“Mensen zonder hoop voelt als een slag in mijn gezicht”

Afgelopen week trok Arco van Wessel de deur achter zich dicht bij ZOA. Na zes intensieve jaren, waarvan de laatste jaren als Directeur programma’s, maakt hij de overstap naar het onderwijs: vanaf 1 februari is Arco directeur van De Passie Utrecht, een Evangelische school voor voortgezet onderwijs. Een afscheidsinterview. Of niet? “Misschien roept God me ooit weer terug naar het veld.”

Welke ervaring uit je ZOA-tijd draag je altijd met je mee?
“Ik moet gelijk denken aan een weduwe in Zuid-Sudan, die maar een klein bedragje van ons kreeg. De andere ontheemden die ook dat bedrag van acht euro kregen, kochten daar eten voor. Dat stond ze ook vrij. De weduwe had besloten om er riet van te kopen. Ze maakte daar rieten matjes van en verkocht die weer. Zo maakte ze meer van dat bedrag en kon ze bijvoorbeeld haar dak weer repareren.
Wat ik ook nooit zal vergeten is Mosul in Noord-Irak. Ik was er kort na de bevrijding. De schaal van vernietiging daar was enorm. Alles, alles vernietigd. Tegelijkertijd zie je weer auto’s met spullen de noodbrug over de rivier gaan. Mensen willen hun leven weer opbouwen. Onze staf daar is supergemotiveerd om die mensen te helpen. We bouwen huizen, we helpen om bedrijfjes weer op te zetten, onderwijs is heel erg belangrijk. Kinderen die door de bezetting van IS drie jaar geen onderwijs hebben gehad of geïndoctrineerd zijn met de verkeerde dingen. Die getraumatiseerd zijn. Ja, Mosul zal me altijd bijblijven. Maar vooral ook dat wij daar een gigantische impact kunnen hebben door er snel bij te zijn, waardoor we de mensen snel de mogelijkheid geven om hun leven weer op te bouwen.”

Hoop

“Ik hoor graag dat mensen weer hoop krijgen door onze projecten en ons werk. Afgelopen zomer sprak ik een Syrische vluchtelinge in Jordanië. Ik vroeg haar: Wat is jouw hoop voor de toekomst? Ze zei: ik heb geen hoop. Dat was een slag in mijn gezicht. Want als we iets willen brengen is het hoop aan mensen die wij helpen. Dat houdt me dan bezig. Hoe kunnen we zo iemand toch weer hoop bieden?”

Laat je ZOA anders achter dan je het aantrof?
“Dat vind ik een te grote claim. ZOA is wel veranderd maar dat hebben we samen gedaan.”

Noodhulp

“Wat echt veranderd is dat we veel meer focussen op Noodhulp. Vroeger was het hoofdzakelijk wederopbouw. Dat was veel zekerder: de financiering loopt langer waardoor je meer financiële zekerheid hebt. Dat is wat makkelijker managen, minder risicovol. Ga je met echte noodhulp aan de slag dan moet het snel uitgegeven worden, de financiering is kortdurend en dus loop je risico’s. Want je hebt veel mensen in dienst en die moet je gewoon doorbetalen als de financiering afloopt. Dat vind ik het mooie: we hebben niet gekozen voor financiële zekerheid, maar we durven meer risico te nemen om mensen te kunnen helpen die het meer nodig hebben. Het sluit ook aan bij de verwachting van onze donateurs. Want die kennen ons als een echte noodhulporganisatie. Daarin hebben we de afgelopen zes jaar echt een flinke verschuiving gemaakt. Vroeger deed een medewerker ‘noodhulp’ erbij, nu hebben we een hele afdeling. De afgelopen jaren zag je hoe dat gefunctioneerd heeft. We zijn er veel sneller bij als er iets aan de hand is. Denk bijvoorbeeld aan Indonesië waar we in 2018 twee keer snel naartoe gegaan zijn. Daardoor konden we meteen aan de slag om noodhulp te verlenen.”

Bouwen aan vrede

“Inhoudelijk is er ook wat veranderd. Zes jaar geleden waren we bijvoorbeeld nog niet structureel met vredesopbouw bezig. Nu is dat een belangrijke pijler. Als we in een gebied toch al bezig zijn met de fysieke wederopbouw na een conflictsituatie, is het goed om ook te stimuleren dat mensen weer met elkaar kunnen samenleven. Dat zijn dus vredesopbouwprojecten. We hebben nu ook een vredesopbouw-specialist in huis. Het is hard nodig, want in de landen waar wij werken zijn vaak chronische conflicten. We zien dat mensen weer terugvallen in het conflict of in een nieuw soort conflict. We zien ook dat terugkerende vluchtelingen geconfronteerd worden met andere mensen die op hun land of in hun huizen zitten. Dan ligt het volgende conflict weer op de loer. Als wij dan heel bewust zeggen: we gaan proberen om samen te leven in vrede en harmonie, dan voorkom je ook conflicten en pak je de oorzaak van het probleem aan.
Het is heel lastig, maar we boeken kleine resultaten. Het begint op microniveau met ruzies binnen gezinnen. Maar ook tussen boeren die een conflict hebben over hun landgrenzen. Of een ruzie tussen twee stammen. De ene stam doet meer aan veehouderij, de andere aan akkerbouw. De veehouders laten hun koeien op het land van de akkerbouwers lopen. Dat leidt tot ruzie en conflict –  soms wordt dat zelfs gewapend uitgevochten. Wij helpen dan door oplossingen aan te reiken en mogelijk te maken. In het geval van de stammen stellen we voor: je kunt een pad maken tussen de akkers door, met hekken eromheen. Als het nodig is kunnen wij ook meebetalen. Dat lijkt iets kleins, maar het is wel iets tussen twee stammen, wat ook gewapenderhand opgelost had kunnen worden als ze het zelf moesten doen. Dat vind ik echt een mooi element van het werk dat erbij gekomen is.”

Identiteit

Waar zie je de christelijke identiteit van ZOA?
“We slaan waarschijnlijk dezelfde waterput als een niet-christelijke organisatie. Ik zie het vooral in de motivatie. Op bezoek bij ons team in Afghanistan denk ik: dit is zo’n moeilijke situatie om hier te zitten. Weinig bewegingsvrijheid. Het enige dat ze kunnen doen is op hun appartementje zitten en ’s ochtends zo onopvallend mogelijk naar het kantoor en ’s avonds weer zo onopvallend mogelijk naar het appartementje. Dan vraag ik ze: ‘vind je het niet zwaar, zou je niet eens naar een ander land willen?’ Ze antwoorden dan: ‘nee, we hebben het goed hier als team. Het is mooi werk dat we mogen doen.’ ’s Avonds bidden we met het team en dan hoor je waar hun hart ligt: bij de mensen van dat land. Ze hoeven dan niet zo nodig weg naar een land waar het beter of makkelijker is. Daar zie ik onze identiteit. Dat vertaalt zich in trouw en gericht zijn op mensen.”

Je gaat nu het onderwijs is. Is het een definitief afscheid van onze sector, of kom je ooit nog eens terug…?
“Ik had niet verwacht dat ik in het onderwijs terecht zou komen, dus ik weet ook niet wat er in de toekomst gaat gebeuren. Maar… mijn vrouw en ik hebben weleens tegen elkaar gezegd: als de kinderen helemaal onafhankelijk van ons zijn, wie weet gaan wij dan weer terug naar het veld, terug naar het buitenland. Er is zoveel nood in de wereld. Goede kans dat we ons nog een keer geroepen voelen om dat weer te gaan doen. Tegelijkertijd: onderwijs is ook heel boeiend. Juist in deze tijd is het heel mooi om christelijk onderwijs te kunnen geven en bezig te zijn met de vorming van tieners. Het is een voorrecht dat we dit systeem hebben in Nederland. Dus ik ga me daar ook met heel veel plezier op storten. Hoe het dan verder loopt, dat weet ik niet. Ik ben nu natuurlijk voorlopig aan de Passie gecommitteerd. God zal het leiden en dan zien we wel waar we uit komen.”

Zegen

Welke zegen geef je ZOA mee, nu je het achterlaat?
“Dat hier Gods aanwezigheid gevoeld mag blijven. Dat de christelijke identiteit wordt vastgehouden. Dat is wat ik ZOA als zegen zou willen toebidden, dat ze heel dicht bij God blijven, ook als organisatie. Ik heb er alle vertrouwen in , want daar ligt ook het hart van het bestuur, het managementteam en de medewerkers van ZOA.”

Tekst: KlaasJan Baas
Foto: Arco van Wessel op veldbezoek in Myanmar

Fondsen.org
Strandplevier 23
2201 XJ Noordwijk
informatie@fondsen.org
KvK 34160633

%d bloggers liken dit: