Categorieën
Cultuur Nieuwsbericht Rijksmuseum

Rijksmuseum ontvangt schilderij Bartholomeus Spranger

Het Rijksmuseum heeft een uitzonderlijk schilderij van Bartholomeus Spranger geschonken gekregen van de kunsthandelaar en verzamelaar Bob Haboldt. Spranger was rond 1600 een van de belangrijkste kunstenaars in Europa. Het zeer verfijnde Engelen dragen het lichaam van Christus, dat Spranger rond 1587 op koper schilderde, is een meesterwerk binnen het oeuvre van de kunstenaar. Vanaf 1 juni is het werk te zien naast andere topstukken van kunstenaars uit zijn omgeving waaronder Adriaen de Vries en Joachim Wtewael.

Bob Haboldt: Corona heeft mij geraakt, vooral emotioneel. Het was voor mij een aanleiding voor reflectie. Hoe kan ik bijdragen? Hoe kunnen we deze periode memoreren? Het mooie van een schilderij is dat het voor eeuwig blijft en als monument kan fungeren voor de moeilijke periode waar we doorheen gaan. Ik besloot daartoe dit uitzonderlijke werk van Bartholomeus Spranger te schenken aan het Rijksmuseum. In de eerste plaats voor iedereen als nagedachtenis aan de slachtoffers van COVID-19, maar ook als voorbeeld voor iedereen om goed te doen voor musea. Ik hoop dat anderen volgen.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: Wij zien dat in deze moeilijke tijd kunst aan velen houvast biedt en een bron van hoop en reflectie is. De kunst in de musea in Nederland is de afgelopen eeuwen voor een groot deel door burgers geschonken, overtuigd van het belang voor het publiek. Wij zijn Bob Haboldt dan ook zeer dankbaar voor dit genereuze gebaar.

Imago Pietatis

Op indringende wijze schilderde Spranger op deze kleine koperplaat een beeld van barmhartigheid, de imago pietatis. Te zien is het door engelen gedragen lichaam van Christus, beschenen door hemels licht. De zogenaamde Man van Smarten wordt bijna frontaal aan ons getoond. Het engeltje op de voorgrond houdt een mand met passiewerktuigen als de doornenkroon en de spijkers waarmee Christus gekruisigd werd, vast. Op de achtergrond zijn de drie Maria’s op weg naar het graf, dat ze leeg zullen aantreffen.

Het werk dat is geschilderd voor privédevotie, genoot al snel brede bekendheid omdat Hendrick Goltzius het in 1587 reproduceerde in een prent die in grote oplage werd gedrukt en verspreid.

Bartholomeus Spranger

De uit Antwerpen afkomstige Bartholomeus Spranger was vanaf 1581 hofschilder van de Habsburgse keizer Rudolf II in Praag, de grootste kunstverzamelaar van zijn tijd. Als een van de belangrijkste en invloedrijkste kunstenaars aan het Praagse hof belichaamde hij de nieuwe stijl van het Europese maniërisme. Zijn eerdere verblijf in Italië en vooral Rome had grote invloed op zijn werk, waarin hij op unieke wijze de Nederlandse traditie en het Romeinse maniërisme wist te combineren. De schilderijen die hij vervolgens maakte, werden door de keizer en zijn gevolg hoog gewaardeerd.

Naast dit werk van Spranger bevindt zich in het Rijksmuseum onder andere het grote schilderij Venus en Adonis (ca. 1585-90) en de spectaculaire tekening Het huwelijk van Cupido en Psyche (1586-87).

Onmisbare steun

Het Rijksmuseum verbindt mensen, kunst en geschiedenis. Het Rijksmuseum beheert, conserveert, restaureert, onderzoekt, verzamelt, publiceert en presenteert. Schenkingen en nalatenschappen van particulieren, fondsen, (familie)stichtingen, de overheid en het bedrijfsleven zijn en blijven daarbij essentieel. Meer dan ooit is duidelijk dat het museum niet zonder zijn begunstigers kan. Het Rijksmuseum is ongelooflijk dankbaar voor alle begunstigers die zich met het museum verbonden hebben.

Categorieën
Cultuur Rijksmuseum

Rijksmuseum presenteert nieuwe aanwinst bij heropening

Vanaf 1 juni presenteert het Rijksmuseum een nieuwe aanwinst op de Eregalerij: Bloemstilleven met een keizerskroon in een stenen nis (1613) van de zeventiende-eeuwse schilder Jacob Vosmaer. Het grote monumentale schilderij wordt beschouwd als het beste werk van de kunstenaar. Door deze aanwinst is het Rijksmuseum voor het eerst in staat om op het hoogste niveau een schilderij te tonen dat aan de wieg stond van het genre waar de Nederlandse schilderkunst zo beroemd om zou worden: het bloemstilleven.

Eind vorig jaar kreeg het Rijksmuseum de mogelijkheid het werk uit particulier bezit te verwerven. De verwerving is tot stand gekomen dankzij de steun van het Mondriaan Fonds, het Nationaal Aankoopfonds van het ministerie van OCW, de Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Nationaal Fonds Kunstbezit en haar Themafonds zeventiende-eeuwse schilderkunst en een bijdrage uit het Prins Bernhard Cultuurfonds), de BankGiro Loterij, de Rijksmuseum International Circle en een particuliere schenker.

Het bloemstilleven van Vosmaer is vanaf 1 juni op de Eregalerij te bewonderen, samen met andere stillevens van gedekte tafels die eerder zijn aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: Dankzij de overweldigende steun van fondsen en particuliere schenkers gaat een lang gekoesterde wens in vervulling om op de Eregalerij het bloemstilleven op het hoogste niveau te kunnen tonen. Nederland is beroemd om zijn bloemen en ik vind het fantastisch dat we de aanwinst nu met iedereen kunnen delen.

Bloemstilleven

Het bloemstilleven wordt beschouwd als een typisch Nederlands genre. Hoewel de Vlaming Jan Brueghel de Oude eind zestiende eeuw de eerste kunstenaar in de Nederlanden was die zich specialiseerde in het schilderen van bloemboeketten, waren het kort na 1600 de meesters in de noordelijke gewesten, zoals Ambrosius Bosschaert, Jacques de Gheyn en Roelant Savery, die het genre verder ontwikkelden en vervolgens tot grote bloei brachten. De Delftse schilder Jacob Woutersz Vosmaer behoorde tot deze vroege pioniers die meer aandacht aan het volume van de bloemen en de ronding van het boeket besteedden. Met zijn monumentale formaat, rijke detaillering en beweeglijke bloemen vormt Bloemstilleven met een keizerskroon in een stenen nis een cruciale schakel tussen de weelderige Vlaamse stillevens uit de periode rond 1600 en de meer naturalistische Nederlandse bloemstillevens in de eerste helft van de zeventiende eeuw.

Het verfijnde boeket

Het schilderij toont in een stenen nis een rijk bloemboeket, gearrangeerd in een aardewerk vaas met verfijnde rozetten. Vosmaer schilderde een pracht aan bloemen, waaronder zeldzame en ook kostbare soorten. De oranje keizerskroon, afkomstig uit Azië, was slechts enkele decennia eerder vanuit Turkije via Wenen in Europa geïntroduceerd. Rond de majestueuze bloem zijn onder andere rozen, irissen, tulpen, anjers, een kievitsbloem en lelies weergegeven. Opvallend is de sierlijke beweeglijkheid van hun gekromde stelen, hun gekrulde bladeren en kleurrijke bloemen. Door een subtiele lichtregie, de scheuren en barsten in het muurwerk, de gevallen bloemblaadjes en de kleine muis, wist Vosmaer met dit stilleven een krachtige, verhalende compositie te scheppen.

Onmisbare steun

Het Rijksmuseum verbindt mensen, kunst en geschiedenis. Het Rijksmuseum beheert, conserveert, restaureert, onderzoekt, verzamelt, publiceert en presenteert. Schenkingen en nalatenschappen van particulieren, fondsen, (familie)stichtingen, de overheid en het bedrijfsleven zijn en blijven daarbij essentieel. Meer dan ooit is duidelijk dat het museum niet zonder zijn begunstigers kan. Het Rijksmuseum is ongelooflijk dankbaar voor alle begunstigers die zich met het museum verbonden hebben.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Onderzoek: 80% van de Nederlanders maakt zich zorgen over het toevoegen van plastic aan cosmetica

Consument kan met nieuwe app zelf producten testen op de aanwezigheid van meer dan 500 soorten microplastics

Amsterdam, 28 mei 2020 – Sinds een jaar of tien voegen alle grote cosmeticamerken bewust micro-, nano- en zelfs vloeibare plastics toe aan cosmetica en verzorgingsproducten. Soms om er bepaalde eigenschappen aan te geven, maar meestal als goedkoop vulmiddel. Uit
onderzoek in opdracht van de Nederlandse milieuorganisatie Plastic Soup Foundation, onder ruim 3500 respondenten, blijkt dat tachtig procent van de Nederlanders dit zorgwekkend vindt.

Microplastics zijn alle plastics kleiner dan vijf millimeter, en ze bestaan
uit een mengsel van polymeren en chemische additieven. Deze plastics staan weliswaar op de verpakking vermeld als ingrediënt, maar alleen onder hun chemische naam, zoals tetrafluorethyleen of methylmethacrylaat, en zijn dus voor de meeste mensen onherkenbaar.

Consument vindt dat plastic duidelijk vermeld moet worden

Maar liefst 93 procent van de ondervraagde respondenten eist het recht op om precies te weten wat er in hun producten zit. Bijna net zoveel, 88 procent, vindt dat producenten verplicht moeten worden om plastic duidelijk herkenbaar te vermelden. En 77 procent vindt dat het
‘verstoppen’ van plastic in de lijst met ingrediënten hun vertrouwen in het
cosmeticamerk schaadt.

Beat the Microbead-campagne – ‘power to the people’

Plastic Soup Foundation, lid van de wereldwijde beweging Break Free From Plastic, voert al sinds 2012 actie tegen alle bewust toegevoegde en in de ingrediëntenlijst verstopte plastics. Met deze Beat the Microbead-campagne is al bereikt dat veel tandpasta’s en scrubs geen microplastics meer bevatten, maar het uiteindelijke doel is om alle verzorgingsproducten en cosmetica plasticvrij te krijgen. Zolang dat nog niet het geval is, zou de consument zélf de keuze moeten kunnen maken.

Daarom brengt Plastic Soup Foundation vandaag de gratis app Beat the Microbead uit, die met behulp van machine learning-software de ingrediëntenlijst op verpakkingen leest en meer dan 500 verschillende microplastics kan detecteren. De gebruiker ziet meteen of het gescande product microplastics bevat en, zo ja, welke.

Maria Westerbos, directeur van Plastic Soup Foundation: ‘Ons geduld is op. In een brief aan cosmeticaproducenten, de Tweede Kamer en het Europees Parlement, eisen wij – en honderden andere NGO’s – transparantie over het gebruik van micro-, nano- en vloeibare plastics. En wij verzoeken deze bedrijven dringend om te stoppen met het toevoegen ervan. Zolang dat nog niet is bereikt, geven wij de consument een instrument in handen om zélf een bewuste keuze te kunnen maken. Power to the people!

Zelf scannen met nieuwe app

De nieuwe app is een geheel herziene versie van de Beat the Microbead-app die al sinds 2012 bestaat en wereldwijd ruim 245.000 keer is gedownload. Ook deze vernieuwde versie wordt door Plastic Soup Foundation gratis verspreid.

De app herkent meer dan de 500 micro- en nanoplastics die officieel als zodanig zijn gelabeld door het Europees Agentschap voor chemische stoffen
(ECHA), milieuorganisatie UNEP en ingenieursbureau Tauw. Deze krijgen in de app allemaal het label ‘rood’. Daarnaast spoort de app de zogenaamde twijfelachtige plastics op: synthetische polymeren waarvan nog onvoldoende bekend is of ze wel of niet gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze vallen in de categorie ‘oranje’. De app herkent er nu al meer dan 100, maar deze lijst groeit snel. In de categorie ‘groen’ vallen alle producten die geen ‘rode’ of ‘oranje’ plastics bevatten.

Ook helpt de app om zeventig plasticvrije alternatieve merken te vinden. Deze dragen het ‘Zero Plastic Inside’-keurmerk van Plastic Soup Foundation. Het Engelse merk Beauty Kitchen is een van hen, opgericht door Jo en Stuart Chidley: ‘Wij zijn heel blij met de komst van deze app. Overal ter wereld worden consumenten zich meer bewust van de ingrediënten in hun dagelijkse verzorgingsproducten en van de duurzaamheid ervan. Samen kunnen we een eind maken aan het toevoegen van microplastics, vóórdat die een eind maken aan het leven op onze planeet.’

Gevaar voor milieu en gezondheid

Steeds meer wetenschappers maken zich zorgen over de milieuschade van alle microplastics die via het riool in onze waterwegen belanden, én over de directe gezondheidsrisico’s van verzorgingsproducten waaraan plastics en additieven zijn toegevoegd.

In tegenstelling tot alle onderzoeken die hebben bewezen hoe schadelijk microplastics voor het milieu zijn, staan we nog maar aan het begin van meer onderzoek naar de directe gevolgen voor onze gezondheid. Zijn deze minuscuul kleine plastics, die we bijvoorbeeld via onze lippen binnenkrijgen, in staat ons lichaam binnen te dringen en hebben ze daar een negatief effect? Internationaal groeit de zorg bij wetenschappers over mogelijke gezondheidsschade en ook de roep om meer onderzoek.

Verbod op bewust toegevoegde microplastics

Van de respondenten vindt zeventig procent dat er een verbod moet komen op plastic in verzorgingsproducten. Op Europees niveau wordt daar al aan gewerkt. De Europese Commissie heeft ECHA de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar het gevaar van microplastics voor zowel de mens als het milieu.

ECHA kwam vervolgens in januari 2019 met een voorstel om het
gebruik van bewust toegevoegde microplastics terug te brengen met minstens 85 procent. De voorgestelde restrictie zou, indien aangenomen, betekenen dat er de komende twintig jaar in Europa 400.000 ton minder microplastics in het milieu terechtkomen.

Microplastics zijn nu nog vrijgesteld van de standaardprocedures (REACH) die gelden voor chemische stoffen die op de Europese
markt worden gebracht. Ze hoeven dus niet geregistreerd te worden en over de belangrijke eigenschappen van deze stoffen, zoals persistentie, bio-accumulerende- en toxische kenmerken (PBT-criteria), is daarom nog weinig bekend.

Oproep om te stoppen met microplastics

De industrie verzet zich hevig tegen een mogelijke restrictie en probeert de lijst van ECHA aanzienlijk te verkorten. Reden voor Plastic Soup Foundation om de samenwerking te zoeken met partnerorganisaties en de introductie van de app gepaard te laten gaan met een oproep aan industrie en politiek om te stoppen met het toevoegen van microplastics.

Delphine Lévi Alvarès, de Europese coördinator van Break Free From Plastic:‘Microplastics horen niet in onze cosmetica thuis. Dit is een
ontwerpfout die ons milieu en onze gezondheid in gevaar brengt en bovendien
volledig overbodig is, omdat er voldoende alternatieven bestaan. Daarom heeft de EU het initiatief genomen om het gebruik terug te dringen. Het is van
cruciaal belang dat iedereen zich achter dit proces schaart, zodat het leidt
tot een verbod in de hele EU.’

Het bericht Onderzoek: 80% van de Nederlanders maakt zich zorgen over het toevoegen van plastic aan cosmetica, 70% wil een verbod verscheen eerst op Plastic Soup Foundation.

Categorieën
Natuurmonumenten

Tuinonderzoek: 81% wil iets extra’s doen voor de natuur

Uit het Nationaal Tuinonderzoek blijkt dat 81% van de deelnemers iets extra’s wil doen voor de natuur. Natuurmonumenten deed onderzoek naar ruimte voor natuur in Nederlandse tuinen. 43.942 mensen vulden de enquête in. Dat grote aantal laat zien dat ‘de groene tuin’ zeer actueel is. En dat is goed nieuws voor de natuur: ruim 56.000 hectare grond in Nederland is privétuin, als daar meer ruimte komt voor natuur, profiteren heel veel planten en dieren daarvan.

Door corona lijkt een herwaardering van de natuur te ontstaan. Dat uit zich niet alleen in vele bezoekers in natuurgebieden, maar ook in de manier waarop mensen met hun tuin omgaan. “Meer dan ooit werken mensen in de tuin en genieten ze van alles wat er dicht bij huis groeit, bloeit, zoemt en fladdert,”  zegt Mathiska Lont, boswachter bij Natuurmonumenten. En dat is goed nieuws voor de Nederlandse natuur. Nederlandse én internationale onderzoeken tonen keer op keer aan dat Insecten dramatisch afnemen. In de natuur hangt alles met elkaar samen: zonder bomen geen bloesem, zonder bloesem geen insecten, zonder insecten geen vogels. Juist die variatie is belangrijk om alles in evenwicht te houden. Ruim 56.000 hectare grond in Nederland is privétuin en daar werkt het precies hetzelfde: hoe meer variatie, hoe beter. De inrichting van tuinen is, zeker binnen de stedelijke omgeving, voor biodiversiteit zeer belangrijk.”

Grote bereidheid om iets extra’s te doen voor natuur

Respondenten werd gevraagd of ze wat extra’s wilden doen voor de natuur in hun tuin. Bijvoorbeeld of ze een rommelhoekje wilden maken, een waterbak neerzetten, een nestkast of insectenhotel ophangen. 81% van de deelnemers wil minimaal één ding extra doen voor de natuur. Het zijn kleine aanpassingen maar voor dieren van grote waarde. Koolmezen, egels, bijen of vlinders vinden zo voedsel, veiligheid en de mogelijkheid om zich voort te planten. De tuin is dan niet alleen een plek voor een kop koffie op het terras of de barbecue, maar ook een aantrekkelijker leefgebied voor dieren.

Hoe ouder hoe groener, hoe jonger hoe ambitieuzer

Opvallende uitkomst is dat oudere mensen een groenere tuin hebben. 67% van de mensen ouder dan 50 jaar heeft minder dan de helft van de tuin betegeld, tegenover 48% van de mensen jonger dan 50 jaar. Maar er is hoop: de jongere generatie heeft juist grotere ambitie om natuur meer de ruimte te geven in hun tuin. 63% van de mensen jonger dan 50 jaar geeft aan dat ze van plan is het komend jaar bestrating of schuttingen te vervangen door groen.

Weinig ruimte? The sky is the limit

Zorgen zijn er over de lage ambitie om tegels te verwijderen en te vervangen door planten. De respondenten geven aan dat ruimtegebrek vaak een reden is om een flink stuk betegeld te houden, waardoor er minder ruimte is voor planten. Mathiska: “Maar ook daar is een oplossing voor. heb je weinig ruimte, ga dan de hoogte in!” Veel respondenten zien dat ook in; van degenen die nu nog een kale schutting of muur hebben, geeft zestig procent aan dat ze die het komend jaar willen laten begroeien (53%) of vervangen door struiken of een heg (6%). “Een klimop neemt amper meer ruimte in dan een kale schutting. Hij biedt ons verkoeling en voor veel vogels is het een prima plek om een nestje in te bouwen.”

Natuurgebied in het klein

Nederland is rijk aan verschillende landschappen: bos, kwelders, heide, stuifzand, grasland. In Nederland komen zo’n 28.000 diersoorten voor, waaronder 200 soorten broedvogels en 20.000 soorten insecten. Natuurmonumenten werkt er hard aan om die gebieden te beschermen en te behouden. Maar ook tuinen vormen een belangrijk ‘landschap’ waar veel dieren kunnen wonen. Mathiska: “We willen mensen bewust maken van wat ze zelf kunnen doen voor de natuur. En dat er heel vaak nog wel wat extra’s kan. Een struik, een waterbak, een nestkastje. Het hoeven geen grote verbouwingen te zijn, insecten en vogels maak je met kleine dingen al heel blij. Waarom zou je het dan níet doen?”

Wil jij ook een groenere tuin?

Categorieën
Natuurmonumenten

Nieuwe fase herstelplan Korenburgerveen bij Winterswijk gaat van start

Binnenkort start de uitvoering van de nieuwe fase in het herstelplan voor het Korenburgerveen. Om de bijzondere natuur in het gebied meer overlevingskansen te bieden wordt een aantal percelen aan de zuidrand afgeplagd. Dit om de voedselrijke toplaag van de voormalige landbouwgronden te verwijderen. Het plan omvat daarnaast ook het dempen van een aantal watergangen, om de afwatering van het natuurgebied tegen te gaan. De werkzaamheden vinden plaats van half juni tot maart 2021.

Natura 2000

Het Korenburgerveen is het grootste moerasgebied van oost-Nederland. Het bevat levend hoogveen, elzenrijke moerasbossen, natte heideveldjes en orchideeënrijke blauwgraslanden. Hier leven zeldzame plant- en diersoorten die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van veel en voedselarm water. Vanwege deze bijzondere natuurwaarden is het Korenburgerveen aangewezen als Natura 2000 gebied, wat inhoudt dat er provinciale subsidie beschikbaar is voor natuurherstel. Het herstelplan wordt uitgevoerd door provincie Gelderland in samenwerking met Natuurmonumenten, Waterschap Rijn en IJssel en gemeente Winterswijk.

Beperking overlast  omwonenden en wandelaars

Van half juni tot eind september vindt er veel grondverzet plaats. Alle betrokken partijen zullen zich maximaal inzetten om de overlast hiervan te beperken. Omwonenden zijn betrokken en geïnformeerd. Om de veiligheid van de wandelaars te borgen wordt de blauwe route, door de randzone, tijdelijk afgesloten. Het Schaddepad wordt ter plekke omgeleid. Deze afsluiting en omleiding duren in ieder geval tot maart 2021. De Korenburgerveen route en de Mentink route kunnen beide nog steeds gelopen worden. De parkeerplaats aan de Arrisveldweg, Winterswijk blijft bereikbaar vanaf de N 319.

Meer weten?

Ben je benieuwd naar wat het project precies inhoudt? En hoe de natuur zal profiteren van het herstelplan? Kijk dan op https://www.gelderland.nl/Korenburgerveen. Hier kun je je ook aanmelden voor de Nieuwsbrief van de provincie over het herstelproject. Voor aanvullende vragen kun je contact opnemen met Adinda Crans, projectleider van Natuurmonumenten, via a.crans@natuurmonumenten.nl of M 06 – 15073134.

Korenburgerveen

Dit bericht is afkomstig van de website van Natuurmonumenten:

https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/mentink/nieuws/nieuwe-fase-herstelplan-korenburgerveen-bij-winterswijk-gaat-van

Categorieën
Rode Kruis

Voedselpakketten in Rotterdam: “We worden gelukkig niet vergeten”

“We worden niet vergeten. Dat maakt me blij.” Chuchu is één van de ondocumenteerde migranten die een voedselpakket krijgen van het Rode Kruis. In Bangladesh, Somalië of Jemen is het uitdelen van voedselpakketten met het Rode Kruis-logo een bekend beeld. Maar als gevolg van de coronacrisis delen we ze nu ook uit voor kwetsbare groepen in de grote Nederlandse steden, zoals Rotterdam.

Eén voor één lopen er vrouwen langs de tafel om een voedselpakket te pakken. Bij stichting ROS (Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt) wonen sommige vrouwen voor langere tijd. Anderen blijven hier tijdelijk en wachten op verdere hulp. Ongedocumenteerden hebben het al zwaar. De coronacrisis raakt ook hen extra hard. De voedselpakketten zijn een welkome hulp.

De voedselpakketten zijn een extra steun in de rug voor de ongedocumenteerde vrouwen van het Rotterdamse Ongedocumenteerden Steunpunt. (foto: Menno Bausch)

Angst voor coronavirus

Chuchu loopt in een felgekleurde Afrikaanse jurk. Haar hoofd is bedekt met een doek. Ze komt uit Eritrea maar woont al acht jaar in Nederland. Ze heeft geen familie meer. Haar ouders zijn al jaren overleden en ook haar broer en zus leven niet meer. “Eigenlijk stond ik al op straat. Je mag hier maar een half jaar blijven en ik was hier al 2,5 jaar. Omdat ik diabetes heb mocht ik langer blijven.” Net voor de coronapandemie uitbrak, had ze het opvanghuis verlaten. Ze vertelt dat ze op straat leefde. “Toen het coronavirus kwam wilde niemand me meer binnenlaten, uit angst. Toen kon ik weer hier terecht.”

Alles ligt stil

Chuchu maakt haar voedselpakket open. Ze is dankbaar voor het krijgen van de doos. Er zitten wortelen in, aardappels, appels. Ze pakt er een koolachtige groente uit en bekijkt hem van verschillende kanten. “Deze ken ik niet, weten jullie wat dit is?” Ze besluit te proberen er een Eritrese maaltijd van te maken, om te delen. Want ze eten hier met elkaar.

Door de coronacrisis zijn veel van de vrouwen bij ROS in een nog benardere situatie terechtgekomen. Sommige vrouwen hebben een klein baantje, bijvoorbeeld als schoonmaakster. Maar alles is stil komen te liggen. Ze zijn nu nog meer afhankelijk van hulp. Zelfs de Nederlandse lessen en de wekelijkse bijeenkomsten waarbij vrouwen contacten opdoen om zo een netwerk op te bouwen, zijn nu stopgezet.

ChuChu ontvangt een voedselpakket

ChuChu bekijkt de inhoud van het voedselpakket. Niet alle producten kent ze, maar ze weet er wel wat van te maken. (foto: Menno Bausch)

Niet vergeten

De vrouwen leven met elkaar als een familie. De meest staan er alleen voor. Ook Chuchu voelt zich vaak eenzaam. “Elke ochtend huil ik in mijn bed, omdat ik me alleen voel.” Daarom is ze dankbaar voor alle hulp die ze krijgt. “Hiermee laten ze zien dat we niet vergeten worden,” zegt ze. En dan snijdt ze een aantal appels uit de doos in stukken om te delen. Want waar zij vandaan komt, daar deel je alles.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren World Animal Protection

Ook Nederlandse nertsen slachtoffer van corona

Per 1 januari 2024 is het fokken, houden en doden van nertsen (en andere dieren) voor bont in Nederland verboden. De Eerste Kamer bekrachtigde in 2012 het wetsvoorstel daarvoor, dat eerder, in 2009, door de Tweede Kamer was aangenomen. Aan dit verbod op de bontfokkerij ging jarenlang campagnevoeren en lobbyen vooraf door Bont voor Dieren, met steun van World Animal Protection (toen nog WSPA) en de Dierenbescherming.

Risico voor onze gezondheid

De coronacrisis leert ons nu dat de nertsenfokkerij ook een risico vormt voor onze volksgezondheid. Het virus kan zich als een razend vuurtje binnen de fokkerijen verspreiden. Vervolgens vormen de fokkerijen reservoirs van het virus, waardoor de kans blijft bestaan dat het weer terug van dier naar mens overspringt. Bovendien zorgt het coronavirus bij een deel van de nertsen voor extra dierenleed. Meer dan genoeg reden om de nertsenfokkerij versneld af te bouwen.

Volgens Sanne Kuipers, onze Programmamanager Wilde dieren, is het één van de vele voorbeelden dat aantoont dat we wilde dieren niet in kooien moeten opsluiten, maar in het wild moeten laten: ‘Wereldwijd worden dieren verhandeld alsof het producten zijn. Voor vermaak, consumptie, om als huisdier te worden gehouden of te worden verwerkt als medicijn of luxeproduct. Dat is slecht voor de dieren, maar ook voor de mensen. Want de gezondheid en het welzijn van dieren en mensen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.’ Op dit moment voeren we dan ook actie: we roepen de wereldleiders op om een verbod in te stellen op de wereldwijde commerciële handel in wilde dieren (teken de petitie hier).

Nog miljoenen nertsen in Nederland

Het fokken en doden van nertsen voor een overbodig modeproduct als bont is ethisch niet te rechtvaardigen. Toch gebeurt het nog steeds op grote schaal. Het aantal nertsen in Nederlandse fokkerijen is de afgelopen jaren weliswaar al gedaald, maar het gaat nog steeds om miljoenen dieren per jaar. Vorig jaar 4,7 miljoen (790.000 moederdieren, plus gemiddeld vijf jongen per moeder) op 121 bedrijven. In 2015 waren er 6,1 miljoen nertsen op 150 nertsenfokkerijen.

Met het welzijn van nertsen is het slecht gesteld. De dieren zitten heel hun korte leven opgesloten in kleine, draadgazen kooien, zonder mogelijkheid hun natuurlijk gedrag te vertonen. De dieren lijden hier enorm onder: ze bijten hun staart, hebben een ‘prikkelarme’ huisvesting en ervaren stress. Moederdieren worden in de winterperiode maar beperkt gevoerd zodat ze op tijd ‘klaar’ zijn om mee te fokken. Soms krijgen ze zo weinig eten dat, vooral de jongere dieren, van de honger doodgaan. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Wageningen. Ook concludeerden de wetenschappers dat de nerts het enige productiedier is dat als volwassen dier van nature solitair (alleen) leeft en ook niet gedomesticeerd (aangepast aan de mens) is. Nertsen zijn wilde dieren. Zoals de onderzoekers schreven: ‘De nerts is een moeizaam te domesticeren soort. Er zijn lijnen speciaal geselecteerd op tamheid en minder angst en agressie naar de mens, maar dergelijke selectie bleek niet erg effectief.’ Nertsen worden tot slot vergast; iets dat door verschillende wetenschappers wordt beschouwd als inhumaan.

Wilde dieren en corona

Wereldwijd worden wilde dieren verhandeld alsof het producten zijn, met alle risico’s van dien. Nu de wereld worstelt met het coronavirus COVID-19, kunnen we niet langer de gevaren van onze omgang met wilde dieren negeren. 70% van alle ziekten die van dier op mens overspringen zijn afkomstig van wilde dieren. Elke dag worden duizenden wilde dieren gestroopt of gefokt en verkocht om opgegeten te worden, te worden verwerkt tot medicijn, verkocht als huisdier of voor een leven in de entertainmentindustrie. Van nertsen voor bont, slangen om als huisdier te houden tot beren die voor hun gal gevangen worden gehouden en dolfijnen in dolfinaria: dit moet stoppen. 

Onze nieuwe campagne richt zijn pijlen op deze commerciële handel. Wereldwijde problemen vragen om een wereldwijde aanpak, daarom richt we ons met onze petitie aan de wereldleiders van de G20. In november komt de G20 (Groep van Twintig Ministers van Financiën en Voorzitters van Centrale Banken) bijeen en zal gesproken worden over een gecoördineerde aanpak van de COVID-19-pandemie. Wij vinden dat hierin een plan moet worden opgenomen om een einde te maken aan de wereldwijde dierenhandel, voor eens en voor altijd. Een verbod op deze handel is de enige manier waarop we toekomstige pandemieën zoveel mogelijk voorkomen.

Teken de petitie

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Verminder gewicht plastic verpakkingen door de wet te handhaven

Ondernemingen die het Plastic Pact hebben ondertekend, beloven om in 2025 20% minder plastic te gebruiken ten opzichte van 2017. Een van de opties is om het gewicht per verpakking te verminderen. Maar hiermee is iets vreemds aan de hand. Want er bestaat al jarenlang de wettelijke verplichting om verpakkingsmateriaal tot het minimum te beperken.

Plastic Pact

Inmiddels hebben 110 Nederlandse ondernemingen het Plastic Pact uit januari 2019 getekend. Sinds afgelopen maart is er ook een Europese variant. Bedrijven die plastic toepassen beloven in beide overeenkomsten niet méér kunststoffen te gebruiken dan nodig is. In 2025 moet qua gewicht een reductie van 20% zijn gerealiseerd. Het vermijden van ‘onnodig plastic’ heeft hoge prioriteit. Het percentage van 20% is gebaseerd op doelen die de retail zichzelf heeft gesteld.

De afspraken zijn gemaakt op basis van vrijwilligheid en de bedrijven hebben toegezegd de nodige informatie aan te leveren. Beging dit jaar bleek dat slechts 42% van de ondernemingen informatie over productie en gebruik van plastic heeft verstrekt. Daardoor is het niet mogelijk om te controleren of deze bedrijven zich aan de gemaakte afspraken houden. Voor het RIVM reden om met de monitoring te stoppen.

Langs een andere weg is echter eenvoudig vast te stellen of bedrijven onnodig plasticgebruik werkelijk elimineren.

Wettelijke verplichting

Het is namelijk helemaal niet nodig dat bedrijven beloftes doen, omdat ze het al wettelijke verplicht zijn. Sinds 1994 moeten verpakkingen voldoen aan zogeheten essentiële eisen die vastgelegd zijn in de Europese Verpakkingsrichtlijn. Een van die eisen is dat het gewicht van de verpakking wordt beperkt tot de hoeveelheid die minimaal nodig is (punt 1 van Bijlage II). De achterliggende gedachte is simpel: al het verpakkingsmateriaal dat vermeden wordt, kan nooit als afval eindigen. In Nederlandse regelgeving is die eis overgenomen. Het Besluit Beheer Verpakkingen (2014) legt bijvoorbeeld de verplichting op om ‘zo weinig mogelijk verpakkingsmateriaal’ te gebruiken.

Marketing belangrijker dan het milieu

Dat de bedrijven de wet niet naleven, is tweeledig te verklaren. Als een bedrijf vreest dat een lichte fles slechter verkoopt dan een zware, dan wijkt het milieubelang voor het economische belang. De tweede reden is dat de overheid de wet niet of nog niet handhaaft. Daar lijkt verandering in te komen nadat Recycling Netwerk een handhavingsverzoek heeft ingediend. De Inspectie Leefomgeving en Transport moet het Verpakkingenbesluit actief gaan handhaven, gelet op uitspraken van de Raad van State over eerdere handhavingsverzoeken van Recycling Netwerk. Dit is goed nieuws, omdat de ondernemingen niet langer mooi weer kunnen spelen met overeenkomsten als het Plastic Pact en het gewicht van de plastic verpakkingen werkelijk omlaag moeten brengen.

Meten is weten

Het is eenvoudig om vast te stellen of producten in te veel plastic worden aangeboden. Vergelijk een bepaald product van verschillende merken en weeg hun verpakkingen. Dit is kort gezegd wat Recycling Netwerk vorig jaar deed in drie case studies: gedistilleerde dranken (glas), shampoo en wasverzachters (plastic). De bevindingen zijn onthutsend. Zo zijn wasverzachter flessen van 750 ml van Robijn (Unilever) en Silan (Henkel) 35 tot 44% zwaarder dan de flessen van Jumbo met dezelfde inhoud. Neem vervolgens als norm de lichtste verpakking die aangetroffen wordt. Dat is wat bewezen technisch haalbaar is.

Wanneer bijvoorbeeld bij de wasverzachters de lichtste fles als norm zou worden gehanteerd is de haalbare materiaalbesparing op andere merken maar liefst 50%. Zelfs wanneer de verpakking 10% meer zou mogen wegen dan de lichtste fles kan er nog tientallen procenten worden bespaard. Er is geen technische reden om niet de lichtste fles te gebruiken.

De kanttekening is dat wanneer plastic verpakkingen lichter worden gemaakt, de samenstelling van de verpakking het milieu niet méér mag belasten. Goed recyclebaar monomateriaal moet het uitgangspunt zijn.

De lichtste verpakking als norm

Het is daarom van belang om voor alle verpakkingscategorieën na te gaan welke verpakking het lichtste is. Dat levert een handhaafbaar referentiegewicht op van zoveel gram per zoveel product. Het alternatief is dat we tot 2025 moeten wachten om te zien of sommige bedrijven hun plasticgebruik werkelijk met een vijfde hebben teruggedrongen, zonder dat er sancties tegenover staan als dat niet blijkt te zijn gelukt.

Besparing op gewicht niet zaligmakend

Er ligt een enorm besparingspotentieel voor het oprapen door uit te gaan van de lichtste verpakkingen. Maar dit is slechts een deel van de oplossing. Er zullen überhaupt veel minder eenmalige plastic verpakkingen geproduceerd moeten worden, en veel meer verpakkingen zullen moeten worden vervangen door herbruikbare verpakkingen of alternatieve materialen om de plastic vervuiling effectief te bestrijden.

Categorieën
Bartimeus Fonds Gezondheid en Handicaps

‘Met mij was echt niks aan de hand.’

Blog:

Maaike zou tijdelijk slechtziend zijn, maar dat pakte heel anders uit.

‘Na drie jaar liep ik vast in mijn werk.’ Op haar 28e kreeg Maaike de diagnose neuritis optica, een ontsteking aan de oogzenuw die ernstige slechtziendheid veroorzaakt. Het zou tijdelijk zijn, maar dat pakte heel anders uit. In dit blog vertelt Maaike hoe het verder ging ná de diagnose.

Dertien jaar geleden werd ik van de ene op de andere dag slechtziend. Volgens de oogarts was de oorzaak waarschijnlijk neuritis optica, een oogzenuwontsteking. Daar schrok ik natuurlijk enorm van. Maar het goede nieuws was dat mijn zicht zich binnen twee jaar zou herstellen. Dus ik ging ervan uit dat ik zoveel mogelijk door zou kunnen gaan met mijn leven. In overleg met mijn werkgever nam ik tijdelijk afscheid van het ziekenhuis en ging aan de slag als sociaal verpleegkundige bij de GGD. Aangezien ik via het uitzendbureau aan deze baan begon, besloot ik niks te vertellen over mijn slechtziendheid. Die was er gewoon niet. Ik ging ervan uit dat het allemaal wel weer goed zou komen met mijn zicht. Het zou gewoon even duren, ik wilde geen moeilijkheden creëren. Met mij was echt niks aan de hand.

Overlevingsstand

Maar drie jaar later liep ik vast in mijn werk. Ik was steeds bezig geweest om mijn slechte zicht te compenseren, dat had me zoveel energie gekost, de rek was eruit. En tegelijk kreeg ik te horen dat er een fout was gemaakt bij het stellen van de diagnose. Mijn ogen zouden niet meer beter worden, maar alleen maar slechter. Ik schoot in de overlevingsstand en liet me meteen allerlei hulpmiddelen aanmeten. Het moment dat deze bij mij thuis geleverd werden, vergeet ik nooit meer. Ineens besefte ik dat ik hiermee verder moest en mijn zicht niet meer beter werd. Dat kwam letterlijk en figuurlijk hard binnen.

Revalideren

Ik viel uit op mijn werk als jeugdverpleegkundige, ondanks de goede begeleiding van mijn jobcoach van Bartiméus. Toen ben ik gaan revalideren in de regio. Maar omdat ik op teveel vlakken vastliep, besloot ik intern te gaan revalideren bij Visio het Loo erf in Apeldoorn. Na lang wachten, waarbij de muren op mij af kwamen en ik bijna geen uitweg meer zag, kwam er een plekje vrij.

Wie is Maaike?

Maaike (41) werkte op de openhartafdeling van een ziekenhuis. Toen ze 28 jaar was werd ze van de ene op de andere dag slechtziend. Het bleek een oogzenuwontsteking. Volgens haar arts zou ze binnen twee jaar haar zicht weer terugkrijgen. Helaas volgden er meer oogzenuwontstekingen en na de laatste, eind 2017, bleef nog slechts twee procent zicht over. In haar blogs vertelt Maaike hoe zij hiermee om is gegaan. In haar volgende blog neemt ze je mee in haar revalidatieproces, waarin ze na een moeilijke periode heeft geleerd om weer te genieten van het leven. Volg ons op Facebook, Twitter, LinkedIn of Instagram, dan weet je direct wanneer Maaikes nieuwe blog online komt.

Categorieën
Artis Natuur, Milieu en Dieren

Kunstenaarsresidentie in ARTIS

“Wederom mogt de Akademie zich dankbaar verheugen in den steun van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra”. Ten behoeve van het onderwijs in de vergelijkende ontleedkunde, stond het bestuur van gemeld genootschap bijzonder goede exemplaren af uit de verzameling skeletten van het Genootschap, terwijl aan hen die dit onderwijs met de meeste vrucht hadden gevolgd, in de maanden Mei – Augustus vergund werd, om hunne studien verder voort te zetten, door in den tuin van Natura ArtisARTIS Magistra” naar levende dieren te teekenen.”

– jaarverslag Rijksakademie, 1881

Fragment uit jaarverslag Rijksakademie, 1881.

Een kameel in de tuin

Het belang dat ARTIS (voluit: Natura Artis Magistra) vanaf de oprichting hechtte aan kunst, zit in de naam van het insitituut/ het park  besloten: ‘de natuur is de leermeester van de kunst’. Niet zo gek dus dat al vanaf de vroege dagen van de Rijksakademie kunstenaars met regelmaat in ARTIS te vinden waren. Studenten van schilder August Allebé – vanaf 1870 als hoogleraar verbonden, vanaf 1890 als directeur – werden zelfs verplicht om in ARTIS te schetsen. En ARTIS, op haar beurt, stuurde dierenskeletten naar de Rijksakademie, of leende levende dieren uit, die vervolgens in de tuin van de Rijksakademie werden nagetekend. In de collectie en het archief van de Rijksakademie zijn dan ook veel dierstudies terug te vinden. De oudsten, een leeuwen- en kamelenkop van August Legras, dateren van 1879. De jongste schets in de collectie dateert van 1970. De relatie tussen ARTIS en de Rijksakademie stopt daar niet. Tot op de dag van vandaag worden residents rondgeleid in de ARTIS-Bibliotheek. En in 2017 hebben toenmalige residents Ana Maria Gómez López en Femke Herregraven tijdens de Open Studios een skelet van een kameel naar de Rijksakademie gebracht, ter ere van hun project ‘Durational monochrome’. Dit ging gepaard met een lening van een rode en groene variant cyanobacteriën via ARTIS-Micropia. Samen met het skelet vormde dit een referentiekader voor hoe leven een eeuw geleden en vandaag werd voorgesteld. Het beeld van de kameel in de tuin van de Rijksakademie begin 20ste eeuw, was hierbij hun inspiratiebron geweest.

Tekenles in de tuin van de rijksakademie, met een kameel uit ARTIS, ca 1907-1908 Website.jpg

Tekenles in de tuin van de Rijksakademie, ca. 1907-1908.

Marie Kelting en Jaap Kaas

Sommige Rijksakademie-kunstenaars zijn zelfs volledig met ARTIS verbonden geraakt. Schilder Marie Kelting, leerling van August Allebé, werkte jarenlang vanuit ARTIS aan vogel- en dierafbeeldingen. Ze trouwde met reptielenverzorger Piet Böhncke (die later beeldhouwer werd). Maar ook beeldhouwer Jaap Kaas, bekend als ‘de beeldhouwer van ARTIS’, was al vanaf 1914 niet uit ARTIS weg te slaan. Van 1927 tot 1947 kreeg hij van toenmalig ARTIS-directeur Armand Sunier een atelier tot zijn beschikking. Onder andere de leeuw (1938) en tijger (1939) die op de Plantage Middenlaan voor de ingang van het Groote Museum staan, zijn van zijn hand. De opdracht was afkomstig van het tuinpersoneel, dat ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van ARTIS een verzoek tot plaatsing van een kunstwerk mocht indienen.

jaapkaas1920x1080.jpg

Jaap Kaas legt een tijger vast, ca. 1920.

Arie Teeuwisse

Tijdens de bezettingsjaren doken zo’n honderdvijftig tot driehonderd mensen onder in ARTIS, medewerkers van het park  op de vlucht voor de Arbeitseinsatz, verzetsstrijders en joden, waaronder Arie Teeuwisse, beeldhouwer, illustrator en later striptekenaar. Hij studeerde begin jaren veertig aan de Rijksakademie bij Jan Bronner en was goed bevriend met Jaap Kaas. In 1943 hielp deze hem onderduiken in ARTIS  om uit de handen van de nazi’s te blijven. Teeuwisse verbleef in eerste instantie in Kaas’ atelier, maar verhuisde vanwege de kou en het vocht uiteindelijk naar het berenverblijf, waar hij in het nachtverblijf van de ijsbeer sliep, samen met een aantal oppassers die waren ondergedoken voor de Arbeitseinsatz. Na de oorlog vervolgde hij zijn studie. Er staan verschillende beeldhouwwerken in ARTIS van zijn hand, waaronder het beeld van eerdergenoemde ARTIS-directeur Sunier uit 1987, maar ook beelden van de serval en de grootoorvos. Zijn gehele verdere carrière bleven dieren de boventoon voeren in zijn werk.

arieteeuwisseserval1920x1080.png

De Serval van Arie Teeuwisse

Arvo Leo

Vanaf september 2020 start Rijksakademie-alumnus Arvo Leo (RA 2017/2018) vanuit de Salmhuisjes in ARTIS zijn residency. Het is tegelijkertijd de start  van de hernieuwde samenwerking tussen de Rijksakademie en ARTIS. De Canadees/Nieuw-Zeelandse kunstenaar onderzoekt al tien jaar de relatie tussen mens en dier, wat hem ertoe heeft gebracht werk te maken geïnspireerd door mestkevers, heilige koeien in India, een voormalig jager nu kunstenaar uit het Canadese Noordpoolgebied en de vernietiging van een mierenkolonie in een bosbrand in Canada.

arvoleogoed.jpg

Arvo Leo bij zijn presentatie tijden Rijksakademie OPEN 2017, foto Gert Jan van Rooij.

Meer recentelijk heeft hij zijn onderzoek verlegd naar plantkunde, ecologie en etnobotanie, waarbij hij de relatie tussen de mens en verschillende plantensoorten, met name de zaadplanten, bestudeert. Arvo Leo bereidt zich momenteel voor op zijn residency met verder onderzoek naar planten, bacteriën, uitwerpselen en meststoffen. Al deze kennis neemt hij straks mee naar ARTIS, waar hij in zijn nieuwe atelier in de buurt van de dieren, planten en microben aan aan verschillende film- en beeldhouwexperimenten zal werken. Dit zal resulteren in een nog vorm te geven project voor het ARTIS en Rijksakademie-publiek.