Categorieën
ActionAid Ontwikkelingshulp

Effectieve aanpak van COVID-19 vraagt om een mondiale reset

Op maandag 11 mei publiceerde de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) op verzoek van de regering een spoedadvies over een effectieve Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Het is een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. De korte termijn inzet die de AIV bepleit biedt een goede kans als het gaat om het inzetten van steunmaatregelen om onze samenleving duurzamer en socialer te maken.

Solidariteit stopt niet bij de grens

De AIV pleit terecht voor steun aan kwetsbare landen en groepen wereldwijd. De crisis “raakt ons in het hart en doet een klemmend beroep op onze solidariteit”, schrijft de AIV. De AIV bevestigt dat die steun aan andere landen is ook in ons eigenbelang is: “De coronacrisis is in eigen land niet voorbij zolang ze elders op de wereld voortwoekert.” Het minimale extra bedrag vanuit de Nederlandse schatkist voor korte termijn-steun aan ontwikkelingslanden om de directe impact op volksgezondheid, economie en ongelijkheid tegen te gaan komt volgens de AIV neer op 1 miljard euro. Ook pleit de AIV voor het in stand houden van de huidige begroting voor ontwikkelingssamenwerking.  Dit is een belangrijk signaal; in tijden van dalend BNP staat ook het ontwikkelingsbudget onder druk. Het AIV geeft aan dat we niet kunnen toelaten dat daardoor de zwakste schakel ook relatief het hardst geraakt wordt. Ook op de middellange termijn is ontwikkelingssamenwerking broodnodig.

Steun moet mensen bereiken die dat het hardst nodig hebben

De AIV geeft aan dat de steun bedoeld is voor kwetsbare groepen in ontwikkelingslanden. Terecht, want juist in crisistijden is het van essentieel belang dat de al bestaande ongelijkheid niet veder versterkt wordt. Het is van groot belang dat dit advies van de AIV helder wordt uitgewerkt. Binnen de steun moet over de gehele linie oog zijn voor etnische en religieuze minderheden, inheemse volkeren, vrouwen en kinderen, ouderen, LHBTI mensen, mensen met een beperking, sloppenwijkbewoners en vluchtelingen. Inclusieve duurzame ontwikkeling is per definitie politiek. Onze steun moet ervoor zorgen dat mensen aan de randen van de macht een stem hebben om inclusieve ontwikkeling te bespoedigen. Juist in een crisissituatie komt die stem en de organisaties die daarvoor opkomen in het gedrang, worden minderheden eerder uitgebuit of als oorzaak van het probleem gezien, kortom, neemt ongelijkheid toe. Vóór de crisis was Nederland gidsland op dit gebied. Laten we verder bouwen op bestaande investeringen en zorgen dat de opgebouwde maatschappelijke netwerken niet verdwijnen. Dankzij die sterke maatschappelijke netwerken kunnen we zorgen dat de crisismaatregelen bij de juiste mensen terecht komen en groen en duurzaam herstel niet uit het zicht zal verdwijnt.

Dit betekent dat steun aan verdedigers van mensenrechten en milieu, maatschappelijke organisaties en sociale ondernemers niet alleen van belang is voor het geven van sociaal economisch perspectief aan mensen, maar ook bij de andere drie gebieden die de AIV benoemd. Zo zou er bij het geven van noodhulp of bij het organiseren van toegang tot gezondheidszorg of schoon water extra aandacht moeten zijn voor groepen die vatbaarder zijn voor zowel dit virus als de economische en sociale klappen die volgen op de beperkende maatregelen die overheden moeten nemen. Ook de toegang tot microkrediet en voldoende liquide middelen voor ondernemers dient deze groepen te bedienen, groepen die de minste toegang hebben tot reguliere banken.

Om dit te bewerkstelligen is partnerkeuze en een inclusief besluitvormingsproces essentieel. Naast gelijkwaardige samenwerking zoals aangegeven door de AIV met het betrekken van lokale leiders, is het van belang dat lokale actoren betrokken worden in besluitvorming en consultaties over steunmaatregelen en een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkomen moet worden dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hierbij kan gemakkelijk voortgebouwd worden op wat mensen en hun organisaties via bijvoorbeeld de bestaande Strategische Partnerschappen lokaal al hebben opgebouwd. Zo’n aanpak bouwt voort op bestaande programma’s en versterkt daarmee bestaand lokaal leiderschap, een vereiste voor duurzaamheid. Om lokaal MKB goed te ondersteunen is het daarnaast van belang dat niet alleen ontwikkelingsbanken worden ingeschakeld, maar juist ook impact fondsen en maatschappelijke organisaties met een groot netwerk van lokale bedrijven omdat die beter in staat zijn de kleinere ondernemers en bedrijven te bereiken en ondersteunen.

Kans op eerlijk en groen herstel

COVID-19 is geen plotseling opdoemende of op zichzelf staande crisis, maar is een gevolg van degradatie van ecosystemen, globalisering en een op exploitatie en extractie gericht economisch model. Er is een directe link tussen de maatschappelijke crisis die is veroorzaakt door het virus en de gezondheidscrisis van de planeet. Oneerlijke handel en belastingontduiking onttrekken meer geld van economieën in arme landen dan dat mondiaal wordt uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking. Laten we daarom de steunmaatregelen die nu nodig zijn inzetten voor structurele eerlijke en duurzame verandering. Om toekomstige, vergelijkbare crises te voorkomen en om de onderliggende oorzaken bij de wortel aan te pakken. Daarmee nemen we ook die andere grote crisis – de klimaatcrisis en de desastreuze verdwijning van soorten – integraal mee in de oplossingen.

De adviesraad erkent dat het sociaaleconomisch herstel pas ten volle kan doorzetten als alle continenten “ingeschaald worden in duurzame mondiale productieketens”. Ook wijst de AIV erop dat het beheer van natuurlijke hulpbronnen en de bescherming van natuurlijke ecosystemen zo moet worden ingericht dat de kans op overdracht van ziekten van dier op mens en vice versa zo klein mogelijk wordt. Dit vraagt om een draai van ‘natuur benutten’ naar ‘natuurlijke systemen respecteren’ en investeren in het behoud van die natuur op de lange termijn in het volle besef dat wij als mens onderdeel zijn van die natuur. Het is van groot belang dat er opnieuw een balans wordt gevonden tussen natuurlijke hulpbronnen die we kunnen inzetten voor onze eigen directe welvaart en het behoud van biodiversiteit en natuurlijke processen als het fundament voor onze samenleving als geheel. Hier is een langere termijn visie ook mogelijk. Investeringen voor het herstel van de mondiale economie zullen gericht moeten zijn op een versnelde transitie naar duurzame, klimaatbestendige en inclusieve samenlevingen waarbij nieuwe kaders zullen moeten worden gesteld. De hiermee gemoeide aanbestedingen moeten open, inclusief en eerlijk zijn. Dit levert grote kostenbesparing op, gaat corruptie tegen en biedt burgers de kans om invloed en controle uitoefenen op deze overheidsuitgaven.

De steunmaatregelen die nu nodig zijn kunnen en moeten economisch herstel stimuleren in de richting van een mondiale economie die de draagkracht van de aarde respecteert en minder CO2 uitstoot, groene banen biedt en de transitie naar duurzame, veerkrachtige en ecologisch houdbare landbouwproductiesystemen versnelt. Dit betekent een korte termijn inzet op WASH, gezondheidszorg en elektriciteit zoals de AIV bepleit. Maar het betekent ook een inzet op duurzame energie en vitale, lokaal beheerde water- en voedselsystemen door het versterken van lokale en regionale productie en consumptieketens. In een dergelijk plaatje passen geen investeringen in fossiele brandstoffen. Dit kan wel, door lokaal MKB te steunen via slimme, duurzame impact gedreven investeringsfondsen. Bestaande, innovatieve, en vaak jonge bedrijven hebben nog onvoldoende reserves kunnen opbouwen en zijn kwetsbaar voor deze crisis. Als zij omvallen, zijn we weer jaren terug in de tijd.

Dapper advies

De AIV heeft het dappere advies geformuleerd om in deze pandemie van ongekende schaal niet met de rug naar de wereld te gaan staan, maar juist te investeren in landen en mensen die onvoldoende middelen hebben om de crisis effectief te lijf te gaan. Door nu scherpe keuzes te maken, kan dit advies de basis zijn voor een ‘Green Recovery’ die zowel ontwikkelingslanden als Nederland een weerbare toekomst biedt. Nu de tekortkomingen van een sterk geglobaliseerde en ongelijke wereld sterk aan de oppervlakte zijn gekomen, is dit een ultieme kans voor een reset. Een reparatie van enkele systemische fouten die tot onder andere deze crisis hebben geleid. Wij hopen van harte dat de regering in haar reactie op het AIV advies deze kans wél aangrijpt.

Jannelieke Aalstein – directeur ActionAid Netherlands

Coenraad Krijger, directeur IUCN NL

Danielle Hirsch, directeur Both ENDS

Edwin Huizing, directeur Hivos

Pieter Oudenaarden – waarnemend voorzitter Collega van Bestuur Christelijke Hogeschool Ede (CHE)

Henk Willem van Dorp – directeur Van Dorp Installatietechniek

Jan-Bart Gewald, Prof. – directeur African Studies Centre – Leiden University

Joyeeta Gupta, Prof. – programma directeur, Governance and Inclusive Development, Universiteit van Amsterdam

Kees Zevenbergen, directeur Cordaid

Kirsten Schuijt, directeur WWF Nederland

Maria van der Heijden, directeur-bestuurder MVO Nederland

Rina Molenaar, directeur-bestuurder Woord en Daad

The post Effectieve aanpak van COVID-19 vraagt om een mondiale reset appeared first on ActionAid Nederland.

Categorieën
Homeplan Nieuwsbericht Ontwikkelingshulp

Ricus bericht uit Zuid-Afrika in coronatijd

Ricus bericht uit Zuid-Afrika in coronatijd

Ricus Dullaert, projectcoördinator van HomePlan in Zuid-Afrika vertelt vanuit Johannesburg hoe de situatie op dit moment is in Zuid-Afrika.

Binnen de gemeenschappen waar HomePlan actief is wordt geprobeerd om zo veel mogelijk noodhulp te verlenen en er het beste van te maken. De impact van de lockdown is voor de gemeenschappen enorm. Met het lichtjes versoepelen van de lockdown, zien we dat bijvoorbeeld de bouwactiviteiten in Pomeroy weer langzaam kunnen worden opgestart.

Lees hier het hele verhaal van Ricus.

Categorieën
Alzheimer Nederland Gezondheid en Handicaps

Noodkreet voor mantelzorgers

Ze komen eindelijk wat meer in zicht. De mantelzorgers, het onmisbare leger van verzorgenden van onder meer de ruim 200.000 mensen met dementie die thuis wonen. Zij kunnen vanaf 18 mei ook getest worden bij de GGD als ze klachten hebben. Het is een kleine pleister op de wonden. We moeten onze mantelzorgers veel meer gaan bieden. En snel ook. Voor ze omvallen. Daartoe bestaat een wettelijke plicht!

Ik ben echt bang voor de ellende die momenteel achter veel voordeuren plaatsvindt.  Uit onze coronapeiling onlangs onder mantelzorgers blijkt dat meer dan 80 procent zich overbelast voelt. Dat is een urgente noodkreet. Deze corona-situatie is geen kwestie van tijdelijk de kiezen op elkaar. We moeten het een lange tijd volhouden. Dat gaat niet vanzelf. 

Ik voel mij in de steek gelaten

“Ik ben nu 24/7 bezig met het begeleiden en opvangen van mijn echtgenoot. In volledige isolatie. Zou niet weten hoe ik dat kan doorbreken.”, “Ik voel mij in de steek gelaten”, “Ik zou dolgraag, al was het maar 45 minuten, ALLEEN thuis zijn. Even tot rust komen, niets hoeven”. Dat zijn maar een paar van de hartenkreten die wij binnen krijgen bij Alzheimer Nederland.

Non stop, 24/7 voor  je man  of vrouw moeten zorgen. Dat is niet niks. Je hebt geen minuut voor jezelf. Dat weet ik nog heel goed uit de tijd dat mijn vader voor mijn moeder met dementie zorgde. Hij kon nog geen boek lezen, tv-programma uitkijken of eens rustig bijslapen. Want ook ‘s nachts moest hij voorkomen dat mijn moeder ging dwalen. Hij was destijds heel erg blij met de twee dagen dagopvang voor mijn moeder en met de vrijwilliger die haar eens per week mee op sleeptouw nam.

Die hulplijn is nu voor de meeste mensen weggevallen.

70% is geen alternatief aangeboden voor dagbesteding voor hun naaste

Ik snap dat een eerste reactie bij aanvang van de coronacrisis was: we gaan de dagopvang sluiten.
Maar ik vind het echter onbegrijpelijk dat maar liefst 70% geen alternatieven heeft aangeboden! Terwijl dit wettelijk gezien wel moet.

De landelijke richtlijn Dagbesteding en dagopvang die het ministerie van VWS al op 16 maart publiceerde, is hierover heel duidelijk: ‘Gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars hebben de wettelijke opdracht passende zorg en ondersteuning te bieden en de aanbieders hebben de taak om dit uit te voeren. Dit geldt ook deze tijd van de coronacrisis; ook nu wordt van gemeenten en aanbieders een uiterste inspanning gevraagd om in goed overleg met de cliënten, naasten en hun mantelzorger, passende zorg en ondersteuning te leveren, rekening houdend met de (soms gewijzigde) omstandigheden en de richtlijnen van de RIVM.’

Ik merk nog weinig van die uiterste inspanning.

We moeten zuinig op ze zijn

Met een beetje creativiteit moet veel toch weer op gang gebracht kunnen worden. Een halve dag per week weer structuur voor mensen met dementie en lucht voor hun mantelzorgers is al heel fijn. Ga op zoek naar ruimere locaties om kleinere groepen op te vangen of met meer verschillende ruimtes. Verzin een online programma via beeldbellen. Maak elke week een nieuw activiteitenprogramma met bijbehorend materiaal en bezorg die bij de mensen thuis. Neem contact op! Ga samen naar buiten. Doe iets! In de richtlijn staat dat extra kosten vergoed worden.

Waar wachten we nog op? Deze coronatijd is nog lang niet voorbij. Mantelzorgers zijn net zo onmisbaar als het zorgpersoneel. We moeten zuinig op ze zijn.

Gerjoke Wilmink
directeur-bestuurder Alzheimer Nederland

Categorieën
Gezondheid en Handicaps Maag Lever Darm Stichting

‘Als leefstijl ooit op de agenda moet komen te staan dan is het wel nu’

‘Als leefstijl ooit op de agenda moet komen te staan dan is het wel nu’

Het beleid in de aanpak van corona is voor iedereen helder: handen wassen. Hoesten en niezen in de elleboog. Anderhalve meter afstand houden. Geen handen schudden en zo veel mogelijk thuis werken. Maar er ontbreekt één vitale maatregel: gezond leven. Dat stelt de Vereniging Arts & Leefstijl in een brief aan Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS). De brief is door bijna 2000 zorgprofessionals ondertekend.

De initiatiefnemers van deze brief worden gesteund door een rapport van het Nederlands Innovatiecentrum voor Leefstijlgeneeskunde (Lifestyle4Health) dat de laatste stand van zaken weergeeft over leefstijl in relatie tot het coronavirus.

Uit het rapport blijkt onder andere dat het risico om (ernstig) ziek te worden door een corona-infectie groter is bij mensen met een leefstijl gerelateerde aandoening. Daarom roepen de artsen op voor meer aandacht voor leefstijl en leefstijlgeneeskunde.

Een oproep die de Maag Lever Darm Stichting onderschrijft. Vooral omdat de spijsvertering een belangrijke rol speelt bij het ondersteunen van de weerstand. Door gezond en vezelrijk te eten, voldoende te bewegen en dagelijks voldoende te drinken kun je een infectie niet voorkomen, maar wel je lichaam beter wapenen tegen virale indringers.

Weerstand en de spijsvertering

De oproep van de artsen komt zeker niet te laat. Eind april benadrukte Huub Savelkoul, immunoloog en celbioloog van de Universiteit van Wageningen al het belang van een gezonde spijsvertering.

Kansen voor de toekomst

Met de brief en de notitie wordt duidelijk dat wetenschap en de praktijk het er over eens zijn dat gezond eten, voldoende bewegen, stoppen met roken en voldoende ontspanning de gezondheid en weerstand van mensen kunnen verhogen. Het door VWS ingezette beleid omtrent het Preventieakkoord en de Gecombineerde Leefstijl Interventie sluit hierbij aan. Dat er nog meer kan en wenselijk is laten de brede steun voor zowel de brief van de Vereniging Arts en Leefstijl als de notitie van Lifestyle4Health zien.

Categorieën
Gezondheid en Handicaps Maag Lever Darm Stichting

Wereld IBD dag 2020

Thuiswerken biedt uitkomst

Door de corona-maatregelen werken veel mensen thuis. Voor veel IBD-patiënten biedt dit uitkomst. Er is vooral behoefte aan flexibele werktijden, minder uren werken, dichter bij huis werken of thuiswerken.’We zien vanwege corona dat thuiswerken voor veel mensen een oplossing biedt. Hopelijk gaan werkgevers daar straks, als we het gewone leven weer oppakken, ook soepeler mee om voor mensen met IBD’, zegt Scherpenzeel.

Ten slotte geven mensen die in een re-integratietraject zitten aan dat de samenwerking tussen de bedrijfsarts, leidinggevende en de werknemer aandacht behoeft. Bijna een derde van de mensen in de ziektewet is hier ontevreden over. Ook ontbreekt het de bedrijfsarts soms aan kennis over de ziekte.

De CCUVN komt met een aantal tips en handvatten voor werknemers en werkgevers.

Categorieën
IDEA Mensenrechten Nieuwsbericht

Adapting Elections to COVID-19: five key questions for decision makers

Disclaimer: Views expressed in this commentary are those of the author, who is a staff member of International IDEA. This commentary is independent of specific national or political interests. Views expressed do not necessarily represent the institutional position of International IDEA, its Board of Advisers or its Council of Member States.

The global spread of COVID-19 has already profoundly impacted the health and welfare of citizens around the world. Decisions being made about how elections are run during the pandemic will have a further profound effect, shaping the health of democracy in the future.

Many policymakers have responded to the pandemic by postponing elections, with at least fifty-five countries and territories between February and May 2020, rescheduling the polls. Postponing an election is not quite as undemocratic as it sounds but others have forged on by trying to adapt elections to the pandemic—or are actively trying to find ways to do this. This has included proposals to hold all-postal elections in Poland, encouraging early voting in South Korea or the use of protective clothing by electoral officials in Israel. A coalition of US academics have set out proposals for fair elections in November 2020.

Decisions are usually best made to suit local circumstances and pressures. There are some universal questions that we can ask about the running of elections, however. In a recent book on Comparative Electoral Management, I set out a framework for evaluating the running of elections. This framework is set out in full in Chapter 4, which is free to download here (p.61-71). This framework can also be used to consider the merits—or otherwise—of the reforms being put forward.

The starting point is that elections are not entirely different in nature to other public services such as schools and hospitals. Some of the tools that have been used to assess them can therefore be adapted to assess how elections are run. At the heart of the electoral process, however, is democracy. David Beetham’s focus on a democratic society as one where the key principles of political quality and popular control of government are achieved therefore provides a normative anchor for how we should assess the electoral process. The framework sets out five dimensions of electoral management that are essential for democratic ideals (Figure 1 and Table 1).

Figure 1: The PROSeS Framework. Source: James (2020: 61).

 

 

Table 1: The PROSeS matrix for evaluating electoral management. Source: James (2020: 66).

 

Firstly, we should focus on the decision-making processes in place for electoral management bodies. If decisions are going to be made due to COVID-19, the question is not just what decision is made, but how that decision is made and by whom? Good electoral management requires that these decisions are not just made behind closed doors by senior electoral officials—or that a small clique of politicians dictate new rules from Parliament. There should be widespread consultation and public involvement. In emergency situations the extensiveness of public deliberations can often curtailed by time, but a wide variety of stakeholders should be consulted and a digital society now enables calls for views from the public, focus groups and public polls. The probity of the decisions made and accountability mechanisms in place should be considered too.

Secondly, the resourcing of any reforms is vitally important. A decision, for example, to switch from holding elections in person at a polling station to rely on mail-in ballots is going to have a major consequence for staffing levels, working practices, postage and printing costs. Who is going to pay for this? When? Do electoral officials have sufficient financial resources, staff and equipment to implement the reforms? The sufficiency of this funding is vitally important so that electoral officials don’t find themselves with cash crises during the electoral process—or find themselves with unfunded blackholes afterwards. We should expect the unexpected. The availability of contingency funds is therefore vitally important too. 

Thirdly, the quality of services to the citizen have an obvious importance. ‘Put the voter first’ is a common mantra for electoral services around the world—but there is a major risk that the service provided will be compromised during these difficult times. Convenience is critically important. Information about how to vote should be readily available and the process as simple and streamlined as possible. Accuracy is critical. The pressures on electoral officials will be immense, but there should be no compromises when voters consider whether their vote had been counted. Putting the voter first also means enforcing the rules against them and their fellow citizens. If polling stations are required to close at 19:00, then they should close at 19:00. If postal votes need to have been received by a certain date, then that date should be absolute. 

Fourthly, the likely effects of any COVID-19 reforms should be mapped against service outcomes. The service outcomes for private companies are usually profit, share value and revenue. When it comes to the implementation of the electoral process service outcomes are no less relevant. They would include voter turnout. Elections held during a pandemic are likely to be hit by a drop in turnout because citizens might be reluctant to travel to the poll and there is therefore a strong case for compensatory mechanisms to ensure inclusive elections. Electoral officials, of course, are unable to shape this key metric alone as it depends on many factors. But how the election is run is one of them. The accuracy and completeness of the electoral register are essential for well-run elections and many countries rely on the canvassing of properties to keep registers accurate. However, South Africa was amongst many countries to have to suspend voter registration initiatives in response to the pandemic leaving the register likely to be affected. How reforms might shape the volume of rejected ballot papers, levels of electoral fraud, possible service denial or ignite violence all need measurement and consideration too.

Fifth, stakeholder satisfaction is crucial to the electoral process. Citizens are one obvious stakeholder and their satisfaction with any reforms that are made should therefore be considered and monitored. Satisfaction amongst parties and civil society is crucial for ensuring support in the democratic system and is likely to require cross-party working. Often forgotten is the level of staff satisfaction amongst the electoral officials on the ground. Staff satisfaction matters for instrumental reasons. The effects are commonly thought to include improved retention and performance. There are also moral reasons: organizations have a duty of care towards their employees—especially where there could be physical risks to their health during the pandemic.

There are no easy solutions for policymakers through these logistical and moral mazes when decisions have to be made within short time frames. It is clear, however, that the election will affect all citizens, civil society groups and political actors. Better decisions will therefore be made where the decision-making process is as inclusive and consultative as possible. And anchoring decisions against democratic principles is imperative.

Categorieën
Light for the World Nieuwsbericht Ontwikkelingshulp

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Het aantal besmettingen wereldwijd neemt toe, ook in onze projectlanden. Volgens de officiële cijfers zijn er momenteel ongeveer 352 besmettingen in Ethiopië, 145 besmettingen in Mozambique, 290 besmettingen in Zuid-Soedan, 122 besmettingen in Cambodja, 912 besmettingen in Kenia 912, en 248 besmettingen in Oeganda 248 gemeld (per 19 mei).

Als organisatie zetten we ons in om onze projecten in Afrika en Azië zo goed mogelijk doorgang te laten vinden en te ondersteunen. Hierbij focussen wij ons op de volgende 4 aspecten:

1. Bieden van toegankelijke informatie voor mensen met een handicap, zoals braille en video’s in gebarentaal

In Kenia hebben collega’s informatie over het coronavirus in een video verspreid, door middel van gebarentaal.

2. Uitdelen van noodpakketten aan de meest kwetsbaren

In Battambang, Cambodja hebben we noodpakketten uitgedeeld. Zo hebben kinderen en volwassenen met een handicap voedsel, sanitaire middelen en schoolspullen ontvangen.

3. Gezondheidssystemen steunen met beschermende pakken en desinfecterende middelen

We hebben een ziekenhuis uit Oeganda voorzien van 100 beschermende pakken, 1500 liter aan desinfecterende gel en 10 pedaalaangedreven handwasstandaards.

Wat doen we? 1

4. Samenwerken met andere NGO’s

In samenwerking met Unicef, internationale en lokale hulporganisaties proberen we zoveel mogelijk werk te verzetten. In de kampen in Zuid-Soedan wordt dan ook veel samengewerkt om informatie te verspreiden.

Collega vertelt: Coronacrisis in Mozambique 1

Ons noodfonds rondom het coronavirus biedt hulp aan de armste delen van de wereld. Kijk hoe jij kan helpen op www.lightfortheworld.nl/corona!

Delen:

Categorieën
IDEA Mensenrechten Nieuwsbericht

The COVID-19 Electoral Landscape in Africa

Disclaimer: Views expressed in this commentary are those of the author, who is a staff member of International IDEA. This commentary is independent of specific national or political interests. Views expressed do not necessarily represent the institutional position of International IDEA, its Board of Advisers or its Council of Member States.

Burundians will go to the polls on 20 May 2020 for presidential, legislative and local elections in spite of the risks posed by the coronavirus. As of 17 May, there were 27 confirmed cases of coronavirus and one death in the country, but the total figure of cases is believed to be higher. Since late April, large scale campaign events have taken place throughout the country without much attention to social distancing practices. This despite concerns voiced by the World Health Organization (WHO) which was on 12 May 2020 asked to immediately leave the country. In the meantime, the government has also asked that all foreign election observers to be quarantined for a 14-day period.

What does the pandemic mean for the electoral landscape in Africa, with 23 national elections scheduled in 22 African countries in 2020? For the rests of the year, there are elections scheduled to take place in Malawi (presidential), in July; Burkina Faso, Côte d’Ivoire, Egypt, Guinea (presidential), Liberia, Niger, Seychelles and Tanzania. It is not certain whether the elections in Chad, Central Africa Republic (CAR), Gabon, Somalia and Somaliland will take place as scheduled because these countries are faced with broader security and political challenges, now complicated by the pandemic.

Changes to scheduled elections

In early May, the chief electoral officer of the Independent Electoral Commission (IEC), South Africa stated, “there is no doubt that the post-COVID-19 electoral landscape will be significantly different in many respects.” These words were expressed at a time when the IEC postponed 30 municipal by-elections and voter registration activities until 1 June 2020, to mitigate the risk of further contagion and the likelihood of a low voter turnout. The IEC further mentioned in case the risks of cross contamination of people does not dissipate, the municipal elections scheduled to take place in 2021 may be affected.

According to International IDEA Global Overview of COVID-19: Impact on elections a total of eight countries have decided to postpone national and subnational elections planned in March up until August 2020. This includes subnational elections in Gambia, Kenya, Nigeria, Tunisia, Uganda, Zimbabwe as well as national elections in Ethiopia. Many of these postponements were decided on by the respective governments, legislatures or Electoral Management Bodies (EMBs), based on emergency response frameworks. In the case of Ethiopia, the National Electoral Board of Ethiopia consulted with political parties on the impact of COVID-19 which resulted in a broad political consensus regarding the postponement of the election.

During the same period, 4 countries have held national or subnational elections. This includes Guinea (22 March), Cameroon (22 March), Mali (29 March and 19 April) and Benin (17 May). All elections took place during a context of contagion with 2 reported cases in Guinea, 40 cases in Cameroon, 18 cases/224 cases (first and second round) in Mali and 338 cases in Benin.

Figure 1. Elections held or postponed from 21 Februrary to 17 May                                                                                       

 

Elections held so far:

Protective measures were employed for all four elections that were held amidst the pandemic in BeninCameroon, Guinea and Mali. These measures included: deep cleaning of polling stations before, during and after polling; mandatory use of masks and gloves for election officials; temperature checks at polling stations; provision of handwashing facilities and sanitizers for voters at polling stations; social distancing at the polling stations; and restrictions on number of persons present per room during voting and counting was done in centralized locations. Of particular interest is Benin, where all in-person campaign events were canceled, as gatherings of over 50 people were prohibited, forcing candidates to focus more on media appearances and campaign posters.

Voter turnout for the Guinea and Mali election (see figure 1) was low in comparison to past elections. For example, the Guinea provisional voter turnout was 58 per cent, which was lower than 68.4 per cent in the 2015 presidential election. In Mali, voter turnout for the first round elections on 29 March was 35.58 per cent, which dropped to 35.25 per cent in the second round parliamentary elections held on 19 April. Turnout in the 2020 elections was low compared to 42.7 per cent in the 2013 parliamentary election (See figure 2, Guinea and Mali VT). Provisional voter turnout for Benin local elections during the time of writing has not been released.

Figure 2. Guinea and Mali Voter Turnout                                                       

 

There have been reports of further contagion during the election period. As of 17 May 2020 coronavirus cases in each country has increased. Guinea has 2658 coronavirus cases including 16 deaths; Cameroon has 3105 cases and 140 deaths; and Mali 860 cases and 52 deaths. In each of the aforementioned countries, the cases of coronavirus started to grow rapidly in the weeks after the elections as illustrated by Worldometer country data/graphs. The President of INEC, died from COVID-19 on 17 April 2020, it is believed that he contracted the virus during the election period.

Elections in the second half of the year

For the rest of 2020, there are more than a dozen scheduled national, regional or local elections in Africa. Elections are continuous processes that involved a complex interplay of activities that are technical in nature but carry deep political and legal implications. The quality of an election management body’s (EMB) preparation for an election is crucial for the overall success of the process. The pandemic has necessitated varying degrees of restrictions and emergency measures, imposed by governments, thus affecting the implementation of important pre-election activities.

In the cases of Burkina Faso, Cote d’Ivoire, Malawi, Niger and Ghana some electoral preparations have been delayed or postponed. These include the voter registration, the training of staff, local commissioners and electoral agents. Party Primary elections in Ghana have also been postponed. These postponements may cause overall changes in the election calendar.

EMBs in many sub-Saharan African countries depend largely on international procurement of sensitive election materials, as the capacity to produce locally is not readily available. The closure of international borders and of production centres in the supplying markets in response to the pandemic make international procurement a challenge, as seen in Liberia.

Can we still hold safe elections?

Many countries outside Africa that have either postponed, held or are planning to hold elections in 2020 have looked at Special Voting Arrangements (SVA) as an option that can allow elections to take place during a time of contagion. For example, local EMBs in Bavaria, Germany and the USA have introduced postal voting for subnational elections.

While the infrastructure in Africa may not support postal and online voting, other SVAs could be considered. South Africa and some other countries have SVAs for the elderly, the invalid and persons on election duty. The special voting allows these vulnerable voters to vote in advance (two days earlier), it also provides the possibility of home visits. Such SVAs could allow for staggered voting to reduce the pressure on voters on election day. However, in the context of the pandemic, the home visits should be modified to reduce the human contact between the officials and the voters who are at risk of contracting the virus. Mauritius which has voting by proxy could potentially extend the SVA to the elderly or persons who are infected by COVID-19.

In March 2020, International IDEA published a technical paper that lists some alternative mechanisms of campaigning and remote voting methods. This includes campaigning through Internet or via social media platforms or voting by post or online through a computer or mobile phone application. If postal or online voting is deemed inappropriate, then other in-person arrangements can be made in order to decrease the risk of contagion. This includes either introducing advance voting or extending advance voting arrangements to a larger group of people if the election code allows. In South Korea, the National Election Commission (NEC) encouraged all voters to cast their vote before election day at any of the 3,500 polling stations that were setup throughout the country. The rational for early voting was to allow a large group of people to vote before election day irrespective of their residence. In the end 26.69 per cent (or 11.74 million) of voters cast their vote through early voting provisions. This measure reduced the risk contagion as less people gathered together to vote on election day. It also reduced voter disenfranchisement and contributed to a historic high 66.2 per cent (29.12 million ballots cast)voter turnout in the country.

If new voting arrangements are proposed, or enacted good practice dictates that new laws need to be agreed typically between six months (as per article 2 of the ECOWAS protocol on Good Governance) to one year (as per Venice Commission, code of good practice in electoral matters) before elections take place, in order to uphold the principle of electoral law stability. A distinction should be made of what represents a major change in the electoral system and what are relatively more technical aspects that an EMB can adopt in a shorter period of time. Broad consensus of new voting arrangements will increase the integrity of the election and its eventual outcome. Therefore, all countries planning to hold elections in 2020 or early 2021 during a time of contagion need to start discussing these arrangements across party lines and through inter-agency forums as soon as possible.

Categorieën
IDEA Mensenrechten Nieuwsbericht

Adapting Elections to COVID: five key questions for decision makers

The global spread of Covid-19 has already profoundly impacted the health and welfare of citizens around the world. Decisions being made about how elections are run during the pandemic will have a further profound effect, shaping the health of democracy in the future.

Many policy makers have responded to the pandemic by postponing elections, with at least fifty-five countries and territories between February and May 2020, rescheduling the polls.  Postponing an election is not quite as undemocratic as it sounds but others have forged on by trying to adapt elections to the pandemic – or are actively trying to find ways to do this.  This has included proposals to hold all-postal elections in Poland, encouraging early voting in South Korea or the use of protective clothing by electoral officials in Israel.  A coalition of US academics have set out proposals for fair elections in November 2020.

Decisions are usually best made to suit local circumstances and pressures.  There are some universal questions that we can ask about the running of elections, however.  In a recent book on Comparative Electoral Management I set out a framework for evaluating the running of elections. This framework is set out in full in chapter 4, which is free to download here (p.61-71).   This framework can also be used to consider the merits – or otherwise – of the reforms being put forward.

The starting point is that elections are not entirely different in nature to other public services such as schools and hospitals.  Some of the tools that have been used to assess them can therefore be adapted to assess how elections are run.  At the heart of the electoral process, however, is democracy.  David Beetham’s focus on a democratic society as one where the key principles of political quality and popular control of government are achieved therefore provides a normative anchor for how we should assess the electoral process.  The framework sets out five dimensions of electoral management that are essential for democratic ideals (Figure 1 and Table 1).

Figure 1: The PROSeS Framework.  Source: James (2020: p.61).

Table 1: The PROSeS matrix for evaluating electoral management. Source: James (2020: p.66).

Firstly, we should focus on the decision-making processes in place for electoral management bodies.  If elections are going to be made for COVID the question is not just what decision is made, but how that decision is made and by whom?  Good electoral management requires that these decisions are not just made behind closed doors by senior electoral officials – or that a small clique of politicians dictate new rules from Parliament.  There should be widespread consultation and public involvement.  In emergency situations the extensiveness of public deliberations can often curtailed by time, but a wide variety of stakeholders should be consulted and a digital society now enables calls for views from the public, focus groups and public polls.  The probity of the decisions made and accountability mechanisms in place should be considered too.

Secondly, the resourcing of any reforms is vitally important.  A decision, for example, to switch from holding elections in person at a polling station to rely on mail-in ballots is going to have a major consequence for staffing levels, working practices, postage and printing costs.  Who is going to pay for this?  When?  Do electoral officials have sufficient financial resources, staff and equipment to implement the reforms?  The sufficiency of this funding is vitally important so that electoral officials don’t find themselves with cash crises during the electoral process – or find themselves with unfunded blackholes afterwards.   We should expect the unexpected.  The availability of contingency funds is therefore vitally important too. 

Thirdly, the quality of services to the citizen have an obvious importance.  ‘Put the voter first’ is a common mantra for electoral services around the world – but there is a major risk that the service provided will be compromised during these difficult times.  Convenience is critically important.  Information about how to vote should be readily available and the process as simple and streamlined as possible.  Accuracy is critical.  The pressures on electoral officials will be immense, but there should be no compromises when voters consider whether their vote had been counted.  Putting the voter first also means enforcing the rules against them and their fellow citizens.  If polling stations are required to close at 7pm then they should close at 7pm.  If postal votes need to have been received by a certain date, then that date should be absolute. 

Fourthly, the likely effects of any COVID reforms should be mapped against service outcomes.  The service outcomes for private companies are usually profit, share value and revenue.  When it comes to the implementation of the electoral process service outcomes are no less relevant.  They would include voter turnout.  Elections held during a pandemic are likely to be hit by a drop in turnout because citizens might be reluctant to travel to the poll and there is therefore a strong case for compensatory mechanisms to ensure inclusive elections.  Electoral officials, of course, are unable to shape this key metric alone as it depends on many factors.  But how the election is run is one of them.  The accuracy and completeness of the electoral register are essential for well-run elections and many countries rely on the canvassing of properties to keep registers accurate.  However, South Africa was amongst many countries to have to suspend voter registration initiatives in response to the pandemic leaving the register likely to be affected.   How reforms might shape the volume of rejected ballot papers, levels of electoral fraud, possible service denial or ignite violence all need measurement and consideration too.

Fifth, stakeholder satisfaction is crucial to the electoral process.  Citizens are one obvious stakeholder and their satisfaction with any reforms that are made should therefore be considered and monitored.  Satisfaction amongst parties and civil society is crucial for ensuring support in the democratic system and is likely to require cross-party working.  Often forgotten is the level of staff satisfaction amongst the electoral officials on the ground.  Staff satisfaction matters for instrumental reasons. The effects are commonly thought to include improved retention and performance. There are also moral reasons: organisations have a duty of care towards their employees – especially where there could be physical risks to their health during the pandemic.

There are no easy solutions for policy makers through these logistical and moral mazes when decisions have to be made within short time frames.  It is clear, however, that the election will affect all citizens, civil society groups and political actors.  Better decisions will therefore be made where the decision-making process is as inclusive and consultative as possible.  And anchoring decisions against democratic principles is imperative.

Categorieën
Light for the World Nieuwsbericht Ontwikkelingshulp

Confronterende resultaten: Zorgen rondom coronacrisis

Een van onze actiepunten rondom het coronavirus is de preventie van de verspreiding van het virus. In samenwerking met het radiostation TracFM uit Oeganda zijn we een klein onderzoek gestart. De eerste vraag die wij aan de luisteraars stelden, is: Wat zijn jouw voornaamste zorgen tijdens de lockdown als gevolg van het coronavirus? De antwoorden hierop ziet u in de infographic hieronder.

In totaal hebben maar liefst 12.550 mensen gereageerd. Waarvan 4.810 antwoorden van mensen met een handicap of verzorgers van mensen met een handicap waren. Een van de meest confronterende resultaten was dat 45% van de mensen met een handicap of hun verzorgers zich het meest zorgen maakt over hoe ze hun familie moeten voorzien van voedsel. Van deze groep maakt 14% zich zorgen om besmet te raken met het virus. Als we deze kwetsbare groep kunnen voorzien van primaire levensmiddelen, dan kan dit positieve gevolgen voor hen hebben. Om te kunnen overleven, zullen mensen zich minder houden aan de maatregelen van de overheid.

Bekijk ons actieplan rondom het coronavirus hier.

Delen: