Categorieën
Mensenrechten Nieuwsbericht PAX

Gewapende groepen in Colombia gebruiken de coronacrisis als dekmantel

31-03-2020

Nadat er acht mensenrechtenverdedigers zijn vermoord en anderen met de dood zijn bedreigd, vrezen Colombiaanse activisten dat de door het coronavirus veroorzaakte gezondheidscrisis wordt uitgebuit door illegale gewapende groeperingen.

De Verenigde Naties en de Organisatie van Amerikaanse Staten delen deze bezorgdheid.

Colombia zit sinds woensdag 25 maart in nationale quarantaine, maar in sommige gebieden waren al eerder lokale maatregelen genomen. De acht moorden vonden allemaal plaats in gemeenschappen die vanwege het coronavirus onder quarantaine stonden.

Verschillende instellingen die bedoeld zijn om mensenrechten te beschermen en geweld te voorkomen, zijn door de quarantaine minder actief geworden. Naarmate het aantal coronavirusinfecties in Colombia toeneemt en de mobiliteit beperkter wordt, is het steeds moeilijker geworden om te vertrouwen op de mechanismen die aanwezig waren om sociale leiders en vredesactivisten te beschermen. Dit gebrek aan bescherming treft voornamelijk de meest kwetsbare sectoren van de samenleving. Bovendien zijn de mensen die te horen krijgen dat ze thuis moeten blijven, nu gemakkelijker te vinden door degenen die hen willen schaden.

Joris van de Sandt, programmaleider bij PAX, zegt: “De Colombiaanse staat en lokale autoriteiten hebben de verantwoordelijkheid om de bescherming van alle sociale leiders te garanderen. Illegale gewapende groepen mogen niet ongehinderd en ongestraft kunnen handelen tijdens de verordende quarantaine. We roepen president Duque op om de bevolking te beschermen, niet alleen tegen het coronavirus, maar ook tegen de wapens die zoveel mensen eerder het zwijgen hebben opgelegd.”

Golf van moorden

Er is de afgelopen twee weken een golf van moorden geweest. Op 19 maart zijn drie mensen vermoord: Marco Rivadeneira, een erkend sociaal activist en politiek leider in Putumayo; Ivo Humberto Bracamonte, een lokale progressieve politicus in Norte de Santander; en Ángel Ovidio Quintero, een lokale sociale leider in Antioquia. Op 24 maart werden twee inheemse leiders en een voormalig guerrilla lid gedood. Bovendien hebben gewapende groepen mensen in Chocó en in Nariño met geweld ontheemd.

Eerder deze maand werd Alexis Vergara, een Afro-Colombiaanse leider en vakbondsman in de suikerindustrie, op 8 maart vermoord in het noordelijke deel van Cauca, een gebied waar PAX actief is. In de mijnstreek Cesar ontving Margeyis Valencia Barbosa, een leider en verdediger van de territoriale rechten van haar gemeenschap, op 15 maart een pamflet met een doodsbedreiging. Helaas is dit niets nieuws. Afro-Colombiaanse gemeenschappen in Cesar worden al jaren bedreigd en zijn herhaaldelijk het doelwit geweest van geweld. Een van hen, Néstor Iván Martínez, die zich verzette tegen de uitbreiding van de mijnbouwactiviteiten van de multinational Drummond, werd in september 2016 vermoord. (PAX werkt al vele jaren in Cesar.)

Gebrek aan bescherming

Colombia behoort al een geruime tijd tot een van de gevaarlijkste landen ter wereld voor activisten en sociale leiders. Door de quarantaine en de focus van de Colombiaanse regering op de bestrijding van het coronavirus zijn de risico’s voor activisten nu nog groter geworden.

De National Protection Unit, de instantie die bescherming biedt aan politici en prominenten, heeft de beschermingsmaatregelen, waaronder lijfwachten, beveiligde mobiele telefoons en gepantserde voertuigen, teruggeschroefd. Degenen die bedreigd zijn, krijgen te horen dat ze in hun woonplaats moeten blijven, maar zonder enige bescherming. De Ombudsman voor de mensenrechten heeft onlangs in het hele land haar deuren gesloten en de alternatieven zijn niet toegankelijk voor de meest kwetsbare mensen. De bestaande preventieve en noodbeschermingsmechanismen voor mensenrechtenverdedigers zijn verzwakt, waardoor ze zich door de staat verlaten voelen. Ze zijn bang voor het toenemende geweld en er is weinig vertrouwen in de lokale autoriteiten.

Bescherm de mensen

Van de Sandt: “Door de coronacrisis lopen de sociale leiders die in het verleden zijn aangevallen omdat ze hun rechten verdedigden en bedrijven en lokale autoriteiten bekritiseerden, nu een groter risico. Daarom roepen we alle Colombiaanse autoriteiten op, evenals bedrijven die actief zijn in gebieden waar het gewapende conflict voortduurt, om deze bedreigingen af te wijzen en alles in het werk te stellen om deze mensen te beschermen. “

Colombia

Categorieën
RIVM

RIVM start onderzoek naar groepsimmuniteit coronavirus

Iedereen die in aanraking komt met het virus maakt afweerstoffen aan. Door het meten van die afweerstoffen in het bloed weten we hoeveel mensen uit onze bevolking in aanraking zijn geweest met het virus.

Verschillende rondes

Het onderzoek wordt een aantal keren herhaald. Na elke ronde kunnen we meer te weten komen over de opbouw van groepsimmuniteit in de bevolking. Ook onderzoeken we hoe lang die afweerstoffen in het bloed blijven en of ze van goede kwaliteit zijn. Dan weten we of we ook op langere termijn goed in staat zijn om een tweede infectie tegen te gaan. Het onderzoek duurt in totaal anderhalf jaar. We verwachten de resultaten van de eerste ronde in mei.

PIENTER

De deelnemers zijn mensen die eerder meededen aan het PIENTER-onderzoek. PIENTER is een langlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking naar de afweer tegen infectieziekten. In 2016/2017 heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het derde PIENTER-onderzoek uitgevoerd. Hieraan hebben ongeveer 7.000 mensen meegedaan in de leeftijd van 0 tot 90 jaar.

Vergelijken 

Het RIVM heeft nog restant bloed bewaard van de mensen die meededen aan PIENTER en die toestemming hiervoor hebben gegeven. Voor het PIENTER-Corona onderzoek verzamelen we opnieuw bloed, via een vingerprik. Dit bloed kunnen we met elkaar vergelijken. Daardoor krijgen we belangrijke informatie over verspreiding van het virus en opbouw van groepsimmuniteit. We doen dus onderzoek in de periode vóór, tijdens en na de uitbraak van het nieuwe coronavirus.

Vingerprik

De genodigden die zich aanmelden, ontvangen een korte vragenlijst en een vingerpriksetje. Ze kunnen de vragenlijst digitaal invullen. Met het vingerpriksetje moeten ze zelf een buisje vullen met een aantal druppels bloed en dit per post terugsturen naar het RIVM. Ze kunnen het onderzoek dus helemaal thuis doen.

Bekijk hier de video ‘Vier vragen over het PIENTER-Corona onderzoek’.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Coronavirus overleeft twee tot drie dagen op plastic

30 maart 2020

Het coronavirus kan meerdere dagen overleven op harde oppervlaktes, zoals plastic en roestvrijstaal. In de lucht is dat drie uur. Dit resultaat van recent laboratoriumonderzoek roept de vraag op hoe je met plastic verpakkingen moet omgaan om besmetting te voorkomen.

Amerikaans laboratoriumonderzoek heeft uitgewezen dat het coronavirus tot 72 uur kan overleven op plastic en metaal. Dit betekent dat je besmet kunt raken als je bijvoorbeeld een stalen stang in de bus of iets van plastic aanraakt.

Drie manieren om besmetting te voorkomen

Stel, er wordt iets bij je afgeleverd in een plastic verpakking. Wat moet je dan doen om er zeker van te zijn dat je niet via die verpakking wordt besmet? Er zijn in principe drie manieren:

  • Haal de inhoud uit de verpakking en was je handen;
  • Maak de verpakking schoon met desinfecterende zeep en heet water;
  • Wacht drie dagen voor je de verpakking aanraakt.

Vragen over veiligheid eenmalig verpakkingsplastic en hergebruik

Niet alleen op plastic, maar op alle verpakkingen blijkt het virus een tijdje te kunnen overleven. Voor karton is dat maximaal 24 uur en voor koper 4 uur, aldus het onderzoek. Na een paar uur neemt de werkzaamheid van het virus overigens al sterk af.

Eenmalig plastic is daarbij niet veiliger of onveiliger dan plastic dat vaker dan één keer wordt gebruikt. Je kunt rustig je eigen bekers en bakjes blijven gebruiken, zolang je deze maar goed afwast. Lees meer hierover in dit bericht van Upstream.

Plasticindustrie maakt misbruik van de crisis

De lobbyclub van de Amerikaanse plasticindustrie, de Plastics Industry Association, doet net alsof het gebruik van eenmalig verpakkingsplastic veiliger is voor onze gezondheid. De Plastics Industry Association verzocht afgelopen week in een brief aan het Amerikaanse ministerie van Gezondheid en Sociale Zaken om die vermeende veiligheid in een openbare verklaring te benadrukken. Verder heeft de lobbyorganisatie aan het ministerie gevraagd om zich tegen het verbod op eenmalig plastic producten (zoals tasjes of rietjes) uit te spreken.

De plasticproducenten beginnen last te krijgen van de maatregelen die het gebruik van wegwerpplastic beogen in te perken; de verkoopcijfers staan onder toenemende druk. In de Verenigde Staten worden die maatregelen vaak door gemeenten ingevoerd. Het heeft er alle schijn van dat de plasticindustrie de coronacrisis aangrijpt om al die maatregelen van tafel te krijgen. Lees hier de reactie van Upstream op dit voorbeeld van een schaamteloze lobbypraktijk in moeilijke tijden voor ons allemaal.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Plastic Soup Foundation

Multinationals storten jaarlijks een half miljoen ton plasticafval in arme landen

31 maart 2020

In een nieuw rapport van Tearfund is voor het eerst berekend hoeveel ton plasticvervuiling vier multinationals, Coca-Cola, Pepsi-cola, Nestlé en Unilever, in een zestal arme landen veroorzaken: een half miljoen ton! Coca-Cola blijkt de allergrootste vervuiler en is in zijn eentje verantwoordelijk voor 200.000 ton daarvan.

De berekening is gemaakt voor zes landen; China, India, Filipijnen, Brazilië, Mexico en Nigeria. Volgens het rapport van Tearfund, The Burning Question: will companies reduce their plastic use?, komt er in deze landen elke 20 minuten een voetbalveld vol plastic verpakkingsafval bij met een laag van 10 cm. En dat is alleen nog maar wat deze vier multinationals in deze zes landen veroorzaken. De realiteit is natuurlijk dat deze multinationals hun producten in 190 tot 200 landen verkopen. Het gaat hier om plastic dat niet gerecycled wordt, maar gestort of verbrand in de open lucht. De milieu- en gezondheidsproblemen die dat veroorzaakt, worden elk jaar erger.

83 voetbalvelden per dag

Het rapport is onderdeel van Tearfunds Rubbish-campagne, die in mei vorig jaar gestart is. Om nog even bij de voetbalvelden te blijven: gezamenlijk zijn de vier dus verantwoordelijk voor het bedekken van 83 voetbalvelden per etmaal, waarvan Coca-Cola er 33 per etmaal vult, en Unilever – de ‘schoonste’ van de vier – 11 voetbalvelden.

Het rapport presenteert niet alleen abstracte cijfer, het laat ook zien wat het in de praktijk betekent wanneer mensen noodgedwongen hun plastic moeten verbranden. Interviews met inwoners van Dar es Salaam, Tanzania, laten zien wat de gevolgen zijn, voor hun gezondheid, maar ook bijvoorbeeld voor hun portemonnee, omdat ze medicijnen moeten kopen. Het is geen wonder dat 86% van de 2000 ondervraagden plasticvervuiling als ernstig probleem beschouwt en 91% hierover meer bezorgd is dan drie jaar geleden.

Immoreel

Alle vier de multinationals verkopen in plastic verpakte producten in landen met middel- en lage inkomens, én met een gebrekkig afvalmanagementsysteem. Bij elkaar gaat het jaarlijks om miljarden flesjes, zakjes en bakjes. Deze bedrijven doen dat in de volle wetenschap dat:

  • Hun plastic verpakkingen niet op de juiste manier worden opgehaald en gerecycled;
  • Dat hun verpakkingen daardoor bijdragen aan toenemende plasticvervuiling, omdat de verpakkingen gestort worden of verbrand in de open lucht;
  • Dat deze vervuiling ernstige en toenemende schade berokkent aan milieu en gezondheid van mens en dier.

Het oordeel van Tearfund is duidelijk: dit valt moreel op geen enkele wijze te verdedigen.

Wat denken de multinationals hieraan te doen?

De hoofdvraag is of de multinationals hun plasticgebruik werkelijk en binnen afzienbare tijd zullen verminderen. Tearfund heeft daarom de maatregelen geïnventariseerd die ze hebben aangekondigd. Alle vier hebben ze inmiddels toegezegd jaarlijks hun plasticgebruik te publiceren.

Coca-Cola – Belooft om in 2030 evenveel flessen in te zamelen en te recyclen als het bedrijf per land verkoopt. Er is geen belofte om de hoeveelheid nieuw (virgin) plastic te verminderen.

Pepsico – Belooft om in 2025 het gebruik van nieuw plastic in flesjes met 20% te verminderen. Maar zegt niets toe over inzameling van flesjes, noch over vermindering van het totale gebruik van plastic.

Nestlé – Belooft om in 2025 een derde minder nieuw plastic te gebruiken, maar zegt niets over een algehele vermindering van het plasticgebruik. Wel belooft het bedrijf evenveel plastic in te zamelen als het in twaalf (niet nader genoemde) landen verkoopt.

Unilever – Belooft om in 2025 de helft minder nieuw plastic te gebruiken en het totale plasticgebruik met een zesde te verminderen. Er zal minstens zoveel plastic ingezameld worden als het bedrijf verkoopt.

Wat zouden de multinationals moeten doen?

Tearfund heeft aan de multinationals vier eisen gesteld:

  • Publiceer nog dit jaar het aantal eenmalige verpakkingen dat jaarlijks in elk land afzonderlijk verkocht wordt;
  • Reduceer dit aantal met de helft in 2025. Ga over op alternatieve verkoopmethoden, zoals hervulbare en opnieuw te gebruiken bakken;
  • Recycle in 2022 elke verpakking die in ontwikkelingslanden verkocht wordt en zorg dus voor een adequaat inzamelingssysteem;
  • Herstel de waardigheid van de waste-pickers door met ze samen te werken en recyclingsystemen op te zetten die de samenleving én het milieu geen schade berokkenen.

De conclusie van Tearfund, dat de huidige aangekondigde maatregelen bij lange na niet voldoende zijn, wordt door de Plastic Soup Foundation onderschreven.

Lees ook – het bericht van de Daily Mail.

Lees ook – Unilever grootste vervuiler in de Filipijnen

Lees ook – Coca-Cola is grootste plasticvervuiler

Categorieën
Rode Kruis

Rode Kruis biedt iedereen gratis online thuiscursus EHBO

Nu er veel mensen thuis zijn en wellicht tijd over hebben, is dit een mooi moment om de cursus te volgen. En een ongelukje zal misschien ook nu juist vaker thuis plaatsvinden. De online thuiscursus EHBO komt dan goed van pas.

Je kunt de cursus in je eentje volgen, of samen met je partner of huisgenoten. Je leert een slachtoffer in veiligheid te brengen, de toestand te beoordelen, de hulpdiensten te alarmeren en EHBO te verlenen bij brandwonden, huidwonden, bloedingen, verslikking en letsels die worden opgelopen door contact met dieren en planten. Als je alles hebt doorlopen ontvang je van het Rode Kruis een digitaal bewijs van deelname.

De thuiscursus duurt ongeveer 1,5 uur. Op een laptop of tablet werkt de online thuiscursus het beste. Aanmelden kan via de webshop van het Rode Kruis. Per persoon kan je één cursus bestellen.

Categorieën
Geen categorie

Oproep en petitie: zet dierenartsen en -verzorgers op lijst vitale beroepen

Veel Nederlanders werken sinds de uitbraak van corona in Nederland thuis, of moeten hun werk helemaal staken. Alles om ervoor te zorgen dat we samen de verspreiding van het virus tegengaan. Toch zijn er ook veel mensen die hun werk moeten blijven doen. Denk aan mensen in de zorg, of in de voedselketen. Voor deze mensen stelde de overheid midden maart een lijst op met cruciale beroepen, om deze beroepsgroepen te helpen hun werk te blijven uitoefenen tijdens de corona-uitbraak. Mensen met een zogenoemd cruciaal beroep, zoals arts of verpleger, kunnen bijvoorbeeld een beroep doen op de kinderopvang: zij mogen hun kinderen nog wel naar de opvang brengen.

Tot onze grote verbazing en zorg, staan dierenartsen, dierverzorgers, dierenwelzijnsinspecteurs en dierambulancemedewerkers niet op deze lijst. Het betekent dat zij zich in principe moeten houden aan alle door de overheid opgestelde maatregelen tegen het coronavirus, en dus ook dat zij bijvoorbeeld geen gebruik kunnen maken van de kinderopvang. In een lockdown-situatie betekent het zelfs dat zij hun werk niet meer kunnen uitoefenen. Het zou betekenen dat huisdieren in Nederland geen toegang meer hebben tot medische zorg en medicatie, maar ook tot voeding en vervoer. Ook wilde dieren die worden opgevangen, zoals bij stichting AAP, zouden aan hun lot overgelaten moeten worden.

Zorg voor dieren is cruciaal

Afgelopen weken hebben we samen met de Dierencoalitie, Stichting AAP, Dierenbescherming, Nederlandse Vereniging van Dierentuinen, Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, Nederlandse Federatie voor Dierenopvang Organisaties en Vereniging Stads- en Kinderboerderijen Nederland gesprekken gevoerd met RIVM en de betrokken ministeries. In alle ons omringende landen zijn dierverzorgers en dierenartsen wel erkend als cruciale beroepen. Zelfs de noodverordening in New York noemt hen van essentieel belang.

In Nederland hebben de gesprekken nog niet geleid tot het toevoegen van de dierenartsen, dierverzorgers, dierenwelzijnsinspecteurs en dierenambulancemedewerkers aan de lijst cruciale beroepen. Dat terwijl nu al veel dierenartsen en -verzorgers merken dat het lastige situaties oplevert. Het is essentieel dat deze professionals tijdens de crisis hun werk kunnen blijven doen. De zorg voor dieren is dagelijks nodig, het is vaak specialistisch werk en leidt tot onaanvaardbare risico’s als dit niet door ervaren personeel kan worden gedaan. De bezettingsgraad staat echter onder steeds grotere druk door ziekte en/of beperkende corona-maatregelen. Naast huisdieren is het voor dieren in nood, in opvangcentra, asiels, kinderboerderijen en dierentuinen letterlijk van levensbelang dat ze noodzakelijke zorg blijven krijgen.

Petitie

Help je mee ervoor te zorgen dat de zorg voor onze dieren gewoon door kan gaan? Teken dan deze petitie. Ook wij hebben de petitie getekend; zo roepen we samen de overheid op om het besluit te heroverwegen. Garandeer het welzijn van de dieren in Nederland: neem onze dierenartsen, dierverzorgers en dierenambulancemedewerkers op op de lijst vitale beroepen.

Categorieën
Natuur, Milieu en Dieren Nieuwsbericht Stichting AAP

Zorg voor dieren in gedrang door coronavirus

Nederlandse dierenorganisaties, waaronder Stichting AAP, doen een dringend beroep op de overheid om dierverzorgers, dierenambulancepersoneel en dierenartsen buiten de voedselketen alsnog toe te voegen aan de lijst cruciale beroepen. Doordat deze beroepsgroepen niet als cruciaal beroep worden gezien, is er voor mensen met zo’n beroep geen kinderopvang beschikbaar. Als gevolg van deze en andere beperkende maatregelen om verdere uitbraak van het coronavirus te voorkomen, komt de noodzakelijke zorg voor dieren steeds meer in het gedrang. Onvoldoende zorg voor dieren die van mensen afhankelijk zijn heeft negatieve gevolgen voor welzijn, gezondheid en veiligheid van mens en dier.

Afgelopen weken hebben de dierenorganisaties hierover gesprekken gevoerd met het RIVM en de betrokken ministeries. In alle ons omringende landen zijn dierverzorgers en dierenartsen wel erkend als cruciale beroepen. Zelfs in de noodverordening van New York worden deze beroepen ‘van essentieel belang’ genoemd. In Nederland hebben de gesprekken desondanks niet geleid tot het toevoegen van de dierenartsen, dierverzorgers, dierwelzijnsinspecteurs en dierenambulance-medewerkers aan de lijst cruciale beroepen. Tot grote teleurstelling van de dierenorganisaties zijn alleen dierenartsen die in de voedselketen werken cruciaal bevonden.

Dagelijkse zorg voor dieren onder druk
De dierenorganisaties benadrukken dat het essentieel is dat eerder genoemde professionals gedurende deze crisis hun werk kunnen blijven doen. Zorg voor dieren is dagelijks nodig, het is vaak specialistisch werk en leidt tot onaanvaardbare risico’s als dit niet door ervaren personeel kan worden gedaan. De bezettingsgraad staat echter onder steeds grotere druk door ziekte en/of beperkende corona-maatregelen. Naast huisdieren is het voor dieren in nood, in opvangcentra, asiels, kinderboerderijen en dierentuinen letterlijk van levensbelang dat ze noodzakelijke zorg blijven krijgen.

Laat dier en mens geen onnodige risico’s lopen
De dierenorganisaties onderkennen uiteraard de ernst van deze Corona-uitbraak en het enorme leed voor mensen. Tegelijk vinden ze dat dieren geen zorg mag worden onthouden en dat mensen die noodzakelijke zorg geven aan dieren geen onnodig risico mogen lopen. Dat is niet alleen voor de dierenorganisaties onaanvaardbaar, maar ook voor een groot deel van de maatschappij, zo blijkt uit de petities die de aflopen dagen tienduizenden keren getekend werden.

Namens grote groep dierenorganisaties
Deze dringende boodschap wordt onderschreven door de volgende Nederlandse dierenorganisaties: Dierencoalitie, Stichting AAP, Dierenbescherming, NVD (Nederlandse Vereniging van Dierentuinen), KNMvD (Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde), NFDO (Nederlandse Federatie voor Dierenopvang Organisaties), vSKBN (Vereniging Stads- en Kinderboerderijen Nederland) en WAP (World Animal Protection).

Categorieën
Stichting Vluchteling

Eén vlag: voor de zorg en vluchtelingen

Heb jij de vlag voor de zorg al bij jou in de buurt zien hangen? De vlag waarmee we in Nederland onze helden in de zorg bedanken en wereldwijd vluchtelingen helpen. De helft van alle opbrengsten doneren de initiatiefnemers aan Stichting Vluchteling. Deze donaties worden gebruikt voor onze strijd tegen het coronavirus in vluchtelingenkampen.

Vlag voor de zorg is opgezet door drie jonge ondernemers. Nadat al hun werk als zzp’ers door de coronacrisis stil kwam te liggen besloten ze iets terug te willen doen voor onze zorgmedewerkers. Daarnaast stond het drietal stil bij het feit dat, veel landen deze coronacrisis zonder hulp niet aankunnen. Wereldwijd zijn er ruim 71 miljoen mensen op de vlucht. Velen van hen leven onder erbarmelijke omstandigheden in overvolle vluchtelingenkampen. De perfecte omstandigheden voor het coronavirus. De helft van alle opbrengsten wordt gebruikt om ook hen in deze moeilijke tijd de nodige zorg te kunnen bieden.

De actie gaat goed. Dagelijks staan we in het postkantoor frankeerstickers te plakken.

Initiatiefnemer Thomas Siepelinga


Hang ook de vlag uit

Op dit moment neemt de druk op ziekenhuizen alleen maar toe. Niet alleen hier, maar ook daar in de crisisgebieden waar Stichting Vluchteling actief is. Bestel daarom vandaag nog een vlag voor de zorg! Op die manier bedank je niet alleen onze zorgverleners, maar help je ons ook zorg mogelijk maken, daar waar het op dit moment hard nodig is. Help mee in de strijd tegen het coronavirus.

Bestel hier jouw vlag

Categorieën
Centraal Museum Cultuur Nieuwsbericht

Pop-Up Installatie op NS Station Utrecht

Centraal Museum Utrecht toont van tot en met 8 maart de pop-up installatie De Vrouwen van Moesman op Utrecht CS, ter hoogte van spoor 19. Aanleiding vormt het werk van de enige officieel erkende Nederlandse surrealist Johannes (Joop) Moesman (1909-1988) die jarenlang in dienst was bij de Nederlandse Spoorwegen. Zijn oeuvre is het uitgangspunt voor de tentoonstelling De tranen van Eros die nu wordt getoond in het Centraal Museum.

De Vrouwen van Moesman

Moesman was een tegendraadse kunstenaar met een obsessie voor vrouwen en seks. Met zijn seksueel geladen schilderijen veroorzaakte hij regelmatig een schandaal. Vier van de schilderijen waarin deze vrouwen een centrale rol spelen, zijn voor de pop-up expo De Vrouwen van Moesman vertaald naar een installatie waarin zijn vrouwen letterlijk op een voetstuk worden geplaatst. Zo kunnen reizigers kennismaken met zijn surrealistische beeldtaal.

Overdag werkte Moesman bij de NS als opzichter-tekenaar van dienstregelingen en grafieken. ‘s Avonds schilderde hij in zijn atelier aan de Oudegracht. Het Centraal Museum heeft een uitgebreide collectie van de Utrechtse kunstenaar, die een uitgebreid oeuvre naliet als schilder, beeldhouwer, tekenaar, lithograaf, (Arabisch) kalligraaf en typograaf.

De tranen van Eros

In de tentoonstelling De tranen van Eros: Moesman, surrealisme en de seksen in Centraal Museum Utrecht wordt de rode draad gevormd door thema’s als seks, fetisjisme, gender en taboes. De tentoonstelling laat zien hoe de surrealisten zich met hun radicaal vernieuwende, erotische beeldtaal vanaf de jaren dertig verzetten tegen het verstikkende conformisme en rationalisme. Met circa tweehonderdvijftig werken, waarvan ruim honderd bruiklenen uit de hele wereld, belicht het museum dit verhaal vanuit diverse perspectieven. In de tentoonstelling worden de kunstwerken van de Utrechtse Moesman getoond naast die van zijn internationale tijdgenoten. De mannen zijn bekend: Salvador Dalí, René Magritte, Max Ernst en Man Ray. De tranen van Eros laat ook de vrouwelijke surrealisten zien, zoals Claude Cahun, Leonora Carrington en Leonor Fini. Bovendien zie je kunstwerken van hedendaagse kunstenaars als Sarah Lucas, Gillian Wearing, Paul Kooiker en Viviane Sassen. De tranen van Eros is te zien tot en met 24 mei.

Categorieën
Artsen zonder grenzen Ontwikkelingshulp

Corona: 3 vragen aan Karline Kleijer, hoofd van onze noodhulpafdeling

Uit ervaring weten we dat vertrouwen in de aanpak van de gezondheidsautoriteiten essentieel is voor de bestrijding van uitbraken. Duidelijke, regelmatige en eerlijke communicatie en begeleiding is nodig. Mensen moeten de kennis krijgen om zichzelf te beschermen. Gezondheidsautoriteiten en overheden moeten luisteren naar de bevolking en hun gevoelens en noden serieus nemen. Een uitbraak bestrijd je samen mét de bevolking, hun mening moet meegenomen worden wanneer je het beleid bepaalt. Daarnaast is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de middelen die nodig zijn voor mensen om zichzelf te beschermen zoals schoonmaakmiddelen en zeep, maar ook inkomen en voedsel, beschikbaar zijn.

Dat wantrouwen jegens de overheid een probleem is, heb ik eerder gezien tijdens de ebolacrisis. Mensen dachten echt dat de ziekte niet bestond, dat het een truc van de overheid was. En zie ze dan maar eens zover te krijgen dat ze preventieve maatregelen treffen. Rekening houden met verschillende culturen en luisteren naar gemeenschappen zijn hierbij belangrijke factoren.

Ook de medische hulpmiddelen die nodig zijn om op een uitbraak als corona te reageren moeten in voldoende voorraden beschikbaar zijn. Niet alle landen hebben de middelen of de ervaring om te zorgen dat er plannen en voorraden klaarliggen. Met de huidige grootte van de wereldbevolking en de hoge mobiliteit zullen pandemieën vaker voorkomen.

Wat daarnaast van cruciaal belang is, is dat ook de ‘gewone’ – dus niet aan het nieuwe coronavirus gerelateerde – medische zorg doorgang vindt. Er zijn nog steeds malariapatiënten, gewonden, vrouwen die moeten bevallen: het is belangrijk dat ook zij de zorg krijgen die ze nodig hebben. Want als die gewone zorg niet doorgaat, bestaat het gevaar dat er door corona veel mensen aan andere ziektes komen te overlijden. We zagen dat ook tijdens de ebolacrisis in West-Afrika. Daar zijn uiteindelijk door het ontbreken van gewone zorg meer mensen aan andere ziektes overleden dan er aan ebola zijn overleden. Dat die gewone zorg snel in het gedrang kan komen tijdens een grootschalige uitbraak van een virus, hebben we recent in Noord-Italië gezien.