Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Vrouwen met brandwonden herstellen langzamer en hebben extra zorg nodig

Vrouwen herstellen na een brandwondenongeval langzamer en ervaren een lagere kwaliteit van leven dan mannelijke patiënten met brandwonden, concludeert Inge Spronk in haar proefschrift ‘The Burden of Burn Injuries’. Dit geldt ook voor mensen met psychische klachten en de mensen met de meest ernstige brandwonden. Om dit op te lossen presenteert Spronk een herstelmodel dat gepersonaliseerde nazorg mogelijk maakt. Door middel van dit model wordt er een schatting gemaakt van het herstel van de kwaliteit van leven van de patiënt. Dit biedt een handvat aan zowel de patiënt als de zorgverlener om herstel te verbeteren.

 

‘’Patiënten geven aan dat ze behoefte hebben aan informatie van andere patiënten om zo inzicht te krijgen in het verwachte verloop van hun kwaliteit van leven’’, benadrukt Spronk. ‘’Nadat patiënten het brandwondencentrum na een lange en intensieve behandeling verlaten, vallen ze vaak in een zwart gat. Ze weten niet wat voor effecten ze op zowel de korte als de lange termijn kunnen verwachten en dat brengt grote onzekerheid met zich mee. Informatie over de mogelijke gevolgen biedt een perspectief. Doordat iedere brandwondenpatiënt uniek is, is gepersonaliseerde nazorg essentieel’’.

Herstelmodel biedt toekomstperspectief

Spronk: ‘’Door de toevoeging van het nieuwe herstelmodel aan de bestaande nazorg wordt het gestructureerder, patiëntvriendelijker en realistischer voor een patiënt met brandwonden’’. Op dit moment is er enkel gepersonaliseerde informatie beschikbaar, voor de korte termijn. Door middel van deze nieuwe inzichten is er nu ook informatie over  de lange termijn gevolgen. Aan de hand van leeftijd, geslacht, percentage brandwonden en de opnameduur in het ziekenhuis schat het model tot 24 maanden daarna hoe de kwaliteit van leven van een patiënt zal herstellen. Deze gepersonaliseerde informatie zorgt voor een eerlijker beeld van het toekomstperspectief van de patiënt. Daarnaast biedt deze kennis de mogelijkheid voor de zorgverlener om in de gaten te houden of de patiënt volgens verwachting herstelt zodat de zorgverlening zo nodig tijdig kan ingrijpen met een gepaste behandeling’’. De brandwondencentra willen het model in de nazorg methode plaatsen. Een eHealth toepassing speciaal voor brandwondenpatiënten waar relevante informatie op een begrijpbare manier wordt uitgelegd en waar patiënten worden geholpen bij het maken van keuzes.

Beter inzicht in kwaliteit van leven

Spronks’ promotieonderzoek biedt een nieuw model voor gepersonaliseerde nazorg, leidt tot inzichten in het verloop van de kwaliteit van leven van brandwondenpatiënten op de lange termijn en heeft een realistischer beeld van de ziektelast geschetst. Het onderzoek laat zien dat het noodzakelijk is om mogelijke angst, depressie en pijn bij patiënten altijd goed in de gaten te houden en extra aandacht te besteden aan de drie eerder genoemde groepen in de nazorg en ze in te lichten over de verwachtingen. Spronk: ‘’Gepersonaliseerde nazorg is zeer belangrijk. Resultaten uit dit onderzoek dragen bij aan verdere optimalisering hiervan’’.

Promoveren in tijden van Corona

De promotieceremonie is een vast ritueel met vele tradities en staat in het teken van het verdedigen van het proefschrift. Al jarenlang voltrekt deze traditie zich op dezelfde manier, tot nu. Als gevolg van de Corona ontwikkelingen is het voor Inge Spronk niet mogelijk om haar proefschrift openbaar in de Vrije Universiteit te verdedigen, daarom promoveert Inge Spronk digitaal via Zoom met haar proefschrift ‘The Burden of Burn Injuries’ op woensdag 22 april aanstaande. Dit biedt een unieke kans om de mogelijke manieren van het verdedigen van het proefschrift uit te breiden.

Voor haar proefschrift werkte Inge Spronk onder meer in het brandwondencentrum van het Maasstad Ziekenhuis en op de afdeling Maatschappelijke gezondheidszorg in het Erasmus Medisch Centrum onder begeleiding van dr. Margriet van Baar, dr. Suzanne Polinder en prof. Esther van Middelkoop. De geïncludeerde patiënten werden behandeld in één van de drie Nederlandse Brandwondencentra (Groningen, Beverwijk of Rotterdam). Het onderzoek van Inge Spronk werd gefinancierd door de Nederlandse Brandwonden Stichting.

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Misverstand over plaatsen CO-melder hardnekkig

Driekwart van de Nederlanders weet niet waar je een CO-melder moet plaatsen

Uit een recente online steekproef* blijkt dat 72% van de mensen niet weet waar je een CO-melder moet plaatsen. Ook blijkt dat slechts 25%** van de huishoudens in Nederland een CO-melder heeft. Jet Vroege, Dossierhouder Koolmonoxide bij Brandweer Nederland, schrikt als ze deze cijfers ziet: “Dit gaat mis. Het is van levensbelang dat je snel wordt gewaarschuwd als er koolmonoxide vrijkomt in je huis. En dat kan alleen door een goed geplaatste CO-melder. De afgelopen drie maanden telden we al 56 slachtoffers van een CO-vergiftiging.”

Hardnekkig misverstand
Het is, zelfs onder professionals, een hardnekkig misverstand dat koolmonoxide zwaarder zou zijn dan lucht. Vroege: “CO is een fractie lichter dan lucht en heeft de eigenschap dat het heel goed mengt met lucht. In de ruimte van het verwarmingstoestel zoals een cv-ketel, haard, kachel of geiser, zal CO met de warme lucht zeker opstijgen. Om je op tijd te waarschuwen, moet de CO-melder in die ruimte dus aan het plafond, of in ieder geval zo hoog mogelijk hangen. Dit is ook het officiële advies van de Brandweeracademie die hier onderzoek naar heeft gedaan.” Brandweer Nederland en de Nederlandse Brandwonden Stichting richten zich vanaf vandaag op het juist plaatsen van CO-melders in de campagne ‘Stop CO-vergiftiging’.

Aan de dood ontsnapt
Als Lia (78) niet per toeval 20 minuten eerder thuis was gekomen van bridge, dan had haar man Dick (86) niet meer geleefd. Lia: “Hij kwam niet goed uit zijn woorden en keek mij met grote starende ogen aan, maar zag me niet. Hij werd bleek en ik dacht dat hij doodging. Toen Dick stopte met ademhalen heb ik direct 112 gebeld.’’ Ze deed de voordeur alvast open voor het ambulancepersoneel. Achteraf was dit hun redding, omdat er daardoor frisse lucht binnenkwam. Bij aankomst van de ambulance ging de CO-melder van de verpleegkundigen direct af. In het huis werd een veel te hoge concentratie koolmonoxide gemeten. Zowel Dick als Lia belandden in het ziekenhuis met een CO-vergiftiging. Door een – vermoedelijk technisch – mankement aan de cv-ketel had het huis zich gevuld met koolmonoxide. “Je begrijpt dat we nu wél koolmonoxide- en rookmelders hebben. Ook in de buurt zijn die melders nu gekocht”, vertelt Lia.

Stop CO-vergiftiging: ventileer – controleer – alarmeer
In februari voeren Brandweer Nederland, de Nederlandse Brandwonden Stichting en de 25 Veiligheidsregio’s campagne om CO-vergiftiging te voorkomen. Met als belangrijke boodschap: ventileer – controleer – alarmeer.
Ventileer: laat 24/7 een rooster of raam op een kier open staan – Controleer: laat uw verwarmingstoestel jaarlijks controleren door een gecertificeerd vakman – Alarmeer: plaats een CO-melder in de ruimte van het verwarmingstoestel aan het plafond. Met een online kennistest (www.brandwondenstichting.nl/co-test) leer je meer over het herkennen van een CO-vergiftiging en wat je moet doen als het alarm afgaat. Ook ontvang je handige tips en adviezen.

*Online steekproef onder 1.000 respondenten, gehouden in januari 2020 door de Nederlandse Brandwonden Stichting
** Onderzoek door de Nederlandse Brandwonden Stichting op de database van WoonOnderzoek Nederland

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Puberjongens lopen het grootste risico op vuurwerkletsel

YouTuber Milan Knol zet zich in voor preventiecampagne

Puberjongens zijn het vaakst slachtoffer van een vuurwerkincident. Deze conclusie trekt arts-onderzoeker Daan van Yperen, verbonden aan het brandwondencentrum Rotterdam en aan de afdeling traumachirurgie van het Erasmus MC, naar aanleiding van zijn onderzoek naar vuurwerkletsel. Het viel hem op dat de meeste slachtoffers jonge jongens zijn: 50% van alle slachtoffers is jonger dan 16 jaar, en 90% is man. Het afsteken van vuurwerk is voor deze tieners geëindigd met brandwonden, letsel aan hun handen of aan hun ogen. Van Yperen: ‘Vuurwerkletsel bepaalt voor deze jongens de (on)mogelijkheden voor de rest van hun leven. Op het gebied van werk, sport of relatie. De impact van een vuurwerkongeval kan dus enorm zijn.’

Milan Knol
Dat weet ook een van de populairste YouTubers op dit moment: Milan Knol, die meewerkt aan de preventiecampagne die de Nederlandse Brandwonden Stichting start. Met zijn YouTube kanaal bereikt hij 1,34 miljoen abonnees, dit zijn vooral middelbare scholieren. Milan was als puber zelf ook betrokken bij een vuurwerkincident: ‘Toen ik 13 was stak ik, in de kerstvakantie, vuurwerk af voor mijn huis. Een jongen van een jaar of 11 kwam naar me toe en vroeg mij om zijn vuurwerk ook aan te steken. Hij had een groot stuk bruin vuurwerk in zijn hand wat ik nog nooit had gezien. Toen ik het aanstak met mijn aansteeklont ontplofte het gelijk in de handen van de jongen. Ik weet nog dat zijn handen zwart waren. Meer heb ik niet gezien, want ik rende naar mijn moeder voor hulp. Ze vloog naar buiten, maar de jongen was al weg. We hebben hem nooit meer gezien. Ik vraag me nog steeds af hoe het met hem is afgelopen.’

Helft slachtoffers is omstander
Van Yperen onderzocht, onder begeleiding van zijn copromotor traumachirurg Kees van der Vlies en samen met het Erasmus MC, het Oogziekenhuis Rotterdam en het Maasstad Ziekenhuis, alle patiënten in regio Zuidwest-Nederland die zich tijdens de jaarwisseling van 2017-2018 hadden gemeld met vuurwerkletsel op de Spoedeisende Hulp van de 12 regioziekenhuizen of bij het Brandwondencentrum in Rotterdam.

Naast het feit dat veel jonge jongens slachtoffer zijn, laat het onderzoek ook zien dat de helft van de ongevallen is veroorzaakt door het vuurwerk van een ander, en de andere helft door eigen gedrag. Van Yperen: ‘Vuurwerk maakt iets roekeloos los bij mensen. Het nodigt uit tot onveilig gedrag. Bijvoorbeeld het gooien van vuurwerk naar elkaar en omstanders, of het vasthouden van aangestoken vuurwerk in je hand.’

Preventievlogs
Daarom is Van Yperen blij met het initiatief van de Nederlandse Brandwonden Stichting om dit jaar een aparte campagne te ontwikkelen voor deze tieners. ‘Soms zie je dat door vuurwerk een toekomstdroom in één nacht in duigen valt. En word je geen piloot of topsporter. Dat raakt me. Deze vloggers spreken dezelfde taal als de pubers waar wij ons zorgen over maken. Ik hoop echt dat de jongeren zich hierdoor aangesproken voelen en weten hoe ze vuurwerk veilig kunnen afsteken.’

Milan: ‘Ik wil met mijn vlog de aandacht vragen voor het veilig afsteken van vuurwerk: Weten wat je afsteekt, en nooit afsteken vanuit je hand! Dat heb ik geleerd toen ik 13 was. En ik hoop dat mijn volgers dit van me willen aannemen.’

—————————————————————————————————————————

Deze tips geven we mee in onze vlogs: 

Wat heb je nodig?

Een vuurwerkbril (ook als omstander), een aansteeklont en een lanceerstandaard. Een plastic tas om je vuurwerk in te bewaren. Die vat niet snel vlam én kan je uit je hand laten vallen. Uiteraard steek je alleen legaal vuurwerk af.

Hoe houd je het veilig?

Tip 1: Draag geen brandbare kleding (nylon) en draag geen jas met wijde zakken of een capuchon. Ook een sterretje kan een grote brandwond veroorzaken wanneer het klem zit tussen jas en trui.

Tip 2: Afstand! Gebruik voor het afsteken een aansteeklont en hou altijd minimaal 8 meter afstand van het vuurwerk. Let daarbij ook op de windrichting en bijvoorbeeld bomen.

Tip 3: Steek nooit vuurwerk af vanuit je hand en gooi geen vuurwerk naar mensen of dieren.

Tip 4: Lees overdag al de gebruiksaanwijzing. We zien vaak dat er ongelukken gebeuren doordat het te donker is om te lezen. Dan staat bijvoorbeeld het vuurwerk ondersteboven. Weten wat je afsteekt voorkomt dit.

Tip 5: Steek vuurwerk dat niet afgaat nooit opnieuw aan en maak vuurwerkafval goed nat voor je het opruimt.

NB: ook UberQuin maakte een vlog met deze tips!

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Kraakbeenregeneratie voor gezichtsreconstructie

Op 16 december 2019 promoveert Ernst Jan Bos met zijn onderzoek naar de ontwikkeling van nieuw kraakbeen voor mensen met brandwonden: ‘Cartilage Tissue Regeneration for Facial Reconstruction in Burn Patients’

Plastisch chirurgen ervaren regelmatig grote uitdagingen tijdens de noodzakelijke reconstructie van neuzen en oren bij mensen met een verbranding in het gezicht. Want na een diepe verbranding is het gezicht vaak onherstelbaar beschadigd. Kraakbeen is van essentieel belang voor de vorm en de functie van oren en neus.

Op dit moment is beschadigd kraakbeen moeilijk te vervangen door kraakbeen dat zich ergens anders in het lichaam bevindt. Het inzetten van dit bestaande kraakbeen lukt lang niet altijd omdat vorm, kwaliteit en functie vaak afwijken. Weefselregeneratie, ook wel tissue engineering genoemd, is een relatief nieuw vakgebied waarin nieuw (kraakbeen)weefsel wordt opgekweekt uit stamcellen. Het opkweken van kraakbeen uit eigen stamcellen zou hiervoor een mooie oplossing kunnen zijn.

Arts-onderzoeker Ernst Jan Bos deed de afgelopen jaren, onder begeleiding van professor Paul van Zuijlen en in samenwerking met het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk en VUMC in Amsterdam, pionierend onderzoek naar weefselregeneratie van kraakbeen in combinatie met het ontwikkelen van de 3D bio-print techniek: ‘Dit onderzoek heeft de basis gelegd voor de ontwikkeling van nieuw kraakbeen. We hebben onderzoek gedaan naar de biochemische samenstelling, de vorm, functie, stijfheid en structuur van het kraakbeen. Want om kraakbeen te kunnen namaken is het essentieel om eerst alle facetten hiervan te kennen.‘

In ons pionierende onderzoek hebben we ons voornamelijk gericht op het karakteriseren van de eigenschappen van kraakbeen en het creëren van een goede omgeving voor de cellen om in te groeien. Met behulp van 3D printen hebben we gewerkt aan het ontwikkelen van steigerconstructies waar de kraakbeencellen in een 3D omgeving kunnen groeien, en ontwikkelen tot kraakbeenweefsel met de gewenste eigenschappen. Het onderzoek heeft inmiddels een vervolg gekregen. Op dit moment wordt verder onderzocht hoe we in de toekomst het beste kraakbeen zouden kunnen ontwikkelen met behulp van de 3D bio-printer. Met als uiteindelijk doel om deze nieuw opgedane kennis te kunnen gebruiken in de klinische praktijk bij de reconstructie van het gelaat. Tot die tijd is er nog veel onderzoek nodig.

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Digitaal en interactief prentenboek helpt de allerjongste patiënten bij pijnlijke verbandwisselingen

Groningen, 5 december 2019 – Wie heeft een zak vol koekjes, speelgoed en prentenboekjes? Dat is Sinterklaas! Samen met zijn pieten kwam hij vandaag op bezoek bij het brandwondencentrum in het Martini Ziekenhuis. Hij nam een speciaal cadeautje mee, namelijk een digitaal en interactief prentenboek. Het prentenboek is speciaal gemaakt voor de allerjongste patiënten die opgenomen zijn in het brandwondencentrum.

Voorbereiden en verwerken
Het digitale en interactieve prentenboek is bestemd voor kinderen van 1,5 tot 5 jaar bij wie verbandwisselingen nodig zijn. Dat is een noodzakelijke, maar pijnlijke behandeling. In het boek heeft zuster Zizo de taak om een nieuw verband bij dieren om te doen. De lezer mag zuster Zizo daarbij helpen. Het boek helpt bij de voorbereiding op de verbandwissel, maar ook achteraf bij de verwerking van de nare gebeurtenis.
Jan-Kees Zuiker, pedagoog bij het Brandwondencentrum Groningen: ‘In het boek wordt op eenvoudige en aansprekende manier uitgelegd hoe een verbandwisseling gaat. Kinderen worden actief betrokken bij het verhaal, waardoor ze beter snappen wat er gebeurt. De dieren in het boek reageren allemaal verschillend op de verbandwissel. Hond reageert bijvoorbeeld boos, en Kip reageert verdrietig. Zo laten we het kind zien dat alle reacties oké zijn.’
Het boek is vooral geschikt voor jonge kinderen die nog niet (zo goed) kunnen praten.  Jan-Kees Zuiker: ‘Zij maken iets vervelends mee waar ze geen woorden aan kunnen geven. Die woorden proberen we hen aan te reiken met dit prentenboek. Zo helpt het de kinderen om hun ervaring te delen met bijvoorbeeld hun ouders. Dat is belangrijk, want dat helpt bij de verwerking. Ouders en kinderen kunnen het boek daarom niet alleen in het brandwondencentrum lezen, maar ook thuis.’

Samenwerking
Het digitale en interactieve prentenbroek kwam tot stand door een samenwerking tussen Brandwondencentrum Groningen, uitgever Het Woeste Woud en de Nederlandse Brandwonden Stichting. Rob Baardse, directeur van de Nederlandse Brandwonden Stichting: ‘Toen ik  hoorde van het idee om een digitaal en interactief prentenboek voor de allerjongste patiënten  te maken, was ik direct enthousiast. Voor deze doelgroep was er namelijk nog geen materiaal. Ik ben erg onder de indruk van de manier waarop er in dit prentenboek met hen gecommuniceerd wordt. Goed dat dit prentenboek straks ook gebruikt kan worden in de brandwondencentra in Rotterdam en Beverwijk. Voor de financiering hiervan vragen we op dit moment giften aan onze achterban.  Hiermee hopen we direct een mooie boost te kunnen geven aan de verdere ontwikkeling van dit prentenboek.’

Breder toepasbaar
Jan-Kees Zuiker: ‘Onze eerste ervaringen met het prentenboek voor deze jonge doelgroep zijn heel positief. Dit concept is volgens ons ook geschikt om in te zetten op andere plekken in de zorg waar jonge kinderen nare ervaringen beleven. Daarom organiseren we in maart een symposium in het Martini Ziekenhuis om de opgedane kennis te delen met collega’s van verschillende disciplines die zich met de zorg voor kinderen bezig houden.’

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Slechts 25% huishoudens heeft CO-melder

50% Nederlanders verwacht geen risico te lopen op CO-vergiftiging

Uit onderzoek [1]van de Nederlandse Brandwonden Stichting blijkt dat bijna 75% van de Nederlanders nog geen CO-melder heeft. Een schrikbarend percentage, want alleen 2019 telt al 13 incidenten met koolmonoxide. En het stookseizoen is nog maar net begonnen. Hierbij is 1 persoon overleden en van 28 personen is bekend dat zij verder zijn onderzocht op koolmonoxidevergiftiging in de ambulance of hiervoor zijn behandeld in het ziekenhuis. En waarschijnlijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger, omdat koolmonoxidevergiftiging nog vaak niet wordt herkend.

Veel CO-incidenten door nieuwe ketels
Daarbij valt op dat 50% van de Nederlanders gelooft geen risico te lopen op CO-vergiftiging.
Nog vaak wordt gedacht dat alleen oude cv-ketels, geisers en gaskachels de boosdoener zijn. Jet Vroege, dossierhouder koolmonoxide bij Brandweer Nederland: ‘We zien ook veel incidenten met nieuwe ketels die worden aangesloten op bestaande afvoerkanalen. Hier kan dan koolmonoxide vrijkomen doordat de aansluiting niet deugt. Een verkeerde installatie of het niet laten onderhouden van een gloednieuwe ketel kan dus ook de oorzaak zijn van koolmonoxidevergiftiging.’

CO-incidenten vooral in eigen woning
Vroege benadrukt: ‘Echt iedereen kan getroffen worden door CO-vergiftiging. Want koolmonoxide ruik, zie en proef je niet. Dat maakt het levensgevaarlijk.’ Koolmonoxide ontstaat vooral in de eigen woonomgeving van mensen. Jaarlijks overlijden in Nederland vijf tot tien personen door koolmonoxidevergiftiging. Daarnaast worden elk jaar circa 200 ziekenhuisopnamen en honderden gewonden op de spoedeisende hulp geregistreerd als gevolg van koolmonoxidevergiftiging. En mogelijk ligt het aantal doden en gewonden veel hoger, omdat de symptomen van een koolmonoxidevergiftiging niet altijd worden herkend.

Kennis bij vergiftiging ontoereikend: Brandweer start campagne
Verder geeft een kwart van de mensen aan niet te weten hoe te handelen bij koolmonoxidevergiftiging. Daarom start 5 november de campagne ‘Stop CO-vergiftiging.’ Deze campagne is een samenwerking tussen Brandweer Nederland en de Nederlandse Brandwonden Stichting. Onder het motto ‘ventileer, controleer en alarmeer’ wordt aandacht gegeven aan wat jij kan doen om CO-vergiftiging te voorkomen. Belangrijk onderdeel van de publiekscampagne is de online test: Herken jij CO-vergiftiging? Vroege: ‘Door bewustwording en kennisoverdracht willen we met deze campagne nieuwe incidenten voorkomen.‘

CO-melder levensreddend
Hanneke ter Beek is ambulanceverpleegkundige en blij dat ze haar verhaal nog kan vertellen. Want ook zij werd afgelopen jaar geconfronteerd met CO-vergiftiging tijdens een hulpverlening. Tijdens haar dienst werd ze opgeroepen om hulp te verlenen bij een man met hartklachten. Ter Beek en haar collega besluiten de patiënt in de ambulance te onderzoeken. De man kan echter niet zelfstandig naar de ambulance waarop Ter Beek besluit een eerste onderzoek ter plaatse te doen. Hiervoor wordt de monitor gehaald waaraan een CO-melder is bevestigd. Deze gaat direct in alarm. Ter Beek: ‘Zonder CO-melder had ik hier niet meer gestaan. Dit apparaat detecteert als enige op tijd de hoeveelheid koolmonoxide in de lucht: een levensreddend alarm.’ Hanneke pleit voor een CO-melder op elke dienstverlener: ‘Zelfs als professional had ik niet in te gaten dat dit een CO-vergiftiging betrof. Tien minuten later was ik een stille dood gestorven.’ Het verhaal van Hanneke is onderdeel van de kennissessie die de aftrap is van deze campagne.

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Brandwonden Stichting boos over collectebus

Blijf met je handen van onze vrijwilligers

[Beverwijk, 11 oktober] De Nederlandse Brandwonden Stichting reageert geschokt op het bericht dat afgelopen woensdagavond de collectebus uit de handen getrokken werd van een van haar collectanten. Rob Baardse, directeur van de Brandwonden Stichting: ‘Deze dame collecteert samen met haar man al twintig jaar voor onze stichting. Dit maakt mij ontzettend boos. Ik vind het respectloos wanneer er zo wordt omgegaan met onze mensen.’

Afgelopen woensdagavond werd in Oudenbosch onze vrijwilligster tijdens het collecteren meegelokt door een jonge man, onder het valse voorwendsel dat hij zijn geld thuis had liggen. Toen zij argwaan kreeg en weer terug wilde gaan naar de straat waar zij aan het collecteren was, trok deze man de collectebus uit haar handen. Gelukkig werd zij snel opgevangen door buurtgenoten. En door haar echtgenoot die in een ander deel van de wijk voor ons aan het collecteren was.

Baardse: ‘Ik vind dit onaanvaardbaar. Iedereen blijft met zijn handen van onze vrijwilligers af! We zijn ontzettend dankbaar dat er jaarlijks zoveel collectanten voor ons de straat op gaan. Deze week gaan er bijna 60.000 vrijwilligers voor ons aan de slag. Dit jaar door weer en wind. Het werk van onze stichting is afhankelijk van hun inzet.’ Baardse verwacht dat dit een incident blijft. ‘We organiseren al ruim 45 jaar collectes, en dit is de tweede keer dat we hier mee te maken hebben. Bij de eerste keer was ik zelf net in dienst van de stichting. Dat is toch al bijna 20 jaar geleden. Gelukkig is onze collectante met de schrik vrijgekomen. Gisteren ben ik direct naar haar toe gegaan met een enorme bos bloemen. Als steunbetuiging, en om onze waardering te onderstrepen.’


De Brandwonden Stichting is een steunbetuiging gestart op Facebook. Laat hier een hartje achter voor deze collectant: https://www.facebook.com/BrandwondenStichting/

Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met Chris Luiten via [email protected] of 06 – 81 18 5989.

Website: www.brandwondenzorg.nl / www.brandwondenstichting.nl
Beeldmateriaal: www.brandwondenstichting.nl/pers
Twitter: @BrandwondNL / @BrandwondenNL (info & nieuws)
Facebook: BrandwondenStichting

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Onderzoek toont aan: operatie bij brandwonden niet altijd noodzakelijk

Bij patiënten met grote en diepe brandwonden is het snel operatief verwijderen van het verbrande weefsel en het transplanteren van gezonde huid wereldwijd de standaard behandelmethode. Nieuw promotieonderzoek toont aan dat een operatie niet altijd noodzakelijk is. ‘’Bij gemiddeld diepe brandwonden, die genezen binnen 14 tot 21 dagen, resulteert een operatie niet in een kortere genezingsduur of betere lange termijn littekenkwaliteit. In tegenstelling tot wat tot nu toe werd gedacht is een conservatieve behandeling (speciale crèmes of andere wondbedekkers) bij dit soort brandwonden een betere methode.’’, concludeert Harold Goei in zijn proefschrift ‘Modern Burn Treatment and Outcome Assessment’, waarop hij vrijdag 24 mei promoveert bij het Amsterdam UMC.

Er is een relatie tussen de genezingsduur van een brandwond en de littekenkwaliteit. Harold: ‘’Bekend was al dat brandwonden die binnen 14 dagen genezen geen operatie behoeven en meestal geen littekens veroorzaken. Daarentegen leiden brandwonden die pas na 21 dagen genezen nagenoeg altijd tot littekens. Deze brandwonden worden geopereerd om de genezingsduur te verkorten en zo de littekenkwaliteit te verbeteren. Niet bekend was wat de uiteindelijke kwaliteit is van littekens veroorzaakt door brandwonden  met een verwachte genezingsduur tussen de 14 en 21 dagen (intermediate). Ook was niet bekend of een operatie bij deze categorie noodzakelijk is. Het promotieonderzoek van Harold Goei geeft nu duidelijkheid.

Dieptebepaling belangrijk voor behandelkeuze brandwond
‘’De diepte van een brandwond kan heel nauwkeurig worden ingeschat door een brandwondenarts, met behulp van een de Laser Doppler Imager (LDI).’’, vertelt Harold. ‘’De LDI geeft als uitkomst drie verschillende mogelijkheden: een verwachte snelle genezingsduur (binnen 14 dagen), een gemiddelde ‘intermediate’ genezingsduur (14 – 21 dagen) en een trage genezingsduur (langer dan 21 dagen). Deze verwachte genezingstijd hangt samen met de diepte van de wond. Aan de hand van deze dieptebepaling kun je als clinicus besluiten of een operatie noodzakelijk is, of dat speciale crèmes of andere wondbedekkers afdoende zijn om de wond te doen genezen.’’

Brandwonden genezen met zo min mogelijk littekens
‘’Het opereren van brandwonden is bij sommige patiënten onvermijdelijk voor een goede genezing. Echter, iedere operatie is er één, met bijkomende risico’s. Een nadeel van opereren is dat het bijvoorbeeld altijd leidt tot zichtbare en voelbare littekens. Bovendien moet hiervoor elders van het lichaam gezonde huid weggenomen worden voor een huidtransplantatie. Deze zogenoemde donorsites kunnen pijn, jeuk en ook  littekens veroorzaken.’’, vertelt Harold. ‘’Als brandwondenarts wil je brandwonden genezen met zo min mogelijk littekens. Het is daarom essentieel om te onderzoeken wanneer een operatie echt noodzakelijk is.’’ Om dit te onderzoeken heeft Harold Goei vanuit het Brandwondencentrum Rotterdam (Maasstad Ziekenhuis) – met medewerking van het Brandwondencentrum Groningen (Martini Ziekenhuis) en het Brandwondencentrum Beverwijk (Rode Kruis Ziekenhuis) – bij 141 patiënten, waarbij de genezingsduur voorspeld was met de LDI, ook de uiteindelijke littekenkwaliteit gemeten en de relatie hiertussen bepaald.

Opereren resulteert niet altijd in betere littekenkwaliteit
‘’Uit mijn onderzoek blijkt dat een behandeling met speciale crèmes of andere wondbedekkers zowel bij oppervlakkige als bij intermediate diepe brandwonden een goede behandelmethode is.’’, concludeert Harold. ‘’Een operatieve behandeling is bij deze wonden niet noodzakelijk en zal mogelijk juist tot extra littekenvorming leiden. Aangezien de grootte, het aantal en de kwaliteit van littekens grote invloed hebben op het lichamelijk en psychisch functioneren van een patiënt, is het belangrijk om wanneer dit niet noodzakelijk is een operatie te voorkomen.’’

Harold Goei promoveert op vrijdag 24 mei op zijn proefschrift ‘Modern Burn Treatment and Outcome Assessment’ aan het Amsterdam UMC. Voor zijn proefschrift werkte Harold Goei onder begeleiding van de Promotor prof. dr. E. Middelkoop en copromotoren dr. M.E. van Baar en dr. C.H. van der Vlies. Het onderzoek werd gefinancierd door de Nederlandse Brandwonden Stichting.

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

Brandwondencentra slaan alarm: partydrug lachgas eist slachtoffers

Afgelopen weken 14 slachtoffers met ernstig bevriezingsletsel opgenomen in brandwondencentra na ongeval met partydrug lachgas

Het gebruik van de partydrug lachgas veroorzaakte de afgelopen weken incidenten waarbij 14 personen ernstig diepe wonden opliepen. Voor de brandwondencentra in Groningen, Beverwijk en Rotterdam zijn deze recente ongevallen reden om alarm te slaan. De slachtoffers werden in een brandwondencentrum behandeld voor bevriezingsletsel, dat overeenkomt met diep tweedegraads en derdegraads brandwonden. ‘’Een verontrustende ontwikkeling’’, aldus Ymke Lucas – arts in het Brandwondencentrum Rotterdam van het Maasstad Ziekenhuis. ‘’Zeker gezien het feit dat het festivalseizoen nog moet beginnen en lachgas als partydrug in populariteit toeneemt.’’

‘’Het publiek moet weten dat gebruik van het ogenschijnlijk ‘onschuldige’ lachgas kan leiden tot levenslange littekens door bevriezingsletsel.’’, vertelt Ymke Lucas. ‘’In het Brandwondencentrum Rotterdam alleen al hebben we binnen zeer korte tijd meerdere patiënten binnen gekregen na een ongeval met lachgas. Allen hadden ernstige verwondingen aan de binnenzijde van hun bovenbenen. Het bevriezingsletsel wordt veroorzaakt door het klemmen van de tank met lachgas tussen de benen tijdens het bijvullen van de ballonnen. Na het inademen van het lachgas raakt men tijdelijk in een korte sterke roes en ligt de pijngrens hoger. De gebruikers hebben niet door dat de tank tussen hun benen zo koud wordt dat het letterlijk invriest in de huid en diepe wonden veroorzaakt.’’
Het gebruik van de partydrug lachgas is door de gemakkelijke verkrijgbaarheid populair onder jongeren. Dat het kan leiden tot bevriezing van de longen en een zuurstoftekort in de hersenen is al langer bekend. Maar onbekend is het grote risico op het oplopen van ernstig bevriezingsletsel. Jongeren gebruiken nu tanks van meer dan 2,5 liter. Dat maakt het risico op bevriezing groot.

Gevaar partydrug lachgas onderschat
De brandwondencentra schrikken van de plotselinge toename van deze ongevallen en willen nieuwe slachtoffers voorkomen. De slachtoffers, veelal tieners en twintigers, zijn nog jong en beseffen niet wat de gevaren zijn. Met de vele festivals in het vooruitzicht deze zomer, is de verwachting dat het aantal slachtoffers nog flink zal toenemen.
De Nederlandse Brandwonden Stichting heeft na de eerste signalering van meerdere slachtoffers met ernstig bevriezingsletsel melding gemaakt bij de toezichthoudende instanties Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Categorieën
Brandwonden Stichting Gezondheid en Handicaps

1 op de 5 moeders heeft langdurige posttraumatische stressklachten na brandwondenongeval kind

De acute impact van een brandwondenongeval is heel groot; bij het kind maar ook bij de ouders en broertjes en zusjes. Een maand na het ongeval heeft bijna de helft van de moeders posttraumatische stressklachten en bij 1 op de 5 moeders blijven deze klachten langdurig bestaan. Brandwonden tekenen niet alleen de buitenkant van het kind, maar laten ook innerlijke littekens na bij gezinsleden. Over het effect hiervan op de langere termijn was tot nu toe nog weinig bekend. “Levendige en emotionele herinneringen aan het brandwondenongeval en de ziekenhuisopname bleven bij zowel kinderen als ouders bestaan. Zowel de fysieke als mentale littekens behoeven aandacht bij de behandeling van brandwonden, niet alleen bij het slachtoffertje zelf, maar bij het hele gezin” concludeert Marthe Egberts in haar proefschrift ‘Family scars after pediatric burns’, waarop ze vrijdag 15 maart promoveert aan de Universiteit Utrecht.

“Als een kind brandwonden oploopt heeft dit niet alleen gevolgen voor het kind, maar voor het hele gezin. Het brandwondenongeval zelf, de wondverzorging en pijn, eventuele operaties en mogelijke levenslange littekens kunnen een enorme impact hebben’’, vertelt Marthe. Over de psychische effecten op de lange termijn en de impact op het gezin was relatief weinig bekend, evenals welke ervaringen tijdens het ongeval en de opname als traumatisch werden ervaren. Marthe: “In mijn proefschrift richt ik mij op de psychische impact van brandwonden bij het kind op het gezin. In de psychologie kijken we vaak alleen naar de persoon zelf en wordt de omgeving vergeten. Maar juist het gezin is na een brandwondenongeval ontzettend belangrijk voor de manier waarop een kind leert omgaan met de gevolgen van het ongeval.”

Posttraumatische stressklachten
“Uit de resultaten blijkt dat, ondanks de grote impact van een brandwondenongeval, de meeste kinderen en ouders op de lange termijn goed lijken te herstellen. Dat is positief. Een deel van de ouders, meer moeders dan vaders, ontwikkelen echter posttraumatische stressklachten. Denk hierbij aan herbelevingen van het ongeval, vermijding van dingen die met het ongeval te maken hebben, en spanningsklachten. Een maand na het ongeval heeft 48% van de moeders en 26% van de vaders deze klachten. Anderhalf jaar na het ongeval waren deze percentages afgenomen tot respectievelijk 19% en 4%. Een aanzienlijk deel van de ouders, vooral moeders, houdt dus langdurig posttraumatische stressklachten. Ook emoties als angst, verdriet, boosheid en schuldgevoel komen veel voor. Dit kan de verwerking in de weg staan.” aldus Marthe.

Herbeleving en wondverzorging
Tijdens diepte-interviews sprak Marthe met kinderen en ouders over hun ervaringen tijdens het ongeluk zelf, de opname in een Brandwondencentrum en na het ontslag. In het bijzonder werd aandacht besteed aan de ervaringen rondom de aan- of afwezigheid van ouders tijdens de wondverzorging. Marthe: “We waren geïnteresseerd in de vraag welke ervaringen terugkwamen in latere herbelevingen; het opnieuw beleven van de situatie met dezelfde emotionele of beangstigende gevoelens. Zowel een deel van de kinderen als ouders gaf aan herbelevingen te ervaren. Deze herbelevingen blijken vooral gerelateerd aan het ongeval zelf – het omvallen van het theekopje, het in brand staan van het kind of het koelen onder de douche – en niet zozeer aan de momenten van de wondverzorging. Ouders geven aan dat de wondverzorging van hun kind heel emotioneel is, omdat zij kun kind pijn zien lijden. Desondanks willen de meeste ouders aanwezig zijn en kwamen de ervaringen van ouders tijdens de wondverzorging niet terug in latere herbelevingen. Het aanwezig zijn geeft ouders een gevoel van controle en beter begrip van de situatie. Daarnaast vinden zij het fijn een steun te kunnen zijn voor hun kind; iets dat de jongeren in de interviews beamen. De steun van ouders gedurende de opname en na het ontslag is voor hen heel belangrijk.”

Conclusies
De resultaten in het proefschrift onderstrepen het belang van een gezinsfocus bij de opname van een kind in een Brandwondencentrum. De psychische reacties van kinderen, moeders en vaders zijn met elkaar verweven en de bevindingen benadrukken dat de reacties van zowel kinderen als ouders aandacht behoeven in de opnameperiode én in het nazorgtraject. “Een goede ondersteuning van ouders heeft ook voordelen voor het kind, doordat ouders daardoor beter in staat zijn hun kind te ondersteunen. Verder kunnen we op basis van mijn onderzoek concluderen dat ouders baat hebben bij de mogelijkheid om bij de wondverzorging van hun kind aanwezig te zijn. Het is belangrijk dat de zorgprofessionals in een Brandwondencentrum dit per situatie bekijken en zorg op maat bieden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat sommige ouders hier pas later aan toe zijn. Dat is ook prima, het blijft een vrijwillige keuze van de ouder” aldus Marthe.

Marthe Egberts promoveert met haar proefschrift ‘Family scars after pediatric burns op vrijdag 15 maart aan de Universiteit Utrecht. Voor haar proefschrift werkte Marthe Egberts onder begeleiding van de Promotoren prof. dr. R. Geenen en prof dr. P.G.M. Van der Heijden en co-promotoren dr. N.E.E. van Loey (VSBN) en prof. dr. A.G.J. van de Schoot. Het onderzoek werd gefinancierd door de Nederlandse Brandwonden Stichting.