te worden. Actieonderzoek is een methodiek waarbij er constant gereflecteerd wordt op waarom iets wel of niet werkt en waarin belangenbehartiging en beleidsbeïnvloeding een belangrijk onderdeel zijn. Maar dat is nog niet alles.

Soms is er een breekijzer nodig voor het realiseren van een nieuwe oplossing voor een probleem. Iets wat nog niet eerder gedaan is, maar laat zien hoe het wél kan. Super stoere, vernieuwende ideeën die niemand kan of durft te financieren, maar die wel nodig zijn om een verandering te forceren. Denk hierbij aan het verstrekken van een minimahypotheek aan tienermoeders of het laten ombouwen van leegstaande kantoren tot woningen voor jongeren. Wij gaan elk jaar in overleg met jongeren, projectpartners, beleidsmakers, politici en andere stakeholders om zo’n baanbrekend idee mogelijk te maken.

Om een samenleving te realiseren waarin alle jongeren een thuis hebben, zullen we mensen moeten overtuigen en zal beleid moeten veranderen. Dit doen we door samenwerking met strategische partners. Zwerfjongeren Nederland bijvoorbeeld die gespecialiseerd is in de lobby richting gemeenten. IPW die een kei is in het trainen van beleidsmakers tot actieonderzoekers en zo al veel tegenwerkende systemen heeft weten te veranderen. Maar denk ook aan partners als Housing First, waarbij de toewijzing van een woning de start is van een traject waarbij zelfstandig wonen het doel is. En natuurlijk het ministerie van VWS, waar we nu ook al veel mee samenwerken.

Net als onze (project)partners, stelt ook Kansfonds zich tijdens dit programma op als actieonderzoeker. We gaan met dit programma iets heel nieuws en ambitieus doen en een flinke stap verder dan in onze eerdere programma’s. We gaan onze expertise en netwerken koppelen aan wat we in de praktijk tegenkomen. We kijken waarom sommige dingen wel werken en andere niet. Dat betekent dat we niet helemaal kunnen voorzien hoe het programma precies gaat verlopen en er ruimte moet zijn voor aanpassingen om gaandeweg misschien andere keuzes te maken. Maar één ding is zeker: we staan volledig ten dienste van een oplossing voor de problemen van dak- en thuisloze jongeren. Wie doet er met ons mee?

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van Kansfonds:

https://www.kansfonds.nl/nieuws/2020/09/14/alle-jongeren-een-thuis/

Categorieën
Kansfonds

Corona legt structurele armoede genadeloos bloot

Sinds het uitbreken van de coronacrisis zien we om ons heen dat een grote groep mensen nog dieper in de problemen raakt dan ze al zaten: mensen die al in de marge van de samenleving leven en overal tussen wal en schip vallen. Bijvoorbeeld mensen in armoede, dak- en thuislozen en mensen zonder papieren.

Uit het hele land komen noodkreten over mensen die nu niet of nauwelijks meer te eten hebben. Reserves die normaal nog voor handen waren raken op, informele hulp die voorheen geboden werd, viel stil. Ongedocumenteerden die altijd voor zichzelf kunnen zorgen, raken banen kwijt en zien geen mogelijkheid om in hun basale levensbehoeften te voorzien.

Gelukkig zijn sinds het begin van deze crisis in het hele land particuliere initiatieven opgestart om mensen van voedsel te voorzien. In de maanden die volgden zijn twee dingen heel duidelijk geworden: de groep mensen die in armoede leeft en afhankelijk is van noodhulp groeit door de gevolgen van de crisis én er is een hele groep mensen in armoede die nooit bereikt werd door enige vorm van hulpverlening. Door het opstarten van vele vormen van kleinschalige (buurt)hulp kwamen mensen in beeld die tot dan toe onzichtbaar bleven in de hulpverlening. Kortom: de coronacrisis heeft de grootte van het probleem van structurele armoede genadeloos blootgelegd.

Fondsen hebben de handen ineengeslagen

Daags na de toespraak van premier Rutte half maart heeft een aantal fondsen de handen ineengeslagen en samen naar oplossingen gezocht. In eerste instantie door het oprichten van het platform Kleine Coronahulp o.l.v. de Haella Stichting. Een platform waar 23 (vermogens)fondsen aan meedoen, waaronder Fonds 1818 en de Fundatie Santheuvel Sobbe. Inmiddels zijn hieruit al bijna 200 initiatieven gefinancierd. Kansfonds heeft op eigen kracht inmiddels ook al ruim 100 initiatieven gesteund en is in gesprek gegaan met andere fondsen om tot gezamenlijke oplossingen te komen. Stichting RCOAK is half maart ook gelijk van start gegaan met noodhulp in Amsterdam.

‘Er is dringend behoefte is aan structurele oplossingen’

Onderzoek onder maatschappelijke initiatieven naar voedselnood in Nederland

Nu de crisis langer aanhoudt, is het hoogstnoodzakelijk te zoeken naar oplossingen op de langere termijn. Om de reikwijdte van de voedselnood beter in kaart te brengen, hebben bovengenoemde fondsen in samenwerking met SUNN, het Rode Kruis en Voedselbanken Nederland een onderzoek gedaan.

Op dit moment zijn er twee groepen die het hardst geraakt worden:

  1. De groep mensen die net buiten de criteria van de voedselbank vallen. Als het besteedbaar inkomen (na aftrek van vaste lasten) hoger ligt dan 45% van het benodigde minimum, kom je hiervoor niet in aanmerking. Als je dus de helft aan besteedbaar inkomen hebt, kom je niet in aanmerking.
  2. Mensen zonder papieren, met name de groep die altijd wel voor zichzelf kon zorgen door banen in schoonmaak, horeca, sierteelt, en die nu hun hele inkomen zien wegvallen, geen recht op uitkering hebben en ook niet mogen aankloppen bij de voedselbank.

Doel van het onderzoek is om duidelijk te krijgen hoe groot deze groepen zijn, welke groepen er nog ontbreken en hoe de hulpinitiatieven de noden na 1 september 2020 inschatten. Aan het onderzoek namen 110 initiatieven uit het hele land deel.

Belangrijkste conclusies

  • 42% van de mensen die bereikt werden met voedselhulp vallen net buiten de criteria van de voedselbank;
  • 21% van de mensen die bereikt werden zijn ongedocumenteerd (met name arbeidsmigranten die normaal nooit een beroep doen op voorzieningen). In Amsterdam ligt dit percentage veel hoger, op 67%.

Van de 110 organisaties die de enquête hebben ingevuld, geeft de helft aan dat de voedselhulp nog meer dan 9 maanden nodig is en dat een groot deel van hen de fondsen zien als belangrijkste bron van financiering. Daarbij wordt wel opgemerkt dat na de kortdurende fase van noodhulp, er nu dringend behoefte is aan structurele oplossingen. Hierbij wordt duidelijk een rol gezien voor de overheid, zowel landelijk als lokaal.

Voor de fondsen is het duidelijk dat er actie nodig is op:

  1. De structurele problematiek van mensen die net buiten de voedselbank vallen en die zicht op inkomen en andere inkomsten hebben zien wegvallen door de crisis;
  2. Ongedocumenteerden, met name de arbeidsmigranten die tot nu toe buiten beeld waren omdat ze zichzelf konden redden.

Tegelijkertijd willen de fondsen ervoor waken dat er nieuwe afhankelijkheden worden gecreëerd. Daarom wordt er nauw samengewerkt met Voedselbanken Nederland en het Rode Kruis en wordt samenwerking met gemeenten en andere organisaties op lokaal niveau gestimuleerd. Een aantal fondsen heeft nog steeds financiering openstaan voor coronaprojecten. Er vindt coördinatie en afstemming plaats om zo goed mogelijk initiatieven te kunnen beoordelen en ondersteunen.

Wij maken ons grote zorgen om de groep mensen die verder in armoede zakt. De uitkomsten van de enquête zullen we daarom breed onder de aandacht brengen bij gemeenten, het ministerie van SZW en andere stakeholders.

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van Kansfonds:

https://www.kansfonds.nl/nieuws/2020/09/11/corona-legt-structurele-armoede-genadeloos-bloot/