Categorieën
RIVM

Publiek-private samenwerking voor gezond stedelijk leven

Eerste webinar uit een reeks

Door de maatregelen tegen het nieuwe corona-virus was het een virtuele aftrap, tijdens een goed bezocht webinar. Zo’n 180 deelnemers zagen hoe Erik Gerritsen (Secretaris Generaal van het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) zijn enthousiasme over het initiatief onder woorden bracht in een videoboodschap. De initiatiefnemers gaven achtergrondinformatie over het samenwerkingsverband en keken vooruit naar de rest van de reeks van webinars. Die zullen inzicht gaan geven in projecten en mogelijkheden voor samenwerking. Veel deelnemers deelden al spontaan hun ideeën in de chatruimte en wisselden gegevens uit.

Groeiend platform

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Universiteit Utrecht en Economic Board Utrecht zijn de initiatiefnemers van dit platform. Intussen hebben zich verschillende partners aangesloten: provincie Utrecht, gemeente Amersfoort, Future City Foundation, Mecanoo, UMCUniversitair Medisch Centrum Utrecht, Hogeschool Utrecht, Civity en Urban Sync. Ook andere publieke en private organisaties in Nederland kunnen zich aansluiten en/of gebruik maken van de data en kennis binnen het platform. Kijk op de website datakennishubgsl.nl voor de mogelijkheden.

Webinar terugkijken of aanmelden voor komende webinars

Je kunt het webinar van 14 mei binnenkort terugkijken op de website van de Data- en kennishub Gezond Stedelijk Leven. Daar kun je je ook aanmelden voor een van de volgende webinars. De eerstvolgende is op 28 mei en gaat over ’real time’ monitoring. Je leert dan wat er technisch en inhoudelijk komt kijken bij ‘real time’ meten met sensoren en hoe je dat samen met verschillende partijen kunt oppakken.
 

Categorieën
RIVM

Duidelijke impact van de landelijke maatregelen om de COVID-19 epidemie te bestrijden

Om het effect van de maatregelen tegen de verspreiding van het nieuwe coronavirus te volgen, is gekeken naar het moment dat gemelde COVID-19 patiënten ziek werden. Dit is bekeken bij patiënten die uiteindelijk in het ziekenhuis opgenomen moesten worden. Door de tijd die tussen besmetting, de eerste ziekteverschijnselen en de ziekenhuisopname zit, is een effect van de maatregelen op het aantal ziekenhuisopnames pas minimaal één week na het ingaan van de maatregelen zichtbaar.

Op donderdag 12 maart werden de eerste landelijke maatregelen afgekondigd om de COVID-19 epidemie te bestrijden. Thuisblijven bij milde klachten, evenementen werden afgelast en zoveel mogelijk thuiswerken. Vanaf 15 maart gingen scholen, horeca en sportclubs dicht.

Het hoogste aantal gemelde COVID-19 patiënten werd ziek in de week van 16 tot en met 22 maart (week 12). In grafiek 1 en 2 is vanaf week 13, zowel landelijk als in alle provincies een daling te zien in het aantal gemelde COVID-19 ziekenhuisopnames per 100.000 inwoners. Dit wijst erop dat de landelijke maatregelen effectief geweest zijn om de COVID-19 epidemie in te dammen.

De piek van de epidemie viel in alle provincies in dezelfde week (week 12). Dat is opvallend omdat er grote verschillen in aantallen in het ziekenhuis opgenomen patiënten per provincie waren.

Grafiek 1. Aantal gemelde in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners, naar week van de eerste ziektedag

Aantal gemelde in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per provincie, naar week van de eerste ziektedag

Grafiek 2. Aantal gemelde in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per provincie, naar week van de eerste ziektedag

Categorieën
RIVM

COVID-19 in verpleeghuizen

Het aantal verpleeghuisbewoners met COVID-19 dat overlijdt, blijft stabiel hoog. Verpleeghuizen laten bewoners en zorgmedewerkers testen wanneer er een verdenking is op een COVID-19.
Sommige meldingen worden later gedaan. Daarom kan het zijn dat nog niet alle meldingen van de laatste week zijn meegenomen.

In Figuur 1 hieronder zie je dat het aantal verpleeghuizen dat voor het eerst een bewoner met COVID-19 meldt sinds eind maart minder wordt. Naar schatting heeft ongeveer één derde van het aantal verpleeghuizen tenminste één bewoner met COVID-19. In Figuur 2 zie je dat het aantal gemelde verpleeghuisbewoners met COVID-19 dat overlijdt stabiel hoog is. Het gaat hier alleen om verpleeghuisbewoners die getest zijn op COVID-19. Omdat dat niet bij alle patiënten is gebeurd, ligt het daadwerkelijke aantal overleden verpleeghuisbewoners  met COVID-19 hoger dan het figuur laat zien. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gaat samenwerken met NivelNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg en VerensoVereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters om beter zicht te krijgen op patiënten in verpleeghuizen die waarschijnlijk COVID-19 hebben of hadden, maar waarbij geen laboratoriumonderzoek is gedaan.

Figuur 1. Nieuwe verpleeghuislocaties met een eerste melding van COVID-19 per dag

Figuur 2: Overleden patiënten met COVID-19 per dag die in een verpleeghuis wonen

Categorieën
RIVM

Regionale verschillen in de epidemie

Er zijn grote regionale verschillen in de epidemie. In Nederland zijn tot nu tot 23.097 bevestigde besmettingen gemeld. De meeste mensen die positief zijn getest op het nieuwe coronavirus wonen in de provincie Noord-Brabant. Bijna een kwart van het totaal aantal bevestigde besmetting in Nederland betreft inwoners van de provincie Noord-Brabant (5.264 bevestigde besmettingen). De provincie Groningen is  met 251 positief geteste personen de provincie met het minste aantal besmettingen, 1,1% van het totaal aantal besmettingen. Deze provincie wordt op de voet gevolgd door de provincies Drenthe (274, 1.2%), Friesland (326, 1,4%) en Flevoland (328, 1,4%).

Deze verschillen zijn te verklaren doordat de verspreiding van het nieuwe coronavirus niet overal in Nederland gelijk is. In Noord-Brabant lijkt de epidemie af te vlakken. Het aantal meldingen in het noorden van Nederland is stabiel laag.

Zorgmedewerkers

De verdeling tussen het aantal bevestigde besmettingen van zorgmedewerkers en overige patiënten  is per regio sterk verschillend. Dit is afhankelijk van  de mate van verspreiding van het coronavirus en het lokale testbeleid tot 6 april. Zo is 56% van alle meldingen uit Groningen afkomstig van zorgmedewerkers. In Noord-Brabant zijn dit 11% van de meldingen tot nu toe. Landelijk gezien is 24% van de bevestigde COVID-19 patiënten een zorgmedewerker.

In het kaartje wordt per provincie het aandeel meldingen van zorgmedewerkers getoond ten opzichte van overige patiënten.

Testbeleid

Er wordt sinds 6 april meer getest. De uitbreiding van het testen is bedoeld voor zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis, zoals huisartsen, verpleeghuismedewerkers, medewerkers gehandicaptenzorg  en thuiszorgmedewerkers. Ook worden er meer patiënten getest met een hoog risico op ernstig verloop van een coronavirusinfectie, zoals ouderen en mensen met een bestaande ziekte of aandoening.

Categorieën
RIVM

RIVM start onderzoek naar groepsimmuniteit coronavirus

Iedereen die in aanraking komt met het virus maakt afweerstoffen aan. Door het meten van die afweerstoffen in het bloed weten we hoeveel mensen uit onze bevolking in aanraking zijn geweest met het virus.

Verschillende rondes

Het onderzoek wordt een aantal keren herhaald. Na elke ronde kunnen we meer te weten komen over de opbouw van groepsimmuniteit in de bevolking. Ook onderzoeken we hoe lang die afweerstoffen in het bloed blijven en of ze van goede kwaliteit zijn. Dan weten we of we ook op langere termijn goed in staat zijn om een tweede infectie tegen te gaan. Het onderzoek duurt in totaal anderhalf jaar. We verwachten de resultaten van de eerste ronde in mei.

PIENTER

De deelnemers zijn mensen die eerder meededen aan het PIENTER-onderzoek. PIENTER is een langlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking naar de afweer tegen infectieziekten. In 2016/2017 heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het derde PIENTER-onderzoek uitgevoerd. Hieraan hebben ongeveer 7.000 mensen meegedaan in de leeftijd van 0 tot 90 jaar.

Vergelijken 

Het RIVM heeft nog restant bloed bewaard van de mensen die meededen aan PIENTER en die toestemming hiervoor hebben gegeven. Voor het PIENTER-Corona onderzoek verzamelen we opnieuw bloed, via een vingerprik. Dit bloed kunnen we met elkaar vergelijken. Daardoor krijgen we belangrijke informatie over verspreiding van het virus en opbouw van groepsimmuniteit. We doen dus onderzoek in de periode vóór, tijdens en na de uitbraak van het nieuwe coronavirus.

Vingerprik

De genodigden die zich aanmelden, ontvangen een korte vragenlijst en een vingerpriksetje. Ze kunnen de vragenlijst digitaal invullen. Met het vingerpriksetje moeten ze zelf een buisje vullen met een aantal druppels bloed en dit per post terugsturen naar het RIVM. Ze kunnen het onderzoek dus helemaal thuis doen.

Bekijk hier de video ‘Vier vragen over het PIENTER-Corona onderzoek’.