Categorieën
Amnesty International

Constitutioneel Hof Polen perkt recht op abortus verder in

In Polen heeft het Constitutioneel Hof op 22 oktober 2020 geoordeeld dat de abortus van een foetus met een aangeboren afwijking in strijd is met de grondwet. Dat betekent dat het in Polen nog moeilijker wordt om een zwangerschap vroegtijdig af te breken.

Onafhankelijke experts van Amnesty International, het Centrum voor Reproductieve Rechten en Human Rights Watch waren bij de zitting aanwezig. ‘Het oordeel van het Hof brengt de gezondheid van vrouwen in gevaar. Het is in strijd met de verplichtingen van Polen onder internationale mensenrechtenverdragen om af te zien van maatregelen die de rechten van vrouwen op seksuele en reproductieve gezondheidszorg terugdraaien,’ zegt Leah Hoctor van het Centrum voor Reproductieve Rechten. ‘Polen moet zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met andere EU-lidstaten en abortus wettelijk toestaan als een vrouw daartoe verzoekt of als er brede sociale gronden zijn. Daarnaast moet de volledige en effectieve toegang tot zorg voor vrouwen gegarandeerd worden in situaties waarin de fysieke of mentale gezondheid van vrouwen in gevaar is.’

‘Schadelijk voor gezondheid’

‘Deze uitspraak is het resultaat van een gecoördineerde, systematische golf van aanvallen op de mensenrechten van vrouwen door Poolse wetgevers, en het is hun volgende poging om abortus in Polen te verbieden,’ zegt Esther Major van Amnesty International. ‘Een wettelijke verbod op abortus voorkomt of vermindert het aantal abortussen niet. Ze schaden de gezondheid van vrouwen omdat zij dan gedwongen worden tot illegale abortussen of dwingt vrouwen naar het buitenland te reizen om toegang te krijgen tot de abortuszorg die ze nodig hebben en waar ze recht op hebben. Hoewel alle vrouwen geraakt worden door het oordeel van het Hof, zullen gemarginaliseerde groepen vrouwen zwaarder getroffen worden. Zij kunnen zich geen verre reis veroorloven.’

Aantasting rechten van vrouwen

‘In plaats van de rechten van mensen te beschermen, heeft het Poolse Constitutionele Hof ertoe bijgedragen deze te schenden,’ zegt Hillary Margolis van Human Rights Watch. ‘De Europese Commissie en de EU-lidstaten moeten schendingen van de rechtsstaat en hun gevolgen voor de grondrechten in Polen dringend aanpakken. Het waarborgen van de mensenrechten van vrouwen, inclusief hun reproductieve rechten, is essentieel om de waarden van de Europese Unie hoog te houden. Vrouwen in Polen hebben keer op keer aanvallen op hun rechten ondergaan en zullen niet stoppen met vechten voor hun recht op abortuszorg.’

Achtergrond

Polen heeft een van Europa’s strengste abortuswetten. Van de 27 EU-lidstaten is in slechts twee landen, waaronder Polen, abortus verboden als een vrouw daartoe verzoekt of als er brede sociale gronden zijn. In Polen is abortus alleen toegestaan als het leven van de vrouw in gevaar is of als de zwangerschap het gevolg is van een verkrachting. Tot het besluit van het Hof was abortus ook toegestaan bij ernstige afwijkingen bij het ongeboren kind.

De regerende PiS-partij heeft herhaaldelijk maatregelen genomen om seksuele en reproductieve rechten verder aan banden te leggen, onder meer door een wetsvoorstel voor een totaalverbod op abortus. Die pogingen stuitten op massale protesten en werd veroordeeld door internationale mensenrechtenorganen en Europese instellingen.

Sinds de regering in 2015 aan de macht kwam, heeft zij de onafhankelijkheid van het Constitutioneel Hof en zijn doeltreffendheid als controle op de uitvoerende macht ondermijnd. De voorzitter van het Hof werd in 2016 op die post benoemd door president Duda en niet door andere rechters zoals gebruikelijk was.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/constitutioneel-hof-polen-perkt-recht-op-abortus-verder-in

Categorieën
Amnesty International

VS: in aanloop naar de verkiezingen slaagt de politie er niet in demonstranten te beschermen tegen geweld

Wetshandhavers in de hele Verenigde Staten slagen er niet in het demonstratierecht te waarborgen en demonstranten en tegendemonstranten te beschermen tegen aanvallen van onder andere gewapende groepen.

Dat blijkt uit een nieuw rapport van Amnesty International: Losing the Peace: US Police Failures to Protect Protesters from Violence.

Sinds politieagenten in mei 2020 George Floyd doodden, vonden in de VS duizenden vreedzame anti-racisme en politieke demonstraties en tegendemonstraties plaats. Uit Amnesty’s onderzoek blijkt dat de politie in bijna tweehonderd gevallen van gewelddadige confrontaties tussen demonstranten en tegendemonstranten, geen voorzorgsmaatregelen had getroffen om verstoring van vreedzame protesten te voorkomen. Ook slaagde de politie er niet in demonstranten te beschermen tegen gewelddadige aanvallen.

Verhitte verkiezingsstrijd

‘De Amerikaanse autoriteiten en wetshandhavers moeten het recht op vreedzame samenkomst en vrijheid van meningsuiting nauwgezet beschermen,’ zegt Erika Guevara-Rosas van Amnesty International. ‘In de context van een verhitte verkiezingsstrijd en een burgerrechtenbeweging in het hele land, zou niemand voor zijn leven moeten vrezen bij het naar de stembus gaan of het laten horen van zijn of haar mening bij vreedzame bijeenkomsten.’

‘President Trump roept zijn aanhangers op om naar de stembureaus te gaan en die “in de gaten te houden” en hij roept gewapende white supremacist-groeperingen op om tijdens de verkiezingen “klaar te staan.” In deze explosieve situatie moeten wetshandhavers waakzaam zijn om politiek geweld te voorkomen,’ zegt Brian Griffey van Amnesty International USA.

Politie schiet vrijwel overal tekort

Amnesty International deed onderzoek naar gewelddadige confrontaties tussen demonstranten en tegendemonstranten tussen mei en september 2020. Deze confrontaties vonden plaats in ongeveer 75 procent van alle Amerikaanse staten. In ongeveer de helft van de staten waren er voorvallen waarbij agenten er niet in slaagden demonstraties vreedzaam te laten verlopen. Ook lukte het de politie niet om demonstranten te beschermen tegen gewelddadige confrontaties met tegendemonstranten. Wetshandhavers vooral vaak na om:

  • Genoeg goedgetrainde agenten te sturen om op te treden tegen potentieel geweld tussen demonstranten en tegendemonstranten;
  • Demonstraties te scheiden van tegendemonstraties en spanningen te de-escaleren;
  • Het dreigen met geweld door gewapende groepen en individuen bij vreedzame bijeenkomsten te verbieden en tegen te gaan;
  • Geweld te stoppen door in te grijpen bij ruzies tussen demonstranten en tegendemonstranten; en
  • Een onderscheid te maken tussen vreedzame en gewelddadige personen bij het optreden tegen geweldsincidenten. Dat kon door bijvoorbeeld te voorkomen dat een demonstratie beëindigd werd als die verder grotendeels vreedzaam verliep.

Bij meer dan twaalf van de gewelddadige confrontaties die Amnesty onderzocht, waren nauwelijks of geen agenten aanwezig. Vaak werd het geweld aangewakkerd door de aanwezigheid van gewapende burgerwachten. De retoriek, het beleid en de praktijken van de regering-Trump lijken de onwettige aanvallen van gewapende groepen op demonstranten en tegendemonstranten aan te moedigen.

‘Waar is de politie, Chief?’

Tony Crawford organiseerde in juli een protest voor het verwijderen van een standbeeld dat herinnert aan de Amerikaanse burgeroorlog in Weatherford, Texas. Hij vertelde Amnesty dat ‘mensen gedood hadden kunnen worden’ tijdens een gewelddadig treffen tussen zijn gemeenschap en gewapende tegendemonstranten.

In sms-berichten naar het hoofd van de politie van Weatherford schreef Crawford: ‘De Patriots [een gewapende groep] omsingelen ons om een confrontatie uit te lokken. We worden omringd door vuurwapens en mensen die hardop zeggen dat ze ons gaan neerschieten… Waar is de politie, Chief? Dit is belachelijk. We worden mishandeld. Waar zijn jullie… jullie hebben ons in de steek gelaten, Chief. Jullie lieten ons in de steek. Jullie lieten ons aanvallen terwijl jullie niets deden.’

Amnesty’s oproep

De regering en wetshandhavers in de Verenigde Staten moeten het beleid en de praktijk van de politie hervormen om de vrijheid van vreedzame samenkomst beter te waarborgen en demonstranten te beschermen tegen wijdverbreide dreigementen met vermijdbaar geweld. Omdat de federale bescherming tekortschiet, moeten lokale overheden demonstranten beschermen tegen geweld. Zij moeten tijdens de verkiezingsperiode tijdelijke decreten uitvaardigen om de aanwezigheid van wapens in de publieke ruimte, parken, stembureaus en bij vreedzame bijeenkomsten aan banden te leggen. Ook moeten zij hun wetshandhavers instrueren te voorkomen dat gewapende individuen en groepen vreedzame protesten en andere openbare activiteiten verstoren.

Alle politieagenten moeten getraind worden in het faciliteren en beschermen van het recht op vreedzame samenkomst.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/in-aanloop-naar-verkiezingen-slaagt-politie-vs-er-niet-in-demonstranten-te-beschermen-tegen-geweld

Categorieën
Amnesty International

B20 in Saudi-Arabië: zolang activisten vrouwenrechten gevangen zitten, is de top een schijnvertoning

Tijdens de B20-top op 26 oktober in Saudi-Arabië staat het versterken van de positie van vrouwen bovenaan op de agenda. Amnesty International herinnert de deelnemende bedrijfsleiders eraan dat veel van de vrouwenrechtenactivisten van het land wegkwijnen in de gevangenis omdat ze hervormingen durfden te eisen.

Verdedigers van de rechten van vrouwen Loujain al Hathloul, Nassima al-Sada, Samar Badawi, Mayaa al-Zahrani en Nouf Abdulaziz voerden actie voor het recht voor vrouwen om te mogen autorijden en om een einde te maken aan het onderdrukkende voogdijsysteem. Vrouwen hebben voor veel zaken eerst toestemming van hun mannelijke voogd nodig.

De B20 is het officiële forum voor bedrijfsleiders waar beleidsaanbevelingen worden gepresenteerd aan de G20 in november. Tot de deelnemers van dit jaar behoren vertegenwoordigers van HSBC, Mastercard, PwC, McKinsey, CISCO, ENI, Siemens, Accenture en BBVA.

Saudi-Arabië hypocriet

‘Sinds Saudi-Arabië voorzitter is van de G20, heeft het flink geïnvesteerd in het veranderen van zijn imago, met slogans over de gelijkheid van vrouwen en door te zeggen dat het land klaar is voor verandering. Maar de mensen die werkelijke verandering nastreven, zoals de versoepeling van sociale beperkingen en van het voogdijsysteem, zitten achter de tralies,’ zegt Lynn Maalouf van Amnesty International. ‘B20-leiders mogen niet voor de gek gehouden worden door deze schaamteloze hypocrisie. We roepen hen op om te laten zien dat ze zowel om mensenrechten als om zakelijke kansen geven. Elk bedrijf dat actief is in of met Saudi-Arabië samnewerkt, heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ze door hun activiteiten niet bijdragen aan mensenrechtenschendingen.’

Cynische pr-campagne

Sinds kroonprins Mohammed bin Salman in Saudi-Arabië de scepter zwaait, draait de pr-machine op volle toeren om het slechte imago van het land op mensenrechtengebied op te poetsen. Zo hopen de autoriteiten buitenlandse investeerders te trekken. Veel uitgesproken critici zijn opgepakt, alleen omdat ze vreedzaam hun mening uitten. Nu pocht Saudi-Arabië dat 33 procent van de B20-deelnemers vrouw zijn, het hoogste aantal ooit.

Onderdrukking neemt juist toe

Na de aankondiging van het Vision 2030-plan kregen vrouwen in juni 2018 het recht om te rijden. Dit was een stap in de richting van gelijke kansen op werk, waardoor Saudische vrouwen een klein beetje vrijheid en onafhankelijkheid kregen. Maar enkele weken voordat deze verandering werd aangekondigd, pakten de autoriteiten mensenrechtenverdedigers hard aan en arresteerden ze veel mensen die juist hadden gepleit voor het recht om te rijden.

Er worden ​​op dit moment dertien vrouwenrechtenverdedigers vervolgd vanwege hun mensenrechtenactivisme. Sommigen worden beschuldigd van contact met buitenlandse media of internationale organisaties, waaronder Amnesty International. Anderen werden beschuldigd van ‘het bevorderen van de rechten van vrouwen’ en het ‘oproepen tot het beëindigen van het mannelijke voogdijsysteem’. Van de dertien vrouwen zitten er nog vijf in hechtenis: Loujain al-Hathloul, Samar Badawi, Nassima al-Sada, Nouf Abdulaziz en Mayaa al-Zahrani.

De Saudische autoriteiten leggen mensen met een afwijkende mening systematisch het zwijgen op en onderdrukken de vrije meningsuiting. Daarbij wordt het Gespecialiseerde Strafhof gebruikt om economen, leraren, geestelijken, schrijvers, activisten en anderen die hebben opgeroepen tot verandering te veroordelen. Mensenrechtenverdedigers worden geconfronteerd met willekeurige arrestaties, oneerlijke processen en martelingen.

Amnesty’s oproep

Amnesty International dringt er bij de deelnemers aan de B20 op aan om deze schendingen niet door de vingers te zien. Alle bedrijven hebben de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ze niet bijdragen aan de schending van mensenrechten. Van hen wordt verwacht dat zij met gepaste zorgvuldigheid – due diligence – opereren om mensenrechtenrisico’s te identificeren, te voorkomen en te beperken bij hun activiteiten en binnen hun toeleveringsketen en zakelijke relaties.

Amnesty heeft de deelnemende bedrijven een brief gestuurd waarin ernstige bezorgdheid wordt geuit over de mensenrechtenrisico’s van bedrijfsactiviteiten in en met Saudi-Arabië, en waarin bedrijven herinnerd worden aan hun verantwoordelijkheden op mensenrechtengebied.

‘Als Saudi-Arabië zo progressief was als het beweert, zouden de activisten die zoveel deden om meer rechten voor vrouwen veilig te stellen, aan tafel zitten,’ zegt Maalouf.

Lees meer over de mensenrechtensituatie in Saudi-Arabië.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/b20-saudi-arabie-schijnvertoning-zolang-activisten-vrouwenrechten-vastzitten

Categorieën
Amnesty International

Nederlandse parlementariërs roepen de Egyptische president op gewetensgevangenen vrij te laten

Honderden Europese parlementariërs, onder wie ook Nederlandse Kamerleden, riepen vandaag de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi met klem op alle gewetensgevangenen vrij te laten. Ook Amerikaanse congresleden drongen er eerder deze week bij Al-Sisi op aan een einde te maken aan het onterecht gevangenhouden van mensenrechtenverdedigers, journalisten, advocaten en politieke activisten.

Nederlandse parlementariërs steunen oproep

Kamerleden van vrijwel alle Nederlandse politieke partijen ondertekenden de oproep aan president Al-Sisi. De Nederlandse ondertekenaars zijn Sven Koopmans (VVD), Sadet Karabulut (SP), Lilianne Ploumen (PvdA), Sjoerd Sjoerdsma (D66), Kees van der Staaij (SGP), Martijn van Helvert (CDA), Femke Merel van Kooten (onafhankelijk), Bram van Ojik (GroenLinks), Joël Voordewind (ChristenUnie), Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) en de Europarlementariërs Kati Piri (PvdA), Samira Rafaela (D66) en Dorien Rookmaker (onafhankelijk).

Mensenrechtensituatie verslechterd

De Europese en Amerikaanse parlementsleden vinden het de hoogste tijd dat president Al-Sisi wordt aangesproken op de verslechterende mensenrechtensituatie in zijn land. Mensen die vreedzaam opkomen voor hun mensenrechten, zoals het recht op vrije meningsuiting, vereniging en vergadering, worden er massaal gevangengezet, terwijl daders van mensenrechtenschendingen straffeloos vrij rondlopen.

De oproep komt enkele weken nadat de Egyptische autoriteiten opnieuw hun toevlucht namen tot onwettig geweld, massa-arrestaties en censuur om protesten tegen de verslechterende economische situatie te onderdrukken. Ondanks het grote risico voor hun leven, veiligheid en vrijheid, blijven Egyptenaren hun stem verheffen. De Egyptische regering heeft de coronacrisis ook aangegrepen om fundamentele vrijheden verder in te dammen en kritiek op de corona-aanpak te beteugelen.

Rechten van gevangenen

Zeker nu het coronavirus een ernstige bedreiging voor de gezondheid vormt, roepen de parlementsleden de Egyptische autoriteiten op de mensenrechten van gevangenen voorop te stellen. Een vergelijkbare oproep deden eerder dit jaar ook de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten, mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties en gezondheidsorganisaties.

Sommige gewetensgevangenen die in de oproep worden genoemd, onder wie Ramy Shaath en Zyad el Elaimy, hebben meer dan een jaar in voorlopige hechtenis gezeten vanwege hun vreedzame politieke activisme. Mensenrechtenadvocaten zoals Mohamed al-Baqer en Mahienour al Massry worden vastgehouden omdat ze slachtoffers van gedwongen verdwijningen of willekeurige detentie vertegenwoordigden. Journalisten Esraa Abdel Fattah, Solafa Magdy, Hossam al-Sayyad en Mahmoud Hussein zitten vast vanwege hun kritische berichtgeving, waarmee het publiek het recht op informatie verder wordt ontzegd.

In totaal is de oproep ondertekend door 84 Europarlementariërs, 138 leden van parlementen in Europa en 56 Amerikaanse leden van beide kamers van het Amerikaanse congres.

Lees hier de brief die de Europese parlementariërs naar president Al-Sisi stuurden.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/nederlandse-parlementariers-roepen-samen-met-europese-en-amerikaanse-collegas-de-egyptische-president-op-gewetensgevangenen-vrij-te-laten

Categorieën
Amnesty International

Thailand: sluiten van media tijdens protesten is bangmakerij

Een Thaise rechtbank oordeelde dat de regering terecht besloten heeft om Voice TV te sluiten. Over een aantal andere gesloten mediakanalen moet de rechter nog uitspraak doen. ‘Bangmakerij’ oordeelt Amnesty. De organisatie roept de autoriteiten op onafhankelijke media hun werk te laten doen.

‘Voice TV heeft gewoon zijn werk gedaan door te berichten over de toenemende, vreedzame prostesten in het land. Net als de aanklachten tegen de leiders van de demonstraties, is deze sluiting een poging van de autoriteiten om de bevolking te intimideren en de mond te snoeren’, zegt Ming Yu Hah van Amnesty International.

Al maandenlang gaan in Thailand demonstranten de straat op om een nieuwe grondwet, het aftreden van de premier, hervorming van de monarchie en het stoppen met intimideren van critici van de regering te eisen. Die protesten zwellen aan. Op 15 oktober werd de noodtoestand uitgeroepen.

Aanval op communicatiekanalen

De intimidatie van de media is slechts een van de manieren waarop de Thaise autoriteiten momenteel communicatiekanalen aanvallen. Ze dreigen daarnaast de berichtendienst Telegram te blokkeren. Ook zetten ze wetten als de Computer Crime Act in tegen mensen vanwege wat zij online posten en delen.

Naast Voice TV werden ook drie andere media gesloten: Prachatai, The Standard en The Reporters. De rechter moet over deze media nog een uitspraak doen. De autoriteiten vinden dat deze media het nooddecreet overtreden hebben. Een woordvoerder van de regering voegde daaraan toe dat Voice TV ook de Computer Crime Act overtreden heeft.

Demonstranten opgepakt

Sinds 13 oktober 2020 hebben de Thaise autoriteiten ten minste 49 demonstranten gevangen genomen, waarvan enkele op grond van noodbevoegdheden. Op 15 oktober kondigden ze een ‘strenge’ noodtoestand af. Sindsdien zijn er nieuwe meldingen van arrestaties en opsluitingen.

De Thaise autoriteiten hebben in verband met de protesten de strafrechtelijke vervolging in gang gezet tegen ten minste 65 mensen. Demonstranten melden intimidatie vanwege hun aanwezigheid bij bijeenkomsten, waaronder huisbezoeken en het dreigen met strafvervolging.

Ming Yu Hah: ‘Thai van alle leeftijden gaan de straat op en versterken de door jongeren geleide vreedzame protestbeweging.  De Thaise autoriteiten zouden dit moeten respecteren. Zij moeten het recht op vrijheid van meningsuiting, het recht op vreedzaam demonsteren en het recht op persvrijheid beschermen. De bevolking moet zich vreedzaam kunnen uiten, op straat en op sociale media. En journalisten moeten hier vrijuit verslag van kunnen doen.’

Amnesty’s oproep

Amnesty doet een dringend beroep op de autoriteiten om onmiddellijk en zonder voorwaarden alle gevangengenomen vreedzame demonstranten vrij te laten. Ook moeten de autoriteiten het verbod op de Voice TV-groep en andere media intrekken en onafhankelijke media vrij laten werken, zonder intimidatie of angst voor represailles.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/thailand-sluiten-van-media-tijdens-protesten-is-bangmakerij

Categorieën
Amnesty International

Indonesië stuurt honderden Rohingya terug de zee op

Indonesië stuurt vluchtelingen terug de zee op. Indonesische vissers meldden dat een schip met aan boord zo’n 250 Rohingya-vluchtelingen al enkele dagen op 125 tot 180 kilometer voor de kust van Atjeh ligt. Amnesty vindt dat Indonesië de vluchtelingen moet redden.

Amnesty Indonesië beschikt over vertrouwelijke informatie dat de Indonesische marine en het leger alle eenheden langs de kust van Atjeh instrueerden dat zij moeten voorkomen dat het schip met vluchtelingen kan aanmeren. Volgens internationaal recht zijn staten verplicht de mensenrechten van vluchtelingen te beschermen als zij hun kust bereiken.

Indonesië handelt in strijd met internationaal recht

Indonesië komt die verplichting niet na. ‘Nu de autoriteiten weten dat een schip in nood is, moeten zij de passagiers onmiddellijk redden, van boord laten gaan, onderdak bieden en hun veiligheid waarborgen,’ zegt Usman Hamid van Amnesty Indonesië.

Het principe van non-refoulement verplicht staten om vluchtelingen niet terug te sturen naar hun land van herkomst als zij daar vervolging vrezen. Dit principe is de hoeksteen van de internationale bescherming van vluchtelingen en is fundamenteel voor het absolute verbod op marteling en wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Eerder dit jaar liet Indonesië wel twee keer schepen met Rohingya-vluchtelingen toe, nadat deze maandenlang op zee hadden rondgedobberd.

Ook andere landen moeten te hulp schieten

‘Er is geen reden waarom Indonesië in deze vluchtelingencrisis alleen zou moeten optreden. Er moet een gedeelde verantwoordelijkheid zijn tussen de landen in de regio om zoek- en reddingsacties te organiseren en te voorkomen dat mensen in gevaar komen. De landen van de Association of Southeast Asian Nations (ASEAN) slagen er niet in om mensen te helpen die zijn gevlucht voor vervolging in Myanmar en voor de ontberingen van vluchtelingenkampen in Bangladesh. De situatie van Rohingya is een regionale kwestie die een humane regionale reactie nodig heeft in overeenstemming met het internationaal recht,’ zegt Usman Hamid.

Tijdens een bijeenkomst van de ASEAN vorige maand riep de Indonesische regering buurlanden op gezamenlijk Rohingya te redden.

Achtergrond

In september lieten de Indonesische autoriteiten 297 Rohingya-vluchtelingen toe in Lhokseumawe op Atjeh. In juni mochten 99 Rohingya van boord in het noorden van Atjeh nadat de lokale bevolking er bij de autoriteiten op had aangedrongen de vluchtelingen te redden.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/indonesie-stuurt-honderden-rohingya-terug-de-zee-op

Categorieën
Amnesty International

Qatar: buitenlandse huishoudelijke hulpen nog steeds uitgebuit

In Qatar worden buitenlandse huishoudelijke hulpen nog altijd uitgebuit. Ze moeten extreem veel overwerken, krijgen daardoor weinig rust en worden op een vernederende manier behandeld.

Dat is de uitkomst van onderzoek van Amnesty International waarbij gesproken werd met 105 inwonende hulpen. In een nieuw rapport, “Why do you want to rest?” Ongoing abuse of domestic workers in Qatar, staat dat hun rechten nog steeds worden geschonden ondanks hervormingen die bedoeld zijn om de werkomstandigheden te verbeteren. Sommige vrouwen zeggen dat ze slachtoffer zijn van ernstige misdrijven zoals seksueel misbruik. De huishoudelijke hulpen zijn afkomstig uit landen als Sri Lanka, Bangladesh, de Filipijnen en Kenia.

Uitbuiting ondanks hervormingen

Qatar voerde in 2017 de wet voor huishoudelijk personeel in. Daarin werd het maximum aantal werkuren per dag, verplichte pauzes, een vrije dag per week en doorbetaling tijdens vakanties vastgelegd. Die wet wordt echter niet nageleefd: 90 van de 105 vrouwen met wie Amnesty sprak, zeggen dat ze regelmatig meer dan veertien uur per dag werken, 89 vrouwen werken vaak zeven dagen per week en van 87 vrouwen werd het paspoort door de werkgever ingenomen. De helft van het aantal geïnterviewde vrouwen vertelde dat ze meer dan achttien uur per dag werkten en de meesten kregen nooit een vrije dag. Enkelen gaven aan dat ze niet naar behoren betaald kregen. Veertig vrouwen zeiden te zijn beledigd, geslagen of bespuugd.

‘Er is een systeem dat de werkgevers nog steeds in staat stelt om huishoudelijke hulpen te behandelen alsof zij hun bezit zijn,’ zegt Steve Cockburn van Amnesty International. Gebrek aan toezicht op naleving van de wet voor huishoudelijk personeel en het sponsorsysteem dat in Qatar geldt, zorgen ervoor dat werkgevers enorm veel macht hebben over hun werknemers. Bovendien zijn er voor de vrouwen veel obstakels om misbruik bij de autoriteiten te melden. Ook is straffeloosheid wijdverbreid.

Het kafala– of sponsorsysteem vereist van buitenlandse arbeidskrachten dat zij een lokale sponsor hebben – de kafeel – die zorgt voor de toestemming om het land binnen te komen en die toeziet op het verblijf. Vaak wordt daarbij hun paspoort ingenomen.

Lange werktijden

De geïnterviewden noemden lange werktijden zonder een behoorlijke rusttijd als een van de meest voorkomende vormen van misbruik van huishoudelijk personeel. Volgens hun contracten mag huishoudelijk personeel niet meer dan 10 uur per dag en zes dagen per week werken. De vrouwen die Amnesty sprak, werken gemiddeld 16 uur per dag, meestal zonder vrije dag – zonder betaald te worden voor overwerk. Dat betekent dat zij 112 uur per week werken; bijna twee keer zoveel uren als is toegestaan.

Reina (45) uit de Filipijnen vertelde dat ze een auto-ongeluk kreeg omdat ze maar twee uur had geslapen: ‘Ik ging om één uur ’s nachts naar bed. Om 3 uur ‘s nachts maakte de 17-jarige dochter van het gezin me wakker om voor haar een blikje Red Bull te kopen. Daarna begon ik om half zes met mijn dagelijkse werk, waste de auto en bereidde me voor om de kinderen naar school te rijden. Om tien uur reed ik met de auto tegen een muur aan.’

Mishandeling, misbruik en vernedering

Emily: ‘Madam zal zeggen [je bent] een monster, ik snijd je tong af. Ik ben bang. Ze zal me zeggen dat ze me zal doden, altijd lelijke woorden. Ik ben slechts een hulp, ik kan niets doen.’

Amnesty sprak veertig vrouwen die zeggen dat ze verbaal en fysiek mishandeld zijn. Vaak gaat het om vernedering, geschreeuw en beledigingen. Vijftien vrouwen vertelden dat ze werden bespuugd, geslagen, geschopt, gestompt en aan hun haren werden getrokken. Vijf vrouwen gaven aan dat ze seksueel misbruikt werden door hun werkgever of door familieleden die op bezoek waren. De meeste vrouwen deden geen aangifte uit angst voor wraak.

Straffeloosheid

Werkgevers die misbruik maken van hun hulpen, gaan meestal vrijuit. ‘Bij geen van de vrouwen met wie Amnesty sprak, moest de dader verantwoording afleggen. Als Qatar huishoudelijke hulpen wil beschermen, zal het een duidelijke boodschap moeten sturen naar de werkgevers dat uitbuiting niet wordt getolereerd,’ zegt Steve Cockburn.

Amnesty’s oproep

Steve Cockburn: ‘We roepen de autoriteiten van Qatar op om concrete stappen te ondernemen die een volledige invoering van de wet garanderen. Ook moeten zij toezichtmechanismen instellen en actie ondernemen tegen werkgevers die hun personeel uitbuiten. Ondanks pogingen om de arbeidswetten te hervormen, faalt Qatar nog altijd in het beschermen van de meest kwetsbare vrouwen in het land.’

In Qatar werken circa 173.000 huishoudelijke hulpen. De namen zijn gefingeerd om de vrouwen te beschermen.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/qatar-buitenlandse-huishoudelijke-hulpen-nog-steeds-uitgebuit

Categorieën
Amnesty International

Nigeria: autoriteiten moeten politie hervormen

Nigeriaanse veiligheidstroepen moeten onmiddellijk stoppen met het intimideren, lastigvallen en aanvallen van vreedzame demonstranten. Een week lang al gaan overal in het land mensen de straat op om te eisen dat er een einde komt aan het politiegeweld en de corruptie van de politie-eenheid SARS. Daarbij zijn ten minste tien mensen gedood en honderden verwond.

De Special Anti-Robbery Squad (SARS) is een speciale eenheid van de Nigeriaanse politie gericht op het bestrijden van gewelddadige misdrijven. Sinds 8 oktober 2020 protesteren mensen in grote steden door het hele land tegen het geweld, de buitengerechtelijke executies en afpersing waar de eenheid zich aan schuldig maakt.

Geweld tegen demonstranten

‘Deze demonstranten kregen te maken met buitensporig veel geweld. Nigerianen die de straat op gaan, hebben genoeg van de onwettige praktijken van SARS. Zij verdienen merkbare hervormingen die de mensenrechten beschermen. Nigerianen zijn sceptisch over de belofte van de autoriteiten om de misstanden bij de politie aan te pakken, omdat eerdere beweringen dat SARS hervormd zou worden holle frases bleken te zijn’, zegt Osai Ojigho, directeur van Amnesty Nigeria.

Op 1 oktober 2020 ontbond de hoogste baas van de politie SARS. Hij beval alle medewerkers meteen te verdelen over andere politie-eenheden. Osai Ojigho: ‘Doordat agenten nu nog steeds buitensporig veel geweld gebruiken tegen vreedzame demonstranten worden beweringen dat mensenrechtenschendingen bij de Nigeriaanse politie nu echt worden aangepakt meteen overboord gegooid.’

Ook journalisten aangevallen

Agenten vuurden kogels en traangas af op demonstrerende menigtes, zetten waterkanonnen in en sloegen en arresteerden demonstranten. Dat mag niet volgens de Nigeriaanse Grondwet en internationale standaarden. Ook journalisten waren het doelwit. Ze werden in elkaar geslagen en hun filmapparatuur werd afgepakt.

Amnesty’s oproep

Amnesty roept de Nigeriaanse autoriteiten op de veiligheidstroepen met onmiddellijke ingang vreedzame demonstranten te laten beschermen in plaats van aan te vallen.

Daarnaast roepen we de autoriteiten op gehoor te geven aan de eisen van hun volk. Zij moeten snel een grondig, onafhankelijk en transparant onderzoek instellen naar alle mensenrechtenschendingen door de politie, en de verantwoordelijken daarvoor berechten. Dat geldt dus ook voor de schendingen die begaan zijn tegen #EndSARS-demonstranten.

Achtergrond

Al jaren doet Amnesty verslag van buitengerechtelijke executies, buitensporig politiegeweld en marteling door wetshandhavers in Nigeria. In november 2014 publiceerden we hierover het rapport Welcome to hellfire’: Torture and other ill-treatment in Nigeria. In 2016 publiceerden we een ander rapport waaruit blijkt dat de Special Anti-Robbery Squad (SARS) gevangenen op grote schaal martelde en mishandelde. Een Amnesty-rapport van juni 2020 toont aan dat SARS nog steeds ongestraft mensenrechten schendt. Dit ondanks beloftes van de regering om de eenheid te hervormen en ter verantwoording te roepen.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/nigeria-autoriteiten-moeten-politie-hervormen

Categorieën
Amnesty International

Gebrekkige corona-wetten in de Golfstaten zijn een aantasting van de vrije meningsuiting

De Golfstaten, en met name Bahrein, Koeweit, Oman, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, gebruiken de coronapandemie als dekmantel om de vrijheid van meningsuiting verder te onderdrukken.

In al deze landen worden wetten misbruikt om ‘nepnieuws’ strafbaar te stellen. Mensen die berichten op sociale media plaatsen over de pandemie of over de reactie van de overheid daarop, worden gearresteerd en vervolgd. ‘De Golfstaten kunnen niet verantwoorden waarom deze maatregelen noodzakelijk en proportioneel zijn voor het beschermen van de volksgezondheid,’ zegt Lynn Maalouf van Amnesty International. ‘Mensen worden lastiggevallen en geïntimideerd omdat ze online over de pandemie discussiëren. Dat is een duidelijke inbreuk op hun recht op vrije meningsuiting.

Bescherming bevolking minder belangrijk

De Golfstaten kiezen ervoor om alle middelen te gebruiken om elk openbaar debat, in dit geval over de pandemie, te smoren. Ze maken zich duidelijk meer zorgen over het feit dat ze onder de loep worden genomen dan over het beschermen van de volksgezondheid. Toegang tot informatie is essentieel om mensen op de hoogte te houden over hoe zij zich tegen het coronavirus kunnen beschermen.

Amnesty controleerde officiële verklaringen die via sociale mediakanalen van de regeringen openbaar werden gemaakt en commentaren van overheidsbronnen voor berichtgeving in de gecontroleerde binnenlandse pers in de periode vanaf maart 2020 tot nu.

Amnesty’s oproep

Amnesty roept de Golfstaten op om aan deze ongerechtvaardigde praktijk een einde te maken en ervoor te zorgen dat mensen zich kunnen uiten zonder angst voor represailles. Ook moeten deze staten zich er meer voor inspannen om betrouwbare, toegankelijke en feitelijke informatie verstrekken over het coronavirus. Dat is cruciaal om valse en misleidende informatie tegen te gaan.

Achtergrond

Het recht op vrijheid van meningsuiting wordt door internationale mensenrechtenwetgeving beschermd, zoals in artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Bahrein en Koeweit zijn tot dit BuPo-verdrag toegetreden. Oman, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten behoren tot de 7 procent van de lidstaten van de Verenigde Naties die geen partij zijn bij het BuPo-verdrag.

Alle Golfstaten hebben zeer breed geformuleerde wetten voor de ‘openbare veiligheid’, die vaak worden gebruikt om onwelgevallige uitingen te bestraffen. De afgelopen jaren hebben de Golfstaten nieuwe onderdrukkende wetten aangenomen voor terrorismebestrijding of cyberbeveiliging. Ook veel bepalingen in hun oudere strafwetgeving zijn onverenigbaar met het recht op vrijheid van meningsuiting en worden nog steeds gebruikt om online critici het zwijgen op te leggen.

Algemene verbodsbepalingen over de verspreiding van informatie die zijn gebaseerd op vage en dubbelzinnige begrippen als ‘nepnieuws’ of het ‘verspreiden van verkeerde informatie’ zijn in strijd met internationale mensenrechtenwetgeving. Internationaal recht staat geen algemeen verbod toe op het uiten van een onjuiste mening of een onjuiste interpretatie van gebeurtenissen.

Lees hier de openbare verklaring van Amnesty International.

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/gebrekkige-corona-wetten-in-de-golfstaten-zijn-een-aanslag-op-de-vrije-meningsuiting

Categorieën
Amnesty International

Myanmar: conflict in Rakhine escaleert

Amnesty International heeft nieuw bewijs verzameld over willekeurige aanvallen op burgers in de staat Rakhine in Myanmar. Het conflict tussen het leger van Myanmar en het Arakan Army (AA) dreigt te escaleren. Burgers worden gedood en raken gewond en dorpen worden platgebrand.

Het bewijs van Amnesty’s onderzoekers bestaat uit getuigenverslagen uit eerste hand, foto’s en video’s uit de staat Rakhine, een analyse van satellietbeelden en berichten uit de media en van maatschappelijke organisaties ter plekke. 

‘Het ziet er niet naar uit dat het conflict tussen het Arakan Army en het leger van Myanmar vermindert’, zegt Ming Yu Hah van Amnesty International. ‘En burgers zijn er de dupe van.’

‘Het leger van Myanmar heeft totaal geen respect voor het lijden van de burgers. Dat wordt schokkend genoeg alleen maar erger. De VN-Veiligheidsraad moet de situatie in Myanmar onmiddellijk doorverwijzen naar het Internationale Strafhof.’ 

Landmijnen bij grens met Bangladesh

Amnesty maakt zich ook zorgen over de toegenomen aanwezigheid van militairen uit Myanmar aan de grens met Bangladesh. Wapenexperts van Amnesty onderzochten beelden van landmijnen die recent werden gevonden in bewoond gebied. Het bleken MM2-landmijnen te zijn, een type mijn dat vaak wordt gebruikt door het Myanmarese leger. Deze mijnen zijn groter dan andere soorten en veroorzaken meer schade. 

Zowel het leger van Myanmar als het Arakan Army gebruiken landmijnen. Omdat Amnesty geen toegang tot het gebied heeft, kan niet altijd goed worden vastgesteld van welke partij ze afkomstig zijn. 

Vrouw stapte op landmijn

In de staten Rakhine en Chin zijn meerdere mensen gedood en verwond door landmijnen. Op 18 september stapte een 44-jarige Chin-vrouw op een landmijn toen ze bamboe aan het verzamelen was vlakbij een legerbasis in Paletwa. Ze overleed korte tijd later aan haar verwondingen. 

Volgens berichten in lokale media dwingt het leger Rohingya-kinderen om als drager te werken in Buthidaung Township, terwijl daar regelmatig gevechten plaatsvinden. Ook dat vindt Amnesty zorgwekkend. 

‘Ik dacht niet dat het ons dorp was’

Op 8 september 2020 was Maung Soe (niet zijn echte naam) aan het werk vlakbij zijn dorp in Nyaung Kan in Myebon Township toen hij zwaar geschut hoorde. Volgens hem klonk het als onweer. ‘Ik dacht niet dat het ons dorp was, ik dacht dat het ergens anders was. Ik probeerde mijn vrouw te bellen, maar ze nam niet op.’ 

‘Ik ging naar mijn dorp en hoorde dat mensen gewond waren. Toen ik thuis kwam, lagen mijn vrouw en dochter op de grond. Mijn vrouw was stil. Ik onderzocht mijn 7-jarige dochter en zij leefde nog. Ik tilde haar op en ging naar buiten.’

‘Ik zag geen soldaten. Het geluid van de wapens klonk ver weg. Ik drukte mijn dochter tegen me aan en rende weg. Er werd weer geschoten. Ik probeerde over het lichaam van mijn dochter heen te liggen, vlakbij het beekje. Binnen twee minuten was ze overleden.’ 

Maung Soe moest zijn dochter achterlaten om te vluchten. Toen het schieten was gestopt, ging hij terug naar haar. Hij is het gebied nu ontvlucht. 

Volgens de dorpelingen kwam het geschut van het leger van Myanmar, omdat er geen soldaten van het Arakan Army in Nyaung Kan zijn. Bij de beschietingen kwamen vijf mensen om het leven. Onder hen de vrouw en dochter van Maung Soe. Alle overledenen waren etnische Rakhine. Twee van hen waren kinderen van zeven jaar oud. Tien andere mensen raakten gewond. 

Volgens de schattingen van een lokale organisatie zijn er sinds december 2018 289 burgers omgekomen bij de conflicten in Rakhine en Chin. Deze cijfers kunnen niet worden geverifieerd omdat internet in het gebied is afgesloten en de autoriteiten een klopjacht uitoefenen op vrije pers.

Op 14 september verklaarde Michelle Bachelet, de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, dat burgers in Rakhine in sommige gevallen tot doelwit lijken te zijn gemaakt, of willekeurig zijn aangevallen, wat oorlogsmisdaden of zelfs misdaden tegen de mensheid zouden zijn. Amnesty International heeft ook willekeurige aanvallen op burgers beschreven. 

Internet afgesloten

Het afgelopen jaar hebben de autoriteiten het internet afgesloten in delen van de staten Rakhine en Chin. Dit werd in augustus deels opgeheven, maar in de gebieden die door het gewapende conflict zijn getroffen werd het internet vertraagd naar 2G. Volgens de autoriteiten was deze internet blackout nodig om ‘ophitsing’ te voorkomen en ervoor te zorgen dat het Arakan Army niet van afstand landmijnen kan laten afgaan. 

De blackout heeft de toegang van humanitaire hulp bemoeilijkt en toegang tot belangrijke informatie over het conflict en de corona-pandemie beperkt. Sinds augustus verspreidt het virus zich steeds meer over Myanmar, vooral in Rakhine. 

De autoriteiten van Myanmar moeten ervoor zorgen dat humanitaire organisaties de gebieden in kunnen en dat alle mensen toegang hebben tot gezondheidszorg. 

Verkrachting door soldaten

Op 11 september 2020 gaf het leger toe dat drie soldaten een etnische Rakhine-vrouw hadden verkracht. Dit gebeurde op 30 juni in Rathedaung Township. De soldaten ontkenden dit aanvankelijk. Het leger bracht een openbare verklaring uit waarin het slachtoffer bij naam werd genoemd, maar de daders niet. 

‘Deze schokkende gebeurtenissen tonen weer eens het ware gezicht van de Tatmadaw (het leger)’, zegt Ming Yu Hah. ‘En hoe groot de straffeloosheid binnen haar gelederen is.’

‘De internationale gemeenschap moet nu alarm slaan over de situatie in Rakhine, of later uitleggen waarom ze – wederom- niet ingreep.’ 

Dit artikel is afkomstig van de website van Amnesty International:

https://www.amnesty.nl/actueel/myanmar-conflict-in-rakhine-escaleert