Categorieën
Focusgebieden Goede Doelen Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Synthetische microvezels en de vatbaarheid voor COVID-19

De kans is groter dat je sterft aan COVID-19 wanneer de lucht vervuild is met fijnstof. Amerikaanse onderzoekers van Harvard University trokken afgelopen april deze conclusie. De hoeveelheid stikstof is het grootst in stedelijke gebieden. De onderzoekers stellen dat COVID-19 meer slachtoffers maakt in stedelijke gebieden dan elders, waar de lucht schoner is. Het onderzoek corrigeerde voor andere factoren, zoals leeftijd, roken of overgewicht.

Ook in Nederland zijn er sterke vermoedens van een verband tussen hoge
concentraties fijnstof en slachtoffers van COVID-19. In gebieden met intensieve veeteelt is de ammoniak een belangrijke oorzaak van fijnstof. Dat beïnvloedt de gezondheid en mensen zijn dan extra vatbaar voor COVID-19.

VIRUS OVERLEEFT EEN
TIJDJE OP PLASTIC, OOK IN DE LUCHT

Fijnstof in de lucht bestaat óók uit microvezels en plastic stof. Een ander Amerikaans onderzoek toonde aan dat het coronavirus tot 72 uur kan overleven op plastic en metaal. Mensen kunnen dus besmet raken door aanraking van plastic of andere materialen. Dit onderzoek analyseerde ook de stabiliteit van het virus in de lucht, waar het zich kan hechten aan aerosolen (in vloeibare of vaste vorm). De onderzoekers konden het virus drie uur lang in de lucht detecteren.

MICROVEZELS IN DE LUCHT

Een vorig jaar verschenen onderzoek rapporteerde dat er in Londen twintig keer zoveel plastic microvezels in de lucht waren (van eenzelfde grootte) als op een afgelegen plek in de Pyreneeën. Die microvezels komen onder meer vrij van synthetische kleding. Het machinaal wassen en drogen van kunststof kleding vormt met miljoenen vezels per wasbeurt een grote bijdrage aan de plasticsoep.

Indien het coronavirus twee tot drie dagen kan overleven op plastic, moet dat ook het geval zijn op synthetische microvezels of plastic stof in de lucht.

MEER ONDERZOEK IS NODIG

Aangezien kunststof niet op natuurlijke wijze vergaat, neemt de concentratie van plastic in het milieu alsmaar toe. Dat geldt ook voor het aantal microplastics in de lucht. We ademen ze in. De vraag of de aanwezigheid van microplastics in de lucht bijdraagt aan de kans geïnfecteerd te worden door COVID-19 is voor zover ons bekend nog niet onderzocht.

Plastic Soup Foundation hoopt dat er daarom snel gericht onderzoek komt naar de relatie tussen COVID-19 (en verwante virussen) en microplastics in de lucht.

Het bericht Synthetische microvezels en de vatbaarheid voor COVID-19 verscheen eerst op Plastic Soup Foundation.

Categorieën
Focusgebieden Goede Doelen Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Staatssecretaris Van Veldhoven noemt nieuwe mega plasticfabriek van Shell ‘niet mijn verantwoordelijkheid’

Staatssecretaris van milieu Stientje van Veldhoven (D66) probeert
ondernemingen ertoe te overwegen minder plastic en meer recyclaat te gebruiken, onder andere door ze uit te nodigen deel te nemen aan het Plastic Pact. De realiteit is dat het plasticgebruik blijft toenemen en de recyclingsector recyclaat nauwelijks meer kan verkopen, omdat virgin (nieuw) plastic tegen dumpprijzen te koop is.

Shell – die het Plastic Pact niet heeft ondertekend – investeert in Pennsylvania in de Verenigde Staten miljarden dollars in een
nieuwe plasticfabriek. Daarover zijn Kamervragen gesteld en beantwoord.

NIET HAAR VERANTWOORDELIJKHEID

Kamerleden vroegen de staatssecretaris of het gewenste hergebruik van plastic wel bevorderd kan worden wanneer nieuw plastic zo goedkoop is. En of ze Shell wil wijzen op de negatieve gevolgen van hun investeringsbeslissingen. In antwoord daarop schreef Van Veldhoven afgelopen april dat de investeringsbeslissingen van Shell niet haar verantwoordelijkheid zijn. Ze zegt geen inzicht te hebben ‘in de drijfveren van oliebedrijven om plasticfabrieken te bouwen’. Ook andere antwoorden zijn ontwijkend. Van Veldhoven kan niet bevestigen dat hergebruik niet bevorderd wordt omdat nieuw plastic veel te goedkoop is.

Van Veldhoven weet uiteraard donders goed wat er aan de hand is. Het staat onder andere haarfijn uitgelegd in de notitie die NRK Recycling in januari op haar verzoek opstelde en haar toestuurde. Deze analyse behandelt het concurrentienadeel dat recyclaat ondervindt van de op olie en gas gebaseerde kunststoffen. De opstellers waarschuwen dat de ambities van een circulaire kunststofeconomie niet waargemaakt kunnen worden als er niet wordt ingegrepen door de overheid.

MISLEIDEND

Op de vraag of de Shellfabriek haar inspanningen om tot een
Internationaal Plastic Pact te komen niet ondermijnt, kwam het antwoord dat beide niet strijdig met elkaar hoeven te zijn. ‘Shell kan voor een deel aan de groeiende vraag naar plastics wereldwijd voldoen door plastic afval als voeding te gaan gebruiken voor hun plasticproductiefabrieken (ook wel ‘feedstock recycling’ genoemd). Ik begrijp uit berichtgeving dat Shell plannen in deze richting heeft. Meer recycling is in lijn met de doelstellingen van het nationaal Plastic Pact en het onlangs gesloten Europees Plastic Pact.’

Kamerleden worden hier op het verkeerde been gezet. De plasticfabriek in Pennsylvania zal namelijk uitsluitend ethaan, een bijproduct van schaliegas, als feedstock gebruiken. Daar wordt polyethyleen (PE) van gemaakt dat onder andere zijn toepassing vindt in plastic verpakkingen. Er is überhaupt geen sprake van feedstock recycling die ‘in een deel van de vraag’ naar plastic kan voldoen, zoals de staatssecretaris wil doen geloven. Elders in de Verenigde Staten heeft Shell weliswaar een pilotproject om via pyrolyse van afvalplastic olie te maken, maar daar gaat het hier helemaal niet om.

Op de vraag of ze Shell in een gesprek duidelijk wil maken
dat de bouw van een plasticfabriek zeer ongewenst is, antwoordt Van Veldhoeven graag met het bedrijf in gesprek te gaan ‘over de bijdrage die het bedrijf kan leveren aan de circulaire economie’. Het zijn woordspelletjes.

ONVERANTWOORDE INVESTERINGEN

Een groep bezorgde wetenschappers en experts heeft afgelopen maart in een open brief grote zorgen geuit over de miljarden investeringen van Shell in nieuw plastic. ‘We roepen Shell en de banken, verzekeraars en pensioenfondsen die in Shell investeren op om hun onverantwoorde investeringen in plastic te stoppen, en roepen Shell op om het Europese Plastic Pact alsnog te ondertekenen.’ De brief wijst op de verantwoordelijkheid die de Nederlandse overheid heeft. Er is beleid nodig om investeringen in nieuw plastic tegen te gaan, ook als die investeringen buiten de grenzen plaatsvinden.

NOG MEER PLASTICSOEP

Shell is een van de multinationals die de Alliance to End Plastic Waste (AEPW) hebben opgericht. Dit is een samenwerkingsverband dat zo’n 1,5 miljard dollar ter beschikking heeft om plasticvervuiling te bestrijden. The Guardian rekende voor dat dit bedrag verbleekt bij de investeringen die multinationals als Shell doen in nieuw plastic. Shell zegt niet hoeveel het bedrijf investeert in de omstreden plasticfabriek in Pennsylvania, maar dat zou volgens schattingen tussen de zes en tien miljard dollar zijn.

Het heeft er alle schijn van dat deelname aan AEPW of het
pyrolyse pilotproject vooral de aandacht moeten afleiden van Shells investeringen in plastic die de plasticsoepproblematiek alleen maar zullen verergeren.

Het bericht Staatssecretaris Van Veldhoven noemt nieuwe mega plasticfabriek van Shell ‘niet mijn verantwoordelijkheid’ verscheen eerst op Plastic Soup Foundation.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Onderzoek: 80% van de Nederlanders maakt zich zorgen over het toevoegen van plastic aan cosmetica

Consument kan met nieuwe app zelf producten testen op de aanwezigheid van meer dan 500 soorten microplastics

Amsterdam, 28 mei 2020 – Sinds een jaar of tien voegen alle grote cosmeticamerken bewust micro-, nano- en zelfs vloeibare plastics toe aan cosmetica en verzorgingsproducten. Soms om er bepaalde eigenschappen aan te geven, maar meestal als goedkoop vulmiddel. Uit
onderzoek in opdracht van de Nederlandse milieuorganisatie Plastic Soup Foundation, onder ruim 3500 respondenten, blijkt dat tachtig procent van de Nederlanders dit zorgwekkend vindt.

Microplastics zijn alle plastics kleiner dan vijf millimeter, en ze bestaan
uit een mengsel van polymeren en chemische additieven. Deze plastics staan weliswaar op de verpakking vermeld als ingrediënt, maar alleen onder hun chemische naam, zoals tetrafluorethyleen of methylmethacrylaat, en zijn dus voor de meeste mensen onherkenbaar.

Consument vindt dat plastic duidelijk vermeld moet worden

Maar liefst 93 procent van de ondervraagde respondenten eist het recht op om precies te weten wat er in hun producten zit. Bijna net zoveel, 88 procent, vindt dat producenten verplicht moeten worden om plastic duidelijk herkenbaar te vermelden. En 77 procent vindt dat het
‘verstoppen’ van plastic in de lijst met ingrediënten hun vertrouwen in het
cosmeticamerk schaadt.

Beat the Microbead-campagne – ‘power to the people’

Plastic Soup Foundation, lid van de wereldwijde beweging Break Free From Plastic, voert al sinds 2012 actie tegen alle bewust toegevoegde en in de ingrediëntenlijst verstopte plastics. Met deze Beat the Microbead-campagne is al bereikt dat veel tandpasta’s en scrubs geen microplastics meer bevatten, maar het uiteindelijke doel is om alle verzorgingsproducten en cosmetica plasticvrij te krijgen. Zolang dat nog niet het geval is, zou de consument zélf de keuze moeten kunnen maken.

Daarom brengt Plastic Soup Foundation vandaag de gratis app Beat the Microbead uit, die met behulp van machine learning-software de ingrediëntenlijst op verpakkingen leest en meer dan 500 verschillende microplastics kan detecteren. De gebruiker ziet meteen of het gescande product microplastics bevat en, zo ja, welke.

Maria Westerbos, directeur van Plastic Soup Foundation: ‘Ons geduld is op. In een brief aan cosmeticaproducenten, de Tweede Kamer en het Europees Parlement, eisen wij – en honderden andere NGO’s – transparantie over het gebruik van micro-, nano- en vloeibare plastics. En wij verzoeken deze bedrijven dringend om te stoppen met het toevoegen ervan. Zolang dat nog niet is bereikt, geven wij de consument een instrument in handen om zélf een bewuste keuze te kunnen maken. Power to the people!

Zelf scannen met nieuwe app

De nieuwe app is een geheel herziene versie van de Beat the Microbead-app die al sinds 2012 bestaat en wereldwijd ruim 245.000 keer is gedownload. Ook deze vernieuwde versie wordt door Plastic Soup Foundation gratis verspreid.

De app herkent meer dan de 500 micro- en nanoplastics die officieel als zodanig zijn gelabeld door het Europees Agentschap voor chemische stoffen
(ECHA), milieuorganisatie UNEP en ingenieursbureau Tauw. Deze krijgen in de app allemaal het label ‘rood’. Daarnaast spoort de app de zogenaamde twijfelachtige plastics op: synthetische polymeren waarvan nog onvoldoende bekend is of ze wel of niet gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze vallen in de categorie ‘oranje’. De app herkent er nu al meer dan 100, maar deze lijst groeit snel. In de categorie ‘groen’ vallen alle producten die geen ‘rode’ of ‘oranje’ plastics bevatten.

Ook helpt de app om zeventig plasticvrije alternatieve merken te vinden. Deze dragen het ‘Zero Plastic Inside’-keurmerk van Plastic Soup Foundation. Het Engelse merk Beauty Kitchen is een van hen, opgericht door Jo en Stuart Chidley: ‘Wij zijn heel blij met de komst van deze app. Overal ter wereld worden consumenten zich meer bewust van de ingrediënten in hun dagelijkse verzorgingsproducten en van de duurzaamheid ervan. Samen kunnen we een eind maken aan het toevoegen van microplastics, vóórdat die een eind maken aan het leven op onze planeet.’

Gevaar voor milieu en gezondheid

Steeds meer wetenschappers maken zich zorgen over de milieuschade van alle microplastics die via het riool in onze waterwegen belanden, én over de directe gezondheidsrisico’s van verzorgingsproducten waaraan plastics en additieven zijn toegevoegd.

In tegenstelling tot alle onderzoeken die hebben bewezen hoe schadelijk microplastics voor het milieu zijn, staan we nog maar aan het begin van meer onderzoek naar de directe gevolgen voor onze gezondheid. Zijn deze minuscuul kleine plastics, die we bijvoorbeeld via onze lippen binnenkrijgen, in staat ons lichaam binnen te dringen en hebben ze daar een negatief effect? Internationaal groeit de zorg bij wetenschappers over mogelijke gezondheidsschade en ook de roep om meer onderzoek.

Verbod op bewust toegevoegde microplastics

Van de respondenten vindt zeventig procent dat er een verbod moet komen op plastic in verzorgingsproducten. Op Europees niveau wordt daar al aan gewerkt. De Europese Commissie heeft ECHA de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar het gevaar van microplastics voor zowel de mens als het milieu.

ECHA kwam vervolgens in januari 2019 met een voorstel om het
gebruik van bewust toegevoegde microplastics terug te brengen met minstens 85 procent. De voorgestelde restrictie zou, indien aangenomen, betekenen dat er de komende twintig jaar in Europa 400.000 ton minder microplastics in het milieu terechtkomen.

Microplastics zijn nu nog vrijgesteld van de standaardprocedures (REACH) die gelden voor chemische stoffen die op de Europese
markt worden gebracht. Ze hoeven dus niet geregistreerd te worden en over de belangrijke eigenschappen van deze stoffen, zoals persistentie, bio-accumulerende- en toxische kenmerken (PBT-criteria), is daarom nog weinig bekend.

Oproep om te stoppen met microplastics

De industrie verzet zich hevig tegen een mogelijke restrictie en probeert de lijst van ECHA aanzienlijk te verkorten. Reden voor Plastic Soup Foundation om de samenwerking te zoeken met partnerorganisaties en de introductie van de app gepaard te laten gaan met een oproep aan industrie en politiek om te stoppen met het toevoegen van microplastics.

Delphine Lévi Alvarès, de Europese coördinator van Break Free From Plastic:‘Microplastics horen niet in onze cosmetica thuis. Dit is een
ontwerpfout die ons milieu en onze gezondheid in gevaar brengt en bovendien
volledig overbodig is, omdat er voldoende alternatieven bestaan. Daarom heeft de EU het initiatief genomen om het gebruik terug te dringen. Het is van
cruciaal belang dat iedereen zich achter dit proces schaart, zodat het leidt
tot een verbod in de hele EU.’

Het bericht Onderzoek: 80% van de Nederlanders maakt zich zorgen over het toevoegen van plastic aan cosmetica, 70% wil een verbod verscheen eerst op Plastic Soup Foundation.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren World Animal Protection

Ook Nederlandse nertsen slachtoffer van corona

Per 1 januari 2024 is het fokken, houden en doden van nertsen (en andere dieren) voor bont in Nederland verboden. De Eerste Kamer bekrachtigde in 2012 het wetsvoorstel daarvoor, dat eerder, in 2009, door de Tweede Kamer was aangenomen. Aan dit verbod op de bontfokkerij ging jarenlang campagnevoeren en lobbyen vooraf door Bont voor Dieren, met steun van World Animal Protection (toen nog WSPA) en de Dierenbescherming.

Risico voor onze gezondheid

De coronacrisis leert ons nu dat de nertsenfokkerij ook een risico vormt voor onze volksgezondheid. Het virus kan zich als een razend vuurtje binnen de fokkerijen verspreiden. Vervolgens vormen de fokkerijen reservoirs van het virus, waardoor de kans blijft bestaan dat het weer terug van dier naar mens overspringt. Bovendien zorgt het coronavirus bij een deel van de nertsen voor extra dierenleed. Meer dan genoeg reden om de nertsenfokkerij versneld af te bouwen.

Volgens Sanne Kuipers, onze Programmamanager Wilde dieren, is het één van de vele voorbeelden dat aantoont dat we wilde dieren niet in kooien moeten opsluiten, maar in het wild moeten laten: ‘Wereldwijd worden dieren verhandeld alsof het producten zijn. Voor vermaak, consumptie, om als huisdier te worden gehouden of te worden verwerkt als medicijn of luxeproduct. Dat is slecht voor de dieren, maar ook voor de mensen. Want de gezondheid en het welzijn van dieren en mensen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.’ Op dit moment voeren we dan ook actie: we roepen de wereldleiders op om een verbod in te stellen op de wereldwijde commerciële handel in wilde dieren (teken de petitie hier).

Nog miljoenen nertsen in Nederland

Het fokken en doden van nertsen voor een overbodig modeproduct als bont is ethisch niet te rechtvaardigen. Toch gebeurt het nog steeds op grote schaal. Het aantal nertsen in Nederlandse fokkerijen is de afgelopen jaren weliswaar al gedaald, maar het gaat nog steeds om miljoenen dieren per jaar. Vorig jaar 4,7 miljoen (790.000 moederdieren, plus gemiddeld vijf jongen per moeder) op 121 bedrijven. In 2015 waren er 6,1 miljoen nertsen op 150 nertsenfokkerijen.

Met het welzijn van nertsen is het slecht gesteld. De dieren zitten heel hun korte leven opgesloten in kleine, draadgazen kooien, zonder mogelijkheid hun natuurlijk gedrag te vertonen. De dieren lijden hier enorm onder: ze bijten hun staart, hebben een ‘prikkelarme’ huisvesting en ervaren stress. Moederdieren worden in de winterperiode maar beperkt gevoerd zodat ze op tijd ‘klaar’ zijn om mee te fokken. Soms krijgen ze zo weinig eten dat, vooral de jongere dieren, van de honger doodgaan. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Wageningen. Ook concludeerden de wetenschappers dat de nerts het enige productiedier is dat als volwassen dier van nature solitair (alleen) leeft en ook niet gedomesticeerd (aangepast aan de mens) is. Nertsen zijn wilde dieren. Zoals de onderzoekers schreven: ‘De nerts is een moeizaam te domesticeren soort. Er zijn lijnen speciaal geselecteerd op tamheid en minder angst en agressie naar de mens, maar dergelijke selectie bleek niet erg effectief.’ Nertsen worden tot slot vergast; iets dat door verschillende wetenschappers wordt beschouwd als inhumaan.

Wilde dieren en corona

Wereldwijd worden wilde dieren verhandeld alsof het producten zijn, met alle risico’s van dien. Nu de wereld worstelt met het coronavirus COVID-19, kunnen we niet langer de gevaren van onze omgang met wilde dieren negeren. 70% van alle ziekten die van dier op mens overspringen zijn afkomstig van wilde dieren. Elke dag worden duizenden wilde dieren gestroopt of gefokt en verkocht om opgegeten te worden, te worden verwerkt tot medicijn, verkocht als huisdier of voor een leven in de entertainmentindustrie. Van nertsen voor bont, slangen om als huisdier te houden tot beren die voor hun gal gevangen worden gehouden en dolfijnen in dolfinaria: dit moet stoppen. 

Onze nieuwe campagne richt zijn pijlen op deze commerciële handel. Wereldwijde problemen vragen om een wereldwijde aanpak, daarom richt we ons met onze petitie aan de wereldleiders van de G20. In november komt de G20 (Groep van Twintig Ministers van Financiën en Voorzitters van Centrale Banken) bijeen en zal gesproken worden over een gecoördineerde aanpak van de COVID-19-pandemie. Wij vinden dat hierin een plan moet worden opgenomen om een einde te maken aan de wereldwijde dierenhandel, voor eens en voor altijd. Een verbod op deze handel is de enige manier waarop we toekomstige pandemieën zoveel mogelijk voorkomen.

Teken de petitie

Categorieën
Artis Natuur, Milieu en Dieren

Kunstenaarsresidentie in ARTIS

“Wederom mogt de Akademie zich dankbaar verheugen in den steun van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra”. Ten behoeve van het onderwijs in de vergelijkende ontleedkunde, stond het bestuur van gemeld genootschap bijzonder goede exemplaren af uit de verzameling skeletten van het Genootschap, terwijl aan hen die dit onderwijs met de meeste vrucht hadden gevolgd, in de maanden Mei – Augustus vergund werd, om hunne studien verder voort te zetten, door in den tuin van Natura ArtisARTIS Magistra” naar levende dieren te teekenen.”

– jaarverslag Rijksakademie, 1881

Fragment uit jaarverslag Rijksakademie, 1881.

Een kameel in de tuin

Het belang dat ARTIS (voluit: Natura Artis Magistra) vanaf de oprichting hechtte aan kunst, zit in de naam van het insitituut/ het park  besloten: ‘de natuur is de leermeester van de kunst’. Niet zo gek dus dat al vanaf de vroege dagen van de Rijksakademie kunstenaars met regelmaat in ARTIS te vinden waren. Studenten van schilder August Allebé – vanaf 1870 als hoogleraar verbonden, vanaf 1890 als directeur – werden zelfs verplicht om in ARTIS te schetsen. En ARTIS, op haar beurt, stuurde dierenskeletten naar de Rijksakademie, of leende levende dieren uit, die vervolgens in de tuin van de Rijksakademie werden nagetekend. In de collectie en het archief van de Rijksakademie zijn dan ook veel dierstudies terug te vinden. De oudsten, een leeuwen- en kamelenkop van August Legras, dateren van 1879. De jongste schets in de collectie dateert van 1970. De relatie tussen ARTIS en de Rijksakademie stopt daar niet. Tot op de dag van vandaag worden residents rondgeleid in de ARTIS-Bibliotheek. En in 2017 hebben toenmalige residents Ana Maria Gómez López en Femke Herregraven tijdens de Open Studios een skelet van een kameel naar de Rijksakademie gebracht, ter ere van hun project ‘Durational monochrome’. Dit ging gepaard met een lening van een rode en groene variant cyanobacteriën via ARTIS-Micropia. Samen met het skelet vormde dit een referentiekader voor hoe leven een eeuw geleden en vandaag werd voorgesteld. Het beeld van de kameel in de tuin van de Rijksakademie begin 20ste eeuw, was hierbij hun inspiratiebron geweest.

Tekenles in de tuin van de rijksakademie, met een kameel uit ARTIS, ca 1907-1908 Website.jpg

Tekenles in de tuin van de Rijksakademie, ca. 1907-1908.

Marie Kelting en Jaap Kaas

Sommige Rijksakademie-kunstenaars zijn zelfs volledig met ARTIS verbonden geraakt. Schilder Marie Kelting, leerling van August Allebé, werkte jarenlang vanuit ARTIS aan vogel- en dierafbeeldingen. Ze trouwde met reptielenverzorger Piet Böhncke (die later beeldhouwer werd). Maar ook beeldhouwer Jaap Kaas, bekend als ‘de beeldhouwer van ARTIS’, was al vanaf 1914 niet uit ARTIS weg te slaan. Van 1927 tot 1947 kreeg hij van toenmalig ARTIS-directeur Armand Sunier een atelier tot zijn beschikking. Onder andere de leeuw (1938) en tijger (1939) die op de Plantage Middenlaan voor de ingang van het Groote Museum staan, zijn van zijn hand. De opdracht was afkomstig van het tuinpersoneel, dat ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van ARTIS een verzoek tot plaatsing van een kunstwerk mocht indienen.

jaapkaas1920x1080.jpg

Jaap Kaas legt een tijger vast, ca. 1920.

Arie Teeuwisse

Tijdens de bezettingsjaren doken zo’n honderdvijftig tot driehonderd mensen onder in ARTIS, medewerkers van het park  op de vlucht voor de Arbeitseinsatz, verzetsstrijders en joden, waaronder Arie Teeuwisse, beeldhouwer, illustrator en later striptekenaar. Hij studeerde begin jaren veertig aan de Rijksakademie bij Jan Bronner en was goed bevriend met Jaap Kaas. In 1943 hielp deze hem onderduiken in ARTIS  om uit de handen van de nazi’s te blijven. Teeuwisse verbleef in eerste instantie in Kaas’ atelier, maar verhuisde vanwege de kou en het vocht uiteindelijk naar het berenverblijf, waar hij in het nachtverblijf van de ijsbeer sliep, samen met een aantal oppassers die waren ondergedoken voor de Arbeitseinsatz. Na de oorlog vervolgde hij zijn studie. Er staan verschillende beeldhouwwerken in ARTIS van zijn hand, waaronder het beeld van eerdergenoemde ARTIS-directeur Sunier uit 1987, maar ook beelden van de serval en de grootoorvos. Zijn gehele verdere carrière bleven dieren de boventoon voeren in zijn werk.

arieteeuwisseserval1920x1080.png

De Serval van Arie Teeuwisse

Arvo Leo

Vanaf september 2020 start Rijksakademie-alumnus Arvo Leo (RA 2017/2018) vanuit de Salmhuisjes in ARTIS zijn residency. Het is tegelijkertijd de start  van de hernieuwde samenwerking tussen de Rijksakademie en ARTIS. De Canadees/Nieuw-Zeelandse kunstenaar onderzoekt al tien jaar de relatie tussen mens en dier, wat hem ertoe heeft gebracht werk te maken geïnspireerd door mestkevers, heilige koeien in India, een voormalig jager nu kunstenaar uit het Canadese Noordpoolgebied en de vernietiging van een mierenkolonie in een bosbrand in Canada.

arvoleogoed.jpg

Arvo Leo bij zijn presentatie tijden Rijksakademie OPEN 2017, foto Gert Jan van Rooij.

Meer recentelijk heeft hij zijn onderzoek verlegd naar plantkunde, ecologie en etnobotanie, waarbij hij de relatie tussen de mens en verschillende plantensoorten, met name de zaadplanten, bestudeert. Arvo Leo bereidt zich momenteel voor op zijn residency met verder onderzoek naar planten, bacteriën, uitwerpselen en meststoffen. Al deze kennis neemt hij straks mee naar ARTIS, waar hij in zijn nieuwe atelier in de buurt van de dieren, planten en microben aan aan verschillende film- en beeldhouwexperimenten zal werken. Dit zal resulteren in een nog vorm te geven project voor het ARTIS en Rijksakademie-publiek. 

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Verminder gewicht plastic verpakkingen door de wet te handhaven

Ondernemingen die het Plastic Pact hebben ondertekend, beloven om in 2025 20% minder plastic te gebruiken ten opzichte van 2017. Een van de opties is om het gewicht per verpakking te verminderen. Maar hiermee is iets vreemds aan de hand. Want er bestaat al jarenlang de wettelijke verplichting om verpakkingsmateriaal tot het minimum te beperken.

Plastic Pact

Inmiddels hebben 110 Nederlandse ondernemingen het Plastic Pact uit januari 2019 getekend. Sinds afgelopen maart is er ook een Europese variant. Bedrijven die plastic toepassen beloven in beide overeenkomsten niet méér kunststoffen te gebruiken dan nodig is. In 2025 moet qua gewicht een reductie van 20% zijn gerealiseerd. Het vermijden van ‘onnodig plastic’ heeft hoge prioriteit. Het percentage van 20% is gebaseerd op doelen die de retail zichzelf heeft gesteld.

De afspraken zijn gemaakt op basis van vrijwilligheid en de bedrijven hebben toegezegd de nodige informatie aan te leveren. Beging dit jaar bleek dat slechts 42% van de ondernemingen informatie over productie en gebruik van plastic heeft verstrekt. Daardoor is het niet mogelijk om te controleren of deze bedrijven zich aan de gemaakte afspraken houden. Voor het RIVM reden om met de monitoring te stoppen.

Langs een andere weg is echter eenvoudig vast te stellen of bedrijven onnodig plasticgebruik werkelijk elimineren.

Wettelijke verplichting

Het is namelijk helemaal niet nodig dat bedrijven beloftes doen, omdat ze het al wettelijke verplicht zijn. Sinds 1994 moeten verpakkingen voldoen aan zogeheten essentiële eisen die vastgelegd zijn in de Europese Verpakkingsrichtlijn. Een van die eisen is dat het gewicht van de verpakking wordt beperkt tot de hoeveelheid die minimaal nodig is (punt 1 van Bijlage II). De achterliggende gedachte is simpel: al het verpakkingsmateriaal dat vermeden wordt, kan nooit als afval eindigen. In Nederlandse regelgeving is die eis overgenomen. Het Besluit Beheer Verpakkingen (2014) legt bijvoorbeeld de verplichting op om ‘zo weinig mogelijk verpakkingsmateriaal’ te gebruiken.

Marketing belangrijker dan het milieu

Dat de bedrijven de wet niet naleven, is tweeledig te verklaren. Als een bedrijf vreest dat een lichte fles slechter verkoopt dan een zware, dan wijkt het milieubelang voor het economische belang. De tweede reden is dat de overheid de wet niet of nog niet handhaaft. Daar lijkt verandering in te komen nadat Recycling Netwerk een handhavingsverzoek heeft ingediend. De Inspectie Leefomgeving en Transport moet het Verpakkingenbesluit actief gaan handhaven, gelet op uitspraken van de Raad van State over eerdere handhavingsverzoeken van Recycling Netwerk. Dit is goed nieuws, omdat de ondernemingen niet langer mooi weer kunnen spelen met overeenkomsten als het Plastic Pact en het gewicht van de plastic verpakkingen werkelijk omlaag moeten brengen.

Meten is weten

Het is eenvoudig om vast te stellen of producten in te veel plastic worden aangeboden. Vergelijk een bepaald product van verschillende merken en weeg hun verpakkingen. Dit is kort gezegd wat Recycling Netwerk vorig jaar deed in drie case studies: gedistilleerde dranken (glas), shampoo en wasverzachters (plastic). De bevindingen zijn onthutsend. Zo zijn wasverzachter flessen van 750 ml van Robijn (Unilever) en Silan (Henkel) 35 tot 44% zwaarder dan de flessen van Jumbo met dezelfde inhoud. Neem vervolgens als norm de lichtste verpakking die aangetroffen wordt. Dat is wat bewezen technisch haalbaar is.

Wanneer bijvoorbeeld bij de wasverzachters de lichtste fles als norm zou worden gehanteerd is de haalbare materiaalbesparing op andere merken maar liefst 50%. Zelfs wanneer de verpakking 10% meer zou mogen wegen dan de lichtste fles kan er nog tientallen procenten worden bespaard. Er is geen technische reden om niet de lichtste fles te gebruiken.

De kanttekening is dat wanneer plastic verpakkingen lichter worden gemaakt, de samenstelling van de verpakking het milieu niet méér mag belasten. Goed recyclebaar monomateriaal moet het uitgangspunt zijn.

De lichtste verpakking als norm

Het is daarom van belang om voor alle verpakkingscategorieën na te gaan welke verpakking het lichtste is. Dat levert een handhaafbaar referentiegewicht op van zoveel gram per zoveel product. Het alternatief is dat we tot 2025 moeten wachten om te zien of sommige bedrijven hun plasticgebruik werkelijk met een vijfde hebben teruggedrongen, zonder dat er sancties tegenover staan als dat niet blijkt te zijn gelukt.

Besparing op gewicht niet zaligmakend

Er ligt een enorm besparingspotentieel voor het oprapen door uit te gaan van de lichtste verpakkingen. Maar dit is slechts een deel van de oplossing. Er zullen überhaupt veel minder eenmalige plastic verpakkingen geproduceerd moeten worden, en veel meer verpakkingen zullen moeten worden vervangen door herbruikbare verpakkingen of alternatieve materialen om de plastic vervuiling effectief te bestrijden.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Zorgt Avantium met afbreekbaar PEF echt voor het einde van de plasticsoep?

Het Nederlandse technologiebedrijf Avantium hoopt nog dit jaar een fabriek te kunnen bouwen die in 2023 PEF op de markt brengt. Het chemische bedrijf beschikt over de techniek om plantaardige suikers om te zetten in FDCA, een grondstof voor PEF (polyethyleenfuranoaat). PEF biedt voordelen ten opzichte van PET. De multinationals Coca-Cola en Danone investeren al sinds 2014 in de ontwikkeling van PEF door Avantium en ook bierbrouwer Carlberg ziet de voordelen van het nieuwe bioplastic. Maar biedt PEF ook een oplossing voor de plasticsoep?

Papieren bierflesjes

PEF is een nieuw materiaal, geproduceerd op basis van hernieuwbare grondstoffen. Het is recyclebaar en houdt koolzuur beter tegen dan het gangbare PET. Je kunt je cola dus langer bewaren in een PEF-fles. Het materiaal biedt een alternatief voor dranken en verpakkingen waar PET niet geschikt voor is. Een van de toekomstige toepassingen is het papieren bierflesje dat aan de binnenkant voorzien is van een coating van PEF, als alternatief voor blikjes met een coating van PET. Er zijn al drinkzakjes van PEF gemaakt en ook textiel is een toepassing. In potentie is het materiaal een gamechanger, zeker als het economisch kan concurreren met andere materialen.

Kop in The Guardian

The Guardian kopte 16 mei dat het nieuwe bioplastic binnen één jaar afbreekt. In deze krant presenteert Avantium-topman Tom van Aken PEF als oplossing voor de plasticsoep: ‘Trials have shown that the plant plastic would decompose in one year using a composter, and a few years longer if left in normal outdoor conditions’. Onder gecontroleerde omstandigheden breekt PEF dus binnen één jaar af, maar in de natuur duurt dat veel langer. Hoe lang is een nog onbeantwoorde vraag. De Daily Mail berichtte recentelijk ook positief over het voornemen om PEF industrieel te gaan produceren. Investeerders stromen toe en de koers van het beursgenoteerde Avantium schoot omhoog.

Is ‘afbreekbaarheid’ een gelegenheidsargument?

Drank- en voedselmultinationals staan onder toenemende maatschappelijke druk vanwege hun aandeel in de plasticsoep. Ze zoeken naar oplossingen om hun producten te kunnen blijven verkopen zonder verantwoordelijk te worden gemaakt voor de verpakkingen als afval. Ze hebben niets liever dan verpakkingen die in de natuur verdwijnen als sneeuw voor de zon. Is PEF het gezochte alternatief, omdat het in de natuur inderdaad sneller afbreekt dan plastic?

In 2017 zei Van Aken in een interview nog iets heel anders: ‘Biologische afbreekbaarheid klinkt mooi, maar het is niet compatibel met de eisen van voedselveiligheid: een cola fles moet 6 maanden op de plank kunnen staan. Als je dat probeert met een biologisch afbreekbare fles, komt het afgebroken plastic eerst in de cola terecht en vervolgens eindig je met een plas cola en afgebroken plastic in de ijskast. Partijen als Coca-Cola en Danone hebben ons op het hart gedrukt om ons volledig te richten op het recyclen van PEF.’

Harmen Spek, manager Innovations & Solutions van de Plastic Soup Foundation: ‘Wát is een biodegradeerbaar of composteerbare plastic precies en wanneer draagt dit bij aan de vermindering van de plasticsoep? Daar zijn internationaal geen afspraken over gemaakt. Pas als er een biobased plastic is dat zonder schadelijke reststoffen bij weinig zonlicht, zuurstof en lage temperaturen na een paar maanden volledig oplost in zee, dan kunnen we spreken over een biodegradeerbaar alternatief voor plastic uit aardolie. Avantium moet wat ons betreft eerst controleerbare informatie publiceren over de afbreekbaarheid van PEF vóór het omarmd kan worden als oplossing voor de plasticsoep Eerst zien, dan geloven!’

Foto: Avantium, papieren bierflesje

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Nieuwsbericht Wakker Dier

Big Broeder cam ‘Kom uit je ei!’

Na het broedproces blijven deze kuikens bij hun moeder. Na tien dagen gaan zij vrij rondscharrelen op de boerderij, waar ze hun hele leven blijven. Op een leeftijd van vijf maanden gaan ze zelf eieren leggen. De cam blijft ongeveer vier weken actief, gedurende het gehele broedproces.

Natuur vs. broedmachine

Wakker Dier wil met deze cam een inkijkje geven in het broedproces van een kip. “We laten zien hoe de natuur het heeft bedacht en willen mensen ervan bewust maken dat het er in de vee-industrie toch echt anders aan toe gaat,” zegt Anne Hilhorst. Een kuiken in de intensieve veehouderij komt in een broedmachine ter wereld en zal zijn moeder nooit zien.

De droom

De dierenwelzijnsorganisatie wil met de cam op een praktische manier haar doelen dichterbij te brengen. “Het is onze droom dat de moederliefde die deze kip op haar kuikentjes over kan brengen, werkelijkheid wordt voor alle dieren in de vee-industrie,” zegt Hilhorst. “Dat ligt helaas nog ergens in de toekomst.”

Wakker Dier agendeert welzijnsproblemen van de dieren in de vee-industrie en creëert op die manier een markt voor een keurmerk of een diervriendelijker product. “Zo maken we de weg vrij voor écht diervriendelijker producten,” zegt Hilhorst.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Nieuwsbericht Wakker Dier

Vlees is de hete aardappel

Veel dieren-, milieu- en gezondheidsorganisaties zaten vorige week vol verwachting klaar. Er waren al persberichten geschreven die juichend spraken over een doorbraak in Europa. Daar was ook reden toe. In een uitgelekt klimaatplan van ‘onze’ Eurocommissaris Timmermans stond het immers onomwonden: we gaan stoppen met het stimuleren van de productie en consumptie van vlees. Er gaat jaarlijks immers zo’n 28 miljard euro via een veelvoud aan subsidies en inkomenssteunregelingen naar de Europese vee-industrie.

Subsidiegekte

Die stap werd overtuigend gemotiveerd: bijna 70 procent van de landbouwgrond in Europa wordt gebruikt voor vee. De vee-industrie veroorzaakt 70 procent van de emissie van broeikasgassen door de landbouw. De vleesproductie en -consumptie aanpakken is onontkoombaar. De subsidie stopzetten een belangrijke stap.

Een pervers voorbeeld van de huidige Brusselse subsidiegekte, is dat jaarlijks tientallen miljoenen euro’s subsidie verstrekt worden aan vleesreclames. ‘Kip het meest veelzijdige stukje vlees’. Dat soort reclames, om u, ten koste van uw gezondheid, het klimaat en de dieren, nóg meer vlees te laten eten. Betaald van uw belastingcenten! Daar zou eindelijk een einde aan komen. Wie kan daar nu tegen zijn?

Mest

Maar tussen het uitlekken van het conceptplan en de definitieve versie moet het flink naar mest hebben geroken in de Brusselse lobby-wandelgangen. Het gelekte conceptplan werd in de laatste fase grondig herschreven. De veesector stelde ‘haar’ miljarden veilig. De klare taal over het einde aan “het stimuleren van de consumptie en productie van vlees” werd geschrapt. Zelfs de subsidies voor vleesreclames bleven overeind.

We zijn weer terug bij af. Het is voor vrijwel geen varken weggelegd, maar in Brussel blijven ze zonder gêne aanmodderen. Er is een schrijnend gebrek aan lef, uit vrees voor de gevolgen wanneer men de vleeslobby tegen de haren in strijkt. En dat speelt niet alleen in Brussel.

Stikstofcrisis

Die vleeslobby is berensterk, bleek ook tijdens de stikstofcrisis in eigen land. De crisis leidde tot flinke schade aan de Nederlandse economie. Zo kwam de woningbouw plat te liggen en liep de woningnood op. Terwijl de stikstofschade aan de natuur vooral wordt veroorzaakt door de vee-industrie.

Extreme (vee)boeren mogen gewoon aanschuiven in het Haagse torentje nadat zij snelwegen plat legden, dreigementen uitten en met ongepaste vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog kwamen. Uitkomst: boterzacht nieuw stikstofbeleid.

Vleeslobby

Maar in het regeerakkoord staat het er toch echt: via de ‘transitieagenda’ wordt een forse verlaging van de vleesconsumptie en -productie als belangrijk toekomstdoel geschetst. Heeft u er iets van gemerkt? Zelfs een einde aan vleesreclames is kennelijk politiek al té vergaand.

Nederland heeft de hoogste vee-dichtheid van Europa, waarschijnlijk zelfs van de wereld. Dat is onhoudbaar, daar zijn wetenschappers, instituten en ook zelfs de meeste overheden het wel over eens. Vlees is het verleden. Plantaardig is de toekomst. Maar er is een schrijnend gebrek aan lef om het tegen de enorme vleeslobby op te nemen. Die verdedigt haar gevestigde belangen met hand en tand.

Of het nu Brussel is, Den Haag of elders, vlees is de hete aardappel op ieders bord.

Dit artikel verscheen op 22 mei 2020 op de opinie-site Joop.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Een eerbetoon aan onze penningmeester: Dieter Croese

23 mei 2020

Op zaterdag 16 december overleed, volkomen onverwachts, onze penningmeester Dieter Croese.  Dit is mijn afscheidsbrief.

Dag Dieter,

Ineens ben je weg. Voor altijd weg. We kunnen niet eens afscheid van je nemen.
Zelfs niet aan je graf.
Daarom wil ik je hulde brengen en bedanken voor alles dat je voor ons deed.

Toen jij penningmeester werd van de Plastic Soup Foundation waren we nog arm en onervaren. Vergeleken met de functies tijdens je werkzame leven, waar je heel hoog op de financiële carrière-ladder stond, waren we niets… Of een heel bijzondere uitdaging. Je besloot die aan te nemen en sloot ons in je hart.

Samen hebben we het daarna heel ver geschopt. Soms vochten we tegen elkaar, vooral als ik je niet begreep. En jij mij niet. Maar we kwamen er altijd beter uit. Uiteindelijk groeide de Foundation als kool en kregen we onder jouw deskundige leiding het CBF-certificaat. Bij je dood zijn we financieel gezond.

Dieter, ik ga je missen.
De Plastic Soup Foundation gaat je missen.

Jij had het leven lief.
En wij hadden elkaar lief.

Vanuit de grond van mijn hart dank ik je voor alles.

Maria Westerbos
Oprichter & Directeur Plastic Soup Foundation

Het bericht Een eerbetoon aan onze penningmeester: Dieter Croese verscheen eerst op Plastic Soup Foundation.