Categorieën
SOMO

Steun voor C&A klacht

Verschillende organisaties spreken hun steun uit voor de door SOMO, Action Labour Rights (Myanmar) en Schone Kleren Campagne Nederland ingediende klacht over kledingbedrijf C&A bij de klachtencommissie van het kledingconvenant.

De organisaties dienden een klacht in tegen convenantlid C&A omdat het kledingbedrijf klachten van arbeiders in de Roo Hsing fabriek in Myanmar niet op de juiste manier aangepakte.

In de ondersteunende verklaring van het Amerikaanse Solidarity Center worden de slechte arbeidsomstandigheden in Myanmarese kledingindustrie beschreven. Ook prijzen zij de rol die Action Labour Rights speelt bij het ondersteunen van werknemer, vakbonden en het opkomen voor vakbondsvrijheid.

Lees meer over de klacht in het online dossier ‘klacht tegen C&A’

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van SOMO:

https://www.somo.nl/nl/steun-voor-ca-klacht/

Categorieën
SOMO

Nederland laat bedrijven die in Palestina het internationale recht schenden ongemoeid

In februari van dit jaar publiceerde de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten een langverwachte lijst van bedrijven die betrokken zijn bij economische activiteiten in illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Op de lijst staan vier Nederlandse bedrijven. Maar tot nu toe ziet de Nederlandse overheid hierin geen aanleiding tot actie

Eindelijk openbaar

De nederzettingeneconomie, het geheel van Israëlische en internationale economische activiteiten in de nederzettingen in bezet Palestijns gebied, is strijdig met internationaal recht en houdt de grove mensenrechtenschendingen die onderdeel zijn van de bezetting alsook de uitbreiding van de illegale nederzettingen in stand. Het beeld is somber. Er wordt niet alleen handelgedreven met illegale nederzettingen, er wordt ook gebouwd op bezet Palestijns land. Tevens zijn Israëlische en buitenlandse bedrijven betrokken bij schendingen van oorlogsrecht, waaronder landonteigeningen en exploitatie van Palestijnse grondstoffen. De militaire bezetting wordt gekenmerkt door wrede handhaving van draconische beperkingen, die ieder aspect van het leven van Palestijnen beheersen. De VN-lijst verschaft inzicht in de vraag, welke bedrijven precies betrokken zijn bij de nederzettingeneconomie. Sinds 2016, toen VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten de opdracht kreeg de lijst op te stellen, tot het moment van verschijnen in februari dit jaar, is er door staten en bedrijven gelobbyd om publicatie tégen te houden. Amnesty International heeft dat proces in détail beschreven.

Nederlandse bedrijven betrokken bij nederzettingen

Er staan vier Nederlandse bedrijven op de lijst van 122 bedrijven: Tahal Group International B.V., Kardan N.V., Altice Europe N.V. en Booking.com. Behalve Booking.com zijn het in feite Israëlische bedrijven, die gevestigd zijn in Nederland, waar ze kunnen profiteren van Nederlandse (belasting)voordelen.  Zij hebben hier dus verantwoording af te leggen voor de gevolgen van hun bedrijfsactiviteiten in Nederland en elders. Het zijn geen kleine jongens. Kardan N.V. is een investeringsmaatschappij die in 2019 65 miljoen euro omzet maakte. Ontwikkelaar van infrastructuur Tahal Group International B.V., draaide in datzelfde jaar 153 miljoen euro omzet. Altice Group N.V. is een telecom- en kabelbedrijf dat in 2019 440 miljoen euro winst boekte.

De vermoorde onschuld

Ondergetekende organisaties schreven de vier Nederlandse bedrijven aan en wezen hen onder andere op hun vermelding op de VN-lijst. Alleen Kardan N.V. reageerde: “We are not familiar with the specific information included in the database. […]  All the projects relate to providing clean water, such as waste water treatment plants, and water supply to residents. As such, the projects of Tahal are sustainable and humanitarian in essence as they aim to provide a basic necessity which is clean water.”

De realiteit? Tahal, gecontracteerd door Israëlisch staatsbedrijf Mekorot, is betrokken bij het onttrekken van water aan bezet Palestijns gebied ten behoeve van Israël en Israëlische kolonisten in de illegale nederzettingen. Booking.com gaat onverdroten door met het verhuren van accommodaties in nederzettingen op bezet Palestijns land.

Lippendienst

Treedt de Nederlandse overheid op? In reactie op Kamervragen over de VN-lijst geven ministers Kaag en Blok keurig het regeringsstandpunt weer: Israëlische nederzettingen in bezet gebied zijn strijdig met internationaal recht. Bedrijfsactiviteiten die bijdragen aan het ontwikkelen of bestendigen van de nederzettingen zijn ‘onwenselijk’ en economische relaties met bedrijven in nederzettingen worden ‘ontmoedigd’. De eigen verantwoordelijkheid van bedrijven wordt benadrukt en actie van regeringswege blijft uit.

Wat kan Nederland wèl doen?

De Nederlandse overheid heeft mogelijkheden te over om bedrijven op het juiste pad te dwingen: eisen dat de bedrijven waarbij het inkoopt mensenrechten respecteren en transparant zijn over de invulling van hun verantwoordelijkheden; elke vorm van steunmaatregelen, belastingvoordelen en dienstverlening afhankelijk maken van naleving van mensenrechtenverplichtingen. Daarnaast zou het Openbaar Ministerie onderzoek kunnen instellen naar de betrokkenheid van de Nederlandse bedrijven bij schendingen van internationaal strafrecht in de nederzettingen.

Palestina als voorbeeld

De VN-lijst is bovendien een blauwdruk voor andere conflictgebieden waar bedrijven de fout in gaan. Wat voor Israël geldt, geldt bijvoorbeeld ook voor Rusland, inzake de Krim, en in andere situaties van bezetting en oorlog. In een context van voortdurende straffeloosheid kan een lijst van medeplichtige bedrijven namen en shamen een effectief middel blijken in de strijd om een einde te maken aan de bezettingseconomie en de mensenrechtenschendingen die daarmee onlosmakelijk verbonden zijn.

In het licht van de Israëlische plannen om meer delen van de bezette Westelijke Jordaanoever te annexeren en de voortdurende mensenrechtencrisis in de bezette gebieden, zijn woorden niet genoeg. De Nederlandse overheid heeft de verantwoordelijkheid om naleving van internationaal recht te bevorderen. Regering, zet nu eens de middelen in om de mooie principes met betrekking tot mensenrechten en bedrijfsleven echt af te dwingen, papieren werkelijkheden zijn er al genoeg.

(Een verkorte versie van dit opiniestuk werd gepubliceerd in De Volkskrant)

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van SOMO:

https://www.somo.nl/nl/nederland-laat-bedrijven-die-in-palestina-het-internationale-recht-schenden-ongemoeid/

Categorieën
SOMO

Gebrek aan urgentie in beantwoording Kamervragen over kritisch rapport kledingconvenant

Minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft antwoord gegeven op vragen die haar door Tweede Kamerleden van de Christenunie, Pvda en SP zijn gesteld n.a.v. een onderzoeksrapport over het Nederlandse Convenant Kleding en Textiel (CKT).

Het onderzoek van Schone Kleren Campagne (SKC) en SOMO, gepubliceerd in juni dit jaar, toont aan dat bedrijven die lid zijn van het Nederlandse Convenant Kleding en Textiel (CKT), onvoldoende scoren op het gebied van internationaal maatschappelijk-verantwoord ondernemen (imvo) en bij hun verslaglegging daarover. SKC en SOMO concludeerden dat CKT-bedrijven ondermaats presteren wat betreft het garanderen van een leefbaar loon in hun toeleveringsketens of het betrekken van lokale belanghebbenden, zoals fabrieksarbeiders en vakbonden. Verbeterplannen om dergelijke misstanden aan te pakken ontbreken volledig, of zijn onvoldoende concreet.

Naar aanleiding van dit rapport hebben de ChristenUnie, PvdA en SP in juli Kamervragen gesteld aan minister Kaag. In haar antwoorden op deze vragen zegt de minister dat het Convenant erkent dat de communicatie van bedrijven over hun inspanningen versterkt dient te worden en dat de aanbevelingen van het SKC-SOMO rapport meegenomen moeten worden in de beoordeling van CKT-bedrijven. Ook geeft Kaag in haar reactie aan dat het introduceren van gepaste zorgvuldigheid (due diligence of zorgplicht), inclusief het opstellen en publiceren van een imvo-rapportage, een leerproces is.

SKC en SOMO erkennen dat bewustwording en capaciteitsontwikkeling inzake imvo bij CKT-bedrijven een eerste onontbeerlijke stap is, maar na vier jaar lidmaatschap van het Convenant mogen we van bedrijven verwachten zij daadwerkelijk concrete positieve verandering te realiseren voor de arbeiders in hun ketens. Als het CKT haar doelstellingen volgend jaar wil behalen, moeten er op de korte termijn flinke stappen worden gezet.

Meer urgentie

Substantiële verbetering voor kledingarbeiders (m/v) op het gebied van mensenrechten kan niet wachten. De covid19-crisis heeft de sowieso al zeer penibele situatie van arbeiders in de textiel – en kledingindustrie nog verder verzwakt: veel mensen verloren hun baan, zijn ontslagen of hebben (deels) hun loon niet uitbetaald gekregen. SKC en SOMO roepen op tot dringende actie. Verscheidene actoren hebben hier een eigen rol in te spelen:

  • De Nederlandse regering heeft onlangs het eigen imvo-beleid (waar het Convenant onder valt) geëvalueerd en beraadt zich nu over de te nemen maatregelen. Als financier van en deelnemer aan het CKT moet de regering er zorg voor dragen dat het CKT geen mislukking wordt. SKC en SOMO roepen minister Kaag op om het nodige te doen opdat er een einde komt aan mensenrechtenschendingen in ketens van Nederlandse bedrijven;
  • Het CKT moet strenger optreden tegen bedrijven die de CKT-standaarden en doelstellingen niet in de gegeven tijd waarmaken. Hiervoor zijn duidelijke afspraken nodig waar consequenties aan zijn verbonden, zoals officiële waarschuwingen en een royement wanneer bedrijven de afspraken herhaaldelijk overtreden;
  • De bij het CKT aangesloten bedrijven hebben natuurlijk sowieso een eigen individuele verantwoordelijkheid om imvo ambities om te zetten in daden: leefbaar loon, vakbondsvrijheid, betekenisvolle dialoog en samenwerking met vakbonden en andere organisaties die voor de belangen van arbeiders opkomen;
  • Met de Tweede-Kamerverkiezingen van 2021 in aantocht roepen SKC en SOMO politieke partijen op om hun standpunt te bepalen over IMVO en duidelijke taal hierover op te nemen in hun verkiezingsprogramma’s.

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van SOMO:

https://www.somo.nl/nl/gebrek-aan-urgentie-in-beantwoording-kamervragen-over-kritisch-rapport-kledingconvenant/

Categorieën
SOMO

Belastingverdragen met ontwikkelingslanden: groot verschil tussen beleid en praktijk

Wanneer Nederland belastingverdragen met ontwikkelingslanden afsluit, worden daarin lagere tarieven afgesproken dan op basis van Nederlands beleid beloofd is. Ontwikkelingslanden lopen hierdoor broodnodige inkomsten mis, en het beleid werkt ook verdragsmisbruik verder in de hand. Dat is de belangrijkste conclusie uit een nieuw onderzoek naar de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid uit 2011, waarin de Nederlandse regering de richtlijnen voor belastingverdragen heeft vastgelegd.

Nederland heeft met ongeveer honderd landen een bilateraal belastingverdrag afgesloten. Ongeveer een kwart daarvan is met ontwikkelingslanden. Het Nederlandse fiscale verdragsbeleid houdt sinds 2011 “(…) rekening met de specifieke belangen van ontwikkelingslanden door hen de mogelijkheid te geven in eigen middelen te voorzien (…)”. Het beleid stelt verder dat Nederland in verdragen met ontwikkelingslanden akkoord wil gaan met hogere bronheffingen dan in verdragen met niet-ontwikkelingslanden. Een analyse laat echter zien dat bij alle verdragen die sinds 2011 zijn afgesloten of opnieuw zijn onderhandeld nog steeds te lage tarieven worden afgesproken.

Door het grote aantal belastingverdragen dat Nederland heeft afgesloten, en de druk die wordt uitgeoefend om lage tarieven voor (bron)belasting af te spreken, versterkt de Nederlandse praktijk de internationale ‘race to the bottom’.  Maarten Hietland: “Hierdoor voelen ook andere landen zich gedwongen lagere belastingtarieven af te spreken, ten koste van inkomsten voor zorg, onderwijs en milieu- en klimaatmaatregelen.”

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van SOMO:

https://www.somo.nl/theory-and-practice-of-the-dutch-tax-treaties-with-developing-countries/

Categorieën
SOMO

Kledingconvenant neemt klacht tegen C&A in behandeling

De klachten- en geschillencommissie van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel heeft SOMO, Action Labor Rights en Schone Kleren Campagne laten weten dat het de vorige maand ingediende klacht in behandeling neemt.

De organisaties dienden een klacht in tegen kledingconvenantlid C&A omdat het kledingbedrijf klachten van arbeiders in de Roo Hsing fabriek in Myanmar niet op de juiste manier aangepakte.

Het Roo Hsing management startte twee jaar geleden een treitercampagne tegen de nieuw opgerichte vakbond. Dit leidde onder meer tot het ontslag en gedwongen vertrek van de vakbondsleiding. Ondanks herhaalde pogingen, verzuimde C&A effectief op te treden en de onrechtmatige acties van het management te corrigeren.

Nu de klacht in behandeling wordt genomen, hopen de organisaties dat C&A nu wel zijn verantwoordelijkheid neemt en het management van Roo Hsing aanspreekt om vakbondsvrijheid te waarborgen en de ten onrechte ontslagen werknemers en zij die gedwongen werden om te vertrekken, weer in dienst te nemen.

Dit bericht is oorspronkelijk afkomstige van de website van SOMO:

https://www.somo.nl/dutch-garment-agreement-takes-up-complaint-against-ca/