Categorieën
Amnesty International

Onwettige annexatieplannen Israël zorgen voor een ‘wet van de jungle’

De Israëlische autoriteiten moeten onmiddellijk afzien van plannen om de bezette Westelijke Jordaanoever verder te ‘annexeren’. Dit is in strijd met internationaal recht en verergert de systematische en al tientallen jaren durende mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen.

Amnesty International roept de internationale gemeenschap op krachtig op te treden tegen de annexatieplannen en tegen illegale Israëlische nederzettingen op bezet gebied.

Annexatie

Volgens het in april gesloten regeerakkoord tussen premier Benjamin Netanyahu en zijn politieke rivaal Benny Gantz kan Israël vanaf 1 juli tot 33 procent van de Westelijke Jordaanoever annexeren, inclusief alle nederzettingen en de Jordaanvallei. De Jordaanvallei is voor de Palestijnen van groot belang omdat het een zeer vruchtbaar gebied is. In geannexeerd gebied gaat het Israëlische recht gelden. Hierdoor wordt het voor Israëliërs gemakkelijker om huizen te bouwen. Voor de Palestijnse bevolking daarentegen versterkt het de bestaande institutionele discriminatie en massale mensenrechtenschendingen die het gevolg zijn van de bezetting.

‘Wet van de jungle’

‘Het internationale recht is glashelder: annexatie is onrechtmatig,’ zegt Saleh Higazi van Amnesty International. ‘De Israëlische plannen illustreren de minachting voor het internationaal recht. Een dergelijk beleid verandert niets aan de juridische status van het gebied en de bewoner – het gaat om een bezetting. Het ontslaat Israël evenmin van de verantwoordelijkheden als bezettende macht. Het grijpt eerder terug naar de “wet van de jungle” die in onze hedendaagse wereld uitgebannen zou moeten zijn.’

Leden van de internationale gemeenschap moeten het internationaal recht handhaven. Zij moeten herhalen dat ‘annexatie’ van welk deel van de bezette Westelijke Jordaanoever dan ook ongeldig is. Ze moeten ook werken aan de onmiddellijke stopzetting van de bouw of uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen en infrastructuur in de bezette Palestijnse Gebieden. Dat moet een eerste stap zijn op weg naar het weghalen van Israëlische burgers die er wonen.

Onrechtmatige ‘annexatie’

Bij de vorming van de huidige coalitieregering kwamen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en zijn politieke tegenstander Benny Gantz overeen dat het kabinet en het parlement vanaf 1 juli kunnen beginnen met het ‘annexeren’ van delen van de bezette Westelijke Jordaanoever.

Annexatie is het aanspraak maken op grondgebied dat met geweld is verkregen. Een dergelijke stap van Israël zou in strijd zijn met het VN-Handvest, het dwingend recht van het internationaal recht en de verplichtingen onder internationaal humanitair recht. Het verbod om met geweld grondgebied in te nemen, is vastgelegd in artikel 2, lid 4, van het VN-Handvest.

‘Apartheid van de 21e eeuw’

Volgens het Israëlisch recht zou een verdere ‘annexatie’ van Palestijns grondgebied een voortzetting zijn van het uitbreiden van het aantal Israëlische nederzettingen. Het zou ook een versterking zijn van het beleid van geïnstitutionaliseerde discriminatie en massale mensenrechtenschendingen waarmee de Palestijnen in de bezette gebieden te maken hebben. Volgens berichten zou het Israëlische voorstel tot annexatie wel 33 procent van de totale oppervlakte van de Westelijke Jordaanoever kunnen omvatten. Tientallen VN-deskundigen uitten hun bezorgdheid omdat het voorgestelde annexatieplan een ‘apartheid van de 21e eeuw’ zou creëren.

Illegale nederzettingen

Israëls beleid om burgers te vestigen op bezet Palestijns gebied en de lokale Palestijnse bevolking te ontheemden blijft in strijd met de fundamentele regels van het internationaal humanitair recht. Artikel 49 van het Vierde Verdrag van Genève luidt: ‘De bezettende macht mag geen delen van haar eigen burgerbevolking deporteren of overdragen naar het grondgebied dat zij bezet’. Het verbiedt ook de ‘individuele of massale gedwongen overdracht, evenals deportatie van beschermde personen uit bezet gebied’.

Oorlogsmisdrijf

Het overbrengen van de burgers van het bezettende land naar het bezette gebied is een oorlogsmisdrijf. Bovendien zijn de nederzettingen en de bijbehorende infrastructuur niet tijdelijk, komen ze de Palestijnen niet ten goede en voorzien ze niet in de legitieme veiligheidsbehoeften van de bezetter. Nederzettingen zijn volledig afhankelijk van de grootschalige toe-eigening en/of vernietiging van Palestijnse particuliere en openbare eigendommen die niet militair noodzakelijk zijn.

‘Nederzettingen worden gebouwd met als enig doel er permanent Joodse Israëliërs op bezet land te vestigen. Dit is een oorlogsmisdrijf volgens internationaal recht en “annexatie” heeft geen invloed op deze juridische bepaling,’ zegt Saleh Higazi.

Achtergrond

Na de derde verkiezingen in tien maanden vormden de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en zijn politieke tegenstanden Benny Gantz op 20 april 2020 een coalitieregering. Ze kwamen overeen dat de Israëlische regering delen van de bezette Westelijke Jordaanoever kan ‘annexeren’, waaronder de Israëlische nederzettingen en de Jordaanvallei. De ‘annexatie’-plannen van Israël volgen op de aankondiging van de zogenaamde ‘overeenkomst van de eeuw’ door de Amerikaanse president Donald Trump. In januari 2020 stelde hij voor om gebieden van de bezette Westelijke Jordaanoever door Israël te laten annexeren.

Amnesty’s oproep

Amnesty International heeft duidelijk gemaakt dat het plan van de regering-Trump de schendingen van de mensenrechten alleen maar zouden verergeren. Daarnaast zou de diepgewortelde straffeloosheid blijven voortduren die decennialang oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de menselijkheid en andere ernstige schendingen heeft aangewakkerd.

De internationale gemeenschap moet ook de zogenaamde ‘deal van de eeuw’ afwijzen, net zoals elk ander voorstel dat de onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk ondermijnt, inclusief het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen. Amnesty roept regeringen ook op om hun volledige politieke en praktische steun te bieden aan het Internationaal Strafhof, aangezien dat hof overweegt of de ‘situatie in Palestina’ onder haar jurisdictie valt.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/onwettige-annexatieplannen-israel-zorgen-voor-een-wet-van-de-jungle

Categorieën
Amnesty International

China, nationale veiligheidswet mag geen middel zijn om angst te zaaien

Het Permanente Comité van het Nationale Volkscongres van China heeft de omstreden veiligheidswet voor Hongkong doorgevoerd. Die wet moet volgens de Chinese autoriteiten de ‘nationale veiligheid’ waarborgen.

‘Het aannemen van de wet is een pijnlijk moment voor de bevolking van Hongkong,’ zegt Joshua Rosenzweig van Amnesty International. ‘Het vormt de grootste bedreiging voor de mensenrechten in de recente geschiedenis van de stad. Vanaf nu heeft China de bevoegdheid om zijn eigen wetten op te leggen aan verdachten in Hongkong.’

Wet om kritiek aan banden te leggen

In Hongkong wordt sinds maart vorig jaar massaal gedemonstreerd tegen de groeiende invloed van China. De nieuwe wet verbiedt het streven naar afscheiding, buitenlandse inmenging en staatsondermijnende activiteiten in Hongkong. De veiligheidswet maakt het mogelijk om mensen die in Hongkong zijn opgepakt over te leveren aan het Chinese rechtssysteem. Onduidelijk is nog hoe ver dat gaat.

Angst regeert

De snelheid waarmee China deze wet heeft doorgevoerd en de geheimzinnigheid die eromheen hangt – het is nog onduidelijk wat er precies in de wet staat – vergroot de angst dat Beijing een repressiemiddel heeft gecreëerd dat kan worden gebruikt tegen critici van de regering, ook tegen mensen die alleen hun mening geven of vreedzaam protesteren.

‘Het feit dat de Chinese autoriteiten deze wet nu hebben aangenomen zonder dat de inwoners van Hongkong inzage hebben gehad, zegt veel over hun bedoelingen,’ aldus Rosenzweig. ‘Hun doel is om vanaf nu in Hongkong de angst te laten regeren.’

De wet kan ook gebruikt worden tegen pro-democratische kandidaten voor de parlementsverkiezingen in september. ‘Bij het implementeren van deze wet moeten de autoriteiten van Hongkong nu strikt en duidelijk voldoen aan hun eigen mensenrechtenverplichtingen. Het is aan de internationale gemeenschap om ze ter verantwoording te roepen,’ zegt Rosenzweig.

Achtergrond

De nationale veiligheidswet zal na ondertekening door de Chinese president Xi Jinping worden vermeld onder bijlage III van de basiswet, de minigrondwet van Hongkong.

Amnesty International heeft grote zorgen die de wet met zich meebrengt voor de mensenrechten. Alle individuen, instellingen en organisaties in Hongkong wordt het verboden ‘deel te nemen aan activiteiten die de nationale veiligheid in gevaar brengen’. De brede en vaag geformuleerde misdrijven zijn separatisme, ondermijning, terrorisme en ‘samenzwering met buitenlandse of overzeese machten’.

Voor het eerst kan Beijing officieel een kantoor in Hongkong opzetten van de nationale veiligheidsdiensten. Op het vasteland van China monitoren, intimideren en zetten dergelijke instanties in het geheim mensenrechtenverdedigers en critici vast. Er zijn veel aanwijzingen dat zij worden mishandeld en gemarteld.

Hongkong en China beweren dat de wet nodig is om de dreiging van ‘terrorisme’ tegen te gaan. De protesten van het afgelopen jaar verliepen echter hoofdzakelijk vreedzaam.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/china-nationale-veiligheidswet-mag-geen-middel-zijn-om-angst-te-zaaien

Categorieën
Free Press Unlimited

Onafhankelijke journalistiek en media in nog zwaarder weer sinds COVID-19

Begin april uitten we al onze grote zorgen over de effecten van COVID-19 op media en journalisten wereldwijd. De gezondheidscrisis heeft de situatie van journalisten die al kwetsbaar waren in veel gevallen nog verder verslechterd. Sinds het begin van de pandemie is de druk op journalisten toegenomen; door veel overheden zijn noodmaatregelen versneld ingevoerd, en de toegang tot informatie werd nóg verder ingeperkt. Twee maanden later bevindt de onafhankelijke media zich in een crisis: de onderdrukking is verder doorgevoerd en het is maar de vraag of de onafhankelijke journalistiek COVID-19 (financieel) overleeft.

Het belang van betrouwbare informatie

Toegang tot betrouwbare informatie is in tijden van crisis cruciaal, want op tijd toegang hebben tot betrouwbare en feitelijke informatie kan letterlijk levens redden. In deze gezondheidscrisis is het belangrijker dan ooit dat het beleid van overheden kritisch tegen het licht wordt gehouden. Toch wordt het steeds moeilijker om dit te doen doordat in veel landen de druk op de media en journalisten drastisch toeneemt.

Faillissementen in de mediasector

Veel onafhankelijke journalisten en mediahuizen staan daarnaast op de rand van faillissement omdat een groot deel van hun inkomsten uit advertentieruimtes komt te vervallen. Daarbij krijgen veel lokale journalisten en freelancers nauwelijks opdrachten meer, wat leidt tot een verdere inperking van een pluriform en kritisch medialandschap.

Fysieke bedreigingen en geweld

Journalisten krijgen steeds vaker te maken met fysieke bedreigingen en geweld. Zo worden journalisten wereldwijd meer en meer beperkt in hun bewegingsvrijheid, wat de uitvoering van hun werk belemmert of zelfs onmogelijk maakt. Op Aruba is bijvoorbeeld onlangs een onafhankelijke journaliste gearresteerd en ondervraagd toen zij tijdens de avondklok haar werk deed. Ook werd een medewerker van onze partner in Venezuela gearresteerd toen hij pakketten beschermingsmateriaal van Free Press Unlimited wilde ophalen. Daarnaast zien we dat journalisten fysiek geweerd worden van persconferenties. Dit gebeurde bijvoorbeeld in Servië, Macedonië, de Filipijnen en Florida.

Bovendien worden journalisten steeds vaker fysiek bedreigd en zelfs aangevallen. In Oeganda, Kenia en India werden journalisten aangevallen door politie en veiligheidstroepen. Daarnaast worden journalisten regelmatig het slachtoffer van geweld door demonstranten, zoals in Duitsland en Bolivia het geval was.

Toenemende arrestaties

Journalisten worden steeds vaker willekeurig gearresteerd, in hechtenis genomen of aangeklaagd omdat ze informatie publiceerden die de autoriteiten niet zint. Dit resulteert vaak in langdurige juridische processen, die bovendien hoge kosten met zich mee brengen. Op dit moment zijn al meer dan 130 journalisten gearresteerd of anderszins verwikkeld in een juridisch proces.

Fake news wetgevingen

Veel landen voeren versneld fake news laws door die het verspreiden van ‘valse informatie’ over COVID-19 criminaliseren. Dergelijke wetten worden vaak bij decreet doorgevoerd onder een uitgeroepen noodtoestand. Onder het mom van COVID-19-bestrijding kunnen journalisten worden opgepakt of vervolgd. De fake news laws staan ongetwijfeld in verband met de wereldwijde toename van arrestaties van journalisten. Zo zijn er in Iran, Belarus, Niger, Hongarije, Turkije en Swaziland onder dergelijke wetgeving al meerdere journalisten vervolgd. Bij veel fake news laws is onduidelijk of deze wetgeving van kracht zal blijven nadat de noodtoestanden zijn beeindigd. Wij maken ons zorgen over de lange termijneffecten die verregaande inperkingen van persvrijheid onder de pandemie zullen hebben op de onafhankelijke journalistiek. Het is essentieel dat dergelijke fake news laws worden teruggedraaid.

Wat doet Free Press Unlimited tijdens COVID-19

Free Press Unlimited en haar partners zetten zich in meer dan 40 landen in om, ondanks de toenemende druk op media en journalisten tijdens COVID-19, de bevolking van betrouwbare informatie te blijven voorzien. Via onze fondsen zoals het Legal Defense Fund (voor juridische ondersteuning voor journalisten) en Reporters Respond (het fonds voor noodhulp aan journalisten) ondersteunen we wereldwijd media en journalisten met:

  • Beschermingsmaterialen zodat ze veilig kunnen rapporteren over COVID-19. Tot nu toe hebben we ruim 2.400 journalisten geholpen in o.a. Venezuela, Indonesië, Irak, Somalie en Bosnie-Herzegovina;
  • Juridische ondersteuning aan journalisten die door verslaggeving over COVID-19 worden aangeklaagd of gearresteerd, o.a. in de Sahel, Centraal Amerika en de Hoorn van Afrika;
  • Psychosociale ondersteuning aan journalisten in o.a. de Balkan;
  • Digitale bescherming zoals VPNs en webcambescherming tegen monitoring door repressieve regimes, zoals in Noord-Macedonie;
  • Relocation tegen hevige bedreigingen door onderdrukkende regimes.

Ook zijn we een nieuwe campagne gestart: Samen voor Betrouwbare Informatie, waarin we door middel van verhalen en podcasts het belang van betrouwbare informatie wereldwijd belichten. Daarnaast werken we mee aan een wekelijks gelivestreamd programma van Pakhuis de Zwijger, Emerging Stories, over het effect van COVID-19 op journalistiek.

Dit artikel is afkomstig van de website van Free Press Unlimited:

https://www.freepressunlimited.org/nl/nieuws/onafhankelijke-journalistiek-en-media-in-nog-zwaarder-weer-sinds-covid-19

Categorieën
Amnesty International

Ruime meerderheid Nederlanders vindt seks zonder wederzijdse instemming verkrachting

I&O Research deed in opdracht van Amnesty International onderzoek naar hoe Nederlanders aankijken tegen verkrachting en wetgeving hierover. Eén op de vijf vrouwen geeft aan ooit te hebben meegemaakt dat iemand haar lichaam ongewenst binnendrong. 3 procent van de mannen geeft aan dit te hebben meegemaakt. Driekwart van de ondervraagden vindt dat penetratie zonder instemming verkrachting is, ook al is dwang of geweld niet aan te tonen. Bijvoorbeeld als het slachtoffer van angst ‘bevroor’ of onder invloed was.

Om te peilen hoe Nederlanders aankijken tegen verkrachting en het wettelijk kader daarvan, liet Amnesty een onderzoek uitvoeren door I&O Research. Het onderzoeksbureau voerde een landelijk representatief onderzoek uit onder 2.127 Nederlanders van 16 jaar en ouder. Zij kregen vragen over hun eigen ervaringen en hun kennis en houding omtrent seks en verkrachting. Bij het opstellen van de vragenlijst waren prof. dr Ellen Laan (hoofd afdeling seksuologie en psychosomatische gynaecologie Amsterdam UMC) en dr. Hanneke de Graaf (Programmamanager Kennisontwikkeling en onderzoeker Rutgers) als onafhankelijke experts betrokken.

De belangrijkste uitkomsten:

  • 19 procent van de vrouwelijke respondenten geeft aan ooit te hebben meegemaakt dat iemand haar lichaam zonder instemming binnendrong. Daarvan vindt 67 procent dat dit verkrachting was. Voor mannen is dit 3 procent, 66 procent daarvan beschouwt dit als verkrachting.
  • Meer dan de helft van de vrouwen (53 procent) heeft hier niet met anderen over gesproken. Meer dan de helft van de mensen die het wel vertelden werden niet serieus genomen of niet goed begrepen.
  • Een ruime meerderheid (76 procent) vindt dat seks zonder wederzijdse instemming waarbij geen dwang of geweld wordt gebruikt ook verkrachting is.
  • Bijna iedereen (88-90 procent) vindt dat er ook sprake is van verkrachting als het slachtoffer bevroor of onder invloed was.
  • De meeste mensen (84 procent) vinden dat er geen verzachtende omstandigheden zijn voor verkrachting. Toch geeft 11 procent van de mannen aan dat het een verzachtende omstandigheid is als het slachtoffer zich niet uitdrukkelijk verdedigt of niet duidelijk nee zegt. Onder mannen tussen de 16 en 35 jaar vindt zelfs 1 op de 5 dat. Enkelen (5 procent) vinden het hebben van een relatie een verzachtende omstandigheid.

Nieuw wetsvoorstel Grapperhaus

Aanleiding voor het onderzoek is het nieuwe wetsvoorstel van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. Volgens de huidige wet is er pas sprake van verkrachting als geweld of dwang bewezen kan worden. In veel gevallen is verzet niet mogelijk, omdat het slachtoffer van angst bevriest (‘freezing’) of is gedrogeerd. Minister Grapperhaus wil daarom een nieuw delict introduceren: seks tegen de wil. Hierop zou de helft van de strafmaat van verkrachting komen te staan. Volgens Amnesty moet seks zonder instemming niet alleen strafbaar zijn, maar ook als verkrachting worden erkend. Dit staat niet alleen in internationale mensenrechtenverdragen, maar is ook belangrijk voor de erkenning van slachtoffers.

Martine Goeman, hoofd gender-programma Amnesty Nederland: ‘Dit onderzoek maakt duidelijk hoe groot het probleem is en hoe belangrijk het is dat seks zonder instemming ook in de wet als verkrachting wordt erkend en niet als ‘seks tegen de wil’, zoals de minister voorstelt. Het gaat niet om nee=nee, maar om ja=ja. Dat doet recht aan slachtoffers. Verkrachting is een grove mensenrechtenschending. Het wordt hoog tijd dat de wet wordt aangepast. De Nederlandse bevolking is er klaar voor.’

Wetstraject

Op dit moment laat minister Grapperhaus een internetconsultatie plaatsvinden waarin mensen en organisaties commentaar kunnen geven op het nieuwe wetsvoorstel. De verwachting is dat het wetsvoorstel na het zomerreces en behandeling door de Raad van State in de Tweede Kamer wordt behandeld.

Campagne #LetsTalkAboutYES

Amnesty komt al jaren op voor de rechten van vrouwen en voert nu campagne om ervoor te zorgen dat in Nederland de norm is dat seks gebaseerd is op gelijkwaardigheid, vrijwilligheid en instemming. Verkrachting is een mensenrechtenschending. Met de publiekscampagne #LetsTalkAboutYES willen we, met name onder jongeren, naast het veranderen van de wet de dialoog over seks en instemming op gang brengen. Van 29 juni tot 5 juli is de eerste #LetsTalkAboutYES-actieweek. Actiegroepen in het hele land organiseren allerlei acties om het gesprek over seks met instemming aan te wakkeren.

Lees meer over de campagne #LetsTalkAboutYES

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/ruime-meerderheid-nederlanders-vindt-seks-zonder-wederzijdse-instemming-verkrachting

Categorieën
Free Press Unlimited

Eerste vrouwelijke journalist in Pakistan’s Khyber district

De gepassioneerde 20-jarige Mamarha Afridi heeft haar levensbestemming al gevonden, Ze is de eerste vrouwelijke journalist in het Kyber district, gelegen in het stamgebied van Pakistan. Ze rapporteert onder andere voor Free Press Unlimited partner TNN (Tribal News Network). Hoewel ze veel weerstand is tegengekomen, laat ze zich daar niet door weerhouden: “Een vrouwelijke journalist zijn is een kracht, geen zwakte.”

Mamarha Afridi was nog student toen ze in 2018 journalistiek begon te beoefenen. Volgens haar was de berichtgeving in de nationale media over het stamgebied beperkt. Ze voelde de behoefte om daar verandering in te brengen. “Ik wilde dat journalisten hier kwamen en waarheidsgetrouwe verhalen over mijn gebied zouden schrijven. Toen dacht ik, in plaats van het aan anderen te vragen, waarom zou ik niet zelf journaliste worden en de verhalen schrijven.”

Mamarha is getraind en begeleid door de onafhankelijke nieuws organisatie TNN, waar ze begon als burgerjournalist. Nu doet ze ook verslag voor Independent Urdu en Deutsche Welle.

Mamarha Afridi, journalist in Pakistan's tribal area
Mamarha Afridi

Werken tijdens COVID-19

De COVID-19 uitbraak heeft het leven in het stamgebied moeilijker gemaakt en een aantal bestaande problemen uitvergroot, zoals het gebrek aan toegang tot internet. “Er is weinig tot geen toegang tot internet in het stamgebied waardoor het een uitdaging is om op de hoogte blijven. Dat maakt het moeilijker voor mij als journaliste om mijn werk te doen. Ik reis heen en weer naar Pesjawar, een reis van twee uur, om toegang te krijgen tot internet en mijn verhalen te kunnen versturen”, aldus Mamarha.

Desondanks is ze productiever dan ooit: “Voor de pandemie produceerde ik één verhaal per maand, nu produceer ik er vijf of zes. Er zijn veel onderwerpen waar ik over wil schrijven, bijvoorbeeld de toename van huiselijk geweld en eerwraak tijdens de lockdown.”

Er is een aanzienlijke informatiekloof tussen de stedelijke- en stamgebieden. Veel mensen in de stamgebieden zijn zich niet bewust van het bestaan van COVID-19. Mamarha zegt: “Mensen weten niet eens wat corona is. Ze hebben mobiele telefoons maar ze hebben geen internet. Als ze dat wel hadden, zouden ze weten wat het is. De pandemie heeft de hele wereld wakker geschud maar zij lijken te slapen.”

De weerstand weerstaan

Voor de pandemie had Mamarha’s familie een huwelijk voor haar gearrangeerd en een bruiloft gepland, iets waar ze tegenop zag. “Gelukkig is de bruiloft door de coronacrisis uitgesteld. Op dit moment ga ik steeds meer op in mijn werk; ik denk de hele tijd na over verhalen. Mijn werk is een zegen voor mij.”

De eerste vrouwelijke journalist zijn in een zeer traditionele en conservatieve cultuur was niet makkelijk. “In het begin voelde ik me depressief omdat er zoveel verzet was tegen mij. De mensen in mijn dorp vervloekten mijn vader en broers omdat ze me zonder begeleiding mijn werk lieten doen. Ze zeiden dat het tegen onze religie en cultuur is.”

Ondanks de weerstand waarmee ze werd geconfronteerd, hield Mamarha vol en ging ze door met verhalen maken. Uiteindelijk werden de mensen ruimdenkender. Ze kwamen erachter dat haar verhalen hen een stem gaven. Mamarha legt uit: “Zodra mijn mensen zagen dat ik iets voor hen deed, voor hún rechten, voor het oplossen van hún problemen, kreeg ik hun respect. Ik kwam bijvoorbeeld een huilend jongentje tegen die spullen verkocht op straat. Toen ik hem vroeg waarom hij huilde, legde hij uit dat het kwam omdat hij moest werken terwijl de andere jongens konden spelen. Het verhaal dat ik daarover schreef ging viraal. Hierdoor hebben veel organisaties dit kind geholpen. Dit zijn de dingen die mensen het gevoel geven dat hun stem gehoord wordt.”

Vooruitkijkend

Mamarha’s volgende verhaal gaat over de rol van vrouwen in de pandemie. Ze zegt: “Of ze nu journalisten, psychologen, leraren of moeders zijn, ik denk dat het ontzettend belangrijk is om de rol van vrouwen tijdens deze pandemie in beeld te brengen. Ik steek al mijn tijd en energie in het schrijven van dit verhaal. Weet je, ook al zijn de vrouwen in dit gebied kwetsbaar omdat ze niet kunnen lezen of schrijven en omdat zij economisch afhankelijk zijn, ze vervullen nog steeds een essentiële rol in de gemeenschap.”

Dit artikel is afkomstig van de website van Free Press Unlimited:

https://www.freepressunlimited.org/nl/nieuws/eerste-vrouwelijke-journalist-in-pakistans-khyber-district

Amnesty International

We strijden voor mensenrechten overal en voor iedereen

Ooit begon Amnesty met het strijden voor de rechten van politieke gevangenen. Ons werkterrein is in de afgelopen vijftig jaar enorm uitgebreid: van de afschaffing van de doodstraf tot het opkomen voor de vrijheid van meningsuiting, en van het beschermen van de rechten van vluchtelingen tot het strijden tegen politiek geweld en vervolging.Bekijk de verschillende thema’s en landen waar Amnesty op werkt.

Wij zijn een wereldwijde beweging van meer dan 7 miljoen mensen die strijden tegen onrecht. In meer dan 150 landen voeren we actie voor gerechtigheid, vrijheid, menselijke waardigheid en gelijkheid.

Ons werk beschermt en versterkt mensen – van het afschaffen van de doodstraf tot het opkomen voor de vrijheid van meningsuiting, en van het beschermen van de rechten van migranten en vluchtelingen tot het strijden tegen politiek geweld en vervolging.

Met onze beweging kunnen we een vuist maken tegen onrecht. We weten waar we een verschil kunnen maken en hoe we onze miljoenen supporters kunnen mobiliseren. Dit doen we namelijk al meer dan vijftig jaar.

International Campaign for Tibet

Wij zijn een wereldwijde beweging van mensen die zich inzet voor vrijheid en respect voor de fundamentele rechten van Tibetanen. Wij laten ons inspireren door de weerbaarheid, moed en veerkracht van Tibetanen in Tibet.

Al 30 jaar voeren we, samen met meer dan 100.000 vrienden, actie voor een vreedzame oplossing in Tibet, vrijlating van politieke gevangenen, respect voor Tibet’s fragiele ecosysteem, behoud van de Tibetaanse cultuur en taal, en terugkeer van de Dalai Lama naar Tibet. Met onze acties versterken wij de stem van Tibetanen in Tibet.

Wij onderzoeken de actuele situatie in Tibet, informeren beleidsmakers en laten geen kans onbenut om Tibet onder de aandacht te brengen van media en publiek. Door ons werk worden de verhalen van Tibetanen gehoord en niet overstemd door steeds luidere Chinese propaganda

Met onze beweging houden we Tibet op de agenda, nationaal en internationaal, bij de VN, de EU en UNESCO. We weten waar en hoe we een verschil kunnen maken.

ONZE MISSIE

De International Campaign for Tibet (ICT) voert campagne voor vrijheid en respect voor de fundamentele rechten van Tibetanen.

Onze stip op de horizon is dat Tibetanen in vrijheid om over hun eigen toekomst kunnen beslissen en hun eigen economische, sociale en culturele ontwikkeling vorm kunnen geven.

ONZE WERKWIJZE

Wij onderzoeken de actuele situatie in Tibet, lobbyen beleidsmakers, voeren actie, brengen actuele ontwikkelingen in Tibet onder de aandacht van media en publiek en steunen concrete projecten in en buiten Tibet.

International Institute for Democracy and Electoral Assistance

International Institute for Democracy and Electoral Assistance (IDEA)

Advancing democracy worldwide, as a universal human aspiration and an enabler of sustainable development, through support to the building, strengthening and safeguarding of democratic political institutions and processes at all levels.

Our mission

We advance democracy worldwide, as a universal human aspiration and an enabler of sustainable development, through support to the building, strengthening and safeguarding of democratic political institutions and processes at all levels.

Our approach

We believe that democracy is a universal human aspiration and an experience that is pursued and lived in different ways around the world. It comes in multiple forms. These forms are in constant evolution. There is no single and universally applicable model of democracy. There is no end point in improving democracy. Fundamentally, democracy is a system in which the government is controlled by the people and citizens are considered equals in the exercise of that control. Beyond the basic tenets of citizens’ choice and citizens’ political equality, the critical choices are best made and the quality of democracy is best gauged by those directly concerned: the citizens themselves. We systematically nurture an open and pluralistic understanding of democracy. This is respectful of the national context, and is in line with our non-prescriptive and non-intrusive approach, as well as with the priorities set by national actors.

Comparative knowledge on democracy

We capture diverse experiences of democracy from the around globe. We assess their potential relevance across countries and regions to incorporate them into our expanding body of comparative knowledge on democracy. In the development of comparative knowledge, we explore the challenges to democratization posed by undemocratic regimes. We support and conduct research in areas that are highly relevant for policymaking or reform processes.

We seek to provide decision makers with accurate information on existing options and their likely implications.  We make comparative experiences available to actors across the political and institutional spectrum. This facilitates inclusive processes in which political will for change can emerge. This enables us to help actors to address challenges presented by trends that may adversely impact on and threaten democracy. Through this we are also able to better understand and capture how economic dynamics and technological change affect democracy.

Our efforts to support democratic change build on our convening potential. We facilitate dialogue at the country, expert and international levels.

  • At the country level, we engage at the request of governments, parliaments or constitutional/electoral bodies. As a convener and facilitator of dialogue at the country-level, we make knowledge-based policy options available to actors in national reform processes.
  • At the expert level, we convene dialogues in order to improve the design and implementation of politics in support of democracy. This enables us to test and pilot the instruments and tools of such new policies.
  • At the international level, we engage in multilateral forums and initiatives to build global understanding and synergies on key democracy issues. This enhances the focus on democracy building within the broader international agenda, particularly peace building and state building.