home > columns > columns > de knop moet om

De knop moet om
Publicatie: December 2010

Vorige week was ik in Nederland om een workshop te geven over de fondsenwervingsmogelijkheden in de Verenigde Staten. Deze workshop, in eerste instantie bedoeld voor Nederlandse nonprofits uit de ontwikkelingssamenwerkingssector, vormde een eerste introductie tot het hoe, wat, waarom en wanneer: de basics dus. In kort bestek werd uitgelegd wat voor mogelijkheden er waren in de VS, zowel institutioneel (de VN, Wereldbank, Amerikaanse overheid) als in de private sector (foundations, individuen). De focus lag op Amerikaanse foundations: hoeveel te vergeven was, aan wat voor soort organisaties op jaarbasis werd gegeven en hoe je je als Nederlandse nonprofit moest positioneren om daar tussen proberen te komen.

Tijdens de workshop bleek dat een aantal participanten al (ruime) ervaring had met fondsenwerven in de VS, of althans serieuze pogingen daartoe had ondernomen. Niettemin bleek een groot deel van de aanwezigen (zelf fondsenwerver) zich te herkennen in één bepaalde veelgehoorde klacht, namelijk dat het fondsenwerven binnen veel Nederlandse organisaties nogal eens onderschat wordt en niet de aandacht wordt gegeven die het verdient. Ook fondsenwervers zelf zouden binnen een organisatie door hun collega’s nogal eens met vraagtekens worden aangekeken, omdat hun toegevoegde waarde niet direct duidelijk is.

Vooropgesteld: fondsenwerven is een professie, een vak, dat veel energie vergt en dat zich  dagelijks in een krachtenveld van tal van onzekere factoren afspeelt. Op dit moment hebben veel organisaties de doodssteek nog kunnen ontsnappen – de Nederlandse overheid geeft relatief gezien nog veel aan directe subsidie – maar aan het einde van deze subsidieperiode (2015) zou dit wel eens voorgoed voorbij kunnen zijn. Dat betekent dat nú gekeken moet worden naar andere potentiële inkomstenbronnen voor na die tijd. Amerikaanse foundations zouden hiervoor een uitkomst kunnen bieden.

Voordat een dergelijke stap kan worden genomen, moeten echter intern de neuzen dezelfde richting op staan. Niet alleen moeten fondsenwervers binnen organisaties een ruim mandaat krijgen om hun werk te doen, ook moet het besef wijdverbreid zijn dat het een ieders taak is om fondsenwerven in het achterhoofd te hebben. De knop moet om. Het werven van fondsen is niet de opgave van één persoon. Zo is het in de Verenigde Staten heel normaal dat medebestuurders (Raad van Toezicht bijv) een zeer actieve rol hebben in het werven van fondsen, al was het enkel maar door het beschikbaar stellen van hun netwerken.

Een paar dagen geleden verscheen in de Volkskrant het artikel “45-plussers leren netwerken via LinkedIn”. Dit artikel vormt een mooi voorbeeld van de voordelen die LinkedIn professioneel gezien biedt, naar mijn mening één van de meest onderschatte netwerkmedia van deze tijd. Fondsenwerven betreft het ontsluiten van netwerken. Voor organisaties die nieuwe inkomsten zoeken, is het nu van cruciaal belang deze aanwezige netwerken te ontsluiten door deze aan elkaar te koppelen – iets wat met LinkedIn een fluitje van een cent is. Op deze manier wordt de gehele stuwkracht aan netwerken van een organisatie achter de fondsenwerver(s) geschaard, die daarmee zijn/haar werk beter kan doen.

Natuurlijk zijn dit slechts enkele voorbeelden. Waar het om gaat is dat de interne potentie wordt onderkend, ingezet en een mede-participerende rol wordt gegeven. Zonder deze mentaliteitsverandering is de kans groot dat fondsenwerven een falende one-man-show zal blijven.


Actualiteit

DCDD Adviesrapport ‘Iedereen telt


De Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD) heeft een adviesrapport uitgebracht aan...
Projecten

Zit dat er écht in?


Het Longfonds wil gezonde longen gezond houden. Het percentage rokende kinderen in Nederland is...
In The Picture

De knop moet om


Vorige week was ik in Nederland om een workshop te geven over de fondsenwervingsmogelijkheden in de...