Categorieën
Cultuur Nieuwsbericht Rijksmuseum

Rijksmuseum ontvangt schilderij Bartholomeus Spranger

Het Rijksmuseum heeft een uitzonderlijk schilderij van Bartholomeus Spranger geschonken gekregen van de kunsthandelaar en verzamelaar Bob Haboldt. Spranger was rond 1600 een van de belangrijkste kunstenaars in Europa. Het zeer verfijnde Engelen dragen het lichaam van Christus, dat Spranger rond 1587 op koper schilderde, is een meesterwerk binnen het oeuvre van de kunstenaar. Vanaf 1 juni is het werk te zien naast andere topstukken van kunstenaars uit zijn omgeving waaronder Adriaen de Vries en Joachim Wtewael.

Bob Haboldt: Corona heeft mij geraakt, vooral emotioneel. Het was voor mij een aanleiding voor reflectie. Hoe kan ik bijdragen? Hoe kunnen we deze periode memoreren? Het mooie van een schilderij is dat het voor eeuwig blijft en als monument kan fungeren voor de moeilijke periode waar we doorheen gaan. Ik besloot daartoe dit uitzonderlijke werk van Bartholomeus Spranger te schenken aan het Rijksmuseum. In de eerste plaats voor iedereen als nagedachtenis aan de slachtoffers van COVID-19, maar ook als voorbeeld voor iedereen om goed te doen voor musea. Ik hoop dat anderen volgen.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: Wij zien dat in deze moeilijke tijd kunst aan velen houvast biedt en een bron van hoop en reflectie is. De kunst in de musea in Nederland is de afgelopen eeuwen voor een groot deel door burgers geschonken, overtuigd van het belang voor het publiek. Wij zijn Bob Haboldt dan ook zeer dankbaar voor dit genereuze gebaar.

Imago Pietatis

Op indringende wijze schilderde Spranger op deze kleine koperplaat een beeld van barmhartigheid, de imago pietatis. Te zien is het door engelen gedragen lichaam van Christus, beschenen door hemels licht. De zogenaamde Man van Smarten wordt bijna frontaal aan ons getoond. Het engeltje op de voorgrond houdt een mand met passiewerktuigen als de doornenkroon en de spijkers waarmee Christus gekruisigd werd, vast. Op de achtergrond zijn de drie Maria’s op weg naar het graf, dat ze leeg zullen aantreffen.

Het werk dat is geschilderd voor privédevotie, genoot al snel brede bekendheid omdat Hendrick Goltzius het in 1587 reproduceerde in een prent die in grote oplage werd gedrukt en verspreid.

Bartholomeus Spranger

De uit Antwerpen afkomstige Bartholomeus Spranger was vanaf 1581 hofschilder van de Habsburgse keizer Rudolf II in Praag, de grootste kunstverzamelaar van zijn tijd. Als een van de belangrijkste en invloedrijkste kunstenaars aan het Praagse hof belichaamde hij de nieuwe stijl van het Europese maniërisme. Zijn eerdere verblijf in Italië en vooral Rome had grote invloed op zijn werk, waarin hij op unieke wijze de Nederlandse traditie en het Romeinse maniërisme wist te combineren. De schilderijen die hij vervolgens maakte, werden door de keizer en zijn gevolg hoog gewaardeerd.

Naast dit werk van Spranger bevindt zich in het Rijksmuseum onder andere het grote schilderij Venus en Adonis (ca. 1585-90) en de spectaculaire tekening Het huwelijk van Cupido en Psyche (1586-87).

Onmisbare steun

Het Rijksmuseum verbindt mensen, kunst en geschiedenis. Het Rijksmuseum beheert, conserveert, restaureert, onderzoekt, verzamelt, publiceert en presenteert. Schenkingen en nalatenschappen van particulieren, fondsen, (familie)stichtingen, de overheid en het bedrijfsleven zijn en blijven daarbij essentieel. Meer dan ooit is duidelijk dat het museum niet zonder zijn begunstigers kan. Het Rijksmuseum is ongelooflijk dankbaar voor alle begunstigers die zich met het museum verbonden hebben.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Nieuwsbericht Wakker Dier

Big Broeder cam ‘Kom uit je ei!’

Na het broedproces blijven deze kuikens bij hun moeder. Na tien dagen gaan zij vrij rondscharrelen op de boerderij, waar ze hun hele leven blijven. Op een leeftijd van vijf maanden gaan ze zelf eieren leggen. De cam blijft ongeveer vier weken actief, gedurende het gehele broedproces.

Natuur vs. broedmachine

Wakker Dier wil met deze cam een inkijkje geven in het broedproces van een kip. “We laten zien hoe de natuur het heeft bedacht en willen mensen ervan bewust maken dat het er in de vee-industrie toch echt anders aan toe gaat,” zegt Anne Hilhorst. Een kuiken in de intensieve veehouderij komt in een broedmachine ter wereld en zal zijn moeder nooit zien.

De droom

De dierenwelzijnsorganisatie wil met de cam op een praktische manier haar doelen dichterbij te brengen. “Het is onze droom dat de moederliefde die deze kip op haar kuikentjes over kan brengen, werkelijkheid wordt voor alle dieren in de vee-industrie,” zegt Hilhorst. “Dat ligt helaas nog ergens in de toekomst.”

Wakker Dier agendeert welzijnsproblemen van de dieren in de vee-industrie en creëert op die manier een markt voor een keurmerk of een diervriendelijker product. “Zo maken we de weg vrij voor écht diervriendelijker producten,” zegt Hilhorst.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Nieuwsbericht Wakker Dier

Vlees is de hete aardappel

Veel dieren-, milieu- en gezondheidsorganisaties zaten vorige week vol verwachting klaar. Er waren al persberichten geschreven die juichend spraken over een doorbraak in Europa. Daar was ook reden toe. In een uitgelekt klimaatplan van ‘onze’ Eurocommissaris Timmermans stond het immers onomwonden: we gaan stoppen met het stimuleren van de productie en consumptie van vlees. Er gaat jaarlijks immers zo’n 28 miljard euro via een veelvoud aan subsidies en inkomenssteunregelingen naar de Europese vee-industrie.

Subsidiegekte

Die stap werd overtuigend gemotiveerd: bijna 70 procent van de landbouwgrond in Europa wordt gebruikt voor vee. De vee-industrie veroorzaakt 70 procent van de emissie van broeikasgassen door de landbouw. De vleesproductie en -consumptie aanpakken is onontkoombaar. De subsidie stopzetten een belangrijke stap.

Een pervers voorbeeld van de huidige Brusselse subsidiegekte, is dat jaarlijks tientallen miljoenen euro’s subsidie verstrekt worden aan vleesreclames. ‘Kip het meest veelzijdige stukje vlees’. Dat soort reclames, om u, ten koste van uw gezondheid, het klimaat en de dieren, nóg meer vlees te laten eten. Betaald van uw belastingcenten! Daar zou eindelijk een einde aan komen. Wie kan daar nu tegen zijn?

Mest

Maar tussen het uitlekken van het conceptplan en de definitieve versie moet het flink naar mest hebben geroken in de Brusselse lobby-wandelgangen. Het gelekte conceptplan werd in de laatste fase grondig herschreven. De veesector stelde ‘haar’ miljarden veilig. De klare taal over het einde aan “het stimuleren van de consumptie en productie van vlees” werd geschrapt. Zelfs de subsidies voor vleesreclames bleven overeind.

We zijn weer terug bij af. Het is voor vrijwel geen varken weggelegd, maar in Brussel blijven ze zonder gêne aanmodderen. Er is een schrijnend gebrek aan lef, uit vrees voor de gevolgen wanneer men de vleeslobby tegen de haren in strijkt. En dat speelt niet alleen in Brussel.

Stikstofcrisis

Die vleeslobby is berensterk, bleek ook tijdens de stikstofcrisis in eigen land. De crisis leidde tot flinke schade aan de Nederlandse economie. Zo kwam de woningbouw plat te liggen en liep de woningnood op. Terwijl de stikstofschade aan de natuur vooral wordt veroorzaakt door de vee-industrie.

Extreme (vee)boeren mogen gewoon aanschuiven in het Haagse torentje nadat zij snelwegen plat legden, dreigementen uitten en met ongepaste vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog kwamen. Uitkomst: boterzacht nieuw stikstofbeleid.

Vleeslobby

Maar in het regeerakkoord staat het er toch echt: via de ‘transitieagenda’ wordt een forse verlaging van de vleesconsumptie en -productie als belangrijk toekomstdoel geschetst. Heeft u er iets van gemerkt? Zelfs een einde aan vleesreclames is kennelijk politiek al té vergaand.

Nederland heeft de hoogste vee-dichtheid van Europa, waarschijnlijk zelfs van de wereld. Dat is onhoudbaar, daar zijn wetenschappers, instituten en ook zelfs de meeste overheden het wel over eens. Vlees is het verleden. Plantaardig is de toekomst. Maar er is een schrijnend gebrek aan lef om het tegen de enorme vleeslobby op te nemen. Die verdedigt haar gevestigde belangen met hand en tand.

Of het nu Brussel is, Den Haag of elders, vlees is de hete aardappel op ieders bord.

Dit artikel verscheen op 22 mei 2020 op de opinie-site Joop.

Categorieën
Cultuur Nieuwsbericht Rijksmuseum

Rijksmuseum verlengt Caravaggio-Bernini t/m 13 september

Gian Lorenzo Bernini, Medusa, Rome, 1638–1640, Rome, Musei Capitolini, Palazzo dei Conservatori

Michelangelo Merisi da Caravaggio, De doornenkroning, Rome, ca. 1603. Wenen, Kunsthistorisches Museum

Artemisia Gentileschi, De extase van Maria Magdalena, Rome of Venetië, 1620–1625 of 1630–1635.

Gian Lorenzo Bernini, Thomas Baker (1606–1657/58), Rome, 1637–1638 Londen, Victoria and Albert Museum

Francesco Mochi, St.-Veronica Rome, Engeland, particuliere collectie

Giovanni Antonio Galli, genaamd Spadarino Christus die zijn wonden toont Rome, ca. 1625–1635 Olieverf op doek, erth, Perth Museum and Art Gallery & Kinross

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Narcissus, Rome, Gallerie Nazionali d’Arte Antica, Palazzo Barberini.

Carlo Saraceni, Judith met het hoofd van Holofernes, ca. 1610, Kunsthistorisches Museum Wenen

Annibale Carracci en werkplaats, Venus en Adonis, eerste kwart 17de eeuw, Kunsthistorisches Museum Wenen

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Tentoonstelling Caravaggio-Bernini. Foto: Rijksmuseum

Categorieën
Cultuur Nieuwsbericht Rijksmuseum

Zoku en Joris Bijdendijk (RIJKS®) openen 25 loft restaurants

Tijdens de eerste ‘Better Together’ editie Zoku x RIJKS® op 29 mei, zal Zoku 25 innovatieve lofts transformeren tot privé-restaurants. Koppels kunnen op deze avond genieten van een diner bereid door chef-kok Joris Bijdendijk en zijn team van RIJKS®, het restaurant van het Rijksmuseum dat, naast vele andere onderscheidingen, in 2016 bekroond werd met een Michelinster.

Voor minder dan 200 euro per persoon kunnen 25 koppels genieten van een intiem viergangendiner met een selectie van wijnen uitgekozen door Max van Bockel, hoofd sommelier van RIJKS®. Bijdendijk zal tijdens het diner via een videoverbinding inbellen voor de persoonlijke touch. Gasten kunnen de avond afsluiten op het privé dakterras van Zoku voor een afzakkertje. De overnachting is een verblijf in de prijswinnende Zoku Loft: een ruim micro-appartement waarbij het slaapgedeelte afgeschermd is om comfortabel te kunnen dineren of werken.

Hans Meyer, een van de medeoprichters van Zoku, zegt: Onze Better Together-propositie is zeer relevant in deze uitdagende tijd. De community staat bij ons altijd centraal en we hebben diverse initiatieven ontwikkeld onder andere ten behoeve van essentieel personeel in de medische zorg. Daarnaast zijn we ook altijd blijven uitkijken naar samenwerkingen met lokale partners om waarde toe te voegen aan elkaars bedrijven, de stad en onze gasten. Dit project had niet mooier kunnen beginnen dan met een samenwerking met een van Amsterdams beste chefs.

Bijdendijk, Executive Chef van RIJKS® voegt hieraan toe: Deze crisis heeft ons veel creativiteit en energie gebracht. Het is fantastisch om te zien wat er allemaal is ontstaan in deze tijd en dat onze gasten zichzelf nog steeds willen verwennen met lekker eten, drinken en vakanties in eigen land. Wij zijn heel blij dat we op deze manier een Zoku x RIJKS® ervaring kunnen geven.

Drie lofts worden gratis beschikbaar gesteld voor ‘Lieve Amsterdammers’ – een project dat de lokale helden eert die een positieve bijdrage aan andere Amsterdammers hebben geleverd.

Zoku x RIJKS®
Eerste editie (meer data volgen): 29 mei
*Reserveren*

Over RIJKS®

RIJKS® opende in 2014 zijn deuren in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum en trok Joris Bijdendijk als executive chef aan. Bijdendijk introduceert samen met keukenchefs Ivan Beusink en Yascha Oosterberg de ‘keuken van de Lage Landen’, die gekenmerkt wordt door het Hollandse product in al zijn eenvoud.

RIJKS® ontving in 2016 een Michelinster, steeg in 2019 van 16,5 naar 17 punten in de Gault & Millau gids 2019 en werd in datzelfde jaar opgenomen in de gloednieuwe ranglijst van het team achter The World’s 50 Best Restaurants; the 50 Best Discovery.

Over Zoku

Zoku heeft een nieuwe categorie geïntroduceerd in de hotellerie hospitality branch met een hybride tussen een huis en een kantoor voorzien van hotelservices. de huis/werk hybride. Het hotelconcept is in 2016 gelanceerd door de Nederlandse ondernemers Hans Meyer en Marc Jongerius. Zoku is het Japanse woord voor familie, stam of clan. Het hotel faciliteert de internationale manier van leven en werken voor een groeiende groep ‘globetrottend’ talent. Het concept heeft verschillende internationale prijzen gewonnen en wordt mondiaal gewaardeerd vanwege het design, de gezellige sociale ruimtes en de gemeenschapsstructuur die connecties aanmoedigt. Zoku Kopenhagen, Wenen en Parijs worden nu gebouwd en zullen in de nabije toekomst openen. Als een van de weinige hotels in de wereld heeft Zoku in 2018 het Bcorp certificaat in de hotelcategorie behaald.

Meer informatie

Categorieën
Light for the World Nieuwsbericht Ontwikkelingshulp

Confronterende resultaten: Zorgen rondom coronacrisis

Een van onze actiepunten rondom het coronavirus is de preventie van de verspreiding van het virus. In samenwerking met het radiostation TracFM uit Oeganda zijn we een klein onderzoek gestart. De eerste vraag die wij aan de luisteraars stelden, is: Wat zijn jouw voornaamste zorgen tijdens de lockdown als gevolg van het coronavirus? De antwoorden hierop ziet u in de infographic hieronder.

In totaal hebben maar liefst 12.550 mensen gereageerd. Waarvan 4.810 antwoorden van mensen met een handicap of verzorgers van mensen met een handicap waren. Een van de meest confronterende resultaten was dat 45% van de mensen met een handicap of hun verzorgers zich het meest zorgen maakt over hoe ze hun familie moeten voorzien van voedsel. Van deze groep maakt 14% zich zorgen om besmet te raken met het virus. Als we deze kwetsbare groep kunnen voorzien van primaire levensmiddelen, dan kan dit positieve gevolgen voor hen hebben. Om te kunnen overleven, zullen mensen zich minder houden aan de maatregelen van de overheid.

Bekijk ons actieplan rondom het coronavirus hier.

Delen:

Categorieën
IDEA Mensenrechten Nieuwsbericht

Adapting Elections to COVID: five key questions for decision makers

The global spread of Covid-19 has already profoundly impacted the health and welfare of citizens around the world. Decisions being made about how elections are run during the pandemic will have a further profound effect, shaping the health of democracy in the future.

Many policy makers have responded to the pandemic by postponing elections, with at least fifty-five countries and territories between February and May 2020, rescheduling the polls.  Postponing an election is not quite as undemocratic as it sounds but others have forged on by trying to adapt elections to the pandemic – or are actively trying to find ways to do this.  This has included proposals to hold all-postal elections in Poland, encouraging early voting in South Korea or the use of protective clothing by electoral officials in Israel.  A coalition of US academics have set out proposals for fair elections in November 2020.

Decisions are usually best made to suit local circumstances and pressures.  There are some universal questions that we can ask about the running of elections, however.  In a recent book on Comparative Electoral Management I set out a framework for evaluating the running of elections. This framework is set out in full in chapter 4, which is free to download here (p.61-71).   This framework can also be used to consider the merits – or otherwise – of the reforms being put forward.

The starting point is that elections are not entirely different in nature to other public services such as schools and hospitals.  Some of the tools that have been used to assess them can therefore be adapted to assess how elections are run.  At the heart of the electoral process, however, is democracy.  David Beetham’s focus on a democratic society as one where the key principles of political quality and popular control of government are achieved therefore provides a normative anchor for how we should assess the electoral process.  The framework sets out five dimensions of electoral management that are essential for democratic ideals (Figure 1 and Table 1).

Figure 1: The PROSeS Framework.  Source: James (2020: p.61).

Table 1: The PROSeS matrix for evaluating electoral management. Source: James (2020: p.66).

Firstly, we should focus on the decision-making processes in place for electoral management bodies.  If elections are going to be made for COVID the question is not just what decision is made, but how that decision is made and by whom?  Good electoral management requires that these decisions are not just made behind closed doors by senior electoral officials – or that a small clique of politicians dictate new rules from Parliament.  There should be widespread consultation and public involvement.  In emergency situations the extensiveness of public deliberations can often curtailed by time, but a wide variety of stakeholders should be consulted and a digital society now enables calls for views from the public, focus groups and public polls.  The probity of the decisions made and accountability mechanisms in place should be considered too.

Secondly, the resourcing of any reforms is vitally important.  A decision, for example, to switch from holding elections in person at a polling station to rely on mail-in ballots is going to have a major consequence for staffing levels, working practices, postage and printing costs.  Who is going to pay for this?  When?  Do electoral officials have sufficient financial resources, staff and equipment to implement the reforms?  The sufficiency of this funding is vitally important so that electoral officials don’t find themselves with cash crises during the electoral process – or find themselves with unfunded blackholes afterwards.   We should expect the unexpected.  The availability of contingency funds is therefore vitally important too. 

Thirdly, the quality of services to the citizen have an obvious importance.  ‘Put the voter first’ is a common mantra for electoral services around the world – but there is a major risk that the service provided will be compromised during these difficult times.  Convenience is critically important.  Information about how to vote should be readily available and the process as simple and streamlined as possible.  Accuracy is critical.  The pressures on electoral officials will be immense, but there should be no compromises when voters consider whether their vote had been counted.  Putting the voter first also means enforcing the rules against them and their fellow citizens.  If polling stations are required to close at 7pm then they should close at 7pm.  If postal votes need to have been received by a certain date, then that date should be absolute. 

Fourthly, the likely effects of any COVID reforms should be mapped against service outcomes.  The service outcomes for private companies are usually profit, share value and revenue.  When it comes to the implementation of the electoral process service outcomes are no less relevant.  They would include voter turnout.  Elections held during a pandemic are likely to be hit by a drop in turnout because citizens might be reluctant to travel to the poll and there is therefore a strong case for compensatory mechanisms to ensure inclusive elections.  Electoral officials, of course, are unable to shape this key metric alone as it depends on many factors.  But how the election is run is one of them.  The accuracy and completeness of the electoral register are essential for well-run elections and many countries rely on the canvassing of properties to keep registers accurate.  However, South Africa was amongst many countries to have to suspend voter registration initiatives in response to the pandemic leaving the register likely to be affected.   How reforms might shape the volume of rejected ballot papers, levels of electoral fraud, possible service denial or ignite violence all need measurement and consideration too.

Fifth, stakeholder satisfaction is crucial to the electoral process.  Citizens are one obvious stakeholder and their satisfaction with any reforms that are made should therefore be considered and monitored.  Satisfaction amongst parties and civil society is crucial for ensuring support in the democratic system and is likely to require cross-party working.  Often forgotten is the level of staff satisfaction amongst the electoral officials on the ground.  Staff satisfaction matters for instrumental reasons. The effects are commonly thought to include improved retention and performance. There are also moral reasons: organisations have a duty of care towards their employees – especially where there could be physical risks to their health during the pandemic.

There are no easy solutions for policy makers through these logistical and moral mazes when decisions have to be made within short time frames.  It is clear, however, that the election will affect all citizens, civil society groups and political actors.  Better decisions will therefore be made where the decision-making process is as inclusive and consultative as possible.  And anchoring decisions against democratic principles is imperative.

Categorieën
IDEA Mensenrechten Nieuwsbericht

The COVID-19 Electoral Landscape in Africa

Disclaimer: Views expressed in this commentary are those of the author, who is a staff member of International IDEA. This commentary is independent of specific national or political interests. Views expressed do not necessarily represent the institutional position of International IDEA, its Board of Advisers or its Council of Member States.

Burundians will go to the polls on 20 May 2020 for presidential, legislative and local elections in spite of the risks posed by the coronavirus. As of 17 May, there were 27 confirmed cases of coronavirus and one death in the country, but the total figure of cases is believed to be higher. Since late April, large scale campaign events have taken place throughout the country without much attention to social distancing practices. This despite concerns voiced by the World Health Organization (WHO) which was on 12 May 2020 asked to immediately leave the country. In the meantime, the government has also asked that all foreign election observers to be quarantined for a 14-day period.

What does the pandemic mean for the electoral landscape in Africa, with 23 national elections scheduled in 22 African countries in 2020? For the rests of the year, there are elections scheduled to take place in Malawi (presidential), in July; Burkina Faso, Côte d’Ivoire, Egypt, Guinea (presidential), Liberia, Niger, Seychelles and Tanzania. It is not certain whether the elections in Chad, Central Africa Republic (CAR), Gabon, Somalia and Somaliland will take place as scheduled because these countries are faced with broader security and political challenges, now complicated by the pandemic.

Changes to scheduled elections

In early May, the chief electoral officer of the Independent Electoral Commission (IEC), South Africa stated, “there is no doubt that the post-COVID-19 electoral landscape will be significantly different in many respects.” These words were expressed at a time when the IEC postponed 30 municipal by-elections and voter registration activities until 1 June 2020, to mitigate the risk of further contagion and the likelihood of a low voter turnout. The IEC further mentioned in case the risks of cross contamination of people does not dissipate, the municipal elections scheduled to take place in 2021 may be affected.

According to International IDEA Global Overview of COVID-19: Impact on elections a total of eight countries have decided to postpone national and subnational elections planned in March up until August 2020. This includes subnational elections in Gambia, Kenya, Nigeria, Tunisia, Uganda, Zimbabwe as well as national elections in Ethiopia. Many of these postponements were decided on by the respective governments, legislatures or Electoral Management Bodies (EMBs), based on emergency response frameworks. In the case of Ethiopia, the National Electoral Board of Ethiopia consulted with political parties on the impact of COVID-19 which resulted in a broad political consensus regarding the postponement of the election.

During the same period, 4 countries have held national or subnational elections. This includes Guinea (22 March), Cameroon (22 March), Mali (29 March and 19 April) and Benin (17 May). All elections took place during a context of contagion with 2 reported cases in Guinea, 40 cases in Cameroon, 18 cases/224 cases (first and second round) in Mali and 338 cases in Benin.

Figure 1. Elections held or postponed from 21 Februrary to 17 May                                                                                       

 

Elections held so far:

Protective measures were employed for all four elections that were held amidst the pandemic in BeninCameroon, Guinea and Mali. These measures included: deep cleaning of polling stations before, during and after polling; mandatory use of masks and gloves for election officials; temperature checks at polling stations; provision of handwashing facilities and sanitizers for voters at polling stations; social distancing at the polling stations; and restrictions on number of persons present per room during voting and counting was done in centralized locations. Of particular interest is Benin, where all in-person campaign events were canceled, as gatherings of over 50 people were prohibited, forcing candidates to focus more on media appearances and campaign posters.

Voter turnout for the Guinea and Mali election (see figure 1) was low in comparison to past elections. For example, the Guinea provisional voter turnout was 58 per cent, which was lower than 68.4 per cent in the 2015 presidential election. In Mali, voter turnout for the first round elections on 29 March was 35.58 per cent, which dropped to 35.25 per cent in the second round parliamentary elections held on 19 April. Turnout in the 2020 elections was low compared to 42.7 per cent in the 2013 parliamentary election (See figure 2, Guinea and Mali VT). Provisional voter turnout for Benin local elections during the time of writing has not been released.

Figure 2. Guinea and Mali Voter Turnout                                                       

 

There have been reports of further contagion during the election period. As of 17 May 2020 coronavirus cases in each country has increased. Guinea has 2658 coronavirus cases including 16 deaths; Cameroon has 3105 cases and 140 deaths; and Mali 860 cases and 52 deaths. In each of the aforementioned countries, the cases of coronavirus started to grow rapidly in the weeks after the elections as illustrated by Worldometer country data/graphs. The President of INEC, died from COVID-19 on 17 April 2020, it is believed that he contracted the virus during the election period.

Elections in the second half of the year

For the rest of 2020, there are more than a dozen scheduled national, regional or local elections in Africa. Elections are continuous processes that involved a complex interplay of activities that are technical in nature but carry deep political and legal implications. The quality of an election management body’s (EMB) preparation for an election is crucial for the overall success of the process. The pandemic has necessitated varying degrees of restrictions and emergency measures, imposed by governments, thus affecting the implementation of important pre-election activities.

In the cases of Burkina Faso, Cote d’Ivoire, Malawi, Niger and Ghana some electoral preparations have been delayed or postponed. These include the voter registration, the training of staff, local commissioners and electoral agents. Party Primary elections in Ghana have also been postponed. These postponements may cause overall changes in the election calendar.

EMBs in many sub-Saharan African countries depend largely on international procurement of sensitive election materials, as the capacity to produce locally is not readily available. The closure of international borders and of production centres in the supplying markets in response to the pandemic make international procurement a challenge, as seen in Liberia.

Can we still hold safe elections?

Many countries outside Africa that have either postponed, held or are planning to hold elections in 2020 have looked at Special Voting Arrangements (SVA) as an option that can allow elections to take place during a time of contagion. For example, local EMBs in Bavaria, Germany and the USA have introduced postal voting for subnational elections.

While the infrastructure in Africa may not support postal and online voting, other SVAs could be considered. South Africa and some other countries have SVAs for the elderly, the invalid and persons on election duty. The special voting allows these vulnerable voters to vote in advance (two days earlier), it also provides the possibility of home visits. Such SVAs could allow for staggered voting to reduce the pressure on voters on election day. However, in the context of the pandemic, the home visits should be modified to reduce the human contact between the officials and the voters who are at risk of contracting the virus. Mauritius which has voting by proxy could potentially extend the SVA to the elderly or persons who are infected by COVID-19.

In March 2020, International IDEA published a technical paper that lists some alternative mechanisms of campaigning and remote voting methods. This includes campaigning through Internet or via social media platforms or voting by post or online through a computer or mobile phone application. If postal or online voting is deemed inappropriate, then other in-person arrangements can be made in order to decrease the risk of contagion. This includes either introducing advance voting or extending advance voting arrangements to a larger group of people if the election code allows. In South Korea, the National Election Commission (NEC) encouraged all voters to cast their vote before election day at any of the 3,500 polling stations that were setup throughout the country. The rational for early voting was to allow a large group of people to vote before election day irrespective of their residence. In the end 26.69 per cent (or 11.74 million) of voters cast their vote through early voting provisions. This measure reduced the risk contagion as less people gathered together to vote on election day. It also reduced voter disenfranchisement and contributed to a historic high 66.2 per cent (29.12 million ballots cast)voter turnout in the country.

If new voting arrangements are proposed, or enacted good practice dictates that new laws need to be agreed typically between six months (as per article 2 of the ECOWAS protocol on Good Governance) to one year (as per Venice Commission, code of good practice in electoral matters) before elections take place, in order to uphold the principle of electoral law stability. A distinction should be made of what represents a major change in the electoral system and what are relatively more technical aspects that an EMB can adopt in a shorter period of time. Broad consensus of new voting arrangements will increase the integrity of the election and its eventual outcome. Therefore, all countries planning to hold elections in 2020 or early 2021 during a time of contagion need to start discussing these arrangements across party lines and through inter-agency forums as soon as possible.

Categorieën
Light for the World Nieuwsbericht Ontwikkelingshulp

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Het aantal besmettingen wereldwijd neemt toe, ook in onze projectlanden. Volgens de officiële cijfers zijn er momenteel ongeveer 352 besmettingen in Ethiopië, 145 besmettingen in Mozambique, 290 besmettingen in Zuid-Soedan, 122 besmettingen in Cambodja, 912 besmettingen in Kenia 912, en 248 besmettingen in Oeganda 248 gemeld (per 19 mei).

Als organisatie zetten we ons in om onze projecten in Afrika en Azië zo goed mogelijk doorgang te laten vinden en te ondersteunen. Hierbij focussen wij ons op de volgende 4 aspecten:

1. Bieden van toegankelijke informatie voor mensen met een handicap, zoals braille en video’s in gebarentaal

In Kenia hebben collega’s informatie over het coronavirus in een video verspreid, door middel van gebarentaal.

2. Uitdelen van noodpakketten aan de meest kwetsbaren

In Battambang, Cambodja hebben we noodpakketten uitgedeeld. Zo hebben kinderen en volwassenen met een handicap voedsel, sanitaire middelen en schoolspullen ontvangen.

3. Gezondheidssystemen steunen met beschermende pakken en desinfecterende middelen

We hebben een ziekenhuis uit Oeganda voorzien van 100 beschermende pakken, 1500 liter aan desinfecterende gel en 10 pedaalaangedreven handwasstandaards.

Wat doen we? 1

4. Samenwerken met andere NGO’s

In samenwerking met Unicef, internationale en lokale hulporganisaties proberen we zoveel mogelijk werk te verzetten. In de kampen in Zuid-Soedan wordt dan ook veel samengewerkt om informatie te verspreiden.

Collega vertelt: Coronacrisis in Mozambique 1

Ons noodfonds rondom het coronavirus biedt hulp aan de armste delen van de wereld. Kijk hoe jij kan helpen op www.lightfortheworld.nl/corona!

Delen:

Categorieën
IDEA Mensenrechten Nieuwsbericht

Adapting Elections to COVID-19: five key questions for decision makers

Disclaimer: Views expressed in this commentary are those of the author, who is a staff member of International IDEA. This commentary is independent of specific national or political interests. Views expressed do not necessarily represent the institutional position of International IDEA, its Board of Advisers or its Council of Member States.

The global spread of COVID-19 has already profoundly impacted the health and welfare of citizens around the world. Decisions being made about how elections are run during the pandemic will have a further profound effect, shaping the health of democracy in the future.

Many policymakers have responded to the pandemic by postponing elections, with at least fifty-five countries and territories between February and May 2020, rescheduling the polls. Postponing an election is not quite as undemocratic as it sounds but others have forged on by trying to adapt elections to the pandemic—or are actively trying to find ways to do this. This has included proposals to hold all-postal elections in Poland, encouraging early voting in South Korea or the use of protective clothing by electoral officials in Israel. A coalition of US academics have set out proposals for fair elections in November 2020.

Decisions are usually best made to suit local circumstances and pressures. There are some universal questions that we can ask about the running of elections, however. In a recent book on Comparative Electoral Management, I set out a framework for evaluating the running of elections. This framework is set out in full in Chapter 4, which is free to download here (p.61-71). This framework can also be used to consider the merits—or otherwise—of the reforms being put forward.

The starting point is that elections are not entirely different in nature to other public services such as schools and hospitals. Some of the tools that have been used to assess them can therefore be adapted to assess how elections are run. At the heart of the electoral process, however, is democracy. David Beetham’s focus on a democratic society as one where the key principles of political quality and popular control of government are achieved therefore provides a normative anchor for how we should assess the electoral process. The framework sets out five dimensions of electoral management that are essential for democratic ideals (Figure 1 and Table 1).

Figure 1: The PROSeS Framework. Source: James (2020: 61).

 

 

Table 1: The PROSeS matrix for evaluating electoral management. Source: James (2020: 66).

 

Firstly, we should focus on the decision-making processes in place for electoral management bodies. If decisions are going to be made due to COVID-19, the question is not just what decision is made, but how that decision is made and by whom? Good electoral management requires that these decisions are not just made behind closed doors by senior electoral officials—or that a small clique of politicians dictate new rules from Parliament. There should be widespread consultation and public involvement. In emergency situations the extensiveness of public deliberations can often curtailed by time, but a wide variety of stakeholders should be consulted and a digital society now enables calls for views from the public, focus groups and public polls. The probity of the decisions made and accountability mechanisms in place should be considered too.

Secondly, the resourcing of any reforms is vitally important. A decision, for example, to switch from holding elections in person at a polling station to rely on mail-in ballots is going to have a major consequence for staffing levels, working practices, postage and printing costs. Who is going to pay for this? When? Do electoral officials have sufficient financial resources, staff and equipment to implement the reforms? The sufficiency of this funding is vitally important so that electoral officials don’t find themselves with cash crises during the electoral process—or find themselves with unfunded blackholes afterwards. We should expect the unexpected. The availability of contingency funds is therefore vitally important too. 

Thirdly, the quality of services to the citizen have an obvious importance. ‘Put the voter first’ is a common mantra for electoral services around the world—but there is a major risk that the service provided will be compromised during these difficult times. Convenience is critically important. Information about how to vote should be readily available and the process as simple and streamlined as possible. Accuracy is critical. The pressures on electoral officials will be immense, but there should be no compromises when voters consider whether their vote had been counted. Putting the voter first also means enforcing the rules against them and their fellow citizens. If polling stations are required to close at 19:00, then they should close at 19:00. If postal votes need to have been received by a certain date, then that date should be absolute. 

Fourthly, the likely effects of any COVID-19 reforms should be mapped against service outcomes. The service outcomes for private companies are usually profit, share value and revenue. When it comes to the implementation of the electoral process service outcomes are no less relevant. They would include voter turnout. Elections held during a pandemic are likely to be hit by a drop in turnout because citizens might be reluctant to travel to the poll and there is therefore a strong case for compensatory mechanisms to ensure inclusive elections. Electoral officials, of course, are unable to shape this key metric alone as it depends on many factors. But how the election is run is one of them. The accuracy and completeness of the electoral register are essential for well-run elections and many countries rely on the canvassing of properties to keep registers accurate. However, South Africa was amongst many countries to have to suspend voter registration initiatives in response to the pandemic leaving the register likely to be affected. How reforms might shape the volume of rejected ballot papers, levels of electoral fraud, possible service denial or ignite violence all need measurement and consideration too.

Fifth, stakeholder satisfaction is crucial to the electoral process. Citizens are one obvious stakeholder and their satisfaction with any reforms that are made should therefore be considered and monitored. Satisfaction amongst parties and civil society is crucial for ensuring support in the democratic system and is likely to require cross-party working. Often forgotten is the level of staff satisfaction amongst the electoral officials on the ground. Staff satisfaction matters for instrumental reasons. The effects are commonly thought to include improved retention and performance. There are also moral reasons: organizations have a duty of care towards their employees—especially where there could be physical risks to their health during the pandemic.

There are no easy solutions for policymakers through these logistical and moral mazes when decisions have to be made within short time frames. It is clear, however, that the election will affect all citizens, civil society groups and political actors. Better decisions will therefore be made where the decision-making process is as inclusive and consultative as possible. And anchoring decisions against democratic principles is imperative.