Categorieën
Light for the World Ontwikkelingshulp

Tijdens de crisis: Nyaush en haar moeder

De 3-jarige Nyaush Billing heeft een waterhoofd. Ze woont in Mangathen IDP Camp, dit is een kamp voor intern ontheemde mensen in Zuid-Soedan.  Nyaush werd door medewekers van Light for the World gevonden toen ze anderhalf jaar oud was. Toen ze werd gevonden, sliep en sprak ze niet. Het enige wat ze deed, was gewoon liggen.

Nyaush is naar Uganda gestuurd voor een shuntoperatie. Nu gaat ze om de vier maanden terug naar Uganda voor een medische beoordeling. Mede door de operatie en veel therapie kan ze nu lopen, is ze heel actief en spreekt ze goed. Omdat ze nog maar 3 jaar oud is, kunnen we haar nog niet naar school brengen. Misschien dat ze volgend jaar naar de kleuterschool kan gaan.

Tijdens de crisis:

Toch staat de moeder van Nyaush nu voor een uitdaging. De grenzen met Uganda zijn gesloten. Hierdoor mist Nyaush mischien haar volgende medische afspraak. ‘Als we geluk hebben, blijft de shunt in orde. Maar soms raakt deze ook los. Daarom is een medische beoordeling nodig. Dit blijft zo tot de dokters zeggen dat het goed is en ze niet meer terug hoeft te komen.’

Dit is een grote zorg voor Nyaush’ moeder. ‘Ze is zoveel tijd bezig met de therapieën. Ik was juist zo blij met de vooruitgang van mijn dochter. Ik ben bang dat het erger gaat worden als de grenzen gesloten blijven.’

Het bericht Tijdens de crisis: Nyaush en haar moeder verscheen eerst op Light for the World.

Categorieën
Mensen in nood Rode Kruis

Vluchteling Ashraf helpt in ziekenhuis als vrijwilliger: “Ik word betaald met een glimlach”

Met een brede glimlach staat hij voor de ingang van het Ikazia ziekenhuis in Rotterdam. Als er bezoekers op hem afkomen wijst hij waar ze naartoe moeten. Sommigen mogen zelf doorlopen. Anderen moeten eerst langs de screening. De 30-jarige Ashraf is niet zomaar een Ready2Helper van het Rode Kruis. Hij vluchtte zelf vanuit Syrië naar Nederland. Toen er een oproep kwam voor hulp, meldde hij zich aan. “Het is heel fijn als je wat nuttigs kunt doen.”

Autobom

Ook in Syrië was hij actief bij onze zustervereniging de Rode Halve Maan. Het waren de hulpverleners die als eerste ter plaatse kwamen als er iets was gebeurd. Zo moesten ze een keer uitrukken toen er een autobom ontploft was. Overal lag bloed en Ashraf zag ledematen van mensen op straat liggen. Hij vertelt het rustig. “Het was heel schokkend. Familieleden stonden te schreeuwen en kwamen kijken of hun geliefden nog leefden. Dan was het niet makkelijk om maar gewoon te gaan handelen.”

Wat hij zich herinnert is dat er altijd angst was. Hij komt uit een dorp niet ver van Homs, de stad die hard getroffen werd tijdens het conflict. In zijn dorp was het rustiger. “Toch was iedereen bang. Soms viel er een bord of werd er vuurwerk afgestoken. Dan werden we allemaal gek, we waren heel angstig voor dat soort geluiden. Je wilde niemand verliezen en ook niet dat er iemand in je familie zwaar gewond of zelfs gehandicapt zou raken.”

Angst als overeenkomst

Ashraf vluchtte, zonder zijn familie. Hij is nu veertien maanden in Nederland en woont in een asielzoekerscentrum. “De overeenkomst tussen de situatie in Syrië en die nu in Nederland is dat mensen bang zijn. Bang voor wat er komen gaat, voor het onbekende. Daarmee omgaan vinden we lastig.” Het helpt wel, zegt hij, dat het een mondiaal probleem is. “We hebben er allemaal mee te maken, dus we moeten dit ook met z’n allen aangaan.”

Om verspreiding van het coronavirus te voorkomen, is het belangrijk dat patiënten worden gescreend en begeleidt naar de juiste afdeling. (foto: Jessica van Spengen/Rode Kruis)

Overbetaald

Omdat hij in afwachting is van zijn procedure mag hij niet werken. Toch wilde hij graag iets doen. In het asielzoekerscentrum werd mensen gevraagd of ze vrijwilligerswerk wilden doen. Ashraf heeft zich toen gelijk opgegeven. Inmiddels is hij vier weken aan het werk bij het Ikazia ziekenhuis in Rotterdam als  Rode Kruis Ready2Helper. Daar wijst hij mensen de weg, brengt ze soms in een rolstoel op de plek waar ze zijn moeten of pakt spullen aan van mensen die iets af komen geven en het ziekenhuis niet in mogen of durven.

Het geeft hem voldoening. “Mensen zeggen dat het Rode Kruis werkt met onbetaalde vrijwilligers. Daar ben ik het absoluut niet mee eens,” lacht hij en voegt eraan toe. “Ik word betaald met elke glimlach die ik krijg. Eigenlijk word ik dus overbetaald!”

Hulp nog hard nodig

Het einde van de coronacrisis is nog niet in zicht en we blijven hulp bieden zolang dat nodig is. Zo ondersteunen we gezondheidsdiensten bij het uitvoeren van de coronatesten, bieden een luisterend oor en delen voedselpakketten uit.

Daar hebben we jouw steun bij nodig. Want zonder jou is het Rode Kruis nergens.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van het Nederlandse Rode Kruis:

Categorieën
Mensen in nood Rode Kruis

Paul is herstellende van het coronavirus: “Een engeltje op mijn schouder”

Met Pasen besloot hij toch met de familie bij elkaar te komen. Achteraf heeft de 74-jarige Paul Spee het daar heel moeilijk mee. “Door mij hebben de kinderen en kleinkinderen in verplichte quarantaine gezeten.” Gelukkig raakte er verder niemand besmet. Hij verliet zelf onlangs na 17 dagen het ziekenhuis omdat hij corona had. Het Rode Kruis bracht hem thuis. Spee is officieel genezen, maar herstel van het coronavirus duurt langer dan hij dacht.

Paul duwt zichzelf omhoog uit de bank en sloft richting de keuken. Onderweg grijpt hij de stoelen die hij tegenkomt vast, om zijn evenwicht te bewaren. In de keuken heeft hij een barkrukje voor het aanrecht gezet, waar hij op kan leunen als hij iets wil klaarmaken. Terwijl de koffiemachine zijn werk doet, rust hij uit om daarna de reis terug weer te kunnen maken naar de bank.

“Ik ben nog lang niet de oude.” Hij wordt emotioneel als hij het zegt. Paul vertelt dat hij een klusser is. Samen met zijn vriendin Evelien, die in hetzelfde appartementencomplex woont, is hij altijd actief. Ze helpen hun kinderen met klusjes en passen op de kleinkinderen. Nu gaat Evelien alleen op pad.

Herstellen van het coronvirus kost tijd

Zelfs even een kopje koffie maken kost nog veel inspanning. (foto: Rode Kruis / Jessica Spengen)

Wel of niet naar de Intensive Care

Na dagen van slijm ophoesten besluit hij een aantal weken geleden toch even langs de huisarts te gaan. Die stuurt hem door naar het ziekenhuis waar gelijk geconstateerd wordt dat hij besmet is met het coronavirus. Zijn familie blijft weg. Ze gaan in quarantaine, uit voorzorg. Paul wordt opgenomen. Het moeilijkste moment vindt hij het als de artsen met hem komen overleggen, voor als het ‘erger’ wordt.

“Ze vroegen me of ik dan wel of niet naar de IC zou willen, aan de beademing. Je hoort om je hen dat er mensen zijn van mijn leeftijd die er niet meer vanaf komen. Dus ik schrok wel heel erg. Het voelt alsof je moet beslissen over je eigen leven en dood.” Gelukkig komt het niet zo ver en sterkt hij op de gewone verpleegafdeling aan.

Hulp om thuis te komen

Wanneer de artsen aangeven dat hij naar huis mag, heeft hij een ander probleem. “Normaal weet ik genoeg mensen op te noemen die me wel willen halen en brengen, maar niet in deze situatie natuurlijk.” Het ziekenhuispersoneel schakelt het Rode Kruis in dat met speciaal vervoer mensen die geen andere optie hebben, thuisbrengt.

“Ze namen me over van het ziekenhuispersoneel en reden me met rolstoel en al het busje in. De man die me op kwam halen was helemaal in beschermende kleding. Het vervoer naar huis ging perfect, ik kan niet anders zeggen. Dan ben je blij dat je hulp krijgt om naar huis te komen.”

Anderhalve meter

Paul is er erg emotioneel onder. “Ik heb geluk gehad.” In het ziekenhuis zag hij de reportages op tv en volgde hij het nieuws, maar besloot op een bepaald moment om maar niet meer te kijken. Hij werd er depressief en verdrietig van. “Ik heb een engeltje op mijn schouder gehad, zei ik tegen mijn vriendin Evelien.”

Zijn tijd brengt Paul nu in huis door, waar hij op zijn hometrainer wat beweging probeert te krijgen om zo zijn spieren weer te versterken. “Ik moet weer een fitte man worden,” lacht hij. Voorlopig bezoekt hij nog geen andere mensen. Dat wil hij pas over een paar weken weer doen, op anderhalve meter afstand.

Hulp nog hard nodig

Het einde van de coronacrisis is nog niet in zicht en we blijven hulp bieden zolang dat nodig is. Zo ondersteunen we gezondheidsdiensten bij het uitvoeren van de coronatesten, bieden een luisterend oor en delen voedselpakketten uit.

Daar hebben we jouw steun bij nodig. Want zonder jou is het Rode Kruis nergens.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van het Nederlandse Rode Kruis:

Categorieën
Cultuur Focusgebieden Goede Doelen Rijksmuseum

Kinderkookboek ‘Het geheim van de tuin’ feestelijk gepresenteerd in de Rijksmuseumtuin

Een superspannend verhaal van kinderboekenschrijver Jan Paul Schutte, prachtige illustraties van Floor Rieder en de allerlekkerste recepten van topkok Joris Bijdendijk. Het Rijksmuseum, de gemeente Amsterdam en Uitgeverij Gottmer presenteerden vandaag het kinderkookboek ‘Het geheim van de tuin. Een avontuurlijk kinderkookboek’. Het boek is gemaakt ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Amsterdamse schooltuinen. In dit jubileumjaar heeft één schoolklas haar schooltu…

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: Het is fantastisch dat schoolkinderen in de tuin van het Rijksmuseum een jaar lang hun eigen groenten kunnen kweken. Koken is ook een vorm van kunst. Het is geweldig dat alle Amsterdamse kinderen nu de lekkerste recepten van Joris zelf kunnen maken.

Bijzonder kinderkookboek

Het kinderkookboek is tot stand gekomen door een bijzondere samenwerking tussen Joris Bijdendijk (chef-kok restaurant RIJKS ®), Jan Paul Schutten (kinderboekenschrijver) en Floor Rieder (illustrator). Het is véél meer dan alleen een kookboek geworden. Er staan prachtige illustraties in en allerlei bijzondere weetjes over groenten en fruit. Het is ook een spannend leesboek met een verhaal over een kok die moeilijke opdrachten moet vervullen.

Museumles en cadeau

De tuin van het Rijksmuseum is een oase in de stad. Vele bloemen in de tuin zijn geïnspireerd op de meesterwerken van het museum. Zo is de kunst niet alleen binnen, maar ook buiten te beleven. Alle Amsterdamse schooltuinkinderen kunnen dat dit jaar zelf ervaren. Speciaal voor het jubileumjaar werd door het Rijksmuseum een bijzondere museumles gemaakt. Alle kinderen die meedoen met het schooltuinprogramma ontvangen een exemplaar van het boek Het geheim van de tuin. Een cadeau van de gemeente in dit bijzondere jubileumjaar.

Schooltuinieren: leerzaam en leuk!

De thema’s voedsel, biodiversiteit en natuur zijn actueler dan ooit. Hoe kun je beter beginnen met bewustwording van de waarde van voedsel dan kinderen te leren hun eigen groenten te verbouwen? Als je groente zelf hebt gezaaid en je hebt ervoor gezorgd, dan wil je het ook eten. Dat is ook de mening van de kinderburgemeester van Amsterdam, Ilias. Nog maar een paar jaar geleden had hij zelf een schooltuin. Daar heeft hij hele goede herinneringen aan. Kinderen van groep 6 van Basisschool De Oostelijke Eilanden hebben hun tuin dit jaar in het Rijksmuseum. Joris Bijdendijk maakte met een aantal kinderen een heerlijke salade van de eerste oogst van hun tuintje (het recept ervan staat in het boek!). En een aantal kinderen ging op zoek naar de sleutel van de schatkist. Toen die klus geklaard was, hielpen zij Ilias met het openen van de schatkist met daarin het eerste exemplaar van Het geheim van de tuin.

Trots op

Zowel Joris, Floor en Jan Paul zijn heel trots op het eindresultaat. Een ongewoon maar heel bijzonder boek, zo vinden zij. We hebben er met ongelofelijk veel plezier aan gewerkt. We denken dat er in het boek heel veel te beleven is. We hopen dat alle kinderen – en hun ouders – er net zoveel plezier van hebben als wij bij het maken!

Het kinderkook-, lees-, en doeboek Het geheim van de tuin. Een avontuurlijk kinderkookboek is vanaf 10 juni in de boekwinkel te koop. Je kunt het nu al kopen in de winkel van het Rijksmuseum – en in het Rijksrestaurant.
Auteurs: Jan Paul Schutten en Joris Bijdendijk
Illustraties: Floor Rieder
96 pagina’s, gebonden, 25 x 20,5 cm
ISBN 978 90 257 7362 5
Verkoopprijs 16,99
Samenwerking van Gemeente Amsterdam, Rijksmuseum en Uitgeverij Gottmer

Categorieën
Focusgebieden Goede Doelen Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Synthetische microvezels en de vatbaarheid voor COVID-19

De kans is groter dat je sterft aan COVID-19 wanneer de lucht vervuild is met fijnstof. Amerikaanse onderzoekers van Harvard University trokken afgelopen april deze conclusie. De hoeveelheid stikstof is het grootst in stedelijke gebieden. De onderzoekers stellen dat COVID-19 meer slachtoffers maakt in stedelijke gebieden dan elders, waar de lucht schoner is. Het onderzoek corrigeerde voor andere factoren, zoals leeftijd, roken of overgewicht.

Ook in Nederland zijn er sterke vermoedens van een verband tussen hoge
concentraties fijnstof en slachtoffers van COVID-19. In gebieden met intensieve veeteelt is de ammoniak een belangrijke oorzaak van fijnstof. Dat beïnvloedt de gezondheid en mensen zijn dan extra vatbaar voor COVID-19.

VIRUS OVERLEEFT EEN
TIJDJE OP PLASTIC, OOK IN DE LUCHT

Fijnstof in de lucht bestaat óók uit microvezels en plastic stof. Een ander Amerikaans onderzoek toonde aan dat het coronavirus tot 72 uur kan overleven op plastic en metaal. Mensen kunnen dus besmet raken door aanraking van plastic of andere materialen. Dit onderzoek analyseerde ook de stabiliteit van het virus in de lucht, waar het zich kan hechten aan aerosolen (in vloeibare of vaste vorm). De onderzoekers konden het virus drie uur lang in de lucht detecteren.

MICROVEZELS IN DE LUCHT

Een vorig jaar verschenen onderzoek rapporteerde dat er in Londen twintig keer zoveel plastic microvezels in de lucht waren (van eenzelfde grootte) als op een afgelegen plek in de Pyreneeën. Die microvezels komen onder meer vrij van synthetische kleding. Het machinaal wassen en drogen van kunststof kleding vormt met miljoenen vezels per wasbeurt een grote bijdrage aan de plasticsoep.

Indien het coronavirus twee tot drie dagen kan overleven op plastic, moet dat ook het geval zijn op synthetische microvezels of plastic stof in de lucht.

MEER ONDERZOEK IS NODIG

Aangezien kunststof niet op natuurlijke wijze vergaat, neemt de concentratie van plastic in het milieu alsmaar toe. Dat geldt ook voor het aantal microplastics in de lucht. We ademen ze in. De vraag of de aanwezigheid van microplastics in de lucht bijdraagt aan de kans geïnfecteerd te worden door COVID-19 is voor zover ons bekend nog niet onderzocht.

Plastic Soup Foundation hoopt dat er daarom snel gericht onderzoek komt naar de relatie tussen COVID-19 (en verwante virussen) en microplastics in de lucht.

Het bericht Synthetische microvezels en de vatbaarheid voor COVID-19 verscheen eerst op Plastic Soup Foundation.

Categorieën
Bartimeus Fonds Focusgebieden Gezondheid en Handicaps Goede Doelen

Kunstwerk ‘Handen’ opgehangen in Doorn

‘Als je handen je ogen zijn’, dat is het thema van het levensgrote kunstwerk dat woensdag 3 juni is opgehangen bij Bartiméus in Doorn. Het kunstwerk heeft een plek gekregen aan de gevel van het gezondheidscentrum, waar het voor de bewoners een baken van herkenning vormt. Hier zijn ze ‘thuis’. Dankzij de steun van onze donateurs konden wij dit mogelijk maken, hartelijk dank!

Het kunstwerk, dat is vervaardigd door kunstenares Linda Verkaaik, is maar liefst 7 meter hoog en bestaat uit 250 handen, vastgemaakt aan een netwerk van buizen. Marijke van der Wal, projectmanager bij Bartiméus: ‘Het idee voor de handen komt van de bewoners zelf. Vanwege hun visuele beperking zijn hun handen immers extra belangrijk. Ze ontdekken er hun omgeving mee en herkennen andere mensen aan een handdruk of aanraking.’

Herkenbaar baken

‘Als plek voor het kunstwerk is de gevel van het gezondheidscentrum gekozen,’ vervolgt Marijke. ‘Vanaf dit centrale punt is het een herkenbaar baken voor bewoners, verwanten en medewerkers. Bewoners met nog een beetje zicht kunnen genieten van de zilveren, gele, groene en blauwe kleuren. De handen kunnen worden gevoeld en er kan worden geluisterd naar de wind die achter de buizen en door de handen waait. Zo is het kunstwerk een plek waar je samen kunt ontdekken, ervaren en beleven, en met elkaar in contact kunt komen.’

Kunstroute

‘In de toekomst zal het kunstwerk onderdeel worden van de kunstroute die we aan het ontwikkelen zijn. Deze gaat langs diverse kunstwerken die al op het terrein staan en allemaal zijn afgestemd op mensen die slechtziend of blind zijn. Binnen de kunstroute krijgen de verhalen achter de kunstwerken ook een plek. We denken aan plaquettes met tekst en braille. En aan de mogelijkheid om het verhaal af te luisteren, bijvoorbeeld op de smartphone via beacons op de route. De kennis over het toegankelijk maken van kunst die we hierbij opdoen, willen we delen met landelijke musea waar Bartiméus op dit gebied al mee samenwerkt.’

Gedicht

Het verhaal achter de handen is samengevat in een gedicht dat tot stand is gekomen in gesprekken met bewoners:

Zoveel mensen, zoveel handen
Handen, die mij aanraken
Handen, die mij zeggen wie jij bent
Handen, die mij van a naar b brengen
Handen, die mij professioneel en vakkundig verzorgen
Handen, die mij koesteren en troosten
Handen, die mij omarmen
Handen, die mij vasthouden en loslaten
Handen, het contact tussen jou en mij

Officiële onthulling

Op woensdag 17 juni wordt het kunstwerk officieel onthuld tijdens een, in verband met de coronamaatregelen, kleine bijeenkomst.

The post Kunstwerk ‘Handen’ opgehangen in Doorn appeared first on Bartiméus Fonds.

Categorieën
Bartimeus Fonds Gezondheid en Handicaps

‘Ook in deze coronatijd bieden wij zorg op maat.’

Door hun meervoudige beperking zijn de bewoners van Bartiméus extra afhankelijk van aanraken en nabijheid. Wat betekent dat in deze tijd van coronamaatregelen? Bestuursvoorzitter Jopie Nooren vertelt hoe de zorgmedewerkers er tóch zo goed mogelijk voor iedere bewoner zijn.

‘Voor onze 600 bewoners blijven de richtlijnen van het RIVM en de aanwijzingen van onze artsen leidend voor hoe wij ons werk doen. En we kijken goed wat iedere bewoner nodig heeft en praktisch haalbaar is. Ook in deze tijd bieden wij zorg op maat. Zo kunnen we met bewoners die doofblind zijn en een verstandelijke beperking hebben vaak alleen communiceren door hun handen aan te raken. Daarom houden we bij hen geen anderhalve meter afstand. Want zonder hun voelbare gebarentaal vereenzamen deze bewoners. Om toch de kans op besmetting met het coronavirus zo klein mogelijk te maken, werkt op elke woongroep zoveel mogelijk een vast team van zorgmedewerkers. Voor bezoek zoeken we naar veilige oplossingen, zoals een speciaal aangepaste portakabin. En onze medewerkers wassen bovenmatig veel hun handen.’

Extra zorg en aandacht

‘Ook al proberen we de zorg zo goed mogelijk te laten doorgaan, voor onze bewoners blijven de coronamaatregelen ingrijpend. Ze missen vooral hun vertrouwde contacten. Dat raakt me persoonlijk het meest. We geven ze dan ook zoveel mogelijk extra zorg en aandacht. Diverse projecten die wij al eerder dankzij de steun van donateurs van het Bartiméus Fonds konden realiseren helpen hierbij enorm. Zo biedt de beweegtuin bij het vernieuwde Henriette van Heemstra Huis de bewoners een welkome afleiding. En met de extra zorguren kan iedere bewoner even genieten van één op één aandacht.’

Hartverwarmende acties

‘Daarnaast kunnen we dankzij de steun van donateurs allerlei hartverwarmende acties mogelijk maken om onze bewoners én zorgmedewerkers te bemoedigen. Veel lokale middenstanders dragen hier ook hun steentje aan bij. Geweldig dat mensen zo omkijken naar elkaar. Ik vind het heel belangrijk dat onze zorgmedewerkers zo ervaren dat hun werk ertoe doet en mensen respect hebben voor hun inzet en betrokkenheid. Want elke dag opnieuw staan ze klaar. En ze moeten nog een lange adem hebben. Zij verdienen écht onze waardering.’

The post ‘Ook in deze coronatijd bieden wij zorg op maat.’ appeared first on Bartiméus Fonds.

Categorieën
Bartimeus Fonds Gezondheid en Handicaps

Geluksmomenten

Bartiméus Fonds ambassadeur Marjolein van den Broek neemt je mee in haar leven.

Marjolein is getrouwd en heeft twee kinderen. Vijf jaar geleden werd ze volledig blind na een operatie. ‘Ook al ben ik blind, ondanks alles heb ik een prachtig leven. Goed, leven in het donker vind ik moeilijk, maar mijn leven in het donker is wel mooi. Met super lieve mensen en een super lieve geleidehond om me heen.’ In dit blog vertelt ze over wat haar gelukkig maakt.

Mijn geluksmomenten zitten in grappige voorvallen met de kinderen en mooie ervaringen. Zo gaan mijn koorrepetities vanwege de coronapandemie niet door, maar ieder zingt thuis. Deze opnames worden gemixt. Zo klinken we toch als ons koor en blijven we verbonden. Het zorgt ook voor grappige momenten. Op een morgen was ik vol overgave aan het zingen. Ik leefde me helemaal uit en stopte al mijn emotie erin. De deur vloog open en mijn zoon riep: stil mam, ik zit in een online les! Met een knalrood hoofd hoopte ik dat zijn klas me niet had horen zingen…

Trouwjurk

Of de keer dat ik met mijn zus haar trouwjurk ging uitzoeken. Ik voelde aan de jurken en zij vertelde me hoe ze eruit zagen. In gedachten stelde ik me haar voor als stralende bruid. En toen vielen we allebei voor dezelfde jurk! Helaas konden mijn zus en zwager door corona alleen in kleine kring voor de wet trouwen. Maar op een later moment gaan we het groots vieren. Zij in de jurk die we samen hebben uitgekozen, ik kan niet wachten!

Meer lezen van Marjolein?

Volg ons op Facebook, Twitter, LinkedIn of Instagram, dan weet je direct wanneer Marjoleins nieuwe blog online komt.

The post Geluksmomenten appeared first on Bartiméus Fonds.

Categorieën
ActionAid Focusgebieden Goede Doelen Ontwikkelingshulp

Wat de coronacrisis ons kan leren: 5 bouwstenen voor een duurzame wederopbouw

De eerste versoepelingen van de coronamaatregelen in Nederland zijn ingezet. De terrassen zijn weer open, kinderen gaan deels naar school en we mogen weer naar de kapper. Toch zijn in Nederland en wereldwijd de gevolgen van het coronavirus nog steeds hard te voelen. Wat begon als gezondheidscrisis, is inmiddels ook een economische- en een voedselcrisis geworden waar velen door geraakt worden.

Maar een crisis brengt ook een kans tot ‘reset’ met zich mee, een kans tot ‘building back better’. Hiertoe moeten we eerst dieper in het ontstaan van de crisis duiken en de bredere maatschappelijke gevolgen analyseren. Welke weeffouten in het mondiale systeem hebben ertoe geleid dat de wereld zo hard is geraakt? Voor wie zijn de gevolgen het grootst? En vooral: wat moet er gedaan worden op lokaal, nationaal en internationaal niveau om een volgende crisis te voorkomen? De antwoorden op deze vragen geven richting aan een wederopbouw waarin mens en natuur centraal staan: een duurzame en feministische economie.

Hoe kon het coronavirus in een paar maanden tijd de wereld tot stilstand brengen?

5 belangrijke weeffouten in het wereldwijde systeem op een rij:
  1. De COVID-19-pandemie is een gevolg van de ongebalanceerde manier waarop we omgaan met onze natuurlijke leefomgeving. Door de globalisering en de toenemende vraag naar grondstoffen worden ecosystemen steeds verder aangetast. Ontbossing als gevolg van grootschalige landbouw en mijnbouw maakt bijvoorbeeld de kans op overdracht van ziekten groter: van dier op dier omdat zij steeds minder ruimte hebben en dus dichter op elkaar leven, en van dier op mens omdat mensen steeds verder de leefomgeving van de dieren binnendringen, bijvoorbeeld voor mijnbouw.
  2. De gezondheidszorg bleek in veel landen niet ingericht op zo een crisis. Decennia van bezuinigingen op de publieke voorzieningen waaronder de gezondheidszorg, leidden ertoe dat zorgmedewerkers structureel worden onderbetaald en dat er een gebrek aan materialen is. Wereldwijd, maar vooral in ontwikkelingslanden. Zorgsectoren zijn uitgehold door o.a. gigantische schuldenlasten en door misgelopen staatsinkomsten door belastingontwijking van multinationals.
  3. Dat een geglobaliseerde wereld kwetsbaar is, hebben we inmiddels aan den lijve ondervonden. Het virus verspreidde zich binnen een paar maanden over de hele wereld en heeft in veel landen tot een gezondheidscrisis geleid. Maar de crisis maakt ook veel andere slachtoffers. Het tot stilstand komen van de consumptie in Europa heeft werknemers in kledingproductielanden zoals Myanmar en Bangladesh op enorme schaal getroffen. Zij verloren hun baan door lockdowns, fabriekssluitingen en geannuleerde bestellingen of moeten doorwerken onder onveilige omstandigheden. De risico’s in ketens worden afgewenteld op de meest kwetsbaren ‘onderaan de keten’, die geen bescherming hebben. In sommige landen komt de coronacrisis bovenop een voedselcrisis en (andere) effecten van klimaatverandering.
  4. Niet alleen is er een verschil tussen de manier waarop landen worden geraakt door de verschillende crises, ook binnen landen verschilt de impact. Zo worden vrouwen op onevenredige wijze getroffen. Zij zijn oververtegenwoordigd in de meest onzekere banen en sectoren, draaien thuis op voor het merendeel aan zorgtaken (die toenemen door de crisis) en lijden onder een toename van huiselijk en seksueel geweld. Ook straatverkopers en andere werknemers in de informele sector (in sommige landen tot wel 90 procent van de bevolking) hebben het zwaar. Voor hen betekent de lockdown geen inkomsten. En geen inkomsten, betekent geen voedsel.
  5. Tot slot zullen in sommige landen de effecten nog lang na de coronacrisis doorwerken. Niet alleen door de verwachte recessie en voedselcrisis, maar ook door de maatregelen die mensenrechten ondermijnen en die nu worden doorgevoerd. We hebben al verschillende voorbeelden gezien van autoritaire regimes die de crisis aangrijpen om hun machtspositie te versterken en mensenrechten in gevaar brengen. Bevoegdheden worden aangepast en regels die ook na de crisis burgers hun stem ontnemen en de maatschappelijke ruimte inperken, worden aangenomen.

Wereldwijde en coherente aanpak

Landen zijn sterk met elkaar verweven. Zolang het virus aan de andere kant van de wereld woedt, loopt de rest van de wereld eveneens risico. De coronacrisis gaat over veel meer dan alleen gezondheid: de sociale, economische, ecologische en klimaatkwesties staan niet los van elkaar. Oplossingen om uit de coronacrisis en gevolgcrises te raken, kunnen bovendien niet alleen op nationaal niveau plaatsvinden. Bij het opstellen van bouwstenen voor een post-coronasamenleving, moet daarom worden gekeken naar een wereldwijde aanpak en verbinding worden gelegd tussen maatschappij, economie en duurzaamheid.

 

Bouwstenen voor een duurzame en feministische wederopbouw

  1. Investeer in een wereldwijde corona-aanpak

Een mondiale crisis laat zich pas indammen, als alle landen weerbaar zijn tegen een crisis. Zolang het virus ergens in de wereld actief is, zal het risico op een nieuwe mondiale verspreiding bestaan. Deze investering in een wereldwijde aanpak is dus niet alleen een kwestie van internationale solidariteit maar ook essentieel voor het duurzaam bestrijden van de pandemie. Op de korte termijn moeten middelen worden vrijgemaakt voor de gezondheidsrisico’s en de parallelle crises die woeden, zoals de klimaatcrisis. De nadruk moet hierbij liggen op het versterken van lokale initiatieven. Gendergelijkheids- en vrouwenrechtenorganisaties dienen centraal te staan in de oplossingen, gezien de onevenredige effecten van de crises op vrouwen en meisjes. Verdedig hiermee ook de maatschappelijke ruimte wereldwijd.

  1. Stimuleer verantwoord zakendoen en red alleen duurzame bedrijven

a) Zorg dat bedrijven die internationaal opereren hun risico’s niet afwentelen op de meest kwetsbaren in de internationale keten, waaronder vrouwen. Slachtoffers, zoals werknemers die inkomsten zijn verloren tijdens de crisis, dienen toegang te hebben tot adequate compensatie.

b) Bedrijven die gebruik maken van belastingontwijkingsconstructies, bedrijven in de fossiele industrie, en bedrijven met een trackrecord op het schenden van mensenrechten, vrouwenrechten en milieustandaarden, dienen te worden uitgesloten van steunpakketten.

c) Voer in Nederland (gender) due diligence wetgeving in waardoor bedrijven worden verplicht om internationale standaarden op het gebied van verantwoord ondernemen na te leven. Let hierbij in het bijzonder op naleving van vrouwenrechten. Staatssteun wordt enkel nog verleend aan de bedrijven die zich aan deze regels houden. Steun internationale initiatieven om tot internationale regels te komen over eerlijk zakendoen, zoals het VN bindend verdrag mensenrechten en bedrijfsleven.

d) Stop belastingontwijking. Belastingontwijking door internationale bedrijven (mede gefaciliteerd door Nederland) heeft bijgedragen aan de financiële uitholling van de zorg, waardoor veel landen niet goed kunnen optreden tegen de coronapandemie. Nederland heeft – als knooppunt van internationale belastingontwijking – een grote verantwoordelijkheid om belastingontwijking in ontwikkelingslanden sterk in te perken en om sterke internationale regels tot stand te helpen brengen.

  1. Bouw een feministische economie

De obsessie met kapitaal en economische groei moet plaatsmaken voor een maatschappij waarin zorg en welzijn centraal staan, met daarin een economie die werkt voor vrouwen. Binnen een feministische economie hebben vrouwen bijvoorbeeld dezelfde toegang tot en invloed op besluitvorming en middelen als mannen. Er dient daarnaast te worden geïnvesteerd in gendersensitieve publieke diensten in ontwikkelingslanden. Investeringen in openbare voorzieningen zoals gezondheidszorg, kinderopvang, educatie en watervoorzieningen, maken landen beter bestand tegen crises. Sterkere publieke diensten – mits gendersensitief -,dragen bij aan het verkleinen van de genderongelijkheid, bijvoorbeeld doordat er minder onbetaalde zorglasten bij vrouwen terechtkomen. Nederland kan bijdragen aan extra financiering van publieke diensten in ontwikkelingslanden door in Nederland en internationaal in te zetten op hervormingen van (internationale) belastingregels en het kwijtschelden van schulden.

  • Zet in op een eerlijke transitie

Stimuleer een eerlijke transitie door op een inclusieve, coöperatieve en toegankelijke manier om te schakelen naar duurzame energiebronnen, landbouw en voedsel. Dit behelst onder meer:

a) Stop met investeringen die bijdragen aan vernietiging van kwetsbare ecosystemen door grootschalige landbouw en mijnbouw.

b) Zet zowel in Nederland als internationaal in op kortere en circulaire ketens.

c) Reduceer de globale voetafdruk van Nederland wat betreft uitstoot en grondstoffengebruik (mineralen en agrogrondstoffen).

d) Ondersteun lokale, ecologische alternatieven voor landbouw (agro-ecologie). De praktijk wijst uit dat dit leidt tot meer voedselzekerheid en vrouwenrechten staan hierbij centraal.

e) Realiseer meer en betere klimaatfinanciering, vooral voor de kwetsbaarste landen.

The post Wat de coronacrisis ons kan leren: 5 bouwstenen voor een duurzame wederopbouw appeared first on ActionAid Nederland.

Categorieën
Focusgebieden Goede Doelen Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Staatssecretaris Van Veldhoven noemt nieuwe mega plasticfabriek van Shell ‘niet mijn verantwoordelijkheid’

Staatssecretaris van milieu Stientje van Veldhoven (D66) probeert
ondernemingen ertoe te overwegen minder plastic en meer recyclaat te gebruiken, onder andere door ze uit te nodigen deel te nemen aan het Plastic Pact. De realiteit is dat het plasticgebruik blijft toenemen en de recyclingsector recyclaat nauwelijks meer kan verkopen, omdat virgin (nieuw) plastic tegen dumpprijzen te koop is.

Shell – die het Plastic Pact niet heeft ondertekend – investeert in Pennsylvania in de Verenigde Staten miljarden dollars in een
nieuwe plasticfabriek. Daarover zijn Kamervragen gesteld en beantwoord.

NIET HAAR VERANTWOORDELIJKHEID

Kamerleden vroegen de staatssecretaris of het gewenste hergebruik van plastic wel bevorderd kan worden wanneer nieuw plastic zo goedkoop is. En of ze Shell wil wijzen op de negatieve gevolgen van hun investeringsbeslissingen. In antwoord daarop schreef Van Veldhoven afgelopen april dat de investeringsbeslissingen van Shell niet haar verantwoordelijkheid zijn. Ze zegt geen inzicht te hebben ‘in de drijfveren van oliebedrijven om plasticfabrieken te bouwen’. Ook andere antwoorden zijn ontwijkend. Van Veldhoven kan niet bevestigen dat hergebruik niet bevorderd wordt omdat nieuw plastic veel te goedkoop is.

Van Veldhoven weet uiteraard donders goed wat er aan de hand is. Het staat onder andere haarfijn uitgelegd in de notitie die NRK Recycling in januari op haar verzoek opstelde en haar toestuurde. Deze analyse behandelt het concurrentienadeel dat recyclaat ondervindt van de op olie en gas gebaseerde kunststoffen. De opstellers waarschuwen dat de ambities van een circulaire kunststofeconomie niet waargemaakt kunnen worden als er niet wordt ingegrepen door de overheid.

MISLEIDEND

Op de vraag of de Shellfabriek haar inspanningen om tot een
Internationaal Plastic Pact te komen niet ondermijnt, kwam het antwoord dat beide niet strijdig met elkaar hoeven te zijn. ‘Shell kan voor een deel aan de groeiende vraag naar plastics wereldwijd voldoen door plastic afval als voeding te gaan gebruiken voor hun plasticproductiefabrieken (ook wel ‘feedstock recycling’ genoemd). Ik begrijp uit berichtgeving dat Shell plannen in deze richting heeft. Meer recycling is in lijn met de doelstellingen van het nationaal Plastic Pact en het onlangs gesloten Europees Plastic Pact.’

Kamerleden worden hier op het verkeerde been gezet. De plasticfabriek in Pennsylvania zal namelijk uitsluitend ethaan, een bijproduct van schaliegas, als feedstock gebruiken. Daar wordt polyethyleen (PE) van gemaakt dat onder andere zijn toepassing vindt in plastic verpakkingen. Er is überhaupt geen sprake van feedstock recycling die ‘in een deel van de vraag’ naar plastic kan voldoen, zoals de staatssecretaris wil doen geloven. Elders in de Verenigde Staten heeft Shell weliswaar een pilotproject om via pyrolyse van afvalplastic olie te maken, maar daar gaat het hier helemaal niet om.

Op de vraag of ze Shell in een gesprek duidelijk wil maken
dat de bouw van een plasticfabriek zeer ongewenst is, antwoordt Van Veldhoeven graag met het bedrijf in gesprek te gaan ‘over de bijdrage die het bedrijf kan leveren aan de circulaire economie’. Het zijn woordspelletjes.

ONVERANTWOORDE INVESTERINGEN

Een groep bezorgde wetenschappers en experts heeft afgelopen maart in een open brief grote zorgen geuit over de miljarden investeringen van Shell in nieuw plastic. ‘We roepen Shell en de banken, verzekeraars en pensioenfondsen die in Shell investeren op om hun onverantwoorde investeringen in plastic te stoppen, en roepen Shell op om het Europese Plastic Pact alsnog te ondertekenen.’ De brief wijst op de verantwoordelijkheid die de Nederlandse overheid heeft. Er is beleid nodig om investeringen in nieuw plastic tegen te gaan, ook als die investeringen buiten de grenzen plaatsvinden.

NOG MEER PLASTICSOEP

Shell is een van de multinationals die de Alliance to End Plastic Waste (AEPW) hebben opgericht. Dit is een samenwerkingsverband dat zo’n 1,5 miljard dollar ter beschikking heeft om plasticvervuiling te bestrijden. The Guardian rekende voor dat dit bedrag verbleekt bij de investeringen die multinationals als Shell doen in nieuw plastic. Shell zegt niet hoeveel het bedrijf investeert in de omstreden plasticfabriek in Pennsylvania, maar dat zou volgens schattingen tussen de zes en tien miljard dollar zijn.

Het heeft er alle schijn van dat deelname aan AEPW of het
pyrolyse pilotproject vooral de aandacht moeten afleiden van Shells investeringen in plastic die de plasticsoepproblematiek alleen maar zullen verergeren.

Het bericht Staatssecretaris Van Veldhoven noemt nieuwe mega plasticfabriek van Shell ‘niet mijn verantwoordelijkheid’ verscheen eerst op Plastic Soup Foundation.