Categorieën
Human Rights Watch

Wanneer toont Nederland solidariteit met kinderen in Griekenland?

Vorige week beet Luxemburg de spits af en nam het als eerste Europese land twaalf jongens en meisjes van de Egeïsche eilanden op. Duitsland volgde en haalde 58 kinderen op uit Griekenland. Het waren de eerste kinderen die als onderdeel van een plan om niet-begeleide minderjarige migranten uit overbevolkte Griekse kampen over te brengen naar veiligheid elders in Europa.

Als alles volgens plan verloopt, zouden minstens 1600 kinderen uitzicht hebben op een nieuw leven. Elf lidstaten van de Europese Unie, waaronder ook Frankrijk en België, hebben beloofd tientallen kinderen op te vangen en voor hen te zorgen.

Wat houdt Nederland dan nog tegen? De Nederlandse premier Mark Rutte zal het er vast mee eens zijn dat geen enkel kind aan zijn lot mag worden overgelaten in een vluchtelingenkamp, al helemaal niet in Europa. Toch is het voor honderden kinderen, die in hun eentje hun thuisland ontvlucht zijn – voor geweld, gewapende conflicten, discriminatie, armoede – al jarenlang overleven in mensonwaardige omstandigheden op de Egeïsche eilanden.

Op dit moment zitten meer dan 1600 niet-begeleide kinderen vast op de eilanden. Een aantal van hen krijgt hulp van Griekse en internationale organisaties, maar de grote meerderheid leeft er in onmenselijke omstandigheden, in geïmproviseerde kampen buiten de officiële opvangcentra. Velen van hen worden geconfronteerd met onveilige omstandigheden en slapen buiten. Ze hebben amper toegang tot onderwijs, voedsel, water, toiletten en douches, en de angst voor Covid-19 is groot.

Hun lot is het resultaat van collectief falen om de situatie aan te pakken van de asielzoekers en migranten die al sinds 2016 vastzitten op de Griekse eilanden. Eind 2015 werd een hervestigingsmechanisme in het leven geroepen,  maar Nederland kwam zijn verbintenissen maar voor de helft na. Ook dat heeft bijgedragen tot de toename van de druk op Griekenland en tot de overbevolking op de eilanden.

Op de eilanden speelt zich al jarenlang een humanitaire ramp af. Het ophalen van deze kinderen zal hun leven ongetwijfeld aanzienlijk verbeteren en hen hun kindertijd teruggeven. Intussen zou Nederland ook laten zien dat het solidair is met Griekenland. Als elk EU-land de zorg overneemt voor enkele tientallen kinderen, dan zouden de meeste niet-begeleide kinderen die in onaanvaardbare omstandigheden vastzitten op de eilanden alvast geholpen zijn. Nederland hoort te doen wat juist is en moet zich scharen achter die landen die hebben beloofd kinderen uit de Griekse kampen op te nemen.

Categorieën
Human Rights Watch

Stop China’s wereldwijde aanval op mensenrechten

President Xi Jinping overziet China’s meest vergaande en wrede onderdrukking in decennia. Voor dissidente geluiden is geen plaats. Burgerorganisaties moesten de deuren sluiten. Onafhankelijke journalistiek bestaat niet meer. Online contact is drastisch ingeperkt. De beperkte vrijheden van Hongkong staan onder zware druk. En voor Oeigoeren en andere Turkse moslims in Xinjiang heeft Peking het meest ingrijpende surveillancesysteem ter wereld opgezet, gekoppeld aan het opsluiten van meer dan een miljoen mensen in kampen, voor indoctrinatie onder dwang.

Het vermijden van internationale kritiek op deze zeer verontrustende ontwikkelingen is een belangrijke prioriteit voor Peking. Na lang te hebben gecensureerd wat mensen in China kunnen zeggen, probeert Peking nu kritische geluiden wereldwijd te censureren. Daarmee bedreigt Peking steeds meer het gehele internationale systeem dat de rechten van alle mensen op aarde beschermt.

Sommige dictators en autocraten gaan graag met China mee, omdat ook zij een hekel hebben aan kritiek op hun schendingen van de mensenrechten. Anderen worden simpelweg afgekocht, bijvoorbeeld met behulp van China’s ‘Belt and Road Initiative’, het infrastructuur- en investeringsprogramma ter waarde van een biljoen dollar.

Sommige Europese regeringen kregen al te maken met de dreigementen van Peking over toegang tot de Chinese markt, die 16 procent van de wereldeconomie vertegenwoordigt. De Chinese regering gebruikt die dreiging als onderdeel van haar verdeel-en-heersstrategie, waardoor het voor de leden van de Europese Unie bijzonder moeilijk is geworden om een sterke consensus over China te bereiken.

De Verenigde Naties vormen een belangrijk doelwit voor Peking. In de VN-Mensenrechtenraad verzet China zich tegen praktisch elk mensenrechteninitiatief dat een specifiek land krachtig bekritiseert. In het hoofdkwartier van de VN in New York doet de Chinese regering er alles aan om discussie over zijn optreden in Xinjiang te frustreren. De secretaris-generaal van de VN, Antonio Guterres, heeft geweigerd om publiekelijk te eisen dat er een eind komt aan de massale detentie van Turkse moslims door China.

In de VN-Veiligheidsraad sluit China zich aan bij Rusland in het blokkeren van acties met betrekking tot ernstige situaties in landen als Syrië, Myanmar en Venezuela. Peking laat de slachtoffers liever creperen dan dat het een precedent schept voor het verdedigen van rechten, dat als een boemerang zou kunnen terugkeren wat betreft grove schendingen van mensenrechten in eigen land.

Regeringen van Europese landen zijn begonnen met het erkennen van de bedreiging die China vormt voor het wereldwijde mensenrechtensysteem. De Europese Unie heeft in de VN Mensenrechtenraad verschillende krachtige verklaringen over Xinjiang afgelegd, waaronder een die de basis vormde voor de grootste gezamenlijke verklaring die China ooit heeft meegemaakt. Ook het Europees Parlement heeft consequent zijn stem laten horen: in december werd de prestigieuze Sacharov-prijs toegekend aan de Oeigoerse academicus Ilham Tohti, die ten onrechte achter tralies zit in China.

Maar er is meer dat de Europese Unie en haar lidstaten kunnen doen. Om te beginnen zouden Europese diplomaten die hun Chinese ambtgenoten ontmoeten, moeten erkennen dat hun standaard voorkeur voor stille diplomatie niet werkt om de mensenrechten effectief te bevorderen. Als het Chinese volk – de belangrijkste motor van verandering – Europese leiders niet kunnen horen, dan maken hun interventies weinig verschil.

Het is ook belangrijk dat de EU dialogen met China over mensenrechten benut als extra gelegenheid om mensenrechtenkwesties aan de orde te stellen, en niet als excuus om te voorkomen dat op topbijeenkomsten in hogere kringen de aandacht van het publiek op schendingen van rechten wordt gevestigd. Dat is een bijzonder belangrijke les, aangezien Duitsland zich voorbereidt op een grote topontmoeting tussen de EU en China in Leipzig tijdens zijn EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2020.

Governments Should Unite Against Its Assault on Rights Bodies

De Europese regeringen moeten verder voorkomen dat er voor China met twee maten wordt gemeten. Als ze proberen om Myanmar-ambtenaren verantwoordelijk te stellen voor hun onrechtmatige behandeling van Rohingya-moslims, waarom dan niet Chinese ambtenaren voor wat zij Oeigoerse moslims aandoen? Als ze aandacht hebben voor de Saoedische of Russische inspanningen om legitimiteit te kopen en misbruik van rechten tegen te gaan, waarom dan niet voor soortgelijke Chinese inspanningen? Als ze het debat over mensenrechtenschendingen door Israël, Myanmar of Venezuela aanmoedigen, waarom dan niet door China? Velen hebben terecht aandacht gevraagd voor het schandalige scheiden van kinderen van hun ouders door de Trump-regering aan de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico. Waarom zouden ze dan niet ook de schijnwerpers richten op het het scheiden van kinderen en hun ouders in Xinjiang?

Tot slot moeten Europese regeringen zich niet neerleggen bij de verdeel-en-heersstrategie van China. Wanneer regeringen een-op-een spreken met China, kiezen ze vaak voor stille diplomatie, maar als ze samenwerken, verschuiven de machtsverhoudingen. Idealiter zouden alle leden van de Europese Unie samen moeten optrekken, maar één enkele andersdenkende kan een krachtig standpunt veranderen in een zwak compromis. In dergelijke gevallen is het beter om met zoveel mogelijk Europese lidstaten samen te werken, hopelijk met inbegrip van de Britse regering na Brexit. Zo kan een krachtig tegengeluid op Peking’s aanval op mensenrechten ontstaan. De Chinese regering zal met economische represailles dreigen, maar haar economie kan niet iedereen tegelijk aan.

Bovendien heeft Europa zijn eigen economische macht, bijvoorbeeld door erop aan te dringen dat alle bedrijven ervoor zorgen dat hun toeleveringsketens vrij zijn van de grootschalige dwangarbeid van moslims die nu in Xinjiang wordt gebruikt. Het komt erop neer dat de regeringen van alle elke EU-lidstaten de noodzaak moeten inzien om zich te verzetten tegen de aanval van de Chinese regering op het internationale mensenrechtensysteem. Tientallen jaren van vooruitgang op het gebied van de mensenrechten staan op het spel. En onze toekomst.

Categorieën
Human Rights Watch

Europa, pas op voor de verdeel-en-heersstrategie van Peking

Vorige week waarschuwde China’s ambassadeur in Nederland in het FD dat de onderlinge relaties beschadigd kunnen raken als de Nederlandse regering geen vergunning verleent aan ASML voor de export van hun Extreme Ultraviolet Lithography-machines aan China. Wereldwijd is ASML het enige bedrijf dat deze machines maakt. Ze zijn essentieel voor de productie van een nieuwe generatie van krachtige microchips. Die zijn op hun beurt weer essentieel voor high-tech applicaties, zoals het internet der dingen en software voor cloud-infrastructuur.

Nederland staat tegenover Peking niet alleen. Vorige maand dreigde de Chinese ambassadeur in Duitsland met een blokkade van de verkoop van Duitse auto’s in China, als de Chinese tech-gigant Huawei wordt uitgesloten als leverancier van draadloze 5G-apparatuur. En in november dreigde China’s ambassadeur in Zweden met ‘kwalijke gevolgen’ na nieuwe Zweedse steunbetuigingen voor een in China geboren uitgever van boeken, die ten onrechte in China achter tralies zit. De uitgever heeft een Zweeds paspoort.

In de pas lopen

Peking maakt steeds meer gebruik van de lucratieve Chinese markt, die 16% van de wereldeconomie beslaat, om te zorgen dat buitenlandse regeringen en bedrijven in de pas lopen. Iedereen dient te zwijgen over China’s schendingen van mensenrechten, en Chinese bedrijven moeten toegang krijgen tot hoogwaardige technologie.

Deze Chinese intolerantie trof bijvoorbeeld de Amerikaanse basketbalclub Houston Rockets. Nadat een hoge manager van de club de Chinese regering voor het hoofd stootte, omdat hij op Twitter zijn steun had betuigd aan de betogers in Hongkong, verbraken alle 11 Chinese sponsoren hun banden met de National Basketball Association. En Lotte, een Zuid-Koreaans conglomeraat van supermarkten dat in heel China actief is, werd twee jaar lang geboycot in verband met bilaterale spanningen.

Peking hanteert duidelijk een verdeel-en-heersstrategie om kritiek op de mensenrechtensituatie in het land tot een minimum te beperken. Als landen een-op-een met China te maken hebben, kiezen ze vaak voor stilzwijgen. Maar als ze zich verenigen, verschuift de machtsbalans.

Zo heeft de Europese Unie tegen de massadetentie van Oeigoeren en andere Turkse moslims diverse krachtige verklaringen afgelegd in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Dit vormde de basis voor een van de grootste gezamenlijke verklaringen ooit om deze misstanden in de Chinese regio Xinjiang te stoppen. Ook het Europees Parlement heeft consequent zijn stem laten horen: in december werd de prestigieuze Sacharov-prijs toegekend aan de Oeigoerse academicus Ilham Tohti, die ten onrechte achter tralies zit in China. Tot nog toe heeft de EU, voor zover bekend, niet te maken gekregen met serieuze economische represailles vanuit China.

Bovendien kan Europa zijn eigen economische macht gebruiken. Bijvoorbeeld door bedrijven de garantie te laten geven dat hun toeleveringsketens vrij zijn van dwangarbeid door moslims in Xinjiang. Ook kan de EU ondernemingen oproepen hun beleid voor zorgvuldige bedrijfsvoering openbaar te maken. Bedrijven die dit niet doen, riskeren dan medeplichtigheid aan schendingen van mensenrechten in China, de ergste sinds het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989.

Gezichtsherkenning

Veel van de controverses rond China vinden hun oorsprong in technologie die op meerdere manieren kan worden ingezet. Zo ontdekte Human Rights Watch in 2017 dat de Amerikaanse onderneming Thermo Fisher Scientific een aantal zogeheten DNA-sequencers had geleverd aan het Kantoor voor Publieke Veiligheid in Xinjiang. Dit terwijl op dat moment onder dwang biometrische data werd verzameld van alle mensen in de regio, onder het mom van een gratis publiek programma voor gezondheidszorg.

Na een oproep van Human Rights Watch om de verkoop op te schorten, maakte Thermo Fisher Scientific eerst omtrekkende bewegingen. Het zou onmogelijk zijn voor het bedrijf om het gebruik of de toepassing van al hun producten te controleren. Maar na aanhoudende vragen, ook van leden van het Amerikaanse Congres en diverse media, kondigde het bedrijf in 2019 aan te stoppen met de verkoop van hun menselijke identificatietechnologie aan de autoriteiten in Xinjiang.

De afgelopen drie jaar heeft Human Rights Watch het enthousiasme van de Chinese autoriteiten voor tech-tools uitvoerig gedocumenteerd. Het gaat hier om gezichts- en spraakherkenningstechnologie, met behulp van kunstmatige intelligentie. Maar ook om de verzameling van biometrische gegevens onder dwang. Verder gebruikt het Chinese regime veelvuldig apps en big data platforms om het dagelijks leven van haar inwoners te controleren én om diegenen eruit te filteren die zij als problematisch beschouwt. Dit alles in een context waarin mensen vrijwel geen recht op privacy hebben en waarin zij schendingen van hun rechten door de overheid niet kunnen aanvechten.

Verenigd optreden

Landen als Nederland die tegen China willen opstaan, of dat nu om economische of ethische redenen is, hebben meer macht dan ze denken. Voorwaarde is dat zij zich niet uiteen laten spelen en verenigd optreden.

Bedrijven die in China actief zijn, moeten zich geen illusies maken. De Chinese autoriteiten deinzen er niet voor terug om buitenlandse technologie in te zetten voor ernstige schendingen van mensenrechten.

Nederlandse bedrijven als ASML die zaken willen doen in China, doen er goed aan te evalueren hoe hun producten en diensten worden gebruikt, en wie hun klanten zijn.

Categorieën
Human Rights Watch

Nieuwe Onthullingen over rol Nederland in dodelijke aanval Irak

Een F-16 van de Nederlandse luchtmacht in actie tijdens de Baltic Air Policing Mission van de NAVO, boven Litouwen, tijdens een  Ramstein Alloy oefening, dinsdag 25 april, 2017.

© 2017 AP Photo/Mindaugas Kulbis

NRC en NOS meldden op 18 oktober dat een Nederlandse F-16-piloot de aanval op de stad Hawija had uitgevoerd. Hawija bevindt zich 20 kilometer ten zuidoosten van Mosul en was in juni 2014 door ISIS veroverd. Nederland maakte destijds deel uit van een coalitie die vocht tegen de Islamitische Staat (ISIS) in Irak en Syrië.

Het doelwit was een fabriek waar ISIS naar verluidt geïmproviseerde explosieven produceerde. De luchtaanval veroorzaakte meerdere secundaire explosies in de fabriek, waardoor de omgeving werd verwoest en tientallen mensen om het leven kwamen.

Er waren ook nieuwsberichten die een verband legden tussen Nederlandse militairen en een aanval in Mosul in september 2015, waarbij vier familieleden van Bassim Razzo om het leven kwamen. De zaak Razzo kwam aan het licht in een grootschalig onderzoek van The New York Times in 2017. In de VS leidde de reportage tot een grondige discussie over de manier waarop het ministerie van Defensie omging met mogelijke burgerslachtoffers, maar de connectie met Nederland was destijds nog niet bekend. Ondertussen heeft de Nederlandse regering toegegeven dat ze die dag een luchtaanval heeft uitgevoerd in Mosul, maar ze heeft nog niet toegegeven dat daarbij vier burgers gedood zijn.

Toen de coalitie tegen ISIS in 2014 ontstond, is bepaald dat de lidstaten zelf uit zouden maken hoe ze om zouden gaan met mogelijke schendingen van het oorlogsrecht en burgerslachtoffers. Helaas heeft dit ertoe geleid dat veel leden van de coalitie stilte verkozen boven openheid. In april 2017 maakte het Amerikaanse leger bekend dat coalitieleden sinds augustus 2014 minstens 80 burgers hadden gedood, zonder Nederland te identificeren als verantwoordelijk voor de aanval van juni 2015.

In de afgelopen vier jaar hebben de Nederlanders hun gebrek aan transparantie gerechtvaardigd met een beroep op “operationele veiligheid“. Terwijl de Nederlandse F-16-missie eindigde in december 2018, wachten Razzo en nabestaanden van de 70 doden in Hawija nog altijd op antwoorden over wie het vuur opende op hun familieleden, en waarom.

Nu deze informatie algemeen bekend is, moet de Nederlandse regering snel haar condoleances aanbieden en gepaste schadevergoedingen uitbetalen aan nabestaanden. Ook moet er een volledige verklaring en beoordeling komen van de wettigheid van de aanval volgens het oorlogsrecht, inclusief de vraag of Nederland alle mogelijke voorzorgsmaatregelen heeft genomen om burgers te beschermen tijdens de aanval.

Categorieën
Human Rights Watch

Fraudesysteem SyRI in beklaagdenbankje

Hoofdgebouw Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in Den Haag, Nederland.

© 2019 Sipa via AP Images

Nederland staat steevast bovenin de lijstjes als één van de sterkste democratieën ter wereld. Het is verrassend genoeg ook het land dat één van de meest indringende surveillancesystemen op aarde herbergt, die het volgen en profileren van arme mensen automatiseert.    

Op 29 Oktober hield de rechtbank in Den Haag hoorzittingen over de rechtmatigheid van het Systeem Risico Indicatie (SyRI), het geautomatiseerde systeem voor het opsporen van fraude met uitkeringen, toeslagen en belastingen in Nederland. De rechtszaak, ingediend door een coalitie van maatschappelijke groeperingen en activisten, stelt dat het systeem de databeschermingswetten en mensenrechtennormen schendt. 

SyRI is een risicoberekeningsmodel dat door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is ontwikkeld om te voorspellen hoe groot de kans is dat iemand zich schuldig maakt aan toeslag- en belastingfraude, en overtredingen van de arbeidswetgeving. De berekeningen van SyRI zijn gebaseerd op enorme hoeveelheden persoonlijke en gevoelige data die door allerlei overheidsinstellingen worden verzameld, van werknemerdossiers tot informatie over toeslagen, uitkeringen, financiële informatie, eventuele schulden, en onderwijs- en huisvestingsgeschiedenis.  

Wanneer het systeem een persoon profileert als fraudegevoelig, stelt het de betreffende overheidsinstantie op de hoogte, die tot twee jaar de tijd heeft om een onderzoek te openen.   

De inzet van SyRI in hoofdzakelijk lage-inkomenswijken heeft geleid tot een bewakingsregime dat zich disproportioneel richt op armere burgers, die te maken krijgen met zeer ingrijpende controles. Tot nu toe heeft het ministerie samengewerkt met een aantal gemeenten samengewerkt om SyRI te implementeren. Het gaat om Rotterdam, de op één na grootste stad van Nederland met het hoogste armoedepercentage van het land, Eindhoven en Haarlem. Tijdens de hoorzitting erkende de regering dat SyRI is ingezet in buurten met een relaitief hoog aantal inwoners die een uitkering ontvangen, ondanks dat er geen bewijs is dat uitkeringsfraude hier vaker zou voorkomen.  

Maar SyRI heeft niet alleen discriminerende effecten op de privacy van uitkeringsgerechtigden. Het faciliteert ook schendingen van rechten op sociale zekerheid. Omdat SyRI is gehuld in geheimhouding, krijgen mensen die er mee te maken krijgen niet of nauwelijks inzicht in de redenen waarom hun soms uiterst belangrijke toeslagen of uitkeringen zijn stopgezet.    

De regering heeft geweigerd om bekend te maken hoe SyRI werkt, uit vrees dat openheid over de algoritmes voor risicoberekening van SyRI fraudeurs in staat kan stellen om het systeem te bespelen. Maar autoriteiten hebben tegelijkertijd toegegeven dat het systeem soms foutieve resultaten produceert, waardoor individuen ten onrechte als frauderisico worden aangemerkt.   

Zonder een transparantere uitleg is het onmogelijk om te weten of deze fouten hebben geleid tot ongepaste onderzoeken tegen mensen die een toeslag of uitkering ontvangen, of tot het onterecht stopzetten van uitkeringen en toeslagen. 

De overheid beweert dat ze de foutieve SyRI-resultaten gebruiken om gebreken in het model van de risicoberekening te repareren, maar het is onmogelijk om deze claim te staven. Sterker nog, het is zeer de vraag of het systeem accuraat genoeg functioneert om als rechtvaardiging te dienen om mensen tot twee jaar lang aan te merken als verdacht geval.

SyRI maakt deel uit van een wereldwijde trend om kunstmatige intelligentie en andere datagestuurde technologieën te integreren in het beheer van sociale uitkeringen en andere essentiële diensten. Maar deze technologieën worden vaak ingevoerd zonder serieus overleg met mensen die het aangaat, of het bredere publiek.    

In het geval van SyRI werd het systeem door het Parlement goedgekeurd als onderdeel van een pakket hervormingen die in 2014 werden doorgevoerd. Maar de regering experimenteerde bijna tien jaar met hightech fraudeopsporingsinitiatieven voordat er democratische controle kwam op deze praktijk.

Lokale organisaties hebben ook hun beklag gedaan over het wetgevingsproces. Volgens de indieners van de rechtszaak faalde het parlement omdat zorgen over privacy en gegevensbescherming, die door de eigen adviesorganen en door de waakhond van de overheid op het gebied van gegevensbescherming naar voren werden gebracht, niet werden opgevolgd met noodzakelijke actie.    

De rechtbank doet in januari uitspraak. Wij zullen in de gaten houden of deze de rechten van de armste en kwetsbaarste Nederlanders beschermt tegen de grillen van automatisering.    

Categorieën
Human Rights Watch Mensenrechten

Een baanbrekende ontwikkeling om mensen met geestelijke gezondheidsproblemen in België te ondersteunen

“Er is een voortdurende dreiging van geweld in psychiatrie”, vertelt ze. “Daarbij gaat het niet alleen om fysieke dwang, maar soms ook om meer subtiele dingen.”

“Je slikt toch maar die kalmeringspil, want anders geven ze je onder dwang een spuitje”, zegt Maya, een studente van eind de twintig die met zelfmoordgedachten kampt en zichzelf geregeld verwondt. “Je laat je toch maar vastbinden aan het bed, want als je naar buiten loopt, bellen ze de politie. Je moet je aan hun regels houden en hun spel meespelen. Het psychiatrische systeem is ontzettend repressief.”

TANDEMplus-medewerkster Céline Godart. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Zoals veel mensen die worstelen met geestelijke gezondheidsproblemen, is Maya (niet haar echte naam) jarenlang heen en weer geslingerd tussen psychiaters, ziekenhuizen, klinieken en verschillende soorten medicatie. Haar ervaring met het systeem is erg negatief en het heeft haar niet geholpen in haar gevecht met het dagelijkse leven.

Haar leven nam een nieuwe richting toen ze in Brussel in contact kwam met TANDEMplus, een mobiel team dat mensen met geestelijke gezondheidsproblemen ondersteunt. Van een diagnose, ziekenhuisopname of medicatie is daarbij geen sprake. De enige ‘behandeling’ die TANDEMplus aanbiedt is ondersteuning in de vorm van regelmatige huisbezoeken waarbij de mensen hun emoties en bezorgheden kunnen delen met de medewerkers. Samen gaan ze op zoek naar oplossingen en pakken ze praktische problemen aan die hen tot een crisis hebben geleid: schulden, onbetaalde energierekeningen, een verwaterd contact met de familie … Ze verwijzen hen ook door naar maatschappelijk werkers en andere diensten.

De ondersteuning gebeurt alleen met de volledige toestemming van de betrokkene, wat meteen ook de filosofie van TANDEMplus weerspiegelt: iedereen moet vrij zijn om hun eigen leven te kunnen leiden. Dit model lijkt in niets op de andere ‘outreachprogramma’s’ in België, en kan tot voorbeeld dienen voor andere Europese landen die mensen met psychosociale beperkingen willen ondersteunen op een manier die hun mensenrechten respecteert.

Nadat een vriend van Maya haar had gewezen op het bestaan van TANDEMplus zocht Céline, een veldwerkster, haar thuis op. Maya vertelde Céline open en eerlijk hoe ze zich voelde, en het resultaat was verbazingwekkend.

 “Céline gaf me voor het eerst het gevoel dat ik op gelijke voet stond met een professionele hulpverlener”, aldus Maya. “Ze oefent geen macht over me uit. Ze is mijn bondgenote in mijn strijd.”

TANDEMplus-medeoprichter Philippe Hennaux. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

TANDEMplus is verschillend van andere outreachprogramma’s die zich richten op geestelijke gezondheid en vaak verbonden zijn met ziekenhuizen. Vaak zijn die niet meer dan een verlengstuk van de ziekenhuizen – met een klemtoon op medicatie en behandeling – buiten de ziekenhuismuren. In plaats daarvan verleent TANDEMplus praktische ondersteuning om mensen met geestelijke gezondheidsproblemen het dagelijkse leven het hoofd te helpen bieden.

De mensen kunnen rechtstreeks contact opnemen met TANDEMplus, of doorverwezen worden door een vriend, familielid, of huisarts die tijdens de kantooruren een hotline belt. Daarna worden de veldwerkers er per twee op uitgestuurd om een huisbezoek af te leggen. Dat gebeurt doorgaans binnen 24 tot 48 uur na de eerste oproep. Ze maken kennis met de persoon die hulp zoekt, en samen stellen ze een plan op om hun leven weer draaglijk te maken.

Momenteel bestaat het team uit vijf veldwerkers. Het personeel hoeft geen medische achtergrond te hebben, maar de meeste medewerkers komen toch uit de gezondheidszorg of hulpverlening. Ervaring, persoonlijkheid, en het vermogen om relaties op te bouwen zijn belangrijker dan welke andere kwaliteit ook. Ze streven ernaar om mensen met geestelijke gezondheidsproblemen er weer bovenop te helpen, en hen daarbij uit het ziekenhuis te houden.

“Wij zien geen schizofreen. We zien een mens. Dat is een hemelsbreed verschil.” Philippe Hennaux

 Philippe Hennaux, halfweg de vijftig, is een psychiater die vier jaar geleden heeft geholpen om TANDEMplus oprichten. Hij is een flamboyant man die bruist van de energie en de ideeën. Tientallen jaren lang heeft hij gezien hoe mensen steeds weer werden opgenomen. Dat heeft hem gesterkt in zijn overtuiging dat het traditionele psychiatrische zorgmodel ontoereikend is.

TANDEMplus-medewerkster Céline Godart doorkruist Brussel op de fiets. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

© 2019 Stephanie Hancock pour Human Rights Watch

“Als psychiatrisch patiënt behoor je tot een van de laatste groepen van wie de rechten niet worden gerespecteerd”, aldus Hennaux. “De mensen zijn namelijk bang van jou en van wat je zou kunnen doen.”

Volgens hem moet de psychiatrie in de eerste plaats gebaseerd worden op mensenrechten, vooral wat betreft het recht op zelfbeschikking, waardigheid en weloverwogen toestemming. In plaats daarvan houdt de psychiatrie vaak het midden tussen machteloosheid en dwang, zegt hij. “Ofwel doen ze niks en zeggen ze: ‘Ik kan niks doen voor uw dochter’, ofwel zeggen ze: ‘Hou je maar klaar voor mijn gespierde armen en mijn injectienaalden.’”

 TANDEMplus werkt in het gebied dat zich tussen deze twee extremen bevindt. “We hanteren maar twee regels”, zegt Hennaux. “We laten niemand in de steek en niemand wordt ergens toe gedwongen. Wie ons belt, is een burger. Geen zieke persoon, geen patiënt, geen gebruiker, geen cliënt.”

TANDEMplus geeft de persoon zelf de touwtjes in handen, probeert een ziekenhuisopname te vermijden, en laat niemand tegen zijn of haar wil opnemen. Het personeel doet ook geen beroep op medicatie. De dienst is volledig gratis en ook wie geen ziekteverzekering heeft, krijgt hulp. De hulpbehoevende hoeft dan ook geen identiteitskaart voor te leggen, en zijn of haar naam wordt niet geregistreerd. Ook dankzij die anonimiteit kan hij of zij de controle behouden.

Een willekeurig straatbeeld in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch (NB: De personen die op de foto afgebeeld staan, zijn niet betrokken bij TANDEMplus)

“Wanneer mensen terug thuiskomen, begint alles van voren af aan.” Céline Godart

Céline Godart werkt al drie jaar voor TANDEMplus. Ze straalt rust uit en heeft een zacht, vriendelijk gezicht. Haar ronde schildpadbril verleent haar een serieuze aanblik. Vroeger werkte ze met tieners in psychiatrische ziekenhuizen, maar daar is ze mee gestopt omdat het moeilijk bleek om vooruit te gaan met patiënten in een dergerlijke institutionele omgeving.

“In een ziekenhuis zit je een beetje vast”, vertelt ze. “Je ziet de mensen elke dag, maar je ziet hen nooit in hun eigen omgeving, terwijl die omgeving net erg belangrijk is.”

 Tijdens een ziekenhuisverblijf komt het gewone leven tot stilstand. Veel mensen die nadien thuiskomen kunnen het leven niet meer aan. Godart zegt dat het vaak de kleine dingen zijn die algauw overweldigend worden, en daar probeert zij verandering in te brengen. We behandelen de mensen niet, we proberen hun partner te zijn.

 “Kleine details kunnen zich na verloop van tijd opstapelen en uitgroeien tot onoverkomelijke obstakels”, zegt ze. “Als je na een verhuizing je nieuwe adres niet doorgeeft, krijg je geen rekeningen meer doorgestuurd. Je kunt die dan ook niet op tijd betalen en uiteindelijk zul je deurwaarders over de vloer krijgen.”

TANDEMplus-medeoprichter, psycholoog Patrick Janssens. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Je zoekt hen thuis op en wat blijkt? Ze hebben duizenden euro’s schulden omdat ze ooit eens de 10 euro voor een bloedtest niet hebben betaald. Het eerste wat we dan zeggen is: ‘Oké, we geven je adreswijziging door opdat het niet van voren af aan zou herbeginnen.’ Vaak zijn het die kleine dingen die ons op de goede weg zetten.”

 Daarna kunnen de relatie en het noodzakelijke vertrouwen zich vlug ontwikkelen.

 “Ik voel vlug een nauwe band met de mensen”, aldus Godart. “We zoeken hen thuis op, maken kennis met hun gezin, hun kinderen herkennen ons. Ons werk bestaat erin dat we de mensen een stevige basis geven zodat ze psychologisch vooruit kunnen gaan.”

“In het ziekenhuis word je niet beter. In bed verandert er niets.” Patrick Janssens

Patrick Janssens komt over als een bescheiden figuur op het moment dat we hem opzoeken in het hoofdkwartier van TANDEMplus. Hij is een aandachtig toehoorder en spreekt zo zacht dat je de oren moet spitsen om hem te verstaan. Misschien zijn het net die eigenschappen die de basis vormen van zijn succes in een wereld waar mensen vaak het gevoel hebben dat niemand hen echt begrijpt.

“Het probleem van de psychiatrie is dat de mensen er hopen dat je zult genezen als je medicatie slikt”, zei Janssens, psycholoog en medeoprichter van het programma. “Dat is niet, of maar zeldzaam, het geval.”

Personeelsvergadering in de kantoren van TANDEMplus in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Hij beleefde zijn eurekamoment toen hij besefte dat de meeste mensen die hen opzoeken al waren behandeld in een ziekenhuis.

Eenenzestig percent van de mensen die het team opzoekt heeft een of meerdere langere periodes in residentiële psychiatrische ziekenhuiszorg achter de rug. 78 percent van hen heeft al een huisarts, een psychiater, of beide. Ze krijgen dus al medische zorg, en toch nemen ze contact op met TANDEMplus. Dat wijst erop dat hun behandeling niet toereikend is.

Voor mensen die alleen maar ervaring hebben gehad met geestelijkegezondheidzorg in een psychiatrisch ziekenhuis, kan de thuisondersteuning een openbaring zijn.

“Niemand wordt beter in een ziekenhuisbed”, zegt Janssens. “Je wordt beter wanneer je contact hebt met mensen, wanneer je je nuttig voelt, of wanneer je beseft dat je je plekje hebt gevonden.”

In 78 percent van die gevallen slaagt TANDEMplus erin om een ziekenhuisopname te vermijden, doorgaans dankzij een combinatie van psychosociale ondersteuning of praktische hulp – waarbij de mensen de controle in eigen handen houden – en de heropbouw van een sociaal ondersteunend netwerk. Links met de familie en de samenleving, die zorgen voor een zingeving en een gevoel van verbondenheid, worden als essentieel beschouwd.

Zaher Amiri, een asielzoeker die kampt met depressie. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Als ik jullie zie, kom ik tot rust.” Zaher Amiri

Richard Boland is een ervaren lid van het team van TANDEMplus. In het verleden heeft hij vaak met vluchtelingen gewerkt en die ervaring komt hem nu goed te pas. Hij heeft Zaher Amiri, een Afghaanse asielzoeker, een aantal weken ondersteund. Amiri moest zijn vrouw en twee zonen achterlaten in een onveilig gebied dat in handen is van de taliban. Al jarenlang probeert hij aan de voorwaarden te voldoen zodat zijn gezin naar België kan komen. Hij snijdt zichzelf om de stress te verlichten. Hij voelt zich vaak suïcidaal.

“De situatie van Amiri is erg complex”, vertelt Richard. “Ik heb hem een goede advocaat bezorgd, en we hebben geprobeerd om zijn asielprocedure in goede banen te leiden.”

Na weken van regelmatige bezoeken, beschouwt Amiri Richard als een vriend. “Als ik jullie zie, kom ik tot rust”, zegt Amiri tegen Richard. Ze zitten, met een thermoskan muntthee tussen hen in, te praten in Amiri’s bescheiden flat op de benedenverdieping, die vol is met spullen die zijn leven samenvatten: geopende doosjes medicatie, stapels papieren, een telefoon waarmee hij videogesprekken voert met zijn zonen … “Jij zoekt me op, je legt afspraken vast met advocaten, je gaat met me mee naar de dokter. Dat is allemaal heel goed voor mij.”

“Toen ze me opzochten, bevond ik me in een crisis.” Florence

TANDEMplus-medewerker Richard Boland in gesprek met Zaher Amiri in Amiri’s appartement. Amiri is een asielzoeker die kampt met depressie. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Florence heeft lang, blond haar. We hebben afgesproken op een caféterras. Op haar neus heeft ze een donkere zonnebril die haar aan een filmster doen denken. Maar haar zonnebril kan de tranen die over haar wangen vloeien niet verbergen. Het hele interview lang blijft Florence huilen, ook al blijft ze de hele tijd opvallend rustig en beheerst.

“Toen ze me opzochten, bevond ik me in een crisis”, vertelt de 47-jarige moeder en grootmoeder. Ze had een traumatische aanranding overleefd, maar was zo bang geworden dat ze de deur niet meer uit durfde. “Ik lag thuis opgerold. Ik woog nog nauwelijks 49 kilo.”

“Mijn huisarts stelde voor om contact op te nemen met het mobiele team. Ze waren met z’n tweeën. Ze waren erg aardig, en benaderden me niet met medelijden. Ze hebben me geholpen om bepaalde dingen onder woorden te brengen. Ze hebben follow-upafspraken ingepland met een nieuwe psycholoog. Als je zo vaak verkeerd bent behandeld [door artsen] dan is je vertrouwen zoek. Maar hen vertrouwde ik meteen.”

“Het is niet onze ambitie om te bewijzen dat ziekenhuizen niet werken. Maar dat is wel wat we zien.” Patrick Janssens

Een willekeurig straatbeeld in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch (NB: De personen die op de foto afgebeeld staan, zijn niet betrokken bij TANDEMplus)

Er worden steeds meer mobiele gezondheidszorgteams ingezet, maar toch ligt het aantal gedwongen opnames hoog in België. Het land beschikt een van de hoogste aantallen psychiatrische bedden per hoofd van de bevolking van de Europese Unie: gemiddeld 136 bedden per 100.000 inwoners, tegenover het Europese gemiddelde van 69. En de kosten voor de overheid zijn hoog. Een verblijf van dertig dagen in een psychiatrisch ziekenhuis kost €4.718 euro, datzelfde verblijf in een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis kost €10.339 euro, terwijl in de gemeenschap gewortelde zorg veel rendabeler is.

De inzet van mobiele teams is een goedkopere manier om ondersteuning te bieden aan mensen in acute crisissituaties. De teams kunnen met dezelfde middelen ook veel meer mensen ondersteunen dan de ziekenhuizen. Zoals blijkt uit de eigen gegevens van TANDEMplus zijn ziekenhuizen niet alleen duurder, ze zijn ook niet altijd even efficiënt.

En dat is voor sommige mensen een bron van ergernis, stelt medeoprichter Patrick Janssens.

“Het is [voor de ziekenhuizen] vervelend dat uit onze cijfers blijkt dat veel dingen onopgelost blijven na een ziekenhuisopname”, vertelt Janssens. “Maar we zijn er helemaal niet op uit om de ziekenhuizen te sluiten. Voor mij bestaat de uitdaging erin om onze activiteiten voort te zetten, ondanks de concurrentie van de residentiële psychiatrie.”

Het is evenwel belangrijk om te onderstrepen dat de kostenefficiëntie van de mobiele teams geen reden is om minder te investeren in de geestelijkegezondheidszorg. Integendeel: er zijn meer middelen nodig. Het feit dat zoveel mensen, zelfs nadat ze een gespecialiseerde medische behandeling hebben ondergaan, contact opnemen met TANDEMplus, wijst erop dat de behoefte aan doeltreffende geestelijkegezondheidszorg groter is dan ooit tevoren.

TANDEMplus-medewerker Steven van der Auwera zoekt een vrouw thuis op. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Onze kracht is ook onze beperking” Steven Lambrecht, medewerker van TANDEMplus

Het kleine team van TANDEMplus slaagt erin om een gemiddelde van 400 mensen per jaar te helpen. Dat is al heel wat, maar met meer personeel zouden ze nog meer mensen kunnen ondersteunen. In het ideale geval zou de overheid meer investeren in persoonsgerichte programma’s zoals dat van TANDEMplus. Er zijn namelijk nog beperkingen, zoals het feit dat oproepen alleen tijdens de kantooruren en op werkdagen worden beantwoord.

Een andere moeilijkheid heeft te maken met hoe het team zich terugtrekt nadat ze een sterke band hebben opgebouwd met diegene die ze opzoeken. De richtlijnen van TANDEMplus stellen voor dat het ‘engagement’ van korte duur zou moeten zijn, in het beste geval niet langer dan zes weken. Maar Janssens beseft dat dat moeilijk kan zijn.

“We proberen een netwerk op te bouwen, of opnieuw op te bouwen, rond diegene die we ondersteunen en daarna trekken we ons terug”, aldus Janssens. “Dat is niet makkelijk want de mensen hechten zich altijd.”

De strikte regels over toestemming, waarmee TANDEMplus zich onderscheidt van andere, hebben ook zijn nadelen: sommige mensen die hulp kunnen gebruiken, krijgen die helaas niet.

TANDEMplus-medewerker Steven Van der Auwera op weg naar een huisbezoek. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Het hele model is opgebouwd rond de instemming van de persoon zelf”, vertelt Philippe Hennaux, medeoprichter van het programma. “Er zijn heel wat mensen die we niet kunnen helpen omdat ze zeggen: ‘We willen jullie niet zien.’ Daar heb ik nog geen oplossing voor.”

De interacties kunnen ook abrupt eindigen.

“Als je me bij je thuis uitnodigt, is dat jouw huis, en geen ziekenhuis”, zegt Hennaux. “Je mag me een kop koffie geven, maar net zo goed mag je me daarna vragen op te donderen en niet meer terug te komen. Dat moet ik dan respecteren.”

“Ze zegt altijd de juiste dingen” Maya

Gelijkwaardigheid maakt de kern uit van de filosofie van TANDEMplus. Mensen zoals Maya, die in het verleden onder dwang zijn behandeld, zijn vaak bang voor psychiatrie, en die angst is begrijpelijk.

“Ook als je je vrijwillig laat opnemen, kan de opname onvrijwillig worden”, aldus Maya. “Ze kunnen je altijd een injectie geven of je niet naar huis laten gaan.”

Maya zegt dat de gedwongen behandelingen ertoe hebben geleid dat ze in het verleden weigerde mee te werken, maar in Céline Godart van TANDEMplus heeft ze alle vertrouwen, want ze weet dat ze het beste met haar voorheeft.

Personeelsvergadering in de kantoren van TANDEMplus in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Maya had TANDEMplus opgebeld en gezegd dat ze van een brug zou springen. Een paar minuten later was Godart al bij haar. Maya heeft haar leven aan haar te danken.

“Céline is de enige die aan mijn kant staat”, zegt Maya. “Ze slaagt erin om me te overtuigen iets te doen, voor mezelf te zorgen, terwijl anderen dat niet kunnen.”

************************************************

De methode

Op dit moment beschikt TANDEMplus over een team van vijf veldwerkers. Zodra er een oproep binnenkomt van iemand die hulp zoekt voor zichzelf of voor iemand anders, beslist het team wie het best geschikt is om de betrokken persoon op te zoeken en een persoonlijke band met hem of haar tot stand te brengen. De veldwerkers leggen gemiddeld drie tot zes huisbezoeken per dag af. Ze verplaatsen zich met het openbaar vervoer of op de fiets. De bezoeken vinden meestal thuis plaats, maar indien de betrokken persoon dat wenst, kan er ook uitgeweken worden naar een andere plek, zoals een café.

De personeelsleden hoeven niet medisch geschoold te zijn, al hebben de meesten een verleden als gezondheidzorgverlener of hulpverlener. Het team heeft één psychiater beschikbaar, maar die begeleidt de veldwerkers als ze erom vragen. De personeelsleden krijgen geen handleiding, hoeven geen afgelijnde taken uit te voeren, en leren al doende. Ervaring, persoonlijkheid, en het vermogen om relaties op te bouwen zijn belangrijker dan welke andere kwaliteit ook.

Doorgaans wordt er met z’n tweeën samengewerkt, maar als ze de betrokken persoon goed hebben leren kennen, kan één veldwerker ook alleen gaan werken. Het contact wordt strikt beperkt in de tijd, in het beste geval tot zes weken, maar in complexere gevallen kan het contact langer worden voortgezet. Nadat de veldwerkers een ondersteuningsstructuur hebben opgezet voor de betrokken persoon trekken ze zich terug, zodat ze geen deel gaan uitmaken van het leven van de persoon die ze helpen.

Categorieën
Human Rights Watch Mensenrechten

Brussel: Innovatieve Ondersteuning Geestelijke Gezondheid

Mobiele eenheid houdt mensen mee uit het ziekenhuis

(Brussel) – Een mobiel team in Brussels, België dat personen met psychosociale beperkingen of geestelijke gezondheidsproblemen ondersteunt via huisbezoeken biedt een innovatief en op de mensenrechten gebaseerd alternatief voor de residentiële psychiatrische zorg, aldus Human Rights Watch vandaag in een nieuwe online feature. De feature is het eerste deel van een nieuwe reeks rond goede praktijken die de naleving van de rechten van personen met een handicap verzekeren, en die model kunnen staan voor Europese en andere overheden om de bepalingen van de VN-conventie inzake rechten van personen met een handicap in de praktijk om te zetten.

De online feature ‘She’s My Ally In My Battle’: How Personal Support, Not Medicine, Is Helping People With Mental Health Conditions Get Back On Their Feet’ belicht het werk van TANDEMplus, een mobiel team dat in Brussel personen met psychosociale problemen in hun gewenste omgeving, en niet in een ziekenhuis, geestelijkegezondheidsdiensten aanbiedt. Momenteel bestaat het team uit vijf veldwerkers die de mensen thuis, of indien ze dat wensen ergens anders, opzoeken. De personeelsleden van TANDEMplus werken nauw samen met de mensen om hen te helpen de uitdagingen van het dagelijkse leven het hoofd te bieden en samen te zoeken naar oplossingen.

“Deze grensverleggende aanpak laat personen met geestelijke gezondheidsproblemen de regie in handen houden”, aldus Shantha Rau Barriga, Disability Rights Director bij Human Rights Watch. “De mensen die TANDEMplus ondersteunt, beslissen zelf welke hulp ze aanvaarden en behouden op elk moment hun autonomie en waardigheid. Niemand wordt ergens toe gedwongen, en de mensenrechten staan centraal in de filosofie van TANDEMplus.”

Een vrouw die kampt met zelfmoordgedachten en in het verleden slechte ervaringen heeft gehad met gedwongen psychiatrische opnames verwoordde het zo: “Voor het eerst had ik het gevoel dat ik op gelijke voet stond met een professionele hulpverlener. Ze oefent geen macht over me uit. Ze is mijn bondgenote in mijn strijd.”

Wie ondersteuning zoekt, kan rechtstreeks contact opnemen met het team, of doorverwezen worden door een vriend, familielid, of huisarts. Wanneer het mobiele team een hulpvraag krijgt, zoeken de teamleden – in het begin met z’n tweeën – de hulpbehoevende op en proberen ze een band tot stand te brengen. Ze laten geen mensen opnemen en doen geen beroep op medicatie. In plaats daarvan proberen ze de persoon de touwtjes van zijn of haar eigen dagelijkse leven weer in handen te geven. Zo kunnen ze een administratief probleem oplossen, een afspraak boeken, of een nieuwe psycholoog zoeken. De ondersteuning is altijd beperkt in de tijd met het doel een netwerk rond de persoon op te bouwen. Daarna trekt het team zich terug.

Patrick Janssens, medeoprichter van TANDEMplus, legt uit waarom in de gemeenschap gewortelde dienstverlening essentieel is: “Niemand wordt beter in een ziekenhuisbed. Je wordt beter wanneer je contact hebt [met mensen], wanneer je je nuttig voelt, of wanneer je beseft dat je je plek hebt gevonden.”

Het mobiele team helpt de mensen alledaagse problemen op te lossen die tot een crisis hebben geleid en vermijdt zo ziekenhuisopnames. De dienstverlening is gratis. Wie er een beroep op doet, hoeft dan ook geen identiteitskaart voor te leggen en kan anoniem blijven.

Eenenzestig percent van de mensen die het team opzoekt, heeft een of meerdere langere periodes in de residentiële psychiatrische ziekenhuiszorg achter de rug. 78 percent van hen heeft al een huisarts, een psychiater, of beide. Die cijfers wijzen erop dat personen met geestelijke gezondheidsproblemen baat kunnen hebben bij een alternatieve aanpak, aldus Human Rights Watch.

Het aantal gedwongen ziekenhuisopnames ligt hoog in België, en de mobiele ondersteuningsteams kunnen een alternatief bieden dat de mensenrechten respecteert, vertelt Human Rights Watch. Het land beschikt een van de hoogste aantallen psychiatrische bedden per hoofd van de bevolking van de Europese Unie: gemiddeld 136 bedden per 100.000 inwoners, tegenover het Europese gemiddelde van 69. En de kosten voor de overheid zijn hoog. Een verblijf van dertig dagen in een psychiatrisch ziekenhuis kost €4.718 euro, datzelfde verblijf in een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis kost €10.339.

“Dit model is, volgens de mensen die er gebruik van maken, niet alleen doeltreffend, het is ook nog eens kosteneffectief”, zei Barriga. “Het is perfect mogelijk om mensen effectief te ondersteunen zonder daarbij afbreuk te doen aan hun rechten en hun waardigheid. TANDEMplus illustreert dat gedwongen behandelingen geen noodzakelijk kwaad zijn, ze vallen gewoonweg te vermijden.”

Categorieën
Human Rights Watch Mensenrechten

De verdoken geestelijke gezondheidscrisis van Afghanistan

Een man zit in de tuin van een psychiatrische instelling in de stad Herat, april 2014.

© 2014 Aref Karimi/AFP/Getty Images De verdoken geestelijke gezondheidscrisis van Afghanistan.

Samen met zijn zus sloeg hij op de vlucht voor het geweld. Hij droeg haar slappe lichaam over de bergen. De kogels floten hem om de oren. Zijn kleren zaten onder haar bloed.

“We konden haar onmogelijk naar het ziekenhuis brengen, want we moesten ons ook nog om de anderen bekommeren”, vertelde Mirwais me in een tent waarvan het zeil voortdurend open flapperde in de strakke wind. Intussen geselden het stof en het zand het ontheemdenkamp waar hij onderdak heeft gevonden, ten oosten van Herat, de op twee na grootste stad van Afghanistan. “Tegen de tijd dat we de berg over waren, had haar ziel haar verlaten.”

Ze heette Guldastah, wat zoveel betekent als ‘bloemenboeket’. Na amper veertien jaar was ze al verwelkt.

Mirwais, die niet wou dat we zijn echte naam zouden gebruiken, is negenentwintig. Hij is maar een van de vele Afghanen die lijden onder het gewapende conflict dat nu al vier decennia lang woedt in zijn land, maar zijn verhaal zal wellicht nazinderen bij de honderden mensen die vandaag in Amsterdam bijeengekomen zijn ter gelegenheid van de International Conference on Mental Health and Psychosocial Support in Crisis Situations. Die conferentie wil de aandacht vestigen op de behoeften van mensen in noodsituaties op het vlak van geestelijke gezondheid.

De eerste traumatische ervaringen van Mirwais dateren namelijk al van voor de dood van zijn zus. Naar eigen zeggen, verloor de landbouwer uit de provincie Faryab in nog geen twee jaar tijd de meeste van zijn dieren als gevolg van de aanhoudende droogte en moest hij meer dan twintig keer op de vlucht slaan voor de gevechten tussen de taliban en de Afghaanse regeringstroepen. Tijdens een van die ondernemingen is Guldastah overleden.

Een paar weken na haar dood begon Mirwais last te krijgen van flashbacks en woede-uitbarstingen. “Ik had hoofdpijn en ik was boos op mijn familie,” vertelde hij. “Vooral wanneer er veel lawaai om me heen is, loopt het fout. Als mijn kinderen naast me staan, sla ik hen.”

Mirwais vertelde me dat wie zijn gezin slaat geen eerbaar man is, en dat hij daarom hulp heeft gezocht. Afghanistan is verwoest door het geweld. Uit schattingen blijkt dat de helft van de bevolking aan depressie en angststoornissen lijdt of symptomen van posttraumatische stress vertoont. Dat alles kan een rampzalige impact hebben op hun geestelijke gezondheid en op het welzijn van hun familie en vrienden. Jaarlijks spendeert de overheid 7 dollar per hoofd van de bevolking aan de gezondheidszorg, maar slechts 0,26 dollar daarvan gaat naar de geestelijke gezondheidszorg.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zou de uitbouw van een degelijk geestelijke gezondheidszorgsysteem in arme landen zoals Afghanistan een investering vergen van 3 tot 4 dollar per hoofd van de bevolking. Internationale donateurs hebben fors geïnvesteerd in de gezondheidszorg, maar hun focus lag tot nog toe vooral op de fysieke, en niet op de geestelijke gezondheid.

Toen Mirwais voor het eerst een dokter opzocht, verging het hem zoals veel Afghanen met mentale klachten: hij kreeg geen psychosociale hulp aangeboden, maar vernam dat hij een maagprobleem had. De medicijnen die hij voorgeschreven kreeg, haalden uiteraard niets uit.

In april 2019 ben ik voor Human Rights Watch naar Afghanistan afgereisd. Ik heb er in Kaboel, Kandahar en Herat 21 mensen geïnterviewd die psychologische klachten hadden gekregen nadat ze rechtstreeks waren blootgesteld aan conflictgerelateerd geweld, zoals zelfmoordaanslagen, luchtbombardementen, grondgevechten, en ontploffingen van niet-geëxplodeerde munitie. Dertien van hen hadden weinig tot geen psychosociale hulp gekregen van de openbare gezondheidszorgdiensten. Negen van hen zeiden dat ze niet eens van het bestaan van openbare geestelijke gezondheidszorgdiensten af wisten.

Mirwais heeft zijn hele hebben en houden achtergelaten om te ontsnappen aan de droogte en de gevechten. In het ontheemdenkamp waar hij verblijft, kan hij in beperkte mate terecht bij de psychosociale hulpverlener die een niet-gouvernementele organisatie hem heeft toegewezen. Maar veel Afghanen kunnen alleen maar dromen van psychosociale ondersteuning. Voor vrouwen en meisjes is de drempel nog hoger.

De Afgelopen 15 jaar heeft de overheid om en nabij de 750 psychosociale hulpverleners opgeleid die geestelijke basisgezondheidszorg kunnen toedienen en mensen kunnen doorverwijzen. Toch maakt nog geen tien percent van de bevolking gebruik van deze diensten. En wie er wel een beroep op doet, kan ten prooi vallen aan misbruik, zoals gedwongen ziekenhuisopnames en dito behandelingen.

Afghanen die kampen met geestelijke gezondheidsproblemen vinden niet zo gauw de weg naar de hulpverlening. De grootste obstakels zijn van individuele, culturele en structurele aard, en gaan van een povere kennis op het vlak van gezondheid en van de beschikbare diensten tot armoede, sociale uitsluiting, stigmatisering, genderdiscriminatie en het aanhoudende conflict. Maar de overheid kan en moet grotere inspanningen leveren om de geestelijke gezondheidszorgdiensten toegankelijker te maken en om te verzekeren dat die diensten alomvattend zijn en zonder dwang werken. Een betere toegang tot de gezondheidszorg mag evenwel niet betekenen dat er nog meer pillen worden uitgedeeld.

In de eerste plaats zou de Afghaanse overheid bewustmakingscampagnes moeten voeren om de mensen voor te lichten over geestelijke gezondheid, het stigma te doorbreken en de aandacht te vestigen op de beschikbare diensten. Ze dient erop toe te zien dat de gezondheidswerkers de mensen proactief doorverwijzen naar de diensten voor geestelijke gezondheidszorg en daarbij extra aandacht besteden aan de behoeften van vrouwen en kinderen. Daarnaast moet ze de psychosociale hulpverlening ook goedkoper proberen te maken, bijvoorbeeld door counseling op afstand via de telefoon aan te bieden.

De internationale donateurs van Afghanistan, van wie velen vandaag in Amsterdam bijeenkomen, moeten blijven ijveren voor een opwaardering van het geestelijke gezondheidszorgsysteem via technische bijstand en een sterkere ondersteuning. Hun focus moet liggen op een langere opleiding van de medische en psychosociale hulpverleners, ze moeten ijveren voor de volledige integratie van de counseling-psychologie in de universitaire curricula, en ze moeten de overheid ertoe aanzetten om, vooral in de landelijke gebieden, meer psychosociale hulpverleners blijvend in te zetten.

“Iedereen, van de president tot de gewone man of vrouw, erkent dat de geestelijke gezondheid een probleem is in Afghanistan”, vertelde een Afghaanse geestelijke gezondheidswerker me. Het is een schande dat het budget zo klein is.”

Dat gebrek aan middelen heeft een zichtbare impact op mensen zoals Mirwais, hun familie en de Afghaanse samenleving. Maar het ontslaat de overheid niet van haar verplichting om te voorzien in toereikende geestelijke gezondheidszorg, en al helemaal niet wanneer internationale donateurs hun hulp aanbieden. En die hulp is broodnodig.

De toegang tot psychosociale ondersteuning en geestelijke gezondheidszorgdiensten is een fundamenteel mensenrecht.

Categorieën
Human Rights Watch Mensenrechten

Nederland zet grote stap tegen kinderarbeid

“Peter” (15), aan het werk naast een tienermeisje in een kleinschalige mijn in Odahu, Amansie West district, Ghana. © 2016 Juliane Kippenberg, Human Rights Watch

© 2016 Juliane Kippenberg for Human Rights Watch

Mensen worden zich er steeds meer van bewust dat de dingen die ze kopen – zoals kleding, mobiele telefoons of zelfs groenten – het resultaat kunnen zijn van kinderarbeid. Consumenten in Nederland kunnen straks met nieuw vertrouwen producten kopen dankzij een wet die kinderarbeid aanpakt in de productieketens van bedrijven.

Op 14 mei nam de Eerste Kamer de “Wet zorgplicht kinderarbeid” aan. Deze wet verplicht bedrijven na te gaan of hun producten met behulp van kinderarbeid zijn geproduceerd en verplicht hen om een plan te maken om kinderarbeid in de toeleveringsketen te voorkomen, als ze erop stuiten. Bedrijven moeten ook een verklaring opstellen voor de autoriteiten, met daarin een beschrijving van hun maatregelen.

Een toeleveringsketen bestaat uit alle stappen die worden gezet voordat een product in de schappen ligt – van het verzamelen van grondstoffen tot de productie tot de detailhandel. Human Rights Watch heeft gedocumenteerd hoe kinderen in veel stadia van dit proces gevaarlijk werk doen, onder meer in goudmijnen, tabaksvelden en kledingfabrieken, die allemaal de wereldwijde markt bevoorraden.

In Zuid-Ghana, bijvoorbeeld, ontmoette ik “Peter”, een fragiele jongen die vertelde dat hij 15 was, maar die er veel jonger uitzag. Hij groef erts uit diepe, onveilige mijnen en verwerkte goud met giftig kwik. Hij had de lagere school vervroegd verlaten en vertelde me: “Ik wou dat ik op school had kunnen blijven.” Ongeveer 20 procent van het goud wereldwijd wordt geleverd door kleinschalige mijnen zoals die waar Peter werkt.

De wet is een belangrijk politiek signaal, ook al zal deze pas in 2022 in werking treden, en moeten de details nog worden uitgewerkt.

Nederland is niet het eerste land dat stappen zet om kinderarbeid aan te pakken. In de afgelopen jaren hebben verschillende landen strengere regels rond productieketens ingevoerd. Frankrijk eist van grote bedrijven dat zij zich in het algemeen inzetten voor de mensenrechten, terwijl het Verenigd Koninkrijk en Australië wetgeving hebben ingevoerd tegen moderne slavernij in wereldwijde toeleveringsketens.

Het is hoopgevend om te zien dat wetgevers in Nederland zich bij deze trend hebben aangesloten en dat ze hebben besloten dat we het lot van kinderen zoals Peter niet zomaar kunnen accepteren. Bedrijven moeten aansprakelijk worden gesteld voor de mensenrechtensituatie in hun toeleveringsketens.

Categorieën
Human Rights Watch Mensenrechten

Nationale Postcode Loterij Blijft Mensenrechten Steunen

Ambassadeur van de Nationale Postcode Loterij Quinty Trustfull met Executive Director van Human Rights Watch Kenneth Roth 2018 © Roy Beusker Fotografie

(Amsterdam) – Human Rights Watch bedankt de Nationale Postcode Loterij en haar spelers voor hun structurele steun aan ons werk met een bedrag van €1.35 miljoen per jaar voor de komende vijf jaar. Al sinds 2009 draagt deze steun van de spelers van de Postcode Loterij bij aan Human Rights Watch’s onderzoek naar mensenrechtenschendingen, het pleiten voor veranderingen wereldwijd, en het vestigen van een kantoor met activiteiten hier in Nederland.

Sinds de oprichting in 1989 heeft de Nationale Postcode Loterij €5.5 miljard gedoneerd aan goede doelen. Zij ondersteunt nu 103 organisaties wereldwijd en is een pionier in de missie voor een eerlijke en duurzame wereld. In 2018, heeft de Nationale Postcode Loterij €357 miljoen geschonken aan organisaties in Nederland.

“Bekent van haar gedetailleerde onderzoek en effectieve belangenbehartiging, verdedigt Human Rights Watch de rechtvaardigheid voor mensenrechten,” zegt Margriet Schreuders, Hoofd Afdeling Goede Doelen van de Nationale Postcode Loterij. “Wij zijn trots dat wij, dankzij de deelnemers van de loterij, het belangrijke en moedige werk van Human Rights Watch kunnen steunen, zodat zij de komende jaren hun werk kunnen voortzetten.”

De genereuze steun van de Postcode Loterij helpt Human Rights Watch met het onderzoeken van misstanden, het publiceren van de feiten, en het betrekken van zowel het publiek als machthebbers in het handhaven van mensenrechten. Door innovatieve technieken te gebruiken, zoals digitale voorlichtingscampagnes, beschermen we de kernwaarden van de mensenrechten: rechtvaardigheid, waardigheid en gelijkheid.

“De niet-aflatende inzet van de Loterij voor rechtvaardigheid en sociale verandering is ongelooflijk belangrijk voor ons, terwijl we werken aan de bescherming van mensenrechten en de principes verdedigen die daaraan ten grondslag liggen”, zegt Kenneth Roth, executive director van Human Rights Watch.